In de strafrechtelijke vervolging van beheerders van p2p-sites zit weinig schot. Fiod-onderzoeken leidden nog slechts tot één zaak, die nog altijd op een vonnis wacht. Onderwijl blijkt de weg via processen tegen providers en schikkingen met sitebeheerders voor Stichting Brein effectiever.
Meer dan 130 p2p-sites van Nederlandse bodem heeft 'piraterijbestrijder' Stichting Brein tussen augustus 2005 en februari 2007 kunnen laten afsluiten. Vorige week nog gingen negen torrentsites - die bestanden laten ruilen via de BitTorrent-methode - uit de lucht die draaiden bij de hoster Amen World. Dat bedrijf verschafte Brein de gegevens van de site-eigenaren. Ze waren volgens de informatie over doeminregistratie afkomstig uit Rotterdam en Ridderkerk, maar de gegevens bleken volgens Amen World onjuist. Daarna werden de sites prompt gesloten.
Eieren voor hun geld
De volgende stap is strafrechtelijk. Om die te voorkomen tekenen veel van de site-beheerders een schikking als medewerkers van de anti-piraterijclub hen thuis een bezoekje komen brengen. Brein-directeur Tim Kuik: "Toen we begonnen hadden we een zwarte lijst met sites. Elke site die down ging maakten we daarop rood. De lijst is nu bijna helemaal rood. Een deel stopte al uit eigen beweging omdat de beheerders voelden dat we in de buurt kwamen."
Maar in sommige gevallen blijken de site-beheerders standvastig en deed Brein na een vergeefse poging tot schikking aangifte bij het OM. Dat resulteerde tot nu toe in twee onderzoeken naar Nederlandse downloadsites door de FIOD-ECD.
In het eerste geval gaat het om de zogeheten ed2k-sites Releases4U en Shareconnector, die linkten naar bestanden op het eDonkey-netwerk. eDonkey was korte tijd de meest populaire vorm van downloaden via het internet tussen computers onderling of peer-to-peer , maar is qua populariteit ingehaald door het vaak snellere BitTorrent, dat overigens deze week begon met legale filmhandel.
Op ED2K-sites, ondersteundend voor het eDonkey-net, staan veelal alleen links met hashcodes die verwijzen naar bepaalde bestanden. Op de sites staan niet de bestanden zelf.
De invallen bij de ED2K-beheerders van Releases4U en de hoster van Shareconnector deed de FIOD al in december 2004, maar het duurde nog tot juni 2006 voordat de eerste zitting plaatsvond. Justitie verweet de zes verdachten opzettelijke inbreuk op het auteursrecht en deelname aan een criminele organisatie.
De zaak werd door de rechtbank aangehouden, omdat de advocaten van de verdachten voldoende aannemelijk maakten dat er meer getuigen gehoord moeten worden. Ze eisten bovendien inzage in de rol van Stichting Brein in de opsporing en betwijfelden of rechercheurs van FIOD-ECD wel zelfstandig genoeg onderzoek hebben verricht.
'Het duurt wel erg lang'
Inmiddels is het maart 2007 en heeft de rechter nog steeds geen oordeel in de zaak gegeven. Volgens woordvoerster Valentine Hoen van het Functioneel Parket staat de zitting gepland voor 'midden in de zomer', dat wil zeggen van 2007. De verhoren van Kuik en Brein-jurist Pieter Haringsma vonden inmiddels plaats, maar justitie heeft meer vóóronderzoek nodig. Kuik: "Strafzaken duren wel vaker heel lang. Er is weinig ruimte en tijd, maar dit lijkt extra lang te duren. De advocaten van de verdachten gebruiken vertragingstechnieken."
Een van de verdachten, Bart O., betrokken bij Releases4U, zegt in gesprek met Netkwesties dat hij vernam dat de zaak in juni 2007 wederom zal voorkomen. O. werd, vlak nadat hij 18 jaar was geworden, aangehouden in december 2004. "Meerdere mensen van onze site waren minderjarig en zijn daarom niet vervolgd." Hij heeft twee dagen vastgezeten. "De zaak heeft denk ik bij de FIOD wel prioriteit maar in de eerste zitting werd duidelijk dat de FIOD geen kaas heeft gegeten van dit soort specifieke zaken. Ze hebben fout op fout gestapeld en willen bij de tweede zitting niet weer afgeslacht worden door de advocaten van Releases4U", aldus Bart O.
Hij vindt dat de FIOD-ECD 'belachelijk weinig informatie' tegen hem heeft. "Ze hebben niet goed gezocht naar bewijs. Ze hebben alleen alle harde schijven gekopieerd. Over mij hebben ze maar 23 pagina's in het strafdossier staan, terwijl dat voor andere verdachten er wel 700 zijn. Bij hen hebben ze alle chatlogs erin gezet en ik sloeg nooit chatgesprekken op mijn computer op. In die 23 lullige pagina's staat ook weinig, alleen bijvoorbeeld wat mailwisselingen met de Stichting Brein", beweert de verdachte.
Volgens O. moet ook de kennis van de rechters worden bijgespijkerd. "De rechter snapte er bij de eerste zitting niet veel van. Toen er werd gevraagd of er de volgende keer geen presentatie met een beamer kon worden geregeld, wist hij niet eens wat een beamer was."