Op 3 mei 2004 verscheen Justitiële Verkenningen jaargang 30, nr 3, het themanummer over Inlichtingendiensten, met daarin onder meer Wie wint de war on terrorism? van Bob de Graaff. De Graaff is historicus en met mede-auteur Cees Wiebes de belangrijkste kenner van Nederlandse veiligheidsdiensten. Hij schreef in genoemde bron:
"Nu lopen de inlichtingen- en veiligheidsdiensten een hoop potentiële informatie mis door hun vrees dat ze een paar geheimen kwijtraken. Het zou aanbeveling verdienen als zij een meer open discussie zouden aangaan, niet alleen met andere overheidsorganen, maar ook met de samenleving over mogelijke dreigingen, in het bijzonder met groeperingen die vanuit hun eigen disciplines en achtergrond over relevante informatie kunnen beschikken, zoals academici, journalisten en het bedrijfsleven.
Het zou ook geen gekke gedachte zijn als inlichtingen en veiligheidsdiensten op het internet zelf discussierubrieken zouden beginnen over mogelijke dreigingen. De Amerikaanse overheid heeft inmiddels het startsein voor meer open communicatie gegeven.
Al zo'n vijftien jaar onderhouden de Amerikaanse diensten open contacten met de academische wereld, bijvoorbeeld door de detachering van CIA-medewerkers als docenten en onderzoekers aan universiteiten als zogeheten officers in residence. Ook de oproep van de Amerikaanse overheid aan Hollywood na 11 september 2001 om na te denken over mogelijke terroristische scenario's getuigt van een meer open communicatie, evenals de inschakeling door de Amerikaanse marine van ontwerpers van video games al vóór de aanslagen met hetzelfde doel (Wright, 2001).
Overigens zou het tevens aanbeveling verdienen om science fiction-literatuur te bestuderen. De ideeën die daarin zijn ontwikkeld over zogeheten mad scientists die doomsday-machines uitvinden, over verschillende soorten vernietigende stralingen en dergelijke beginnen de waarheid steeds meer te benaderen (Laqueur, 2001, p. 263-264). Samenwerking van inlichtingen- en veiligheidsdiensten met de wereld van de fantasie is dan ook een veel serieuzer aangelegenheid in de strijd tegen het terrorisme dan het op het eerste gezicht misschien lijkt.
Om aandacht te trekken en te blijven trekken voor hun aanslagen moeten terroristen namelijk steeds weer op zoek naar iets spectaculairs, iets ongelooflijks, iets waar slechts weinig anderen op zouden zijn gekomen. Medewerkers van inlichtingen- en veiligheidsdiensten zijn soms wel, maar vaak niet de meest fantasierijke mensen."
We spraken met Bob de Graaff over communicatie van de veiligheidsdiensten via internet.
Zijn de veiligheidsdiensten in de VS werkelijk zo open?
De Graaff: "Ja, in brede gaat dat er in de Amerikaanse samenleving wel zo aan toe. In de laatste vier maanden van 2003 heb ik in Los Angeles college gegeven over de geschiedenis van inlichtingen- en veiligheidsdiensten, en over die aanstelling was ik aanvankelijk verbaasd want er is al veel informatievoorziening vanuit de diensten zelf. Amerika kent meer dan honderd cursussen per jaar over veiligheidsdiensten. Dan krijg je vanzelf ook debat."
Hier is het slechter?
"In Nederland is dat een tamelijk geïsoleerd gebeuren. Van 1991 tot '97 heb ik als voorzitter van de Netherlands Intelligence Studies Association geprobeerd om ook hier dat debat aante zwengelen maar bij - toen nog - de BVD was daar het klimaat niet rijp voor. Een voorbeeld: toen Doctors van Leeuwen zei te weten wie de daders waren. Ik heb toen tegen Trouw gezegd dat ze dit niet zouden beweren als ze de namen echt zouden weten. Daarop werd ik direct onheus bejegend. Dat duidt toch op de moeizame omgang met de samenleving."
Denken ze niet per definitie dat het werk geheimzinnig is. Als het open wordt voelen ze de grond wegzakken onder hun bestaan?
"Ja, dat is begrijpelijk. Maar ze doen er hier moeilijker over dan elders. Een half jaar geleden hield ik een lezing met ook mensen van de AIVD waarin ik vertelde over de relatief goede omgang tussen wetenschap en veiligheidsdiensten in landen als de Verenigde Staten en Engeland. Daarop klonk als antwoord: "Dat kan hier niet want Nederlandse wetenschappers zijn anders." Hoe anders, dat konden ze niet verklaren. Toen dacht ik dit getuigt van zo'n mentaliteit van wij weten het wel. Dit is altijd de moeizame discussie. De AIVD zegt snel: jullie begrijpen ons niet. Als we dan antwoorden dat ze misschien eens wat helderheid moeten verschaffen over hun werk dan gebeurt het niet. Zo schiet zo'n discussie natuurlijk niet op."
Maar heerst er geen angst bij de AIVD dat meer openheid ook zal leiden tot meer aandacht en vaker publiekelijk afrekenen van de diensten?
"Je weet nooit of die terughoudendheid bedoeld is om de eigen bronnen en methoden te beschermen of om een scherm op te trekken voor falen en/of mogelijk falen. Samen met Cees Wiebes heb ik Villa Maarheze geschreven over de inlichtingendiensten buitenland in Nederland en daar kreeg je de indruk dat dat laatste, faalangst, ook een rol speelt."
Wat moet ik me er in de praktijk bij voorstellen?
"Een goed voorbeeld speelde in Canada. Dat land is bevreesd dat tussen de asielzoekers oorlogsmisdadigers zitten, uit Afghanistan, Bosnië. Dan heeft men geheime informatie waarmee men niet zo veel kan en dus getoetst moet worden. Dat vereist meer bewijs. Men had een gebouw van de veiligheidsdienst met een afgesloten, geheime sectie. Er was ook een open gedeelte om publiekelijk aanvullende informatie te verzamelen. In een database als Lexis-Nexis vindt men dan aanvullende informatie over bijvoorbeeld de verblijfplaatsen om de immigratieformulieren te checken. Dat vind ik een buitengewoon goed voorbeeld van aanvulling van het werk van geheime diensten met publieke bronnen."
Internet levert mogelijk veel tips en kennis op, maar houdt dat niet het risico in zich van een klikcultuur waarin geheime diensten te pas en te onpas informatie krijgen over vermeende verdachte bewegingen van personen?
De Graaff: "Dat kan natuurlijk, we kennen in Nederland al kliklijnen voor bijvoorbeeld bestuurlijke integriteit. Er is een groeiende bereidheid bij het publiek om informatie te verstrekken, maar vervolgens gaat het nog om de bewijsvoering. Of daar nu een proces van klikken aan vooraf gaat of niet, dan kun je de benodigde bewijslast krijgen wat bijvoorbeeld voor het tegenhouden van oorlogsmisdadigers geoorloofd en goed moet zijn."
Maar personen kunnen al veroordeeld zijn door publiek bekend geworden informatie nog voordat er bewijs is?
"Dat kan, maar je moet dat op de goede manier doen, dus alleen belangrijke vermoedens openbaar maken. Al jarenlang voordat open sources intelligence opgang maakte was al bekend dat 80 procent van de informatie van de geheime diensten helemaal niet geheim is. Mijn indruk is dat dit percentage de afgelopen jaren alleen maar gestegen is door de toename van openbaarmakingen, bijvoorbeeld via internet.
Dus daalt de noodzaak ook om informatieverzameling zo geheim te houden. Maar de geheime diensten zitten nog vast in de structuren van de Koude Oorlog, toen we nog niet over zaken als het internet beschikten. Dus zet dan een stap en houdt geheim wat ook echt geheim is en moet blijven, maar breng de rest in een open source omgeving en doe daar niet langer zo moeilijk over.
Je kunt er dan een open discussie over beginnen. Neem een actueel onderwerp als de vermeende radicalisering van een deel van de moslimgemeenschap. Dat is een probleem waar de veiligheidsdiensten zich mee bezighouden, maar een belangrijk deel van de informatie kan gewoon van sociaal onderzoek komen en wellicht van informatie die bij mensen met de goede contacten bekend is. Dan hoef je je niet te beperken tot de geheime bronnen.
Bij de CIA werken 200 analisten van landen, zo weinig maar. Dat was lange tijd niet zo'n probleem met zo'n twintig als vijandelijk benoemde staten. Maar met het mondiale terrorisme waarmee alleen al een groep als al Qaida alleen al over een stuk of zestig landen met veel verschillende talen is verspreid kom je er alleen niet meer uit. Een deel van het werk kun je uitbesteden aan de academische wereld."
Wat kunnen forums op internet opleveren?
"Betere informatie bij de geheime diensten, maar ook bij het publiek. Een voorbeeld: ook Nederland komt met kleurencodes om risico op aanslagen te duiden, net als in de Verenigde Staten. In het begin schrikken mensen zich een ongeluk van een donkerder code, maar na een paar keer let niemand er meer op. Beide reacties zijn ongewenst, dus zou een publieke discussie daarover helpen. Het is een mentaliteitskwestie bij de overheid. Die geeft links en rechts kleine brokjes informatie wat ongewenst is voor zowel de samenleving als voor het intelligence werk zelf dat met meer communicatie meer en betere informatie zou kunnen verzamelen."
Van de site van de AIVD worden mensen wel uitgenodigd om contact op te nemen met de AIVD. Maar dat kan niet per e-mail. Zo gesloten is het dan toch niet?
De Graaff: "Het verbetert wel, maar niet van harte. Nu is dan ook de AIVD ertoe overgegaan om het jaarverslag toe te lichten. Dat werd voorheen gewoon kaal gepubliceerd. Vervolgens vroegen journalisten dan Cees Wiebes en mij om een toelichting. Dan verwezen wij hen heel pesterig naar de woordvoerder van Binnenlandse Zaken die hen weer naar ons verwees. Maar wij zijn geen verlengstuk van de AIVD."
Maar zou door communicatie met het publiek het effect toenemen voor de AIVD zelf?
"Er blijft altijd een klein percentage geheim en dat kun je dan makkelijker afschermen. Nu komen er stempels 'geheim' en 'vertrouwelijk' op alles, tot aan krantenknipsels. Dan hou je zaken niet makkelijke geheim. Cees Wiebes en ik schreven over verdwijning van archieven van de Militaire Inlichtingendienst, MID. Na onderzoek kwam er 1.400 meter archief boven water, verspreid over 25 locaties. Als je zo veel dingen geheim houdt op zo'n chaotische manier dan loop je ook het risico van gebrekkig beheer en van lekken."
Nu is onderzoek nog geheim, maar binnen de kortste keren is het publiek en dat komt de privacy niet ten goede, bijvoorbeeld van bezoekers van bepaalde moskeeën?
"Je moet het zorgvuldig doen dus een heksenjacht voorkomen. Maar discussie kan er ook juist toe leiden dat zaken in een beter perspectief komen. Ik maakte in Rotterdam de opkomst van de Centrum-Democraten mee. Toen hoorde ik mensen dingen die ze voorheen alleen maar achter hun hand durfden te mompelen ineens in het openbaar uiten. Ik was verbijsterd door de ideeën die kennelijk bij die mensen leefden. Bijvoorbeeld over stapels wapens in moskeeën die op een uur U tegen ons gebruikt gaan worden. Je kunt met meer openheid ook tot een juister beeld komen."
Via Internet?
"Ja, laat mensen dat maar op internet roepen. Zeker nu de beleving onder de kaasstolp in Den Haag en in de rest van Nederland nog altijd zozeer verschilt, moet je tot een discussie komen. Op alleen maar roepen achter borreltafels heb je geen grip. Het gaat er om een juist beeld te krijgen, een goede voedingsbodem om te kunnen ontdekken wat er aan risico's schuilt in onze samenleving. Open sources intelligence via internet kan daaraan bijdragen..."
[Peter Olsthoorn, 20 mei 2004]
Warning: include() [function.include]: open_basedir restriction in effect. File(/home/sites/www.netkwesties.nl/web/templates/artikel_kolomscheider.php) is not within the allowed path(s): (/home/netkwestie/:/tmp:/usr/local/lib/php/) in /home/netkwestie/domains/netkwesties.nl/public_html/editie96/artikel2.php on line 87
Warning: include(/home/sites/www.netkwesties.nl/web/templates/artikel_kolomscheider.php) [function.include]: failed to open stream: Operation not permitted in /home/netkwestie/domains/netkwesties.nl/public_html/editie96/artikel2.php on line 87
Warning: include() [function.include]: Failed opening '/home/sites/www.netkwesties.nl/web/templates/artikel_kolomscheider.php' for inclusion (include_path='.:/usr/local/lib/php') in /home/netkwestie/domains/netkwesties.nl/public_html/editie96/artikel2.php on line 87