BitTorrent-distributie komt uit de puberteit met Tribler
'Tribler' is de fraaie naam van een nieuwe Nederlands platform om bestanden te ruilen. Het programma is niet alleen technologisch vernieuwend, maar ook sociaal. En het moet een einde maken aan de voortdurende stammenstrijd rond de rechten die ruilprogramma's al jaren teistert en remt in de ontwikkeling..
In april 2002 zond Vara-programma Zembla een documentaire over Kazaa. De omroep zette de aflevering één dag voordat deze op televisie kwam op het Kazaa-netwerk als gratis download. Het bleef een eenmalige actie van Hilversum. In de jaren daarna lobbyde Kazaa intensief bij de amusementssector in de Verenigde Staten om als alternatief distributievehikel te fungeren, buiten de reguliere kanalen om. Ze wezen hun kwelgeest met liefde de deur naar de uitgang. Als software werd Kazaa in Nederland door de Hoge Raad 'legaal' bevonden. Over de massale inbreuk op auteursrechten deden de rechters geen uitspraak. Buiten Nederland is het bedrijf nog steeds verwikkeld in juridische gevechten, via het huidige moederbedrijf Sharman Networks uit Australië.
Van aardgas tot torrent
Phil Morle, technisch directeur van Sharman Networks, was vrijdag 17 maart 2006 aanwezig bij de presentatie van de Nederlandse p2p-client Tribler in Felix Meritis te Amsterdam. Wat Kazaa op grote schaal niet lukte, lukt de 12 makers van Tribler echter wel: samenwerken met een grote uitgever van audio- en videomateriaal. Tijdens het door Creative Commons Nederland georganiseerde evenement maakte William Valkenburg, content manager van Omroep.nl, een intentieverklaring bekend tot samenwerking met het aan de TU Delft en VU Amsterdam ontwikkelde p2p-programma Tribler. Deze verklaring werd op 21 maart geformaliseerd.
Het principe van Tribler is niet onbekend. Het open source programma is namelijk gebaseerd op de p2p-technologie BitTorrent. Populair wordt het Nederlandse programma ook wel 'BitTorrent 2.0' genoemd of: 'de verbeterde versie van BitTorrent'.
Wetenschapper van het eerste uur Johan Pouwelse van de TU Delft begon al zes jaar geleden met onderzoek begonnen naar het verschijnsel p2p of direct uitwisselen van bestanden tussen pc's op internet aangesloten. Hij onderzocht onder meer met behulp van een supercomputer als distributiepunt hoe hoog de gemiddelde downloadsnelheden waren van de p2p-gebruikers en hoe lang ze online bleven. Hij testte veel systemen en vormde zo meer en meer theorie. Verscheidene malen heeft hij binnen de universiteit maar ook aan rechteneigenaren moeten bewijzen dat zijn p2p-activiteiten een wetenschappelijk doel dienen.
"Van de 50 systemen die ik heb geanalyseerd hebben er veel uiteindelijk gefaald, overwegend omdat de architectuur niet goed was. Wat BitTorrent goed doet is het bandwith management. Wat wij doen, en nu belangrijk is, is resource management. Dat was mijn promotieonderwerp", aldus Pouwelse. Hij doelt op het delen van bestanden en deze zo effectief mogelijk van A naar B brengen. Er moest een systeem te ontwikkelen dat qua prestaties beter zou zijn dan wat er tot dan toe aan ruildiensten beschikbaar was.
Pouwelse en zijn team begonnen in september 2005 het daadwerkelijke programmeerwerk, met BitTorrent als basis. Het beoogde resultaat: software voor internettelevisie met peer-to-peer technologie die bandbreedteproblemen vermijdt. Vorige week verscheen de eerste versie van het programma op Sourceforge.net. Veel aanpassingen en versies zullen er nog volgen, want de software is nu amper bruikbaar voor een breed publiek. De gebruikersinterface is nog niet toegankelijk voor publiek 'van 8 tot 88'. "We hebben nog voor jaren werk", aldus de onderzoeker, die nog zeker drie ontwikkelaars kan gebruiken.
Tribler wordt mede ontwikkeld in het kader van het Freeband-project I-Share. Freeband is een publiek-privaat onderzoeksinitiatief waarvan de 60 miljoen euro budget voor de helft door de overheid wordt gefinancierd uit de aardgasbaten. Mogelijk krijgt het Tribler-project binnenkort ook steun uit het buitenland, via het Europese onderzoeksprogramma IST. Samenwerking met instellingen in Hongarije en Finland staat daartoe op til.
Uitzending Gemist op p2p
De Publieke Omroep bedient zijn kijk- en luisterpubliek via archiefsite Uitzendinggemist.nl nu met centrale servers. Internetters bezoeken de site, klikken een bestandslink aan en het beeld gaat van de Omroep-servers naar het betreffende huishouden. Via peer-to-peer zoals met Tribler is het theoretisch mogelijk om de distributie deels over te hevelen naar de BitTorrent-gebruikers. Gebruikers kunnen ook bandbreedte doneren. Ze kunnen voor vrienden en bekenden bestanden ophalen en deze dichtbij de uiteindelijke downloader brengen. Dat zijn dan 'helpers', in Tribler-jargon.
"Uniek aan de proef van Tribler en Publiek Omroep is dat er een wetenschappelijke praktijkproef gehouden wordt met een groot publiek", aldus William Valkenburg van Omroep.nl. De komende maanden gaan de omroepen met archieforganisatie Stichting Beeld en Geluid op zoek naar materiaal dat geschikt is om aan te bieden via het Tribler-net. "Er moeten zo veel mogelijk verschillende typen programma's op komen, ook veelbekeken tv-uitzendingen. Concreet gaan we bekijken hoe p2p-distributie werkt, bij welke type tv-programma's het past, en of het ons in de gelegenheid stelt om snel capaciteit op te schalen bij grote evenementen." Tribler kan immers behalve bestanden down- en uploaden ook audio en video live distribueren ('streaming').
De digitale omroeparchieven bevatten 400.000 programma's, zo'n 15 terabyte aan data. Negentig procent van alle dataverkeer wordt door 12.500 programma's gegenereerd. Valkenburg reageert onder een artikel op Emerce: "We onderzoeken momenteel of en hoe we door het plaatsen van een klein deel van de content (12.000 tot 15.000 van de in totaal 400.000 beschikbare files) op decentrale servers (in de netwerken van de ISP's) een efficiëntere distributie kunnen bereiken."
Erwin Blom van de Vpro schetst welk het afnamepatroon van tv- en radiotitels op internet. En het blijken niet de bekende Hilversumse toptitels te zijn die in absolute aantallen het meest bekeken worden via internet. Hij spreekt daarbij over de 'long tail' in contentdistributie op internet, een anderhalf jaar geleden in Wired geïntroduceerd begrip: de afzet van publicaties op internet is veel breder dan in welk ander medium ook. Kleine titels kunnen over een lange periode goed scoren.
Blom: "Uit VPRO-ervaring: de long tail is zeer duidelijk zichtbaar bij bijvoorbeeld 3voor12. In 2005 was de Top 10 van het meest opgevraagde audio-video materiaal verantwoordelijk voor 6 procent van alle keren dat beeld en geluid werd opgevraagd. De Top 1000 was verantwoordelijk voor 60 procent. Daaronder (de statistische software gaat maar tot 1000) zat dus nog eens 40 procent. Oftewel: de long tail is geen theorie maar bij de Vpro heel erg praktijk."
Behalve technisch is de proef ook sociaal-economisch van aard. Tribler werkt met een module waarmee gebruikers hun vrienden kunnen identificeren en, als het ware, op MSN-achtige wijze aan hun contactlijst toe kunnen voegen. Gebruikers kunnen zodoende de digitale bibliotheek van bekenden afstruinen naar nieuwe, interessante kopij. Triblers architectuur is ook zo ingericht dat internetters automatisch aanbevelingen kunnen krijgen van personen die hen onbekend zijn. Deze techniek is onder meer bekend van de aanbevelingsmachine van Amazon.com: "Customers who bought this also bought ...".
Wetenschapper Pouwelse vindt het belangrijk dat de bestanden niet alleen technisch goed beschikbaar zijn maar dat ze ook sociale interactie met zich meebrengen. Hij hoopt dat het waarderingssysteem haar werk zal doen om tot (impliciete) aanbevelingen te komen. Het zijn ongeveer de waarderingscijfers die Kijk- en Luisteronderzoek hanteert voor reguliere tv.
BitTorrent wint aan belangstelling
Niet enkel de Nederlandse Publieke Omroep onderzoekt of, en hoe peer-to-peer distributie iets voor haar kan betekenen. De Engelse omroep BBC laat 5.000 kijkers via Kontiki's p2p-systeem putten uit videomateriaal van de laatste zeven dagen. Engelsen kunnen de beelden naar de pc downloaden en voor beperkte duur bekijken. Downloaders ontnemen de BBC serverlasten door als doorgeefluikje op te treden voor elkaar. Voorts onderzoekt het Engelse kabelbedrijf NTL samen met p2p-cacheleverancier CacheLogic of, en hoe ze via kabelinternet tv-beelden kan distribueren via torrent-technologie van BitTorrent zelf.
Valkenburg van de Publieke Omroep: "Ook bij de EBU wordt p2p nu serieus genomen." EBU staat voor European Broadcasting Union en is het overkoepelend orgaan van Europese nationale omroepen.
Heilige graal?
Maar is p2p-techniek de heilige graal voor omroepen? Pouwelse onderstreept dat Tribler niet enkel geschikt is voor de verspreiding van grote bestanden naar veel kijkers maar juist ook voor distributie van één bestand of stroom naar enkele kijkers, of: van één niet-professionele zender naar honderden kijkers. Immers, Tribler kan ook als vehikel dienen voor live videostromen.
Simon Hania, technisch directeur bij Xs4all: "Als er veel verkeer in één keer naar omroepservers gaan, kan p2p-distributie een alternatief bieden. Bij grote volumes is het de vraag hoeveel megabit per seconde een harde schijf op kan hoesten als het aantal requests per seconde hoog is. Dan kunnen torrents aantrekkelijk zijn"
Maar of p2p-distributie de toekomst is voor de Nederlandse omroepen betwijfelt Hania: "P2p is niet de meest optimale strategie als je medewerking van ISP's hebt. Met name ook vanuit gebruiksgemak is p2p en BitTorrent suboptimaal: er moeten weer nieuwe clients gedownload en geïnstalleerd worden en allerlei NAT-gedoe overwonnen."
Hij vervolgt: "Zet de content gewoon bij ons in het datacenter neer en alle klanten kunnen er met maximale snelheid bij. Het is niet zinvol om, netwerktopologisch gezien, eerst kopij uit de uiteinden van het netwerk te halen naar het centrale punt om het van daar uit weer te verspreiden. Vanuit opslagoptiek is het wel in zekere mate zinvol. Immers je lift gratis mee op de harde schijven van alle gebruikers in plaats van een 'hele dikke snelle centrale harde schijf'. Verder is het ook vele malen eenvoudiger om kijkcijfers te publiceren en vormen van rechtenbeheer te implementeren als de content uit een beperkt aantal plekken komt: één per ISP."
Meeste dataverkeer is al p2p
Het is niet verwonderlijk, vindt David Ferguson van CacheLogic, dat providers torrentdistributie niet direct omarmen. Tijdens de bijeenkomst van Creative Commons en Tribler in Felix Meritis te Amsterdam gaf hij zicht op de omvang van het p2p-verkeer, zoals gemeten via de cacheservers van zijn bedrijf. Gedecentraliseerde distributie zoals met Tribler kan voor omroepen kostenbesparingen opleveren, maar voor internetaanbieders betekent het alleen maar groeiende verkeerskosten.
Ferguson is overigens niet objectief in zijn opvattingen over p2p. Hij verkoopt caching servers aan providers, juist om hen p2p-last te ontnemen qua bandbreedte.
Afgaand op kennis die hij bij zijn klanten opdeed zegt Ferguson: "Tussen 50 en 65 procent van alle downloadverkeer is p2p-gerelateerd en tussen de 75 en 90 procent van alle uploadverkeer. In 2004 noteerde één CacheLogic-server drie miljoen IP-adressen in 30 dagen, in 2006 noteert diezelfde server 3 miljoen IP-adressen in acht dagen." Dat zou een ruime verdrievoudiging betekenen. Meer dan 90 procent van het p2p-verkeer is internationaal en de gemiddelde omvang van uitgewisselde bestanden is 1 gigabyte.
Stichting Brein reageert
De term peer-to-peer is de laatste jaren synoniem geraakt met 'schending van auteursrecht'. Dat ondanks het feit dat BitTorrent-bedenker Bram Cohen bij herhaling aangaf dat hij zijn programma niet ontwikkelde voor rechtenschending en er geen bezwaar ziet in het aanpakken van illegale verspreiding. Pouwelse van de TU Delft staat er hetzelfde voor. Hij zoekt naar legitieme toepassingen van de software, hoewel hij als softwaremaker geen invloed heeft op de wijze waarop zijn programma wordt gebruikt.
Valkenburg over de auteursrechten gedurende de proef: "We gaan met Creative Commons Nederland kijken of en hoe we samen kunnen werken met hun liberale licentiebeleid. Wellicht gaan we werken met een aangepaste versie daarop."
Begin maart 2006 bevestigde de voorzieningenrechter in Amsterdam in een zaak tussen weekblad Weekend en Adam Curry de waarde en geldigheid van de Creative Commons-regels in Nederland. Je kunt je rechten beschermen tegen louter commercieel (her)gebruik.
Tim Kuik van de Stichting Brein was ook aanwezig bij de lancering van Tribler. Hoe kijkt hij aan tegen Tribler? Kuik: "Positief. De ontwikkeling van legale digitale platforms is de toekomst. Ik begrijp dat het systeem sociale controle biedt en de mogelijkheid om gebruikers te identificeren. Dat biedt de technische en juridische mogelijkheid om illegaal aanbod aan te pakken. Dat is ook van belang om legaal aanbod van content aan te trekken."
Hij maakt de kanttekening: "Wij zijn benieuwd of legale content aanbieders zoals de Publieke Omroep, ook de voorwaarde stellen dat medewerking wordt verleend aan het tegengaan van illegaal aanbod van hun content. Ook wat betreft content die zij in licentie hebben."
Dat laatste is in de proeven niet aan de orde. Eerst moeten gebruikspatronen en onderliggende sociale mechanismen helder worden, alsmede de technische houdbaarheid van het systeem bij grote belasting. In deze eerste gebruiksfase is het niet van belang om met Tribler direct een stammenstrijd te ontketenen.
[Erwin Boogert, 24 maart 2006]
|