De Raad voor de Journalistiek worstelt nog met dit soort zaken. Ze hoopt juist door kwesties zoals die van GeenStijl een scherper beeld te krijgen van de afbakening van haar werkterrein.
Dat zegt Daphne Koene (Windows Media, 6 minuten) in een vraaggesprekje met Planet Multimedia. Ze sluit niet uit dat de Raad in haar beraadslagingen op 24 mei alsnog zal besluiten dat GeenStijl amusement is. En dus zou de lat van de traditionele normen van de journalistiek opzij worden gelegd.
In het filmpje Wat is GeenStijl? staan louter beelden, maar in de tekst Wat is GeenStijl? staat: "Veel mensen noemen GeenStijl voor het gemak een weblog. Dat dekt de lading niet, maar goed. Op GeenStijl wisselen nieuwsfeiten, schandelijke onthullingen en journalistiek onderzoek elkaar af met luchtige onderwerpen en prettig gestoorde onzin."
En ook: "We zijn altijd op zoek naar journalistiek talent. Ervaring in de tijdschrift- internet of dagbladjournalistiek is een must. Een scherpe pen is verplicht. Ook DV-cam en audio-experts nodigen we uit te reageren."
Kortom, GeenStijl, zegt Koene, afficheert zichzelf met journalistiek en journalisten als makers. Maar gaat de Raad ook over de 'prettig gestoorde onzin' van GeenStijl?
Wel heeft de Raad heeft in een eerdere zaak tegen een website, Klokkenluider.nl, wel een veroordeling uitgesproken ofschoon de bestrafte de Raad niet erkent.
Ook is in één van deze zaken door de Raad voor de Journalistiek bepaald dat een website ook aansprakelijk is voor de reacties bij artikelen. Deze opmerkelijke opvatting zal ook een rol spelen in de zaak tegen het AD en tegen GeenStijl.
Heeft het zin voor de Raad voor de Journalistiek om klachten in behandeling te nemen van lezers/bezoekers van weblogs en sites (in dit
geval GeenStijl) die de raad niet erkennen?
Elsbeth Polak, advocaat bij Stibbe in Amsterdam
die veel zaken deed in journalistiek: "Lijkt mij van niet. Dan heb je als klager meer aan een vonnis van de burgerlijke rechter met een dwangsom. Misschien kan de Raad voor de Journalistiek wel een soort van norm zetten."
Ook Henk Blanken, adjunct-hoofdredacteur van het Dagblad van het Noorden, en verklaard voorstander nieuwe (burger)journalistiek, vindt dat de Raad klachten tegen GeenStijl in behandeling moet nemen:
"Als het kwaakt als een eend, loopt als een eend en fladdert als een eend, zal het waarschijnlijk een eend zijn. Dat GeenStijl geen journalistiek medium wenst te zijn, komt om mij over als een rebelse anti-establishment-houding. Dat mag. Het betekent, denk ik, dat GeenStijl niets te maken wil hebben met de normen die in de journalistiek gebruikelijk zijn, zoals de waarheid schrijven, fair en open zijn, etc."
Maar Blanken twijfelt ook: "Soms vraag ik me wel af hoe we GS dan wel moeten zien, als amusement misschien? Uiteindelijk stelt de wet grenzen voor iedereen, en daaraan houdt GeenStijl zich gemeenlijk."
Maar hoe ver reikt de invloed van de Raad voor de Journalistiek dan? Erik van Heeswijk, vice-voorzitter van journalistenbond NVJ: "Die invloed reikt precies zover als de journalistiek of journalist toelaat, en dat geldt dus ook voor de nieuwe media. Betrouwbaarheid kan ook versterkt worden door een geschillencommissie een onafhankelijke uitspraak te laten doen, zonder dat de rechter of de overheid daar altijd een rol in moet spelen."
Oude en nieuwe mores
Toevallig publiceerde de Raad voor de Journalistiek ook een Leidraad met normen die journalisten in acht moeten nemen en waarop ze beoordeeld worden in klachtprocedures.
Juist genoemde Henk Blanken uitte hierop scherpe kritiek. Hij meent dat wat niet-professionele journalisten op internet publiceren niet zelden ook journalistieke normering verdient: "Burgers maken hun eigen nieuws als amateur, onbetaald en met een zeker begrip van de spelregels uit de 'officiële journalistiek'- ze snappen ook wel dat je als bloggende burger serieuzer wordt genomen wanneer je de waarheid niet al te veel geweld aandoet."
Maar wat moet de Raad hier dan mee aanvangen, vroegen we Blanken. Dat weet hij ook niet precies: "Nu zien we de scheidslijn vervagen, daar waar media als kranten en omroepen gebruik gaan maken van burgers, niet als bron maar als journalistiek medewerker."
De 'mores' van de oude media kun je volgens Blanken vaak wel, maar niet altijd meenemen naar de nieuwe media. Dat geldt bijvoorbeeld voor anonimiteit die blanken op internet goed vindt passen, maar niet in de krant. Overigens gaat de zaak tegen AD en GeenStijl hier ook over.
Van Raad naar Ombudsman
Het nieuwe terrein moet de Raad dus veelal ook bestrijken, vindt Blanken, en moet daar een reputatie trachten op te bouwen: "Dat de Raad niet serieus wordt genomen op internet, is eigenlijk heel verontrustend. Ik vermoed dat het aanzien op internet niet heel groot is, ongeveer even beperkt als de waardering voor en het vertrouwen in de oude media."
Koene van de Raad: "We zijn er nog niet uit. Dit is geen definitieve leidraad. Ook Henk Blanken geeft niet precies aan wat ons werkterrein dan wel of niet zal moeten zijn. We zullen dat in de praktijk moeten uitvinden."
GeenStijl zegt geen waarde te hechten aan de rol van zo'n college. Nieuw is dat niet. Al zeven jaar geleden besloot Elsevier de Raad niet langer te erkennen. Dat besluit van Elsevier nam hoofdredacteur Arendo Joustra. Hij is inmiddels ook voorzitter van het Nederlands Genootschap van Hoofdredacteuren, die als club de Raad wel belangrijk acht.
Elsevier besloot uitspraken van de Raad niet meer te publiceren. Maar De Telegraaf besloot dat wel te gaan doen en over deze titel werd veel meer geklaagd bij de Raad. Met internet is het, in principe, minder dan voorheen van belang dat een 'veroordeelde' publicatie zelf publiceert. Immers, de uitspraken van de Raad zijn online voor iedereen altijd te raadplegen. Dat heeft een schandpaaleffectje op zichzelf.
En dus kan de Raad, net als bij de veroordeling van Klokkenluider.nl een klacht in behandeling nemen vanwege het publiek belang en openbare normering. Of de aangeklaagde dat nu erkent of niet.
Er is net zo veel voor te zeggen om publicaties als Klokkenluider.nl en GeenStijl met rust te laten. Dan beoordeelt de Raad alleen klachten over redacties die vrijwillig meedoen aan dit circus.
Voor beide opties is wat te zeggen. In het eerste geval is het stellen van grenzen moeilijk. Want niet iedereen die door de buurman op een weblog wordt zwartgemaakt kan klagen. Of juist wel? Maar dan heb je een Ombudsman voor de Media nodig, een hele organisatie. Daar wordt het wellicht hoog tijd voor, dan kan de journalistiek in haar eigen hoek normen blijven toetsen.