Toegangspunten en hele netwerken voor draadloos internet schieten als paddestoelen uit de grond. Terwijl politiek Den Haag de laatste hand legt aan de vernieuwde Telecommunicatiewet, tasten de telecomtoezichthouders in het duister over de draadloze providers en netten. Zo is het onduidelijk of de aftapplicht ook voor lokale wifi-netten geldt.
Geldt de telecomwet met al zijn verplichtingen over het behandelen van verkeersgegevens, aftappen door justitie en toezicht door de Opta, ook voor lokale draadloze netwerken zoals Wireless Leiden? Voor alle partijen is het nog een vraagteken.
In het geding is de 2,4 Gigahertz-radioband, die niet interessant werd bevonden voor commercieel gebruik en dus is vrijgegeven voor iedereen. Dankzij de netwerktechniek wireless fidelity (wifi), grotendeels in Nederland uitgevonden, wordt het steeds drukker op deze band.
Pc's en laptops zijn steeds vaker voorzien van een wifi-kaart. Steeds meer restaurants, hotels en cafés bieden als 'hotspots' draadloze toegang tot internet. Particulieren delen hun verbinding met mensen met een laptop in een straal van 100 meter rond hun huis. Op lokaal niveau krijgt de wifi-techniek, die in Nederland in de jaren 80 werd bedacht, nog een andere dimensie: burgers, bedrijven en binnen een stad of dorp verbinden zich draadloos met elkaar.
Het mooiste voorbeeld van zo'n laatste wifi-net is Wireless Leiden, dat een groot deel van de stad dekt en inmiddels zo'n 500 gebruikers heeft. In Leiden kijken bejaarden via het draadloze net naar de videobeelden uit de kerk (de moderne kerktelefoon) en spelen gamers met elkaar computerspellen. Binnenkort volgt wifi-telefonie. Demon biedt de internettoegang, want Wireless Leiden is zelf geen provider.
Tientallen andere lokale wifi-netten ontstonden de afgelopen maanden, van het Westland tot Eindhoven. Soms als alternatief voor ADSL in een plattelandsgebied, soms vooral voor lokale communicatie.
Internettoegang is bij de lokale netten niet altijd belangrijk. BijWireless Almere bijvoorbeeld juist helemaal niet: "Internet is op zich niet de belangrijkste factor van een draadloos netwerk, integendeel! Voor ons zijn de toepassingsmogelijkheden de motivatie voor onze inspanningen. (..) Denk hierbij aan: een wijkportaal, entertainment, games, communicatie, video, muziek, beeldtelefonie, etc."
Aardig dat internettters hun verbinding delen met toevallige passanten en dat enthousiaste vrijwilligers in hun stad of dorp een netwerk opzetten. Maar aan welke regels moeten deze draadloze initiatieven zich houden? Of specifieker:
- Geldt voor de draadloze internetaanbieders en de draadloze lokale netwerken ook de aftapplicht?
- En moeten de verkeersgegevens drie maanden worden opgeslagen zoals bij telecom- en internetproviders?
- En is overheidstoezicht via waakhond Opta noodzakelijk?
De vragen die opdoemen over wifi gaan voorlopig grotendeels voorbij aan politiek Den Haag. Die overlegt over de Telecommunicatiewet. Eind augustus 2003 vond in de Tweede Kamer een hoorzitting plaats over die nieuwe wet, maar wifi leek niet te bestaan. Nog nooit werd 'Wi-Fi' genoemd tijdens welke vergadering dan ook in de Tweede Kamer, blijkt uit een zoektocht in de Handelingen via de Parlando-zoekmachine.
Dat is op zich niet vreemd. Een kenmerk van de nieuwe wet is dat hij 'technologieonafhankelijk' is geformuleerd, zoals dat in Brussel is afgesproken. Teksten behelzen geen specifieke technieken, want die verouderen terwijl de wet dan nog moet gelden.
Valt wifi dan automatisch onder het mobiele telecomverkeer? Dat blijkt geen makkelijke kwestie. Sterker nog: niemand weet het, zo blijkt na enkele weken bellen. De politiek weet het niet, de toezichthouders niet, juristen niet. Ook voor de vrijwilligers die ze hebben opgezet is het nog ongewis waar hun netwerken aan moeten voldoen. Het lijkt wel een samenzwering om de wifi-anarchie vooral niet te storen.
Openbaar of niet?
Uiteindelijk draait het om het woord 'openbaar'. De Telecommunicatiewet is namelijk op de meeste punten louter van toepassing op openbare telecomnetwerken of aanbieders van openbare telecomdiensten. Die 'openbaarheid' leidt tot allerlei verplichtingen: bijvoorbeeld over beschikbaarstelling van verkeersgegevens aan, en de plicht te kunnen aftappen voor Justitie; plus registratie en toezicht door telecomwaakhond Opta.
Noch de rechtspraak noch de wet slaat echter paaltjes om af te bakenen wat wel 'openbaar' is en wat niet meer. Het begrip 'openbaar' wordt namelijk niet nader uitgewerkt in de Telecomwet, en te vaag in de Memorie van Toelichting. Ook de nieuwe Europese richtlijn, op basis waarvan de wet moet aangepast, verandert daar niks aan. Dat bleek eerder dit jaar uit een onderzoek over het begrip 'openbaar' in de Telecommunicatiewet door de juristen Hein Dries, Serge Gijrath en Paul Knol voor het Nationaal Programma voor Informatietechnologie en Recht (ITeR).
Ergens in de huidige wettekst staat zelfs een cirkelredenering: openbaar is dat wat niet wordt aangeboden aan een besloten groep. Dat spreekt vanzelf. Natuurlijk staan er in de wetstekst en in de Memorie van Toelichting ook wel wat heldere passages dan voorgaande. Zo mag er voor 'openbaarheid' geen sprake zijn van een beperkte kring gebruikers of van 'besloten gebruikersgroepen'. Het aantal gebruikers of geografische beperkingen zijn niet per se bepalend voor het openbare karakter. Wel moet er sprake zijn van een bepaalbaar aanbod zonder beperkingen aan de gebruiker of klant.
Alle wetsteksten ten spijt, uiteindelijk bieden ze geen helderheid over de vraag wanneer een netwerk wel of niet 'openbaar' is, zodat de wet dus geldt. "Eenduidige criteria zijn volgens ons niet aan te geven", stellen de drie juristen na hun onderzoek.
Grensgeval
Alsof de wet al niet verwarrend genoeg is, wordt het dankzij internet en andere technieken ook gemakkelijker om besloten groepen te vormen binnen openbare netwerken. Het bepalen van wat nog 'openbaar' is, wordt daardoor steeds lastiger, meent ook het drietal juristen. En dat terwijl er toch al weinig aandacht is besteed aan het vrij fundamentele onderscheid tussen 'openbaar' en 'privé', schrijven ze. Zo zijn beslissingen van de telecomwaakhond Opta op dit punt bijvoorbeeld nooit gepubliceerd.
Niet alleen Opta heeft als toezichthouder te maken met deze bepalingen over 'openbaarheid', dat geldt bijvoorbeeld ook voor het Agentschap Telecom en het Ministerie van Economische Zaken. Netkwesties legde de vraag of wifi-providers en lokale wifi-netwerken onder de telecomwet vallen voor aan de drie toezichthouders.
Op het ministerie lijken de verschillende woordvoerders nauwelijks op de hoogte van de draadloze ontwikkelingen. De teneur is dat er is geen enkel verschil is: wat voor 'vast internet' geldt, gaat ook op voor 'draadloos'. Dat mag dan zo lijken voor sommige draadloos internetproviders, voor situaties waarbij internetters hun verbindingen open stellen voor anderen en voor initiatieven als Wireless Leiden, met ook onderling verkeer binnen het netwerk, lijkt zo'n gemakkelijke redenering moeilijk te handhaven.
Bij het Agentschap Telecom, dat de wettelijke aftapplicht moet controleren, weet woordvoerder Arjan Ribberink niet precies of ook lokale draadloze netwerken onder zijn toezicht vallen. Wel hebben alle providers volgens hem eerder deze maand een brief gekregen waarin ze werden gewezen op hun wettelijke plichten. Die brief ging ook naar een aantal draadloze providers.
Ribberink: "We zijn nog maar pas begonnen met het handhaven van de aftapplicht. We stellen bedrijven eerst op de hoogte. Later dit najaar gaan we ook invallen doen." Hij sluit niet uit dat het Agentschp ook bij de draadloze internetproviders de deur zal platlopen.
Of initiatieven als Wireless Leiden ook zijn benaderd weet hij niet. Van aftappen op wifi-netten kent het Agentschap Telecom geen voorbeelden.
Opta
Ook de Opta moet het antwoord schuldig blijven op de vraag of initiatieven als Wireless Leiden onder het toezicht valt. Wel hanteert Opta zelf drie criteria om te bepalen of een netwerk of dienst openbaar is:
- Iedereen moet kunnen worden aangesloten (openbaar aanbod);
- het mag niet gaan om een afgebakende doelgroep (op het universiteitsnetwerk Surfnet houdt Opta daarom geen toezicht);
- en de diensten moeten onder eigen naam worden aangeboden.
"WiFi-providers of -netwerken hebben zich nog niet bij ons geregistreerd," aldus Opta-woordvoerder Walter Sans. "En wij kunnen niet meer doen dan bedrijven die zich melden, toetsen aan onze beoordeling."
Hij geeft toe dat dat in het geval van Wireless Leiden, en soortgelijke netwerken, bepaald niet gemakkelijk zal zijn voor de Opta. "Die situatie is inderdaad heel erg lastig. Waar leg je de grens van een openbaar netwerk? Moet het bijvoorbeeld gaan om een hele gemeente of is alleen een woonerf al genoeg? En als mensen ook nog hun verbindingen vrijwillig gaan delen wordt het helemaal ingewikkeld."
Hein Dries, jurist bij providerclub NLIP, spreekt van 'een coördinatieprobleem' bij Opta. "Het lijkt objectief bepaalbaar of iets wel of niet openbaar is, maar dat is niet zo. Op de huidige manier is het wel charmant geregeld, omdat het minder bureaucratisch is, maar de vraagtekens moeten verder worden uitgediept door de overheid. Dat zijn er nogal wat. Valt een website bijvoorbeeld ook te beschouwen als een openbare telecomdienst?"
Politiek
In politiek Den Haag hebben ze ook geen antwoord op de vragen over wifi, want wat moeten politici ermee als de deskundigen het al niet weten? Martijn van Dam, Tweede Kamerlid van de PvdA, is een van de weinige politici die Wireless Leiden kent. "Ja, dit is een lastige zaak," aldus de internetdeskundige bij de sociaaldemocraten. "Als zo'n netwerk goed is georganiseerd en ze duidelijk iets aanbieden dan lijkt het me wel dat ze onder de wet vallen. Maar zeker weten doe ik het niet.
Misschien zou het beter in de wet moeten worden omschreven. Ik zou hier wel eens iets over willen vragen aan de minister. Draadloos internet begint nu wat voor te stellen. Zeker op het platteland is het een belangrijke ontwikkeling."
Ook CDA-parlementariër Jos Hessels, woordvoerder internet bij de christen-democraten, en Dirk Damsma, fractiemedewerker bij de SP, zeggen niet te weten of wifi-wetten onder de telecomwet vallen. "Dat is mij onbekend. Dit is wel een aandachtspunt waard. Misschien iets om eens een Kamervraag aan te wijden," aldus Hessels.
Damsma vindt het 'een slechte zaak' dat de toezichthouders niet precies weten of ze toezicht moeten houden op wifi-providers en non-commerciële wifi-netten. "Het toont aan wat een juridisch wangedrocht deze wet is geworden. Dat komt omdat het een gewijzigde wet is uit het begin van de twintigste eeuw. Deze is opgekalefaterd om er een 'moderne' wet van te maken, maar gezien de razendsnelle ontwikkelingen op telecomgebied gaat dit niet zomaar."
PvdA'er Van Dam wordt niet enthoustiast bij de gedachte dat ook hele kleine draadloze netwerken een aftapverplichting zouden krijgen. "De PvdA is daar toch al niet zo'n voorstander van. Terrorismebestrijding lijkt wel steeds meer een vrijbrief te worden om de privacy van burgers verder in te perken. Maar als iemand kwade bedoelingen heeft, vindt hij toch wel een manier om dat anoniem te doen. Of dat nu via een draadloze netwerk is of niet."
Damsma is nuchter over het al dan niet gelden van de aftapplicht: "Dat is niet erg, zolang ze maar meewerken bij de opsporing van mensen die hun net misbruiken voor criminele activiteiten."
Providers: geen probleem
Wel beweren de bekendste wifi-providers, zoals HubHop, ViaWia, It's Logic en Le Port dat ze technisch in staat zijn het verkeer op hun netwerken af te tappen. Of dat voor alle aanbieders van 'draadloos' geldt, is nog maar de vraag.
Andries Sijm van FlatFee, een lobbyclub voor breedbandinternet op het platteland, betwijfelde dat enkele maanden geleden nog. "De aftapplicht hangt als een bijl aan een zijden draad boven sommige wirelessproviders. Lang niet overal lijkt het me goed geregeld. Als je net nieuw bent op een markt, zoals alle kleine aanbieders die je nu ziet verschijnen, dan zal de aftapbaarheid van je net vast geen hoge prioriteit hebben."
Rond het onderwerp 'aftappen' wordt meteen een verschil tussen draadloze internetproviders en initiatieven als Wireless Leiden duidelijk. De laatste biedt geen toegang tot internet aan, alleen het netwerk zelf. Aftappen op het netwerk in Leiden kan wel, maar dan moet justitie gewoon zelf een antenne in de lucht steken en hopen dat ze het gewenste signaal opvangt.
Huub Schuurmans, bestuurslid van Wireless Leiden, zegt dat zijn club juridisch geen partij kan zijn: "Wij hebben geen directe relatie met onze gebruikers en zijn niet eens volledig eigenaar van het fysieke netwerk, en we hebben ook geen zeggenschap over de instellingen van alle knooppunten op het net."
Cees Links, een veteraan uit de wifi-industrie en de initiator van overleg tussen hotspot-providers, pleit voor een uitzondering voor draadloze aanbieders en netten. De innovatie moet voor gaan, vindt Links, die al in de jaren 80 aan de draadloze technologie werkte. "Deze industrie moet nog echt van de grond komen. Dat lukt niet als er veel geld gestoken moet worden in bijvoorbeeld aftapapparatuur. Nederland loopt toch al voorop met die regeling. Het zou beter zou als de overheid een draai aan het wiel gaf. Wifi is nu allemaal nog heel klein en fragiel."
Meer 'mess' met mesh
Intussen staan de technische ontwikkelingen inderdaad niet stil. Een volgende trend op het gebied van draadloze netwerken kan wel eens het zogeheten 'mesh-networking' worden. Daarbij worden signalen ad hoc zo efficiënt mogelijk doorgegeven tussen computers van gebruikers onderling en niet meer per se via centrale servers. Een mail naar de buurman gaat dan uiteindelijk ook alleen van het ene naar het andere huis, zonder de wereldwijde omweg die een e-mail nu maakt.
Frank Koppejan, jurist bij Duthler Associates en als vrijwilliger actief bij Wireless Leiden, schetst de gevolgen van de mesh-techniek:
"Je wordt zowel verzender als ontvanger tegelijk. Bovendien verandert het netwerk per minuut, bijna organisch. Een netwerk is niet meer hiërarchisch, elk knooppunt is gelijkwaardig. Zo ontstaat als het ware een steeds veranderd patroon van kleine bewegende puntjes die het verkeer regelen."
Koppejan voegt daaraan toe: "De juridische implicaties hiervan zijn onduidelijk."
Dat kon er nog wel bij...
[Tonie van Ringelestijn, 4 september 2003]
Warning: include() [function.include]: open_basedir restriction in effect. File(/home/sites/www.netkwesties.nl/web/templates/artikel_kolomscheider.php) is not within the allowed path(s): (/home/netkwestie/:/tmp:/usr/local/lib/php/) in /home/netkwestie/domains/netkwesties.nl/public_html/editie68/artikel5.php on line 6
Warning: include(/home/sites/www.netkwesties.nl/web/templates/artikel_kolomscheider.php) [function.include]: failed to open stream: Operation not permitted in /home/netkwestie/domains/netkwesties.nl/public_html/editie68/artikel5.php on line 6
Warning: include() [function.include]: Failed opening '/home/sites/www.netkwesties.nl/web/templates/artikel_kolomscheider.php' for inclusion (include_path='.:/usr/local/lib/php') in /home/netkwestie/domains/netkwesties.nl/public_html/editie68/artikel5.php on line 6