PUBLICATIE VAN MAXIMA'S E-MAIL WAS NIET JUIST
Zonder dat journalisten stil stonden bij de juridische en ethische aspecten
ging
de
(vermeende)
e-mail van prinses Máxima met de aankondiging van haar zwangerschap onverkort
en vertaald, het web op. Publicatie van e-mail is juridisch een grijs gebied,
blijkt uit commentaar. In ethische vragen leek al niemand geïnteresseerd te zijn.
Koen de Regt, redacteur van Business Nieuws Radio, zegt het nieuws over de zwangerschap op 18 juni 2003 om 15.40 uur te hebben vernomen. De bron was 'een vriend', aldus De Regt telefonisch. Hij kreeg het bewijs, een kopie van haar e-mail, om 15.50, zegt De Regt.
Het ging inderdaad om een e-mail van Máxima, zegt de Rijksvoorlichtingsdienst en ook de verzender zelf heeft dit toegegeven. Hier en daar wordt opzet door de RVD gesuggereerd.
Laten we aannemen dat de e-mail inderdaad van de aanstaande moeder afkomstig was en via de genoemde weg op de burelen van genoemde redactie in de Vondelstraat - met het intrige zou Vondel wel raad geweten hebben - is beland.
Het bericht was niet versleuteld. Dat is alvast een les voor de Rijksvoorlichtingsdienst, maar niet haar eerste zorg. Directeur Eef Brouwers: "Wij proberen na te gaan hoe het bericht onderweg is onderschept, of dat er eventueel in de kring van geadresseerden een vorm van negatieve actie heeft plaatsgevonden."
Brouwers spreekt niet over de juridische implicaties, het gaat de dienst en de verzender van de e-mail vooralsnog om het lek. Ze maken geen aanstalten om de eigenaren van de websites met de gepubliceerde e-mail te wijzen op de ethische kant van de zaak.
De Regt: "We hebben de juridische implicaties niet overwogen, want zeggen internetdeskundigen altijd niet dat e-mail in feite zo open is als een briefkaart? We hebben enkel gewogen of het bericht authentiek was. Daar de bron mij zo vertrouwd was en hij of zij zeker in de e-mail adressenlijst van Máxima zou staan, hebben we besloten om in ons radiojournaal van 16.00 uur het nieuws van de zwangerschap te melden en de e-mail op de website te zetten. We hebben daarvoor nog wel contact gehad met de RVD, die het nieuws ontkende."
De RVD heeft volgens BusinessNieuws Radio later geen contact meer opgenomen over de publicatie. RTL Nieuws kreeg de e-mail van BN doorgestuurd, en publiceerde deze terstond, met bronvermelding. Hetzelfde deed NOS Nieuws. De volgende ochtend publiceerde ook het Algemeen Dagblad de e-mail online, en vond bronvermelding niet nodig. Het ANP citeerde uit de e-mail.
Briefgeheim niet
Professor Egbert Dommering van de Universiteit van Amsterdam en Stibbe Advocaten, zegt over de juridische kant:
"Vragen zijn moeilijk te beantwoorden. Als je niet zeker weet hoe die e-mail naar buiten is gekomen. In beginsel is het niet toegestaan om privé‚ correspondentie van een ander zonder diens toestemming integraal te publiceren.
Dat is iets anders als er een nieuwsfeit in staat of een mededeling waarbij een groot algemeen belang is gemoeid, zoals: 'Morgen vindt er een aanslag plaats op het Paleis op de Dam.' Ook een niet privacygevoelig citaat mag je openbaren."
Tjeerd Overdijk, bij Steinhauser Hoogenraad, Advocaten in Amsterdam gespecialiseerd in onder meer intellectuele eigendom en media, kent niet een-twee-drie jurisprudentie in verband met openbaarmaking van e-mail.
Hij verwijst naar het voornemen om e-mail briefgeheim in de Grondwet op te nemen. Volgens Dommering echter heeft dat weinig van doen met het laten lekken van e-mail door een ontvanger.
Volgens Christiaan Alberdinck Thijm, advocaat van Solv, heeft het huidige briefgeheim inderdaad louter betrekking op het transport van berichten:
"In de Grondwet is het briefgeheim verankerd. Dat is weliswaar nog niet met zoveel woorden van toepassing op e-mail, maar dat zou al kunnen impliceren dat de vertrouwelijkheid is gewaarborgd. Dit betreft echter het transport van de e-mail, en de e-mail is niet onderschept door hackers of zo."
Maar hij stelt hardop de vraag of je die vertrouwelijkheid niet zou moeten uitbreiden: "Er is nu discussie of je het briefgeheim moet uitbreiden tot aan de ontvangst, dus de postbus en e-mail box. In dat geval zou de ontvanger die e-mail van een verzender openbaart ook de vertrouwelijkheid kunnen schenden. Maar in dit geval speelt dat nog niet."
Auteursrecht wel
Interessanter is de vraag, meent Alberdinck Thijm, naar het auteursrecht. Het epistel van Máxima mag je niet zomaar openbaar maken of verveelvoudigen, want er rust auteursrecht op. "Nu kun je zeggen: er is citaatrecht. Maar dat geldt enkel als het werk al is gepubliceerd."
Dat laatste vloeit voort uit een arrest over Het Parool die een verloren pagina uit het Anne Frank dagboek publiceerde en zich beriep op het citaatrecht. De rechter stelde de Anne Frank Stichting, die bezwaar aantekende met een beroep op het auteursrecht, toen in het gelijk. De pagina was nog nergens openbaargemaakt dus kon Het Parool die ook niet citeren.
Op grond hiervan is de publicatie van de e-mail wellicht wel onwettig. Alberdinck Thijm tekent wel bezwaar aan tegen het vonnis inzake Het Parool:
"In Nederland wordt nog onvoldoende het recht op vrije meningsuiting meegewogen. Anne Frank behoort min of meer tot het cultureel erfgoed van Nederland en van Amsterdam. In die zin was er een groot maatschappelijk belang bij de publicatie van die dagboekpagina en zou een rechthebbende die niet moeten kunnen blokkeren."
Nu is het de vraag of Máxima tot het cultureel erfgoed in Nederland behoort of er, met andere woorden, sprake is van een soort van publiek belang of zelfs bezit van haar communicatie over de voortzetting van de monarchie.
Ethische bezwaren
Toetsing door de rechter zou interessant zijn, maar de kans is klein dat het Koninklijk Huis zich daartoe laat verleiden. De hele zaak zou openbaar aan het licht brengen dat de moeder van de toekomstige troonopvolger wellicht onvoorzichtig was in de keuze van haar vrienden."
Dommering meent niet dat Máxima zich op schade kan beroepen: "Er is in dit geval nauwelijks schade, maar als er schade is, dan kan die in de morele sfeer liggen."
Inhoudelijk wijdde de zwangere enkele woorden aan de eigenschappen die de boreling nooit voor de ogen van zijn moeder zou mogen vertonen, maar daarin schuilt nu nog geen schade.
Is het ethisch juist om de e-mail integraal op internet te zetten, en dus voorgoed onder elke muisknop te publiceren? Eef Brouwers van de Rijksvoorlichtingsdienst zwijgt een paar seconden alvorens te zeggen: "Nee, zelfs al zou je wettelijk het volste recht hebben op publicatie. Het is hetzelfde als met een brief die je per ongeluk met de post in handen krijgt. Daar moet je uiterst terughoudend mee zijn."
Monique van Dusseldorp, Europees mediadeskundige, onder meer op internet, vindt de publicatie van de e-mail door de omroep- en krantensites niet kosjer: "Zulks doe je niet. Het is privé en ze heeft er geen toestemming voor verleend. En ik zie het algemeen belang niet van integraal overnemen."
Justine Pardoen, hoofdredacteur van Ouders Online, tilt er minder zwaar aan dan Van Dusseldorp, maar vindt publicatie ethisch wel onjuist: "Omdat ze er geen toestemming voor heeft gegeven en omdat het gaat om persoonlijke e-mail. Maar ach, het is Máxima, iemand die zich goed laat betalen voor het leven in een glazen huis."
Zelf was ze eenmaal het slachtoffer van publicatie
van haar e-mail, volgens haar ook nog onder valse voorwendselen door de schrijver
verkregen.
Nu schrijft Justine Pardoen onder elke e-mail: "Dit email-bericht is alleen bestemd voor de door mij geadresseerde ontvanger(s). Doorsturen van het geheel of delen hiervan en openbaarmaking aan derden is niet toegestaan zonder mijn toestemming."
Volgens de juristen heeft zo'n opmerking op zich niet zo veel betekenis. Pardoen: "Maar
ik wil met het opnemen ervan mensen wel even tot nadenken stemmen. Je hebt niet
alleen juridische grenzen, maar ook morele. Tegen publicatie van mijn mail kan
ik niets doen, tenzij ik kan aantonen dat mij (of Ouders Online) er schade door
is aangericht."
[26 mei 2003, Peter Olsthoorn]