Depressietherapie voor de MSN-generatie
Tachtigduizend jongeren raken jaarlijks in een depressie, zegt althans de zorgverlening. Internet is haar nieuwe hulpmiddel, met webchats in groepsverband.
Samen met de Stichting Korrelatie en enkele hulpverleningsinstanties zet het Trimbos-instituut, kennisinstituut voor geestelijke zorg, de eerste wankele schreden op het gebied van hulpverlening via internet. Eind 2003 kwamen de organisaties met elkaar in contact met de vraag over online geestelijke zorg.
De eerste gedachten gingen uit naar persoonlijk internetcontact tussen een hulpverlener en een patiënt. Al snel ontwikkelde het project zich richting hulpverlening in groepsverband. Een besloten internetchatkamer op Gripopjedip.nl werd het toneel van een cursus.
Vandaag presenteerde het Trimbos-instituut in het Utrechtse internetcafé Time2Surf de resultaten van het onderzoek naar de effectiviteit van de proef met de chathulp.
De deelnemers leren er hoe ze hun depressies kunnen herkennen en bestrijden. Fysieke bijeenkomsten ontbreken, ook voor de intakes. De deelnemers kennen elkaar niet bij naam. Enkel de hulpverleners achter de site beschikken over persoonsgegevens van de cursisten zelf, niet op echtheid gecontroleerd.
Nadat de deelnemers zich hebben aangemeld vinden via e-mail de voorbereidende gesprekken plaats. Professionele hulpverleners, van zogeheten GGZ-instellingen. Dat waren de partners in het proefproject, te weten De Jutters uit Den Haag, Altrecht en Riagg IJsselland beoordelen de zwaarte van de depressies en kijken of de belangstellenden geschikt zijn voor de cursus. De Rabobank en RVVZ hielpen mee met de financiering van het onderzoek en de bouw van de website.
Beproefde methode
Rianne van der Zanden hielp als wetenschappelijk medewerker van het Trimbos-instituut bij het opzetten van de online 'kliniek'. "In acht wekelijkse sessies van anderhalf uur geven we een cursus. De wetenschappelijke waarde daarvan is op zich al bewezen. Het is gebaseerd op cognitieve gedragstherapieën. De deelnemers leren anders denken, hun gedrag en gevoel analyseren om daar vervolgens geen verkeerde deprimerende conclusies uit te trekken."
Deze methode zelf wordt al jaren toegepast binnen de muren van fysieke behandelkamers. De basisprincipes ervan moesten echter worden omgewerkt voor gebruik in een internetomgeving.
Na de selectieprocedure krijgen de deelnemers theoriemateriaal gemaild. Dat moeten ze lezen alsmede enkele huiswerkopdrachten maken, een uur werk per week. Volgens Rob Gerrits van Riagg IJsselland houdt tussen de 60 a 70 procent zich aan de opdrachten. De theorie en de opdrachten worden vervolgens in een losse sfeer tijdens de chats, aan het einde van de middag, behandeld. Voor de deelnemers is behalve het leren ook het uitwisselen van persoonlijke ervaringen nuttig. Tijdens de chatsessies zijn twee hulpverleners aanwezig: een die actief is in de chat en een tweede die over diens schouder meekijkt om de kwaliteit van de cursussen te waarborgen.
'Psycholoog vond ik eng'
Gijs (24), die anoniem wenst te blijven, over zijn ervaringen met de cursus: "Ik kwam in ermee contact omdat mijn moeder over Gripopjedip.nl las in de krant. Ik zat in een depressie: wilde zo lang mogelijk in bed blijven liggen en sprak amper meer af met vrienden. Naar een psycholoog gaan vond ik eng. De chatbox is prettig omdat je anoniem bent. Je durft veel meer te zeggen in een chatgroep tegen de anderen en je zit in de vertrouwde omgeving van je eigen kamer. Je kan muziek aanzetten en even weg lopen als dat nodig is, bijvoorbeeld om drinken te halen."
Hulpverlener Rob Gerrits: "Het is belangrijk dat er controle van een hulpverlener is. Je hebt ook fora waar geen controle is. Het gebeurt dat mensen daar hun problemen uiten en vervolgens uitgescholden worden."
Gripopjedip.nl probeert dergelijke flames te vermijden met virtuele gele kaarten. Zodra iemand verbaal over de schreef gaat, wordt zijn chatfunctie gedurende enkele minuten geblokkeerd. De cursist kan dan alleen lezen maar niet typen. Gerrits: "Maar dat is nog niet voorgevallen."
Af en toe heeft de hulpverlener moeite met de taal van de jongeren. Niet dat ze grof in de mond zijn, maar het chattaalgebruik van vooral de jongsten is moeilijk te volgen voor Gerrits. In MSN-taal staat 'ff w88' voor 'even wachten'. Voor tal van gangbare uitdrukkingen bestaan typografische metaforen. Gerrits: "Als je het hardop uitspreekt komt je al een heel eind. En als ik het echt niet snap, vraag ik het gewoon."
Collega Maaike Schuring van De Jutters: "Je moet de chats relevant houden door te sturen en de voortgang te bewaken. Zoiets voel je aan. Zelf ben ik zo'n drie uur per week bezig met een chatgroep, anderhalf uur chatten plus voorbereiding en afwerking." Iedere chatsessie levert volgens Schuring voldoende tekst op om 10 a 13 A4'tjes mee te vullen. De chatlogs blijven ook voor latere referentie beschikbaar voor de cursisten.
Veel depressies
Jaarlijks geraakt een groep van zo'n 80.000 jongeren van tussen de 18 en 25 jaar in een depressie, blijkt uit het Nemesis-onderzoek (Netherlands Mental Health Survey and Incidence Study) van 1999. Daarnaast zou nog eens een vijfde van de jongeren aan een subklinische depressie leiden. "Dat is nog geen echte depressie, maar wordt gezien als een sterke voorspeller", verklaart Rianne van der Zanden.
"Maar de cursus is enkel bedoeld voor jongeren die een echte depressie hebben." Dat is voor degenen die het aangaat lastig als zodanig te herkennen. De onderzoekster definieert de symptomen: "Je bent constant lusteloos, somber of je trekt je terug uit je vriendenkring. Sommigen hebben suïcidale neigingen of eetstoornissen."
De website van de Stichting Korrelatie, die in 2004 23.000 klantcontacten verwerkte, werd ingezet om belangstellenden te werven voor de trainingen. Sinds het begin 2004 ontvingen de onderzoekers 249 aanmeldingen. Vervolgens werd er contact opgenomen met de belangstellenden:
- 99 van de aanmelders liet niets meer van zich horen
- 39 zagen af van deelname
- 18 werden doorverwezen naar andere hulpinstanties omdat de problemen te zwaar waren
- 47 ontvingen een afwijsbrief omdat de cursussen vol zaten
- 46 jongens en meisjes van tussen de 16 en 25 namen deel aan de cursussen
Kwaliteit vergelijkbaar met off line
De gemiddelde leeftijd van de deelnemers was bijna 19 jaar terwijl het opleidingsniveau varieerde van VMBO tot universitair, met als gemiddelde HAVO/VWO en MBO/HBO. Nog voordat de cursus startte vielen er acht jongeren af, dus resteerden er 38. Acht van hen volgde alle sessies en 23 van hen volgde meer dan de helft. Iets meer dan een derde, 15 personen, volgde minder dan de helft van de sessies.
Dat lijkt een halfslachtig resultaat. Maar Trimbos-onderzoeker Van der Zanden is niet ontevreden, zeker niet gezien het medisch resultaat, bepaald met de 'depressieschaal CES-D'. Voor aanvang van de cursus zat de gemiddelde score van de online deelnemers op 34,5. Dat is vergelijkbaar met hetzelfde type cursussen dat in de off line wereld wordt gegeven, waar de score op 31,0 ligt. Na afloop van de cursus scoorden de internetters 16,3, een duidelijke afname. Voor 'off line cursisten' ligt die score op 16,4. De onderzoekster publiceerde haar bevindingen in vakbladen: "Vakgenoten staan te trappelen om vergelijkbare proeven te doen."
Het resultaat volstaat voor een vervolg in de reguliere zorgverlening. Maar de financiering is een vraagstuk. Dit soort preventieve zorg wordt nu nog gefinancierd uit de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ). Maar aangezien het ziektekostenstelsel volgend jaar vernieuwt, bekijkt Trimbos in welke gedeelte van de Diagnose Behandel Combinatie (DBC) het kan worden toegepast. Die afwegingen vinden op brede schaal plaats.
Tevens zoekt de Trimbos-onderzoekster geld voor een vervolgonderzoek. Dit richt zich op therapietrouw, de mate van blijvende betrokkenheid bij de online cursus. Die moet omhoog zodat het effect verbetert. Ook de selectiecriteria voor wie wel en niet mee kan doen aan de antidepressiecursus moeten nog verbeteren. "We willen de subklinische groep beter bereiken, mensen die nog niet echt in een depressie zitten. We houden ons immers bezig met preventie."
Bijna de helft van de jongeren oriënteert zich aangaande depressies primair via internet. Nog maar 22 procent van hen haalt hun informatie nog uit boeken en brochures. Ironisch genoeg kiezen de hulpverleners er toch voor om een Gripopjedip-campagne te gaan voeren met papieren media als posters en kaarten bij scholen en huisartsen, en niet te investeren in zoekmachineoptimalisatie, zoekmachineadvertenties of samenwerkingsverbanden met jongerensites.
Van der Zanden: "We beginnen nu de brede werving van nieuwe cursusleiders. Die moeten eerst getraind worden om met internet te werken."
Een van die nieuwe trainers: "Ik had nog nooit gechat tot vorige week. Het is wel inspannend. Je ziet de berichten snel boven elkaar opstapelen op het scherm en ik mis de visuele interactie die je hebt als je mensen kunt zien. In de chats moet ik dus meer en gerichter uit- en doorvragen."
Met het aantrekken van nieuwe trainers, op landelijk niveau, wil Trimbos en partners "een grotere instroom, kortere wachttijden en een doorlopend aanbod" kunnen bieden aan chathulpverlening voor de MSN-generatie.
[Erwin Boogert, 22 september 2005]
|