nieuwe uitgangspunten.
Alvorens de driedaagse conferentie op 16 november 2005 in Tunis begon was er ineens overeenstemming over het domeinbeheer. De Europese Unie kreeg zijn zin met de eis voor een 'Internet Governance Forum' en meer internationaal overleg, en liet daarmee ook de VS op zijn paard. (Zie ook weblog Cybertop van NRC)
Mark Esseboom, Directeur Strategie en Internationale Zaken van het Directoraat-generaal Telecommunicatie en Post was de Nederlandse spil in internationaal overleg. Hij nam de afgelopen jaren intensief deel aan de beraadslagingen over het mondiale beheer van internet.
Onder meer Erik Huizer, de belangrijkste Nederlander in internationale gremia over internet als onder meer lid van het hoofdbestuur van de Internet Society, prijst het werk van Esseboom: "Die heeft erg goed werk verricht en loopt voorop als vertegenwoordiger van de Europese Unie in internetkwesties."
We praatten wat na met Esseboom over de vergadering in Tunis, met als eerste vraag: was het akkoord over domeinbeheer tevoren bekokstoofd?
"Nee, zeker niet. Er is wel ruim een jaar aan de teksten gewerkt in de voorbereiding van Tunis. Laatst nog in september en dat heeft eigenlijk voortgeduurd tot in Tunis, waar op zondag, maandag en dinsdag voorafgaande aan de conferentie nog intensief overleg plaatsvond. Toen we dinsdagochtend vertrokken op Schiphol had ik er nog geen weddenschap op durven zetten dat dit de uitkomst zou worden. Op dinsdagavond kwamen delegaties voltallig binnen en begon het op een hoogtepunt te komen. Het zou een zaak worden van buigen of barsten. De spanning liep daar in Tunis dus hoog op, het was echt de climax van onderhandelingen die eigenlijk al bij de vorige WSIS-conferentie in 2003 waren ingezet."
Waarom rolde de bal toch de goede kant op voor het Westen, terwijl de niet-Westerse landen toch in de meerderheid waren?
"Er waren grofweg drie kampen. Amerika wilde alles bij het oude wilde laten. Dan was er een grote groep landen onder aanvoering van China, Brazilië, Saoedi-Arabië en Iran die het hele internet onder intergouvernementeel beheer wilden brengen met een al dan niet nieuwe organisatie.
Daartussenin zat de Europese Unie in een soort makelaarsrol die al geformuleerd was tijdens het Nederlands voorzitterschap van de Europese Unie: we willen geen organen en processen die op zich goed lopen, zoals van de Icann, in de wielen rijden. Als er problemen zijn kun je die te berde brengen. En je moet je als overheid niet bemoeien met zaken die de private sector zelf beter af kan. Maar overheden hebben wel verantwoordelijkheden, de essentiële taken zoals dat in jargon heet, zoals de continuïteit van de vitale infrastructuur. Daarom wilden we meer overleg tussen overheden en nagaan of we zeggenschap kunnen delen."
Dus niet tegen en niet voor de VS?
"In september is Europa in de Amerikaanse pers afgeschilderd als een bondgenoot van de landen die Amerika de zeggenschap wilden ontnemen, maar daar is nooit sprake van geweest. De Icann functioneert goed dus is er geen reden in te grijpen. Aan de andere kant zijn er internationale aspecten aan het internet waarbij Europa het vreemd vond en vindt dat slechts één land invloed kan uitoefenen op de besluiten van de Icann."
De top vond dus eigenlijk plaats in de dagen voorafgaande aan het officiële overleg van 16 tot 18 november?
'Ja, daar heeft heel intensief overleg plaatsgevonden, van 's morgens vroeg tot wel één uur in de nacht, dagenlang. Daar is vrij hectisch onderhandeld. De suggesties die de Europese Unie heeft ingebracht en die tijdens het Nederlands voorzitterschap zijn voorbereid en geformuleerd, zijn van doorslaggevende betekenis geweest om tot overeenstemming te komen."
Welke landen mengden zich het heftigst in de discussie?
"Vele landen, want paragraaf tot paragraaf wordt doorgeploegd met zo'n 500 afgevaardigden van zo'n 160 landen. Op het ene woordje springt de Europese Unie eens, op het andere China of Rusland of Brazilië. Bij elkaar, schat ik, dat zo'n 20 procent van de landen daaraan zeer actief deelnam. De rollen van de Verenigde Staten en Europa waren helder. Het Verenigd Koninkrijk sprak als voorzitter namens de EU. We stemden als Europese landen af in formele bijeenkomsten, maar in de laatste fase vooral ad-hoc bij de koffieautomaat, zeg maar."
Er komt nu een forum met overleg in Griekenland. Is dat een doekje voor het bloeden voor de opponenten van Amerika of gaat dat werkelijk wat voorstellen?
Grote winst
"Er komen twee verschillende resultaten uit: dat forum dat de eerste keer in Griekenland zal plaatsvinden. Daar zullen alle regeringen, organisaties, wetenschappers etc. aan deelnemen. Dat kan gaan over spam, of taal- en schriftproblemen, over criminaliteit. Noem maar op. Aalles kan daar te berde worden gebracht. Dat is wat ons betreft grote winst, want zo'n platform voor overleg over internet was er niet.
Het forum heeft geen beslissingsbevoegdheid en het heeft evenmin een taak om besluiten te nemen. Toch is het een flinke stap voorwaarts. De secretaris-generaal van de VN moet dat organiseren. Dat komt wel goed."
De Isoc biedt zich aan om dat te organiseren?
"De VN heeft de leidende rol, maar zal niet alles zelf ter hand nemen en wellicht gebruik gaan maken van bestaande overlegorganen over internet. Hoe Kofi Annan dat gaat aanpakken is even afwachten. Maar je kunt nu in ieder geval een partij aanspreken en dit voorkomt dat een aantal mensen elkaar gaat zitten afwachten want dat kan soms lang duren."
En het tweede besluit?
"Dat is de uitspraak dat er een 'enhanced cooperation' [artikel 69 red.] is overeengekomen, dat wil zeggen een bespreking van de problemen van internet, maar in bestaande overlegorganen. Daar is bijgezet dat het overleg plaatsvindt 'on an equal footing'. Dat is een politiek belangrijke toevoeging want dit betekent op voet van gelijkheid voor alle landen.
Dit klinkt nog wat vaag maar het is een belangrijke stap in een mogelijk belangrijk proces. De dialoog moet einde eerste kwartaal uiterlijk van start gaan, waarbij wederom de VN een coördinerende taak heeft. Daarnaast heeft Icann een overleg voor overheden dat volgende week plaatsvindt in Vancouver en waar naar verwachting ook over de follow-up van Tunis gesproken zal worden. Het gaat bij deze 'enhanced cooperation' puur om de essentiële taken voor overheden, zoals continuïteit en souvereiniteit. Het is dus vooral niet de bedoeling dat de overheden zich met deze versterkte samenwerking gaan bemoeien met de dagelijkse gang van zaken bij de private bedrijven die internet draaiende houden, integendeel."
Meningsuiting en armoede
Moet nu het Department of Commerce in Washington de handen nog van Icann aftrekken?
"De Amerikanen hebben en houden nog het recht om de domeinstructuur te beïnvloeden. De afspraken daarover lopen in september 2006 af, en misschien worden die verlengd. De afspraak voor de gelijkwaardigheid betekent dat er niet één partij meer gelijk is dan anderen. Het overleg wordt breder, al zal dit niet betekenen dat de VS daarmee hun autorisatiefunctie bij de Icann voor de root zone file zomaar zullen gaan delen met anderen. Het ging de EU ook niet om de formeel-juridische macht van Amerika, maar om gezamenlijk overleg tot stand te brengen. Wel is feitelijk vastgelegd dat elk land autonoom zou moeten zijn in het beleid voor het eigen top-level domein, voor Nederland het .nl topdomein. Dat is niet onbelangrijk."
Vrijheid van meningsuiting nog afspraken over gemaakt?
"Hoe beter de informatiesamenleving zich ontwikkelt en hoe breder daarover het overleg, des te beter is dat voor de verbreiding van de vrijheid van meningsuiting. Bovendien is tijdens de op in Tunis een groot aantal keren opgeroepen om belemmeringen voor vrije communicatie op te heffen, zoals bijvoorbeeld door onze minister Brinkhorst in zijn toespraak voor de plenaire vergadering. Maar ook de ontwikkelingsorganisatie Hivos die van onze delegatie deel uitmaakte kon op een van de kleinere bijeenkomsten - met als titel 'expression under repression' benadrukken hoe belangrijk dit onderwerp is. Dat kon allemaal in Tunis"
En de steun voor internet aan arme landen met geld?
"In februari is er op ambassadeursniveau al overleg geweest voor een digitaal solidariteitsfonds. Maar dat moet niet op zichzelf staan. De landen moeten zelf ict opnemen als prioriteit in hun bestrijding van armoede. Dus dat solidariteitsfonds is vrijwillig."
Dus geen verplichting, dus komt er geen grootscheepse hulp?
"Er zullen vast landen en organisaties zijn die op vrijwillige basis geld storten, maar er is inderdaad geen extra verplichting ingevoerd. Landen als Nederland en organisaties hier geven al veel geld aan ontwikkelingslanden, ook voor ict-projecten. Het is op de eerste plaats aan de ontvangende landen zelf om de middelen goed te verdelen.
[Peter Olsthoorn, 25 november 2005]