NETKWESTIES magazine over maatschappij en internet kleine letters normale letters grote letters
08-05-2006 bepaal de lettergrootte
ACTUEEL COLUMNS COLOFON ABONNEER

Weblogs staan op een kruispunt

Weblogs hier, weblogs daar, weblogs overal. Kwantiteit te over. Maar wanneer, waar en hoe komt kwaliteit bovendrijven? Dat lijkt de kernvraag bij de overgang van het recente Blognomics 2.0 congres naar versie 3.0 in 2007.

Wellicht is dit geen objectief verhaal, want het gaat ook over het vak van ondergetekende. Zonder distantie kan goede journalistiek niet. Webloggers staan juist dicht bij hun onderwerp: minister Verdonk is geweldig dan wel afschrikwekkend; zoontje Roderick is het centrum een universum. Terechte kwalificatie van Guido Van Nispen, medeorganisator van Blognomics: 'egocasting'

Maar de feiten van dit verhaal zijn, dankzij datzelfde blogging door de organisatie, controleerbaar; de podcasts van alle voordrachten van het programma Blognomics 06 met een serie aardige sprekers staan online.

Van het openingsverhaal van Paul Molenaar staan de plaatjes online (pdf). Hij bracht weer cijfers mee: vorig jaar telde hij 250.000 weblogs waarvan 90.000 op Web-log.nl. Anno 2006 houdt hij het op 600.000 waarvan 250.000 op Weblog.nl (het domein zonder streepje is gekocht maar nog niet in gebruik). Elke twee minuten kwam er afgelopen jaar een publicatie bij, vorig jaar gebeurde dat nog eens per drie minuten. Weblog.nl doet ruim 100 miljoen pageviews per maand. Dat is gemiddeld 400 per blog, ruim tien per dag. Maar nog steeds trekt een klein deel van de blogs het overgrote stuk van het totale bezoek.

Blogs op Weblog.nl linken naar journalistiek en andere blogs. Het meest in zwang zijn:

Nu.nl biedt het kale nieuws, grondstof voor de blogger met een grap of mening. Maar de 'traditionele media' zijn in opmars, en de weergave op het web van dat ouderwetse papier wint aan terrein. De titel van de voordracht van Molenaar: 'De dood van de middelmaat'. Recent schreef ondergetekende De 'grijze middelmaat' verliest... en dat kan Molenaar niet ontgaan zijn want het tweede deel ging over zijn eigen Nu.nl: "...en Nu.nl behoort daartoe inhoudelijk."

Inmiddels nam hij maatregelen om te pogen Nu.nl wat levendiger te maken en minder doorsnee. Want als kwaliteit van NRC cs. meer en meer op het web komt dan is verliest Nu.nl terrein, hoe bondig en perfect geschikt ook om te linken.

Tendenzen

Traditionele titels ontmoeten de populaire weblogs, die nu professionaliseren : GeenStijl kwam voor 40 procent in handen van De Telegraaf, Retecool begon met video en VKmag etaleert haar expansiedrift door in het Engels en Duits te publiceren. Ze gaan de grens over van liefhebberij naar professionele vervaardiging. En serieuzere blogs als Frankwatching en het door Ilse Media overgenomen Marketingfacts hebben inhoudelijk al bewezen dat ze rijp zijn voor professioneel uitgeven. Soms blijven ze schrijvers en uitgevers ineen.

Deze weblogs stijgen ver boven het gemiddeld niet zo bijster hoge niveau van de online dagboeken uit. Ze vallen niet onder de middelmaat die volgens Molenaar in de strijd om aandacht 'wordt weggevaagd'. De rest blijft, clustert en trekt - in traag tempo - adverteerders. En mogelijk vinden ze partners met geld in de traditionele media die op eigen kracht geen brug naar de toekomst kunnen bouwen.

Die brug tracht Hans Laroes, hoofdredacteur van Het Journaal, uit alle macht zelf te slaan. Over zijn open houding schreef Netkwesties 2,5 jaar geleden. Over zijn recente relaas tijdens Blognomics 06 schreven we elders. Kernwoorden: identiteitscrisis, participatie van jongeren. transparantie, bereikbaarheid. En een conclusie:

"Dus: of je hebt het over een aardige toevoeging op het bestaande. Of je ziet jezelf op de golven van een nieuwe revolutie, waarin de termen massamedia, mediaconsument, journalist, nieuws, andere definities gaan krijgen. En er andere rollen vervuld gaan worden...de traditionele afspraken over wie en wat wij zijn, wat ons publiek is, niet meer vanzelfsprekend zijn."

Die overgangen van traditioneel naar nieuw en tussen oude en jonge titels en benaderingen lijken voor velen hoofdbrekens op te leveren. Dat lijkt onnodig. Immers, is op het web niet gewoon de hyperlink figuurlijk maar ook letterlijk de brug tussen oud en nieuw?

'Ik link, dus ik besta' en meer nog: 'ik wordt gelinkt, dus ik besta'. Dat linken doet Google (News) en doen de blogs met traditonele media. Maar andersom kan ook. De media bepalen al dan niet of de link betrouwbaar is.

Sommige traditionele media maken zich daar eenvoudig vanaf: "The BBC is not responsible for the content of external internet sites." Maar is het nu juist niet de taak van journalistiek om stempels van betrouwbaarheid neer te zetten, te onderzoeken en bepalen of een bron - achter een hyperlink - deugt?

Met één groot probleem: wat achter de hyperlink schuil gaat kan de eigenaar daarvan elk moment veranderen. Of het kan in zijn geheel verdwijnen. Voor dat euvel heeft journalistiek online nog nauwelijks een oplossing in petto.

De reden voor samenwerking tussen traditioneel en nieuw kan ook economisch van aard zijn. PCM- en Wegenerkranten moet de komende jaren heftig bezuinigen op de redacties. Selecties maken van weblogs, en die bijdragen checken is een efficiënte wijze van journalistiek bedrijven.

Volgens Paul Molenaar zijn traditionele media die met blogging beginnen - hij doelde uiteraard op de Volkskrantblogs - verkeerd bezig met het nieuwe fenomeen. Deze uitgevers - ook Ilse-moeder Sanoma rekent hij daartoe - willen traditionele normen zoals verplichte wederhoor - toepassen op blogs. "Maar het belangrijkste van blogs is niet of iets klopt, maar of het spannend is. Het gaat om de passie. Generalisten zoals journalisten laten webloggen is de beste garantie op twee pageviews per maand."

Willem Sijthoff, eigenaar van FD Mediagroep liet op Blognomics een uitgebreide analyse los op oud en nieuw en op strategie voor uitgevers zoals hij. hem gaat het niet om de worsteling met al dan niet bloggen, maar om een houding en kansen: "Nederlandse uitgevers storten zich in de kommer en kwel. Er is te weinig optimisme en visie, te weinig uitgaan van eigen kracht."

In plaats van het storten op publieke bijdragen aan de nieuwsvoorziening, probeert FD haar journalistiek zo breed mogelijk uit te venten: krant, internet en radio. Journalisten moeten voor alle media produceren. FD opende zelfs een café voor de fysieke ontmoetingen. Verbreding van eisen en open deuren zijn ook goed om de 'zelfingenomenheid' van Nederlandse journalistiek verder af te breken, vindt Sijthoff.

Maar hij verdedigt ook de traditie: "Wederhoor telt wel degelijk, vormt kwaliteit. Wat Paul Molenaar daarover beweert klopt niet. De blogosfeer zou ook aandacht moeten hebben voor het checken van wat klopt en niet klopt."

En wat weblogs betreft: Sijthoff toonde een website van een Noorse krant, ook provider, met de bovenste helft voor eigen journalistiek en de onderste helft voor de weblogs. Zo simpel is het kennelijk.

De brug tussen traditioneel en nieuw verheugt zich ook in de aandacht van Erwin Blom, de immer enthousiaste internetchef van Vpro: "Niet alleen het eindproduct telt, maar ook het proces. Met het maken van televisie kun je publiek deelgenoot maken van je werk en eventueel profiteren van hun reacties en suggesties."

Als voorbeeld noemde Blom tijdens Blognomics 2006 het programma Tegenlicht dat op zondag 7 mei 2006 een uitzending over Google bracht. Dit had een aflevering moeten worden over het gebrek aan innovatie in Nederland, vertelde Blom: "Maar gaandeweg de productie bleek er helemaal geen gebrek aan innovatie, dus toen is dat afgelast. Maar het ruwe en/of ongebruikte materiaal kun je wel online zetten.

En Bloms eigen weblog Checklist is er om bevindingen over nieuwe technologie te delen. Zo neemt Blom ook een videocamera mee naar gesprekken met buitenlandse voorlopers in webtechnieken en publiceert zo mogelijk gesprekken. En de Vpro bracht met Biesloghet eerste blogsucces van de Publieke Omroep.

Succes is hier dan de mate van aandacht. Want, kijkcijfers, daar draait het toch om, zo bleek ook tijdens Blognomics 06. Loic Le Meur, webloggoeroe van blofsoftwaremaker SixApart, telt zeven miljoen Fransen die traditionele nieuwssites bezoeken en ook zeven miljoen bezoekers van weblogs. Die maken een kleine keuze uit de door Technorati momenteel getelde 35 miljoen blogs.

Die blogs vormen wat aandacht betreft de inhoud van de gevleugelde term The Long Tail: heel veel onbekende publicaties die op zichzelf weinig voorstellen, maar samen veel en ook langdurig aandacht trekken.

Professionalisering lonkt voor een deel van deze bloggers, vermoedt Le Meur. Hij trok daarvoor een aardige vergelijking: 150.000 personen in de wereld leven van handel op eBay. "Wij denken dat zoiets ook met blogs gaat gebeuren. Velen zullen ervan gaan leven, geheel of voor een belangrijk deel.".

Dan moeten er dus adverteerders toestromen die de weg weten te vinden in 'The Long Tail'. Le Meur noemde wat voorbeelden van wat hij - in navolging van 'web 2.0' - noemde 'advertising 2.0'. Te beginnen uiteraard Google AdSense of Yahoo/Overture advertenties die de vele blogs al hebben. Maar Advertising 2.0 gaat volgens de Fransman vooral over mond-tot-mond reclame.

En Le Meur introduceerde in dit opzicht de term 'user generated ads'. De gebruikers zelf maken gezamenlijk reclame voor een merk. Je ziet de eerste signalen, maar niet vanuit blogs geïnitieerd maar juist bij de grote merken: Coca-Cola die met Stageside.tv clips laat distribueren via p2p-netten. Of Nike die de officiële sponsor van het WK voetbal in Duitsland, Adidas, te slim af probeert te zijn met een voetbalcommunity Joga.com.

Maar het wachten is natuurlijk op de kracht van The Long Tail om juist kleine merken en nieuwe producten sterk te maken. Kan dat? Bovendien is de grote vraag op welke manier er dan geldstromen van adverteerders naar bloggers gaan. En verliezen ze dan hun onafhankelijkheid? Of is dat dan een hopeloos ouderwets begrip geworden? Want bepalen surfers zelf wel wie ze geloven, dat kauwen journalisten met hun redactiestatuten hen niet voor?

Le Meur gaf voorbeelden van hoge aantallen pageviews van weblogs die boven de middelmaat uitkomen. Een Frans succesnummer is bijvoorbeeld Michel Edouard Leclerc, een bijzonder ondernemer. Maar hij verdient niet met zijn weblog, hooguit is dat een middel om elders deuren te openen en zijn populariteit op te vijzelen.

Bloggers willen als het even kan aan de grijze massa van The Long Tail ontkomen en in de lange nek geraken van publicaties die, al dan niet virtueel, de schappen van de kiosk halen. En dan is er een nieuwe genre toegevoegd aan het exploiteren van media.

Een mooi voorbeeld van zo'n weblog-succes is de podcastende priester Roderick Vonhögen die als CatolicInsider bekendheid verwierf, niet in de laatste plaats daar hij voor het Engels koos voor zijn verhalen. Net als Adam Curry. Le Meur was overigens kritisch over Curry's reclame die nu de podcastfragmenten vooraf gaat. Ouderwets en opdringerig, vindt de Fransman.

Zo staan de betere bloggers, podcasters en steeds meer ook de videovertoners op een kruispunt: blijven steken in de massa met beschouwingen over de zieke poes en tante Thea of boeiende, originele creatieve blikken bieden waar een groep steeds weer naar zal terugkeren.

En of het dan zelfstandige pret of opinie vormt of aanvullingen op journalistiek, dat maakt niet eens zo veel uit. Lang niet alles wat wordt uitgegeven is journalistiek en hoeft dat de zijn: de lezers van Libelle bepaalt ook zelf os de tussen redactiebijdragen door verweven commercie aanvaardbaar is of niet. Waar het om gaat is je moet gelinkt worden. Daar draait het om op internet, waar je wortels als medium dan ook mogen liggen. In de woorden van Le Meur: 'Be Linkable'.

Maar wat nu vernieuwing van journalistiek? Het meest lachwekkend tijdens Blognomics 06 was het filmpje van de eerste Franse weblogger die een minister mocht interviewen. Wat had deze 'rebel' gedaan: zijn vragen voor de bewindsman keurig tevoren ingeleverd, hield zich aan de regels van de p.r. adviseur van de minister, had zich in pak en strop das gestoken en vertoonde alle eerbied voor mijnheer de minister. Voorwaar, ging daar een uitdager van die gezapige journalistiek?

De p.r. industrie ziet overigens met bloggers ook een nieuwe kans ontstaan om publiek te bereiken buiten (soms zo lastige) journalisten om. Zo nodigde het NBT, het Nederlands Bureau voor Toerisme & Congressen, bloggers naar Amsterdam uit de Verenigde Staten. Ook zij gedroegen zich net als journalisten: veel schrijven over het onderwerp want de reis werd betaald.

[Peter Olsthoorn, 8 mei 2006]

Verder in editie 142



Netkwesties zoekt steun

En u kunt helpen! Lees verder »