INTERNETVETERAAN LINDGREEN: "SINDS 1992 GEEN INNOVATIE"
Ted Lindgreen is een van de grondleggers van het Nederlandse
internet. Na meer dan twintig jaar ziet hij geen nieuwe ideeën meer op internet. "Wat wij wilden is af." Maar
de implicaties van internet zijn nog lang niet duidelijk. Zo
is de strijd over informatieverspreiding nog onbeslist.
In 1983 kwam Lindgreen vanwege zijn baan bij het Nederlands Instituut voor Kernfysica en Hoge Energie Fysica (Nikhef) in Amsterdam terecht bij EUnet, de Europese tak van internet dat een jaar eerder tot stand was gekomen dankzij de buurman, het Centrum voor Wiskunde en Informatie (CWI) in Amsterdam.
Het CWI vormde de katalysator voor de ontwikkeling van internet in Europa. Jaap Akkerhuis was daar de man die de eer toekomt Nederland te hebben verbonden met een Amerikaanse netwerk. Samen met Teus Hagen legde hij de eerste links tussen het Amerikaanse Seismo en Amsterdam, en vervolgens koppelde hij Amsterdam aan achtereenvolgens Kent, Stockholm, Kopenhagen en Dortmund.
Een paar jaar later, in 1988, richtte Lindgreen de eerste Nederlands provider op, Stichting NLnet, dat toegang tot internet bood aan universiteiten, instellingen en grote bedrijven. NLnet werd in medio 1997 uiteindelijk overgenomen door het grote Amerikaanse WorldCom. Een paar maanden later stopte Lindgreen als directeur: het bedrijf was te groot en te commercieel geworden. Hij bleef zich actief bezighouden met internet voor onder meer Nlnetlabs waar hij zich bezighoudt met het testen van nieuwe technieken als DNSec en IPV6.
Lindgreen (54) houdt nog altijd kantoor op het Science Park in Watergraafsmeer. Op die plaats, waar wetenschappers in de jaren 80 enthousiast werkten aan iets waarvan politiek en bedrijfsleven pas veel later de gevolgen zouden beseffen, had Netkwesties een gesprek met deze idealistische internetveteraan.
'Xs4all liegt'
Netkwesties: Alom wordt gedacht dat Xs4alll de eerste in Nederland was die particulieren
toegang bood tot internet. Klopt dat wel?
Lindgree"Nee, Xs4all liegt al tien jaar dat ze de eerste zijn. De eerste particulieren
met een aansluiting op internet waren de leden van een groepje binnen de Hobby
Computer Club (HCC), onder leiding van Hans Oei. In 1991 kregen ze via NLnet
toegang in het kader van het EUnet-project HobbyNet, gericht op uitsluitend hobby'isten.
Dat was dus twee jaar voordat Hack-tic internetdiensten aanbood. Daarna volgde
een clubje uit Groningen, IAC, vervolgens kwam Knowware.
En in het voorjaar van 1993 - ik zie ze nog voor me - kwamen Rop Gongrijp en
Felipe Rodriguez op een conferentie van de Unix-gebruikers club met de vraag:
'Mogen wij dit ook doen?'.
'Natuurlijk', zeiden wij. 'Zorg maar dat je een club gebruikers hebt, dan sluiten
wij je wel aan.' Dus Hack-tic, het latere Xs4all, was niet de eerste die prive-gebruikers
toegang tot internet biedde, maar de vierde."
Hoe kwam NLnet tot stand?
"EUnet was als onderzoeksproject tot pakweg 1986 vrijblijvend. Er werd geprobeerd de kosten te verdelen onder de verschillende gebruikers, toen nog allemaal bedrijven en instituten, maar een echt financieel plaatje zat er niet achter. In 1986 begon het uit de klauwen te lopen. Het gevoel leefde: we moeten hier echt iets gaan doen. Het CWI vond dat er iets voor Nederland geregeld moest worden, zodat ze zich alleen met Europa (EUnet) konden bezighouden. In 1988 hebben we toen Stichting NLnet opgericht, dat een jaar later operationeel werd."
Internet was in die tijd, eind jaren tachtig, nog voorbehouden aan wetenschappers. Wanneer dacht u: dit wordt ook iets voor een breed publiek?
"In 1988 zag ik de bui al hangen, maar ik ben slecht in voorspellen. Ik had gedacht dat we eind jaren 80 een hausse aan privé-gebruikers zouden krijgen, maar ik zat er helemaal naast. Het werd midden jaren negentig. Dat is wel een verdienste van Hack-tic: ze pakten de marketing veel beter aan dan wij. Ze hadden een blaadje met 600 abonnees, dus hadden ze ook meteen 600 mensen die ze internettoegang konden bieden. Zelf ben ik geen marketeer en ik heb me er nooit mee bezig gehouden. Het interesseert me niet."
Hoe kwam het dat de groei nog zo lang duurde?
"Burgers beseften niet hoe belangrijk en handig internet was. En nog te weinig mensen hadden computers, de machines waren gewoon te duur. De snelheid was nog helemaal geen punt. In hobbykringen waren mensen wel met modems bezig, maar die zaten allemaal op bulletin boards (BBS'en). De grote klap kwam pas toen BBS'en in de gaten hadden dat als ze overschakelden op internet ze goede zaken zouden krijgen."
En hoe reageerden de telecomaanbieders?
"Alles wat met internet te maken had was bij de PTT toen nog een vies woord. Zij zagen meer in het eigen telecomprotocol OSI. Tot het ontstaan van Planet Internet in 1995 heeft de PTT alles tegengewerkt. Ze zijn er uiteindelijk ingesprongen omdat het niet anders meer kon. In 1995 omvatte het dataverkeer al de helft van het volume op de telefoonlijnen, terwijl het veel minder opleverde dan het telefoonverkeer. Toen zijn de telecommers massaal overstag gegaan. Ook hebben we in 1995 de eerste omroep, VPRO, aangesloten. Zij gingen programma's over internet uitzenden en lieten zien hoe handig het net was. Zoals gezegd: ik ben geen marketeer."
Geen innovatie meer
In 1994 zei u in Trouw: "Voorlopig zitten we in Nederland nog met een karrepad". Wat is er de afgelopen tien jaar met dat karrepad gebeurd?
"Als je kijkt naar de technische innovatie is er niets wat we nu doen op internet wat in 1992 al niet kon. Er is gewoonweg geen innovatie meer geweest. Wat wel is gebeurd: de prijzen zijn naar beneden gegaan en de snelheid is omhoog. Maar alle dingen die je nodig had voor bijvoorbeeld multimedia, die konden ook al op mijn Sun-systeem uit 1988. Die staat hier nog altijd op mijn kantoor. Sinds 1992 zijn er geen echte nieuwe veranderingen meer geweest, tenminste: ik zie ze niet. Als mensen heel hard roepen 'we hebben nu dit', denk ik: 'maar dat hadden we toen ook al'."
Is draadloos internet dan geen vernieuwing?
"Ook niet. Dat is maar een detailverbetering. Vroeger had je een draadje nodig en nu niet meer. Het is geen grootschalige vernieuwing. De technologie werd eind jaren tachtig in Nederland ontwikkeld bij toen nog Philips in Apeldoorn, overigens een van de eerste klanten van NLnet. In 1992 hebben we hier nog met WiFi zitten testen, omdat we zochten naar een betere manier om verbinding te leggen met onze NS-backbone hier op de spoordijk."
Waar ligt dat gebrek aan innovatie aan?
"Microsoft heeft haar monopolie misbruikt om greep te houden op de innovatie. Wat Microsoft allemaal heeft bedacht en gemaakt vind ik helemaal niks."
Het kan toch niet zo zijn dat Microsoft als enige schuld heeft?
"Natuurlijk ligt het niet alleen aan Microsoft. Kijk, innovatie gaat altijd met schokken. Dat zag je met de komst van electriciteit en de gevolgen die dat in korte tijd had in fabrieken. Zo is het ook met informatica. Die heeft er toe geleid dat informatie niet meer gelocaliseerd kan worden, dat informatie vrijelijk beschikbaar is. Het World Wide Web ontsloot informatie op een hele makkelijke, grafische manier. Dat was echt een eye-opener. De volgende stap was de zoekmachine, ook een killerapplicatie. Ik verwacht wel dat er op een gegeven moment weer zoiets nieuws komt. Maar ik ben niet zo goed in voorspellen."
Doet u toch eens een poging voor de komende tien jaar...
"Het draait allemaal om informatie. Vroeger bestond de maatschappij uit clubjes met en zonder toegang tot kennis. Mensen op leeftijd wisten hoe je moest lopen, wat je wel en niet kon plukken. Kennis formeerde zich onder oude wijze mensen. Met de komst van de boekdrukkunst kon informatie veel worden verspreid en waren er geen meer mensen nodig die zich iets herinnerden. Dat was een belangrijke verandering. Dat is internet ook: er is geen boek meer nodig, geen drager van informatie. Alles is direct beschikbaar, zonder dat het een fysieke locatie heeft."
Wat is het gevolg daarvan?
"Het economische model van informatieverspreiding is erdoor verstoord. Decennialang heeft de muziekindustrie geld verdiend aan de dragers van informatie. Door internet is het model helemaal weg. Regeringen kunnen dit proberen te kanaliseren en te begeleiden, of ze kunnen hem afbuigen of zelfs stoppen. Die strijd wordt de komende tien jaar uitgevochten. In China mag je bepaalde delen van internet niet op. Maar ook in Amerika zie je de Digital Millennium Copyright Act. Daar worden mensen voor het simpelweg verspreiden van informatie gecriminaliseerd. Zoals de Rus Dmitry Skylarov die een lezing hield over de kwetsbaarheid van e-books en werd gearresteerd. Dat is toch een verschrikkelijke ontwikkeling? Het gaat volkomen in tegen de gedachte van een open samenleving."
Geest wel uit de fles
Hoe nu verder?
"We moeten creatievelingen, zoals muzikanten en kunstenaars, op een andere manier gaan betalen, niet meer via dragers, misschien soms alleen uit optredens. Het gaat om de vraag of we informatie willen afsluiten voor verspreiding. Volgens mij lukt dat niet. De geest is met internet uit de fles en kan er niet meer in. Vooral rechtse, behoudende overheden proberen de geest toch terug in de fles te krijgen. Als ze dat lukt, krijgen we een verschrikkelijke maatschappij, die in Aldous Huxley's klassieker Brave New World al is beschreven."
Brave New World? Is dat niet wat overdreven?
"Nee, 1984 vindt nu
plaats. Orwell heeft zich gewoon twee decennia vergist. Nu zie je dat mensen
met camerea's overal in de gaten gehouden worden. Maar door dit soort methodes
haal je de vrijheid van het individu weg. Daarom is dit een hele linke tijd.
Je ziet dat Microsoft al mee bezig is met het beperken van de verspreiding van informatie met haar Digital Right Management. Er is zelfs al een stroming die mensen wil verbieden Linux te draaien, omdat je daarmee gemakkelijker ongecontroleerd informatie zou kunnen doorsluizen. Het is hetzelfde als eeuwen geleden bij wetenschappers als Galilei: als je zegt 'dit zit anders', mag je die kennis niet verspreiden en wordt je er zelfs voor veroordeeld. Laten we hopen dat het niet weer zover komt."
[Tonie van Ringelestijn, 31 juli 2003]