|
VIJF JAAR TELECOMREGULERING IN EUROPA
Dit
jaar zullen de EU-landen de telecommunicatieregels ingrijpend
moeten aanpassen om uitvoering te geven aan een pakket EU-richtlijnen
die het juridische telecommunicatielandschap geheel zullen
veranderen. Steeds meer deskundigen vragen zich inmiddels
af - trouwens niet alleen aan deze zijde van de Atlantische
Oceaan, maar ook in de VS2: wat is er precies mis gegaan
met het liberaliseringsproces dat een bedrijfstak die werd
gezien als het speerpunt van innovatie en economische ontwikkeling,
nu een malaise vertoont en niet de bloeiende concurrentie
die men er, mede aangestuurd door de Open Network Provision
(ONP)-regels, van had verwacht.
The
Economist van december vorig jaar (zie noot 2) becijfert
dat er in de telecomsector in de VS 500.000 banen verloren
zijn gegaan. Het antwoord op die vraag is niet gemakkelijk
te geven.
Vanuit
economisch perspectief wordt teruggegrepen op historische
voorbeelden van een overinvestering in infrastructuur, zoals
wij die hebben gezien bij het begin van de ontwikkeling
van de spoorwegen en de telegrafie. We noemen dat de 'Railway
Mania'. De gemiddelde prijs van de spoorwegaandelen op de
Londense beurs was in 1845 149 procent. Toen de ontwikkeling
niet zo snel ging en er ineens teveel hardware lag en reed,
duikelde de koers in elkaar en zakte in 1850 naar een dieptepunt
van 70 procent (3).
De
gekte rond de telegrafie in ongeveer dezelfde periode leidde
tot de aanleg van te veel telegraaflijnen op lucratieve
trajecten (New York-Boston) en faillissementen van telegrafieondernemingen.
Spectaculaire groei en vertrouwen in de nieuwe technologie
werd snel gevolgd door een crisis. In beide gevallen volgden
daarna de nationalisaties en gingen we vervolgens over nutsdiensten
spreken.
Bij
telecommunicatie van de jaren negentig van de vorige eeuw
was de doelstelling om de monopoliestructuur van de nutsdienst
van de openbare telefonie open te breken. Het ONP-kader
was daarop toegesneden: harde toegangsregels om iedereen
op de door monopolisten geëxploiteerde vaste netten
toe te laten en concurrentie op vaste netten mogelijk te
maken. Maar het heeft niet gewerkt.
Zij
die eigen netten zijn gaan aanleggen, zagen zich geconfronteerd
met enorme leegstand en een te hoge schuldenlast. Hun geldschieters
met harde rentedragende risicoloze leningen werden voor
het blok gezet en konden hun vorderingen inruilen voor risicodragende
aandelen. Chapter Eleven (de Amerikaanse pendant van het
dwangakkoord in surseance in het Nederlandse recht) is inmiddels
een geijkte term in telecommunicatiekring. Al met al is
deze juridische nouveautè het cynisch slothoofdstuk
van de pastorale roman met de titel New Economy.
Maar
ook de liberalisatie van de toegang tot de vaste net met
zijn gouden toegang tot de local loop is geen succes geworden,
omdat die local loop in handen is gebleven van de 'oude
monopolisten', de telefoonondernemingen. Deze lokale netwerken,
waarvoor nieuwkomers geen economisch haalbaar alternatief
kunnen ontwikkelen (het graven om landelijke netwerken aan
te leggen kostte al een vermogen), vormen de sleutel tot
de dominante positie die de voormalige incumbants hebben
behouden.
Er
is concurrentie ontstaan op internationaal telefoonverkeer
(waarvan de prijzen inderdaad enorm zijn gezakt), internationale
huurlijnen en huurlijnen met hogere capaciteit, maar nationaal
is de concurrentie op het telefoonverkeer beperkt gebleven.
Volgens de laatste peilingen van OPTA heeft KPN op de markt
van vaste telefonie een marktaandeel van 80-90 procent en
op de nationale huurlijnenmarkt tot 2 Mb ongeveer eenzelfde
aandeel. Op de belangrijke markt van Permanent Virtual Circuits
is dat 80 procent. (4)
In
deze periode ontwikkelden zich de mobiele netten in concurrentie,
maar werden de posities in de mobiele markten in Europa
ingenomen door de incumbants in de vaste netten die in andere
nationale markten in wisselende consortia opereerden. Dat
levert een beeld op van oligopolies met de rugdekking van
de dominante positie in het vaste net in de thuismarkt.
De
vaste incumbants verspeelden echter ook ineens de winsten
op de vaste 'thuisnetten' door de torenhoge veilingbedragen
om de UMTS-frequenties te bemachtigen. KPN, BT, France Telecom,
Deutsche Telekom - alle zagen CEO's die de ongebreidelde
expansie buiten de thuismarkt hadden geëntameerd verdwijnen,
en plaats maken voor saneerders om de vermogenspositie van
de bedrijven weer op te krikken. Dit leidde tot een verharde
opstelling in de thuismarkt. De UMTS investeringen werden
'on hold' gezet.
Vanuit
regulatoir perspectief kunnen we constateren dat de ONP-regels
enerzijds niet radicaal genoeg waren om een monolithische
structuur van het vaste net te doorbreken, anderzijds niet
flexibel genoeg om nieuwe marktontwikkelingen te sturen.
Niet
radicaal genoeg omdat men niet voor een afzonderlijk beheer
van het aansluitnet heeft willen kiezen, waardoor een situatie
is blijven voortbestaan waar ook met de ONP regels moeilijk
vat op was te krijgen.(5) Niet flexibel genoeg, omdat het
kader was gekoppeld aan telefonie. De term 'internet' komt
in de regels niet voor. De regeling van de mobiele markt
is minder stringent dan de vaste telefonie. Iedere keer
liepen daardoor toezichthouders op tegen de grenzen van
hun bevoegdheden. (6) Daardoor konden de expanderende nieuwe
markten onvoldoende met daarop toegesneden regels worden
gereruleerd.
Het
merkwaardige is dat de discussie over het opstellen van
een nieuw kader voor de telecommunicatieregulering werd
gestart vanuit de gedachte dat het ONP-kader wel voldoende
concurrentie teweeg zou hebben gebracht of binnen afzienbare
tijd in een expansieve markt zou bereiken. Daarom zou aansluiting
kunnen worden gezocht bij het algemene mededingingsrecht.
Beide veronderstellingen blijken onjuist te zijn.
Die
discussie over de nieuwe regels moet het eerste half jaar
van 2003 worden gevoerd, ongeacht welke regering wij zullen
krijgen en hoe het parlement er uit gaat zien.
Zullen
wij inderdaad in staat zijn om nieuwe flexibele regels te
maken die in de nieuwe economische situatie slagvaardig
kunnen worden toegepast door de toezichthouder? Wat er tot
dusver uit ambtelijke koker te voorschijn is gekomen (te
vinden op www.ivir.nl dossier
telecomregulering) stemt niet tot optimisme.
[Egbert
Dommering, 9 januari 2003]
Dit
is de bekorte inleiding van een artikel dat verschijnt in
de special over de nieuwe telecommunicatieregulering van
het door Kluwer uitgegeven Computerrecht 2003/1 dat in februari
uitkomt.
2. Zie de Technology Quarterly, p. 18 van 14 december 2002
van The Economist en www.econmist.com/forums/tq.
3. A.J. Veenendaal Jr., 'Spoorwegen', in: H.W. Linsen e.a.
(red), De Geschiedenis van de Techniek in Nederland, deel
II, Gezondheid en openbare hygi‰ne, Waterstaat en infrastructuur,
Papier, druk en communicatie, Zutphen: de Walburgpers 1993...,
p. 148.
4. OPTA connecties decenber 2002.
5. Zie E.J. Dommering, 'Een nieuw maatpak voor netwerkmarkten;
over institutionele vormgeving van netwerkmarkten', in:
i&I 2002/4, p. 24-34.
6. Zie hierover nader E.J. Dommering, N.A.N.M. van Eijk,
J.J.M. Theeuwes & F.O.W. Vogelaar Toezicht en regulering
in de telecommunicatiemarkt, Amsterdam: Otto Cramwinckel
2002, hoofdstuk 5; Annetje Ottow, 'Over toezicht en rechtsbescherming:
de omissies in de Telecommunicatiewet', in: Mediaforum april
2002-4, p.108-113.
|