Publiek en robots helpen 21e-eeuwse journalistiek
Hoe moeten journalisten nieuws 'vinden' in de bulk weblogs en overheidsinformatie op internet? Twee totaal andere antwoorden: een Zuid-Koreaanse nieuwssite maakt van 40.000 internetters zelf 'journalisten' en in Denemarken 'maken' ze nieuws door online databases van instanties leeg te zuigen en te herordenen.
Gebruikmaken van publiek geproduceerd nieuws werkt, zo bleek bijvoorbeeld tijdens de orkanen Katrina en Rita. Ook grote Amerikaanse tv-zenders als CNN en MSNBC lieten video's en foto's zien die mensen in het rampgebied hadden gemaakt.
Voor deze 'user generated content' heeft de BBC recent een aparte afdeling opgericht. Acht journalisten zijn continu bezig met het beoordelen en selecteren van alle mails, telefoontjes en sms'jes van kijkers en lezers. In Nederland experimenteren kranten al een paar jaar op kleine schaal met via internet opgestuurd materiaal door lezers. Zo plaatst onder andere het Algemeen Dagblad zo nu en dan oproepen voor het sturen van foto's.
Een veel grotere stap zette de Volkskrant eind vorige maand met zijn eigen weblogdienst Volkskrantblogs. Terwijl de BBC-journalisten nog steeds een strenge selectie maken, kunnen internetters bij de Volkskrantblogs bijna onbeperkt publiceren. De redactie moet achteraf dan maar wat waardevols in de brij zien te vinden. In de woorden van internetchef Geert Jan Bogaerds van de Volkskrant: "Dat betekent dat er zaken worden gepubliceerd die de krant nooit zelf voor zijn rekening zou willen nemen. Het wezenlijke van burgerjournalistiek is nou juist dat de krant niet meer bepaalt waar de grenzen van het journalistiek betamelijke liggen, maar dit overlaat aan de schrijvers."
Bij- of hoofdzaak
Aan beide modellen kleven nadelen. In de 'BBC-variant' is de betrokkenheid van de lezer kleiner: de kans is klein dat jouw materiaal op de BBC komt en nog altijd beoordelen journalisten de aanvoer. Het Volkskrant-model is liberaal, maar de gemiddelde kwaliteit is lager.
In het gat tussen deze twee modellen duikt de Zuid-Koreaanse nieuwssite Oh My News. Meer dan 40.000 Koreanen hebben zich al opgegeven als 'citizen reporter', oftewel burgerjournalist. De site is met dagelijks meer dan 150 artikelen nu de vijfde nieuwsbron van Korea. Oprichter Yeon-Ho Oh was onlangs in Amsterdam om voor een groep van vierhonderd onderzoeksjournalisten te spreken. Die luisterden met open mond.
Feiten checken
Oh: "User generated content bij grote media is slechts een kleine toevoeging, terwijl dit op Oh My News het belangrijkste is. Betaalde redacteuren en burgerverslaggevers zijn gelijkwaardig. Zeventig procent van het nieuws gaat over het dagelijks leven van onze burgerverslaggevers. Dat raakt mensen. Ik noem dit 21e-eeuwse journalistiek: geen éénrichtingverkeer, maar twee of zelfs drie richtingen."
Oh My News begon met amateurs, maar telt inmiddels 54 betaalde journalisten. "Zij zijn goed voor dertig procent van de content op de site, maar moeten dagelijks strijd voeren met de burgerjournalisten over de belangrijkste posities op de voorpagina." Het succes van de publicatie zit hem ook in de controle van de inhoud van opgestuurde artikelen door de 'factcheckers' van Oh My News.
"Een gevoelig artikel over de Samsung CEO hebben we twee weken lang vastgehouden om te checken of het verhaal waar was. Daarna hebben we het gepubliceerd. Dertig procent van de berichten die we ontvangen bereikt nooit de formele fase - die gooien we weg."
Tot nu toe lopen er volgens Oh 'slechts' vijf rechtszaken over schrijfsels van de citizen reporters op Oh My News. Oh: "We doen een backgroundcheck op iedere internetter die zich aanmeldt. Iedereen moet zijn positie bekendmaken en zich aanmelden met zijn elektronische burger-ID. Zo controleren we de identiteit van onze citizen reporters."
Buitenlandse edities
De Engelstalige versie (nog in 'beta') heeft zeshonderd burgerverslaggevers uit 55 landen. Anderstalige versies overweegt Oh nog. De 'citizen reporters' zitten op de gekste plaatsen, vertelde hij trots: "Een van hen zit op het Paaseiland in de Stille Oceaan. Daar wil ik ooit een grote conferentie gaan houden over citizen journalism. Ik verwacht tegen het eind van volgend jaar tienduizend leden voor onze internationale versie te hebben."
|
Wie schrijven mee aan Oh My News?
76,6 procent is man
23,4 procent is vrouw
20 procent is student
15 procent is ambtenaar
7 procent is journalist
4 is onderwijzers
10-19 jaar: 9 procent
20-29 jaar: 38 procent
30-39 jaar: 35 procent
40-49 jaar: 14 procent
50-plus: 4 procent
|
|
Een probleem bij de internationale versie van Oh My News is de controle van de identiteit van de 'citizen reporters'. "In Zuid-Korea heeft iedereen een eigen identificatienummer en dat gebruiken we ook om te controleren of iemand wel is wie hij zegt. Maar als je als Nederlander 'citizen reporter' bij ons wilt worden zul je toch een gescand paspoort of rijbewijs moeten opsturen."
De grote vraag is natuurlijk waarom al die tienduizenden Koreanen zo graag bij Oh My News schrijven en niet op hun eigen weblogs. "Ze willen gelezen worden door duizenden mensen, dat geeft een kick", zegt Oh. "Het recordaantal pageviews op één artikel is 100.000. Onze leden willen commentaar krijgen op wat ze schrijven. En ze willen het gevoel hebben dat ze iets goeds doen, dat ze deel uitmaken van de maatschappij en die met hun bijdragen kunnen veranderen."
Beperkte betaling
Maar een andere reden om voor Oh My News te schrijven is banaler: geld. Voor een artikel dat de voorpagina haalt ontvangen burgerjournalisten twintig dollar, elders twee tot tien dollar. "Lezers van de site kunnen ook schrijvers van artikelen direct belonen. Je kan doneren per mobiel of creditcard. Een hoogleraar die bij ons een lang artikel had gepubliceerd kreeg zoveel enthousiaste reacties dat hij met alle donaties van Oh My News-bezoekers bijna een jaarinkomen heeft verdiend. Dat moet het duurste journalistieke artikel aller tijden zijn geweest", aldus Oh.
Niet alle leden zijn even actief. "Van de 40.000 leden heeft 40 procent nog nooit iets geschreven, maar dat geeft niet, ze lezen en reageren wel. De commentaren voegen een extra dimensie toe. Het recordaantal reacties op een enkel artikel staat op 3.500. Onze leden kunnen ineens iets schrijven wat een primeur is. Dat gebeurt ook daadwerkelijk. Na een vliegtuigongeluk in ons land kwam een van onze citizen reporters die piloot is met een verklaring voor de crash, maar hij had daarvoor nog nooit iets geschreven voor de site."
Half miljoen winst per jaar
Oh werkte twaalf jaar als onderzoeksjournalist voor een klein progressief maandblad. Tijdens zijn studententijd was hij actief betrokken bij protesten tegen het toenmalige militaire regime in zijn land. Hij ergerde zich mateloos aan de conservatieve media. Voor zijn rol in de demonstraties zat Oh een jaar lang in de gevangenis.
Voor het maandblad specialiseerde Oh zich in onderzoeksjournalistiek. "Ik had in 1994 al het verhaal waar Associated Press zes jaar later een Pullitzer Price mee won", beweert Oh. Het betrof een Amerikaanse oorlogsmisdaad tijdens de Korea-oorlog. "Maar mijn artikel stond in een klein maandblad. Geen enkel Amerikaans medium heeft het destijds gezien. Daarom begon ik in 2000 mijn eigen persbureau."
Op 2 februari 2000 startte hij samen met vier vrienden Oh My News. Drie jaar lang zat de site in de rode cijfers, maar sinds 2003 zit de vaart erin. Inmiddels is de site volgens Oh goed voor een half miljoen euro winst per jaar. Zeventig procent van de inkomsten komt van advertenties, twintig procent van de verkoop van content aan andere media en tien procent bestaat uit donaties van tevreden lezers. Content van Oh My News verkoopt Oh onder meer aan Yahoo en andere grote Koreaanse portaalsites. De vrijwillige schrijvers zien van de verkoop van hun content echter niks terug.
Vruchtbare protesten
Rond de verkiezingen in 2004 beleefde de site zijn hoogtepunt. Toen honderdduizenden Koreanen de straat op gingen om te demonstreren tegen de regering, deed Oh My News live verslag in een videostream. Een onderdeel van de site is Oh My TV, televisiejournaals voorgelezen door normale mensen, zoals een student en een oma. "Maar dat staat nog in de kinderschoenen", aldus Oh. "Overal op de wereld probeert men hetzelfde te doen, maar dat lukt nog niet zo."
Het doel van Oh is om terug te gaan naar de manier waarop nieuws zich voor de tijd van massamedia verspreidde. Hij denkt daarbij vooral terug aan zijn eigen geboorteplaats. "Iedereen kende elkaar en vertelde het nieuws aan elkaar door. Dat nieuws werd zo continu geüpdate." Oh My News legt ook veel nadruk op het groepsgevoel. Er zijn evenementen waar alle leden naar toe mogen komen. "En we hebben ook een voetbalteam met een selectie van zestig spelers. Ik ben daar de trainer van", vertelt Oh lachend.
Automatisering van reacties
Het grootste probleem bij citizen journalism is de enorme hoeveelheid reacties en mails die de journalist moet doorlezen en selecteren. "Wie leest al die troep?" vroeg een journalist zich af op het congres in Amsterdam. Het antwoord ligt in de automatisering. Een aanwezige van een Australische krant vertelde hoe alle reacties per sms in een database 'lopen'. Vervolgens kunnen de redacteuren selecteren op de meest genoemde onderwerpen of op een actueel thema. De journalisten hebben dan meteen de telefoonnummers van eventuele 'bronnen' die al een band met de krant hebben.
Hetzelfde zouden meer media moeten doen met reacties die per e-mail binnenkomen. Dat kan bijvoorbeeld met software van Copernic of Nud*st. Een journalist op de conferentie gebruikte zelfs anti-plagiaatsoftware om te detecteren wat de bron was van een bepaald nieuwtje.
Maar veel verder in het inroepen van hulp door de computer gaat het Deense onderzoeksinstituut Dicar. Deze organisatie maakt voor media op allerlei manieren doorzoekbare databases op basis van reeds openbare gegevens. Daarin kon eerst nog niet goed gezocht worden, bijvoorbeeld doordat de overheidswebsites bepaalde functionaliteiten ontberen of dat bepaalde velden bewust niet doorzoekbaar zijn omwille van de privacy. Dicar gebruikt robotsoftware en 'scraping'-technieken om informatie binnen te halen die niet als één geheel beschikbaar is.
Dicar ging zelfs zo ver dat ze de complete online database van het Deense kadaster, met daarin alle gegevens over prijzen en eigendom van grond en huizen, op afstand kopieerde. Dicar gebruikt daarvoor het softwarepakket Robosuite van het bedrijfje Kapowtech, dat 20.000 euro kost. Hiermee is het mogelijk complete online databases, die niet worden geïndexeerd door zoekmachines, helemaal te 'downloaden'. "Een nationaal online telefoonboek op deze manier leegzuigen is ook mogelijk", zegt Tommy Kaas van Dicar. Robots voeren de zoek- en selectieopdrachten uit.
Juridische hobbels
In het geval van het Kadaster maakte Dicar een tool waarmee journalisten konden zoeken op straten en namen om vervolgens de informatie over de waarde van onroerend goed terug te krijgen. Oftewel: de journalist kan ineens zien wat een bekend persoon aan huizen in bezit heeft en welke waarde dat alles vertegenwoordigt. Dat gaat nogal ver.
"Hier stuiten we misschien op juridische problemen", zegt Tommy Kaas. "Afgezien van de vraag of het volgens de privacywet mag, is het een zware belasting van een webserver om zoveel informatieverzoeken achter elkaar te versturen. Het lijkt wel een Ddos-aanval. Beheerders van webservers kunnen proberen de ip-adressen van onze robots te blokkeren, maar dat kunnen we omzeilen met variabele ip-adressen als het echt moet. Ook kunnen we cookies automatisch omzeilen."
Sommige webbeheerders weigeren Google's indexeringsrobot toegang tot hun server door aan te geven dat ze hiervan niet gediend zijn. Dat gebeurt met een speciaal bestandje: de robots.txt. "Je kunt een robots.txt respecteren, of niet natuurlijk", zegt Kaas lachend. Dicar weet zelf ook dat ze zich op het randje begeven. "Het is de vraag of dit mag. Er is tot nu toe geen rechtszaak tegen ons geweest."
Zelf vindt hij dat het allemaal moet kunnen. De toepassingen die Dicar maakt zijn immers in het publiek belang: ze maken belangrijke en nutiige informatie inzichtelijker dan die eerst was. Kaas: "Denk ook aan pdf-bestanden, zoals de presentielijsten van het Europees Parlement. Dicar brengt per volksvertegenwoordiger het presentiepatroon in beeld. Welke europarlementarier komt het minst opdagen op vergaderingen? Het beantwoorden van die vraagn zou anders erg tijdrovend handwerk zijn geweest."
[Tonie van Ringelestijn, 14 oktober 2005]
|