NETKWESTIES magazine over maatschappij en internet kleine letters normale letters grote letters
30-04-2007 bepaal de lettergrootte
ACTUEEL COLUMNS COLOFON ABONNEER

Kinderpornoaanpak: echt gaat vóór namaak

Natuurlijk was de vraag van belang: moet je virtuele kinderporno aanpakken? Maar er zijn, zo spreekt de gevraagde chefrechercheur voorzichtig, wel belangrijker zaken om je druk over te maken: zoals echte kinderporno. Zijn team wordt uitgebreid. En officieren van justitie moeten harder straffen.

Voor Virtuele kinderporno; verbieden of laten begaan? ontvingen we de meeste complimenten sinds jaren. Maar ook kritiek. Onder meer van een geciteerde bron die bij nader inzien vreesde dat bij zoekdienst Google de link tussen zijn naam en de term 'kinderporno' hem zijn hele leven zou achtervolgen. Zijn naam moest eruit.

Dat idee speelt ook licht bij het schrijven van artikelen over kinderporno. Google etc. maakt op internet dat wie met pek omgaat ermee wordt besmet. Of zoals een andere bron in genoemd artikel schreef: het is moeilijk geworden om een objectieve discussie te voeren, maar toch moet je die nooit uit de weg gaan.

Pedofielen zelf

Maar genoemd artikel leed er niet onder, te meer daar veel lezers onder de indruk waren van de zware bevindingen van Jos Buschman uit onderzoek naar daders van kinderporno.

Toch kwam de felste reactie juist tegen Buschman, van de kant van pedofielen zelf. Waarom zijn zij niet aan het woord gelaten? We probeerden de omissie goed te maken door alsnog vragen te stellen. Dat verliep via Norbert de Jonge, die eerder in een interview in Netkwesties, bijna vier jaar geleden, uit de kast kwam al 'niet-praktiserend pedofiel. Hij is secretaris van de PNVD, beter bekend als 'pedopartij', een term die De Jonge overigens beledigend acht. We stelden de volgende vragen:
1. Leidt volgens jullie het kijken naar afbeeldingen tot lust die uiteindelijk leidt tot meer het seksueel contact met kinderen ('kinderporno')?
2. Maakt het verschil of het om foto's gaat, als dan niet 'gephotoshopt', met foto's van kinderen om met waarheidsgetrouwe afbeeldingen zoals in spelomgevingen? Zo ja, in welke zin dan?
3. Waar ligt volgens jullie de grens tussen lustopwekkend en niet lustopwekkend en is dit relevant?
4. Als jullie weet hebben van seks met minderjarigen, verboden volgens de wet, doen jullie dan aangifte? Hebben jullie wel eens aangifte gedaan of bij het Meldpunt Kinderporno iets gemeld?

Helaas kregen we geen antwoord op deze vragen, maar een betoog van De Jonge, met onder meer het volgende: "Zowel de media als politici zouden zich veel kritischer moeten opstellen wanneer suggesties tot beleidsaanpassing worden gedaan op basis van onderzoek. Niet wat de heer Buschman beweert over onderzoek zou relevant moeten zijn, maar wat daadwerkelijk blijkt uit het onderzoek zelf. Er dreigt nu beleid gemaakt te worden op basis van een mediahype over één onderzoek...

Hoe het ook zij, er wordt voorbijgegaan aan een veel fundamentelere discussie, namelijk die over de veronderstelde schadelijkheid van seksuele contacten tussen kinderen en volwassenen. Alle recente onderzoeken wijzen uit dat seksuele ervaringen in de jeugd als neutraal of positief worden ervaren door kinderen, mits geen sprake is van afgedwongen contacten of een problematische gezinssituatie, en het kind de vrijheid heeft zich aan het contact te onttrekken.

Zo lang die discussie niet gevoerd wordt - kan worden - is de discussie over (virtuele) kinderporno volstrekt onzinnig."

Voor dergelijke opvattingen is ook ruimte, maar waarom beantwoordt De Jonge onze vragen niet? "Op uw vragen ben ik niet ingegaan, omdat ze irrelevant en niet neutraal gesteld (sturend) waren...U stelt naar mijn mening namelijk de verkeerde vragen en u stuurt daarmee het debat in een naar mijn mening verkeerde richting."

Personen die zo reageren op kritische vragen kun je beter doodzwijgen, maar dat is juist niet de bedoeling. De Jonge wil aangeven dat er een toelaatbaar terrein is voor pedofilie. Maar dat grenst hoe dan ook aan het terrein van (namaak, gefotografeerde en gefilmde) kinderporno en de lust en invloed daarvan. En daar gaan de artikelen nu over.

Schadelijke fantasie

Nog nadat het eerste artikel geschreven was, reageerde Corine de Ruiter, hoogleraar forensische psychologie aan de universiteit Maastricht en onderzoeker bij het Trimbos Instituut. Ze vindt wel dat afgebeelde fantasie van kinderporno schadelijk is: "Steeds meer forensisch-psychiatrisch onderzoek toont aan dat het bezighouden met dit soort dingen, in welke hoedanigheid dan ook, onderdeel uitmaakt van een deviante seksualiteit."

Volgens de Ruiter zet een groot aantal pedofielen fantasie niet om in daden. Maar het risico op een verband is te groot: "Bekend van therapie tegen seksueel kindermisbruik is het gebruik van virtuele poppetjes. Daarbij blijkt dat de fantasie, bijvoorbeeld het al dan niet kunnen aanbrengen van schaamhaar op de afbeelding, bepaalt hoe opwindend het is. Ik denk dat omgevingen zoals internet waarin grenzenloos gefantaseerd en gemanipuleerd kan worden nog gevaarlijker kunnen zijn dan foto's."

Ok vroegen we nog een reactie aan Marianne van den Boomen die virtuele omgang op internet al ruim een decennium onderzoekt, nu bij het Instituut Media en Representatie van de Universiteit Utrecht: "Als virtuele kinderporno al verboden is, met alle implicaties van manipulatie en compilatie, ligt een doortrekking naar Second Life achtige omgevingen voor de hand. Het delict kinderporno wordt niet alleen bepaald door de mate van aangerichte schade aan een kind, er zit ook een belangrijk normerend aspect aan zo'n helder verbod."

Uitbreiding bestrijding kinderporno

Chris Groeneveld is Hoofd van het Team Bestrijding Kinderpornografie van de KLPD, dat goed is voor 600 tot 800 zaken per jaar. Die zoekt het team centraal uit, waarna de verzamelde data naar de regiokorpsen gaan die er zaken van aanhangig kunnen maken bij de officieren van justitie.

Het team is per 1 april 2007 uitgebreid van zes naar negen personen. "Dat is nodig om de werkdruk te verlichten. Dat zal niet één-twee-drie leiden tot veel meer zaken die we kunnen afhandelen", waarschuwt Groeneveld, die opmerkt dat zijn team het internationaal vergeleken erg goed doet.

Vervolg in deel 2

Verder in editie 151