Het AD en GeenStijl aangeklaagd vanwege publicatie van 'het dakmoordfilmpje', het archiveren daarvan en het toelaten c.q. uitlokken van extreme reacties op hun websites. Een cruciale netkwestie in de voorjaarshitte bij de Raad van de Journalistiek.
De feiten: tegen het einde van de 31 januari 2007 publiceerde het dagblad AD op haar site een artikel over een moord in de Hoekerstraat in Scheveningen. Daarbij plaatst ze een filmpje, opgenomen met een mobiele telefoon door een niet nader bekende buurman. Dit toont de laatste stappen van de neergestoken en van het dak gevallen Pascal Triep in de Scheveningse achtertuin. De vage video toont ook twee mannen op het dak: naar later bleek een 16-jarige broer van de 17-jarige verdachte, die zelf niet zichtbaar is. Wel diens vader die enige vorm van medeplichtigheid is aangerekend. Figuranten zijn een radeloze buurvrouw en een nietsvermoedende vrouw die de was ophangt. De laatste is, als ging het om een schilderij van Vermeer, als 'wasvrouwtje' betiteld.
Moge hij bungelen
Dat filmpje kwam de ochtend erna, op 1 februari 2007, tegen negen uur ook op dumpert.nl, de videosite van GeenStijl met als kop 'Dat de daders mogen bungelen'. Het is inmiddels 1,6 miljoen keer bekeken. Bij GeenStijl staat deze reactie er onder meer:
"hee mensen ik was bevriend met deze mordenaars de man van 45 is de vader van danny 16 en cloudio17 hun achternaam is *) maar ik was afgelopen weekend nog met hun aan het vechten ze stellen niets voor maar zijn wel gek kk mogoolen danny de jongen die stak wou mij ook neer steken dit verzin ik niet egt niet wil je meer weten mail me dan maar op peter_visser200@hotmail.com"
[*) achternaam verwijderd, red.]
Het AD heeft alle reacties met de naam verwijderd. Bij GeenStijl staat erover in de huisregels: 'Het posten van privé-gegevens die iedereen toch wel kan vinden is niet stoer. GeenStijl is geen telefoonboek."
De combinatie van de publicatie van het filmpje, het open archiveren ervan en het laten passeren van zowel reacties die de privacy schenen als die bedreigend zijn, leidden tot een klacht van vader en zoon T. bij de Raad voor de Journalistiek. Volgens hun advocaat Job Knoester van Nolet Advocaten in Den Haag is die combinatie, vooral gezien de anonimiteit van de reacties, funest.
De Raad vroeg, geheel in eigen stijl, aan GeenStijl om kopieën van de zaak in achtvoud. Dit feit en de hele verdere aanklacht waren goed voor een open brief van GeenStijl.
"Wij erkennen u niet, wij nemen u niet serieus en wanneer wij de statuten en reglementen van de RvJ erop naslaan, is dat wederzijds. Zo lezen wij namelijk in uw eigen statuut dat de Raad alleen uitspraken doet over journalisten en "journalistieke gedragingen". Daarmee beperkt u zich dus tot de wereld van de professionele journalistiek en de gevestigde mediabedrijven. Als er niet voor betaald wordt, kan het geen journalistiek zijn. En dat klopt. Bij deze bent u gewraakt. Wij willen een echte rechter!"
'Sepootje' verwacht
GeenStijl betaalt haar redacteuren wel, maar het betreffende filmpje dat de buurman van het Scheveninger drama heeft opgenomen is waarschijnlijk niet betaald terwijl de maker geen journalist hooguit 'burgerjournalist' was. Dat is een nieuwe term voor een 'waarnemer' die zich openbaar uit. Ook de reacties bij het filmpje op GeenStijl, waar het in deze ook om gaat, zijn niet betaald.
Dat maakt voor advocaat Knoester van de klagers echter niet uit, hij klaagde het AD en GeenStijl aan. Ook de gevraagde rechter kan GeenStijl tegemoet zien, want Knoester deed bij het Openbaar Ministerie aangifte tegen zowel het AD als GeenStijl. Het OM moet bepalen of er sprake is van een strafbaar feit.
Gisteren zei de vervanger van Knoester, Floris Holthuis van Nolet, voor de Raad van De Journalistiek evenwel dat hij verwacht dat het Openbaar Ministerie er een 'sepootje' van zal maken, dus deze niet in behandeling neemt. Een civiele rechtszaak tegen GeenStijl om reacties te kuisen, en eventueel tegen het AD zit er ook niet in volgens deze raadsman: "Cliënten moeten verder met hun leven en een rechtszaak trekt weer nieuwe media-aandacht."
Zo stelt media-aandacht dus grenzen aan het halen van recht in de moderne maatschappij. Bij het seponeren van de strafklacht ontspringt GeenStijl de dans. Want haar zaak duurde gisteren kort voor de Raad van de Journalistiek.
Nolet Advocaten vond de publicatie van GeenStijl van veel ernstiger aard dan van het AD. GeenStijl herhaalt in opvolgende artikelen steeds weer de link naar het filmpje dat dan opnieuw aandacht trekt.. GeenStijl liet de publicatie van namen staan. Holthuis: "En de toonzetting van GeenStijl is zodanig dat extreme reacties worden uitgelokt. Het is gechargeerd taalgebruik. Dat levert zo veel mogelijk hits op. Daar kicken ze op en dat levert het meeste geld op. Ik vind dat dit niet door de beugel kan."
Maar de advocaat ging ver met de bewering dat bij GeenStijl "...niet wordt gestreept en niet wordt verwijderd, althans niet aantoonbaar". GeenStijl modereert wel reacties en heeft alleen volgens haar directie al 1.600 keer een bezoeker de toegang tot het reageren ontzegd met een 'IP-ban'. Je kunt ook niet 'aantoonbaar verwijderen' want er is geen register van verwijderde reacties of zoiets.
Direct openbaar
Of Nolet Advocaten, vroeg de raad, ook GeenStijl zelf gesommeerd had om de gewraakte reacties te verwijderen alvorens te komen klagen. Dat is zinloos volgens de advocaat: "Die brieven gaan direct onder het scanapparaat om te publiceren op de website inclusief de namen van verdachten. Voice-mail komt ook online. En het enige effect is een commentaar met sneren."
Het is aan de Raad voor de Journalistiek om te bepalen of GeenStijl als journalistiek medium wordt beschouwd, ook al ziet de beklaagde daar zelf niets in. We publiceerden uitgebreid over de vraag. Het lijkt verstandig dat de Raad haar speelveld beperkt tot partijen die haar erkennen en de rest overlaat aan de rechter of een eventuele nieuwe 'mediaombudsman'. Je kunt je bovendien afvragen of - zoals advocaat Knoester beweert - GeenStijl met filmpjes om vooral discussie te uitlokken onder 'journalistiek' valt.
De Raad heeft overigens drie jaar geleden ook uitspraak gedaan in een zaak van weblog Klokkenluider.nl. Deze erkent het gezag van de raad evenmin maar noemt zich wel 'journalistiek'. We publiceerden destijds over deze kwestie en de uitkomst hiervan. Met het toewijzen van de klacht werd bepaald: Journalistieke sites zijn aansprakelijk voor reacties onder hun artikelen, al dan niet anoniem.
Graag principe-uitspraak
Het AD legde een tegengestelde houding aan de dag: de redactie erkent het gezag van de raad volledig, ook over de website inclusief de reacties van lezers. Het AD ziet graag een 'principe-uitspraak' tegemoet. En ook de klagende tegenpartij ziet daar naar uit. Dit zei de advocaat althans, want weinig aannemelijk is dat de Scheveningse familie daar enig belang aan hecht. Felheid ontbrak in deze bij de advocaat, hij ging ver mee in de argumenten van het AD en haar verdediger.
Nu is het de vraag of de Raad tot een principiële, dus breed geldige uitspraak zal komen. Immers, in de vragenronde opperde gisteren raadslid Gerrit Jan Wolffensperger dat het in feite draait om herkenbaarheid van de klagers: "Als er geen herkenbaarheid van de mannen in het filmpje is, dan gaat geen van de drie klachten op. Dan is er ook geen identificatie mogelijk en evenmin belediging aan hun adres."
Daarmee zou de angel uit deze netkwestie worden gehaald. Want de Raad ging nog verder: "Stel dat op de vóórpagina van De Telegraaf staat dat het om de 45-jarige T.T. en zijn zoons D.T. en C.T. zou gaan bij een moord in de Hoekerstraat in Scheveningen. Zou dat niet tenminste een gelijk effect hebben dan het filmpje qua identificatie in de buurt en door bekenden?"
(In die zin was het - voor deze zaak althans - jammer dat niet tenminste één persoon herkenbaar is op het filmpje. En dat ze autochtoon zijn - tenminste blank, want de namen vóór- en achternamen zijn Franstalig - en niet gekleurd met de bekende vaak rabiate reacties daarop. Dus variaties in dit soort kwesties zullen nog aan de orde komen.)