Nederlands bedrijf daagt topstructuur internet uit
Het Nederlandse bedrijf UNIDT gooide de knuppel in het hoenderhok van de domeinnamen: naast .com, .net en .nl achtervoegsels ('top level domains') de introductie van bedrijfs- en soortnamen als achtervoegsel. Dus www.hypotheek.abnamro en www.loket.minvenw. Een lucratieve handel ontluikt, maar pikt de internetgemeenschap dit?
Deze week kwam er na een stille periode aandacht van Reuters voor het Nederlandse initiatief. Netkwesties had dit juist in onderzoek en sprak met eerdere betrokkenen van UNIDT en produceerde onderstaand artikel. UNIDT deed de opgezet nieuwe domeinnamenhandel ondertussen de zaak van de hand, aan een ander Nederlands bedrijf, te weten UnifiedRoot In Amsterdam. Dat maakt voor de netkwestie zelf niet zo veel uit, vandaar toch nog dit artikel met UNIDT- en Public Root-woordvoerders die de handel hebben opgezet.
Het gaat om de wortels van internet, de 'root'. De root servers vormen één uniform geheel. Domeinnamen, dat wil zeggen achtervoegsels, vormden dientengevolge altijd een consistent geheel. Traditioneel heb je .com (bedrijven), .org (organisaties), .gov (regeringen), .edu (onderwijs), .arpa (voor de uitvinders zelf) en .mil (defensie). Daar kwam in 1985 .net bij voor (telecom)netten en in 1988 .int voor internationale organisaties als de VN en de EU, en recent ook .eu.
Ondertussen kwamen er ook landenachtervoegsels, dat wil zeggen 244 top level domains (in jargon 'TLD's') voor elke erkende nationale staat. Met die ruim 250 domeinextensies moest het internet lange tijd in zijn webadressering voorzien.
Na de overdracht in november 1998 van het domeinbeheer van het Amerikaanse ministerie van handel naar een private organisatie, de Icann, is er een nimmer aflatende discussie geweest over uitbreiding van domeinen.
Meer concurrentie moest, zo luidde de redenering, leiden tot minder schaarste van domeinnamen. Dat kon bewerkstelligd worden met de toevoeging van nieuwe achtervoegsels. Dan kon je immers meer keer Johnson en Jansen etc als domeinen uitgeven.
Uiteindelijk kwamen er voor het bedrijfsleven .biz en .info en .pro (voor zelfstandigen) bij, plus .name voor particulieren. In de afgelopen jaren kwamen er, onder grote externe druk, gesponsorde achtervoegsels zoals .aero voor de luchtvaart in beheer bij de Sita, .coop (van DotCooperation LLC) en .museum van de Museum Domain Management Association (MuseDoma). Recent nog kwamen .Travel en .Jobs er als gesponsorde TLD's bij. De uitbreidingen waren verre van consistent, noch kwamen ze op een fraaie manier tot stand. Maar ook het origineel met achtervoegsels als .arpa en.mil van de direct belanghebbenden was al van onafhankelijkheid gespeend, hoe zeer de oerinternetters ook anders willen doen geloven.
De internetwortel
De nieuwe topniveaunamen zijn toegevoegd aan de 'root' zoals het zo mooi heet, de centrale hiërarchie van internet, waarmee ze officieel zijn geaccepteerd. Providers op het internet nemen domeinen met de nieuwe achtervoegsels op in de routering van hun IP-nummers die met de adressen samenhangen. Ze doen dat met de Domain Name Servers zodat u met het intikken van .coop en .museum ook kunt komen op deze domeinen. Het omzetten van domeinnaam naar IP-adres is 'to resolve', en Nederlandse technici spreken makkelijk van het 'resolven'.
De Icann en uitvoerder IANA hadden de zaak nog redelijk in de hand, want de uniformiteit van de root bleef in stand. Aanvallen op het systeem kwamen er wel. Zo was er eens sprake van dat China een eigen 'root' wilde omdat ze de Amerikaanse machtsvorming met domeinnamen wantrouwde als de pest. Maar dat werd voorkomen.
Dat zou de vraag hebben opgeworpen of de Chinese 'root' verbonden had moeten worden met de algemene 'root'. Gezien de groei van het internet in China was dat onontkoombaar geweest. Dat had de uniformiteit van het systeem aangetast, vonden de meeste bestuurders van de Icann en met hen het internet standaardisatieorgaan IETF en toezichthouder Internet Architecture Board (IAB). Onder hen bijvoorbeeld de Nederlanders Kees Neggers, directeur van Surfnet, en professor Erik Huizer, voorheen Surfnet en nu NOB.
Duizend dollar
Nu duikt daar de partij UNIDT op. Dit staat voor 'Unified Identity Technology'. Deze organisatie, een Nederlandse BV, werpt zich op als een uitgever van alternatieve domeinnamen. Ze noemt zich op haar site UNIDT.com de 'official worldwide registrar of Corporate Top Level Domains'.
Wat dat zijn legt op het kantoor van UNIDT in Amsterdam Jody Daniel Newman uit. Hij is een telecomadviseur in Georgia (VS) die is ingehuurd voor de marketing. "UNIDT geeft een nieuwe vorm van top level domains of TLD's uit. Organisaties kunnen direct en via providers die we nog contracteren domeinachtervoegsels registreren met hun eigen bedrijfsnaam. Je krijgt dan bijvoorbeeld www.careers.brinks of www.press.brinks. Een bedrijf is, met haar belangrijke afdelingen dan direct vindbaar zonder .com of .nl achtervoegsel. Organisaties hoeven ook niet meer hun domein in alle landen te registreren. Ze kunnen voor hun eigen top level domain ook de nationale vestigingen plaatsen."
Dit kost per topdomein, zegt Newman, eenmalig 1.000 dollar en daarna 250 dollar per jaar. "Veel mensen zeggen dat dit veel te weinig is en we veel meer kunnen vangen. Maar ons gaat het om dekking van de kosten. Die duizend dollar is geen punt voor grote concerns."
Geheim agent
De vraag wie de aandelen van UNIDT in handen heeft kon Newman niet direct beantwoorden, later noemt hij Marty van Veluw. Hij was vanaf 1977 actief met het datacombedrijf van luchtvaartorganisatie Sita, nu France Telecom-dochter Equant: "Drie jaar geleden ben ik abrupt gestopt met werken. En recent stuitte ik ineens op deze mogelijkheid."
Die mogelijkheid betreft het uitgeven van genoemde domeinnamen. Maar daarvoor was een overeenkomst nodig met Public Root. Dit is een organisatie van eigenaren van root-servers op het internet. Al heel lang bestaat hierbij de mogelijkheid om eigen TLD's te registreren. Van Veluw: "Maar daar is nauwelijks gebruik van gemaakt. Het zijn technici die geen oog hebben voor commercie. Maar wij hebben als eerste partij goede afspraken kunnen maken. We hebben hun vertrouwen en kunnen domeinen op de Public Root gaan aanbieden."
Public-Root.com is de site met de informatie. In de Firefox- en Mozilla noch in de Internet Explorer browsers is de site fatsoenlijk te lezen. We krijgen via UNIDT een telefoonnummer van een contactpersoon, dat is strikt geheim wordt erbij gezegd. De man aan de andere kant van de lijn noemt zich Xennt: "Zo heet ik al jaren in de gemeenschap. Mijn voornaam doet er niet toe."
Xennt bevestigt de lezing van Marty van Veluw dat er een overeenkomst is gesloten met Public-Root. Waarom nu pas domeinuitgifte? Xennt: "Wij zijn volstrekt a-commercieel. We hebben in principe van commerciële mensen geen hoge pet op. We willen verder ook niets met de handel te maken hebben."
Xennt wil de vraag naar de inkomsten voor Public Root niet beantwoorden. Van Veluw is wel transparant: "De helft van de inkomsten gaat naar Public Root, dus 500 dollar per inschrijving en 125 dollar per jaar voor het onderhoud. Wij moeten ook de providers die domeinen uitgeven betalen en hard en software laten bouwen en onderhouden. Ik schat dat UNIDT er zo'n 50 dollar per inschrijving aan over zal houden."
Xennt zegt op de vraag wat Public-Root met al dit geld denkt te gaan doen: "Dat is voor de ontwikkeling van internet. We besteden dat goed." Hij is zelf bezoldigd in dienst van Public Root.
Newman zegt ook dat het initiatief bepaald geen commercieel kassucces gaat worden, maar sluit niet dat bij grootschalige afzet van domeinen de dollars wel gaan rollen. Bovendien heeft UNIDT de mogelijkheid om soortnamen als achtervoegsel te gaan voeren, zoals .wine en .sex. Daar kunnen kleinere bedrijven dan weer een domein onder aanschaffen. Domeinen en prijzen zijn volgens Newman nog onbekend.
Oorlog met de Icann
Kortom: hier ligt een geweldige mogelijkheid, in elk geval voor UNIDT en volgens deze partij ook voor organisaties. Newman: "Onder het topdomein kunnen bedrijven zelf hun tweede en derde niveau invullen. Om ze terzijde te staan hebben we al een hele standaard structuur opgezet die bedrijven kunnen overnemen, vrijwillig."
Er komt eindelijk uniformering in de presentatie van sites, maar dat kan UNIDT toch niet afdwingen? Newman: "We dwingen organisaties niet. Bedrijven willen toch graag dat hun klanten zo veel mogelijk op de juiste plek terechtkomen. Ze kijken met veel interesse naar de nieuwe structuur, bijvoorbeeld geldtransporteur Brinks. Veel bedrijven zitten met een oude onlogische webstructuur en IT-mensen moeten met doorverwijzingen proberen de bezoekers naar de juiste plek te leiden."
Maar je hebt zo veel bedrijven die Brinks heten, dus er is opnieuw schaarste. Newmand: "Jawel, je hebt ook voor Ford en Delta veel organisaties met die naam." Al zo'n 3.000 bedrijven hebben hun eigen domein geregistreerd sinds dat mogelijk is sinds 1995. "De commercialisering voegen we eraan toe want dat zijn de Public Root technici vergeten."
Maar de grote vraag is natuurlijk of die domeinen door de internetgemeenschap worden geaccepteerd, of ze overal uniform in de adressering komen en goed worden omgezet. Xennt van Public Root meent dat zijn club dit regelen kan. Newman zegt dat om die reden ook zoveel mogelijk providers worden benaderd: ze kunnen verdienen aan de wederverkoop van namen en moeten dan meewerken aan de 'resolve'.
Newman zegt dat het tijd wordt voor vrijheid: "Er is overcontrole geweest. Gebrek aan transparantie en aan objectiviteit en overmatige invloed van de merknamenlobby. De merknamenlobby was steeds bezorgd, maar onterecht."
Maar nu komt er een botsing met de Icann? Newman: "UNIDT is niet negatief over Icann, het is geen aanval. Er zijn daar hele slimme mensen die discussiëren over de mogelijkheden en grenzen. Al zeven jaar lang is er in de Icann gesproken over de uitbreiding van de domeinen met de Public Root. Maar in april 2005 stonden nog steeds diezelfde onderwerpen op de agenda. Er is nauwelijks iets concreets gebeurd."
Een eigen euromunt beginnen
Ondermijnt u het TLD-syteem met een aparte nieuwe root en de DNS-structuur? "Er zijn veel internettechnici die zich hierover gebogen hebben. Een argument is dat het systeem het niet aankan. Veel andere technici vinden dat onzin en zeggen dat het namensysteem geen beperkingen kent wat betreft top level domeinen. De onderliggende Bind-software kan dat aan. Daar zijn genoeg bewijzen voor."
En de aparte root? "Er is geen operationeel probleem met nieuwe TLD's, hooguit wordt de status quo in handen van de belangengroepen bedreigd. Er zijn fundamentele kwesties maar die gaan we niet uit de weg. We gaan de discussie aan. Als er echt een probleem zou zijn, dan waren we hier nooit begonnen."
De internetgemeenscchap is not amused. De Stichting Internet Domein Nederland (SIDN) laat weten in een reactie op dit artikel: "Hier is veel over te doen. Dit draagt onze goedkeuring niet weg, en dit artikel geeft uitstekend weer welk spanningsveld er ligt."
Boudewijn Nederkoorn, ex-voorzitter van de SIDN en directeur van Surfnet: "Ik ben al een tijdje niet meer actief in het domeinnamen wereldje maar een antwoord op deze vraag kan ik nog wel vanuit mijn ruggemerg geven. Al in de dagen van Postel en helemaal in de begintijd van ICANN was de alternative root lobby luidruchtig maar tegelijk buitengewoon machteloos.
Als het beleid van de Europese Bank je niet meer aanstaat en je iets anders wilt dan de euro als betaalmiddel dan kun je natuurlijk als bedrijf papier kopen en guldens gaan drukken. En dan hopen dat bedrijven en particulieren die als betaalmiddel gaan accepteren. Maar helaas voor hen gebeurt dat niet zo gauw. En daarmee is het verhaal wel ongeveer verteld."
Maar een confrontatie wacht UNIDT zonder meer. Eerder is een soortgelijke poging ondernomen, zo lezen we in de analen van de Icann. Dat heette New.net, ook gebaseerd op een aparte root die verbonden moest worden met de originele. Met een lijvig aantal argumenten heeft de Icann dat van tafel geveegd. UNIDT kan al vast een rechtsbijstandverzekering afsluiten...
[Peter Olsthoorn, 2 december 2005]
|