Technologie verlaagt online uitgeefdrempels
Gespecialiseerde internetpublicaties winnen onder consumenten aan belangstelling. Ze gaan handig met technologie om - iets waar de grote uitgevers van kunnen leren.
Dit artikel maakt deel uit van een onderzoek naar online uitgeven en journalistiek dat steun krijgt van het Bedrijfsfonds voor de Pers.
Voor nieuws over draadloos internet (wifi) en internettelefonie bezoeke men weblog Hotspot.nl, voor nieuws over Apple computers de amateuruitgaven MacOSX.nl of MacNed.nl. Voor ontwikkelingen in de kampeerbranche laat men de Kampioen van de ANWB links liggen voor weblog Kampeerzaken.nl. Dit soort gratis internetuitgaven lokt lezers weg van de sites van kranten, tijdschriften en omroepen.
Gespecialiseerde 'internetvakbladen' gebruiken op hun beurt wél het nieuws van de algemene nieuwsuitgaven om hun lezerspubliek te bedienen. Bovendien zijn ze in staat om een deel van de internetadvertentiemarkt naar zich toe te trekken, ook zonder daar zelf al te grote inspanningen voor te hoeven verrichten.
Kluwer-maandblad Tijdschrift voor Marketing probeerde zijn 'papieren lezers' via de site Marketing-Online.nl aan zich te binden. Met weinig succes. Een merknaam blijkt niet voldoende voor een papieren uitgever om ook op internet mee te spelen. Kluwer concurreert met particuliere webuitgaven als Frankwatching.com en vooral Marketingfacts.nl. Dat leidde er onlangs toe dat de uitgever de webloggers van marketingweblog DutchCowboys.nl aantrok om gezamenlijk een marketingsite te beheren, in de hoop een digitaal lezerspubliek aan zich te binden.
Kleine niet-particuliere uitgevers kopen voor een paar honderd dollar al een licentie op een volwaardig contentmanagementsysteem (CMS). Voor dat geld kunnen maximaal vijf auteurs een onbeperkt aantal weblogs volschrijven. Quote Media is een Nederlandse uitgever die voor dat luttele bedrag aan technische kosten een professioneel georiënteerde website onderhoudt op Quotenet.nl, een weblog voor de Quote-doelgroep dat iedere werkdag doorlopend wordt onderhouden. Een vorige versie van de website van Quote kost miljoenen aan technologie, weggegooid geld.
Behalve deze betaalde software als MovableType bestaan er ook tal van gratis downloadbare CMS-pakketten. Het open source-pakket Wordpress, geschreven in PHP, is gratis te downloaden via de gelijknamige site. Gespecialiseerde gebruikers fungeren in de discussiefora als niet-betaalde helpdesk en via een wiki, een vrij bewerkbare internetpagina, maakten de gebruikers gezamenlijk een handleiding. Van Nederlandse makelij is het CMS Pivot, ook geschreven in PHP en gratis te downloaden. Zonder lange en dure implementatietrajecten, zoals wel nodig met het eveneens gratis Nederlandse systeem MMbase (in gebruik bij Ilse) zetten uitgevers hiermee flexibele en naar eigen smaak aan te passen websites op.
Wandelaarswalhalla
Wessel Zweers (ook eindredacteur van Netkwesties) onderhoudt sinds drie jaar een weblog over wandelen, de Tweevoeter, met de serversoftware van MovableType. De site richt zich op internetgebruikers die hobbymatig of uit hoofde van hun beroep met wandelen bezighouden. Dagelijks verwerkt de site tussen de 2.500 en 3.500 unieke bezoekers.
Tweevoeter.nl is illustratief voor hetgeen technisch mogelijk is met relatief goedkope software, zowel in de wijze waarop de site is opgezet als in de manier waarop hij wordt bijgehouden. De sitebeheerder opereert ondertussen kostendekkend, mede vanwege het doorplaatsen van inhoudelijk relevante Google AdSense-advertenties.
Zweers werkt dagelijks 1 tot 2 uur aan het onderhoud van zijn site. Toch wordt de site de hele dag door gevoed met nieuwe berichten, dankzij het binnenhalen van berichten van derden met behulp van RSS. "De berichten die ik zelf schrijf zijn gebaseerd op tijdschriften, nieuwssites en toegestuurde persberichten. Informatie van externe bronnen haal ik via RSS-feeds binnen op mijn server. Dat gebeurt met het gratis script zFeeder. Het weerbericht haal ik voorlopig nog van de internetsite van de SBS6-weerman. Daarnaast betrek ik een deel van het nieuws van Trouw.nl, uit het katern Natuur & Milieu. Dat gebeurt overigens niet via RSS, maar via een stukje script dat Trouw gratis ter beschikking stelt aan sitebeheerders. Verder heb ik een samenwerking met Dewandelsite.nl, een site die wandeltochten organiseert. De agenda met wandeltochten wordt ook weer doorgeplaatst naar de Tweevoeter. Als tegenprestatie publiceert Dewandelsite.nl weer Tweevoeter-content in zijn nieuwsbrief."
Via RSS plaatst Tweevoeter.nl ook advertenties van Marktplaats.nl door. Zweers: "De rubriek Marktplaats is een van de best bezochte op mijn site. Die pagina is opgebouwd uit 37 RSS-feeds van Marktplaats.nl, die ook weer via zFeeder op mijn site worden gezet. Die 37 feeds komen bovendien ook elders weer terug in bijpassende Tweevoeter-rubrieken." Het betreft RSS-feeds die inhoudelijk verwant zijn aan de wandelsite, zoals advertenties met tweedehands tenten, verrekijkers en kleding, maar ook boeken en gidsen. De titels van advertenties op Marktplaats.nl verschijnen via RSS op Tweevoeter.nl in een relevante context.
Zweers verdient niets aan het extra verkeer dat hij aanbrengt bij Marktplaats.nl. "In de eerste plaats gaat het om service naar de bezoekers toe. Maar indirect verdien ik er toch wel iets mee. Al die RSS-feeds bevatten namelijk heel wat woorden en termen die ik elders op de site niet gebruik. Dat leidt tot meer bezoekers via zoeksystemen. Bovendien zijn door deze verruiming van het vocabulaire de Google AdSense-advertenties gevarieerder geworden, zonder aan relevantie te verliezen."
De Tweevoeter gebruikt dus RSS niet louter om te publiceren, maar ook om op geautomatiseerde wijze reeds bestaande informatie van andere bronnen te betrekken en in een nieuwe relevante context te plaatsen. De links naar extern nieuws en vraag- en aanbodberichten versterken het geheel, waardoor voor wandelaars een portaal ontstaat waarbuiten ze weinig meer hoeven surfen.
Olievlekkerige markt
Marktplaats.nl publiceert advertenties sinds 2003 ook in RSS-formaat. Dat zijn feeds van alle tussen de 975 en 1.000 rubrieken van het Nederlandse eBay-dochterbedrijf. Volgens een zegsman zijn er enkele tientallen Nederlandse websites die de advertenties via RSS opnemen en herpubliceren in een relevante omgeving. Daarnaast zijn er nog eens honderden internetters die de RSS-feeds lezen in een RSS-programma op hun computer, dus niet herpubliceren op eigen websites. Onder alle advertentiesites is het inmiddels gebruikelijk om nieuwe advertenties ook via RSS de wereld in te sturen.
Zweers gebruikt RSS behalve om te consumeren en herpubliceren ook om eigen kopij in syndicatie te publiceren. De Tweevoeter heeft zeven eigen RSS-feeds, die derden op hun beurt kunnen overnemen. "Een voor het nieuws, die bevat ondertussen zo'n 1.900 berichten. Daarnaast een feed voor boeken en gidsen. Dat omvat 800 titels, met verwijzingen naar Bol.com en Proxis. Die boekenverzameling heeft inmiddels bijna het karakter van een kleine gespecialiseerde boekwinkel."
Bol.com en Proxis betalen een klein bedrag aan De Tweevoeter als de site direct verantwoordelijk is voor een nieuw verkocht boek. Zweers: "En daarnaast publiceer ik RSS-feeds met ongeveer 200 gratis wandelroutes, de roulerende natuurfoto's en de eveneens roulerende citaten op de homepage. Verder is er nog een feed met alle forumberichten en nog een experimentele met fietsnieuws. De laatste heb ik voorlopig op een ander domein geparkeerd, Wielrijder.nl."
Behalve dynamische pagina's, waarvan de inhoud regelmatig wisselt, bevat de site ook circa 150 statische informatiepagina's. Dat zijn bijvoorbeeld beschrijvende pagina's over hoe te beginnen met de wandelsport of tips voor ouders die met jonge kinderen willen gaan wandelen. "Dit soort pagina's voeg ik toe als resultaat van de enquête die ik jaarlijks onder de nieuwsbriefabonnees houd. Daarbij vraag ik naar gewenste veranderingen of verbeteringen."
Uit diezelfde enquête bleek ook dat het professionele lezerspubliek bij Tweevoeter.nl sterk groeit. Zweers overweegt nu een tweede nieuwsbrief te lanceren en zo het onderscheid te maken tussen recreanten en professionals. MovableType stelt je in staat ieder bericht in een bepaalde rubriek te plaatsen, te vergelijken met een katern, en zodoende de artikelen gericht te publiceren. Theoretisch kan Zweers zonder al te veel moeite een tweede en derde site lanceren en op grond van de meta-informatie (RSS en rubrieksaanduiding) in MovableType afzonderlijke sites onderhouden voor particulieren en professionals. Het werk blijft hetzelfde, maar de distributie wordt gerichter en verbreedt zich tegelijkertijd.
Waarin Tweevoeter.nl zich onderscheidt van andere, papieren, uitgaven? Zweers: "In mijn geval zijn vooral de enorm lage kosten doorslaggevend. Aan licenties, hosting en abonnementen betaal ik hooguit 500 euro per jaar. Mijn promotiebudget is nul euro, alle bezoekers komen binnen via Google, mond-tot-mondreclame en ruiladvertenties. Verder leveren de bezoekersstatistieken een schat aan informatie over wat voor informatie men nu eigenlijk op de site zoekt. Daar zitten verrassingen bij die een tijdschriftmarketeer waarschijnlijk nooit zou hebben bedacht. En last but not least: als freelancer heb ik niet te maken met hiërarchische verhoudingen en trage besluitvormingsprocessen. Dat komt de slagvaardigheid enorm ten goede."
En de archiefmogelijkheden van internetsites zijn niet te onderschatten: "Juist dossiers, en het linken daarnaar, zijn belangrijk om context te bieden bij actuele ontwikkelingen. Linken is een krachtig instrument dat door kranten te weinig wordt gebruikt. Die dossierfunctie hebben de meeste kranten in de loop der jaren grotendeels om zeep geholpen."
Wel plaatsen enkele krantensites hun oudere artikelen in een betaalde omgeving. Het is echter een gegeven dat consumenten amper tot niet betalen om archieftoegang te krijgen.
Binnenschippersbode
Journalist Dirk van der Meulen mag pionier worden genoemd op het gebied van internetuitgeven. Van der Meulen onderhoudt sinds acht jaar de website Vaart.nl, een site voor en over de Nederlandse binnenvaartindustrie die dagelijks tussen de 6.000 en 7.000 pageviews verwerkt. Onlangs ontving Van der Meulen de CBOB Binnenvaarttrofee 2005, een vakprijs die normaalgesproken aan reders, leveranciers en schippers wordt uitgereikt.
Dagelijks bericht de journalist over ontwikkelingen in de scheepvaartindustrie. De technologie wordt beter: "Het grootste gedeelte van de site onderhoud ik nog steeds door HTML-pagina's te maken. Maar een deel van de site heb ik onlangs geautomatiseerd met het weblogsysteem Pivot. De nieuwskoppen worden vanuit Pivot via een script overgenomen op de homepage van Vaart.nl."
Deze goedkope wijze van automatisering "smaakt naar meer". Van der Meulen heeft geen zicht op het aantal internetters dat zijn site via RSS volgt. "Varende schippers zijn voor hun internettoegang nog steeds afhankelijk van GPRS- en UMTS-verbindingen. De dagelijkse nieuwsbrief is voor hen een belangrijke en hanteerbare vorm van informatie."
Vaart.nl onderscheidt zich van traditionele binnenvaartpublicaties in het feit dat ze sneller en actueler is dan de wekelijkse of tweewekelijkse papieren uitgaven die zich op de branche richten. "Als journalist zie ik dagelijks veel nieuws dat voor schippers relevant is. Dat cluster ik in hapklare brokken." Naast de dagelijkse nieuwsvoorziening voorziet Van der Meulen met een digitaal advertentieprikbord ook in een behoefte van schippers om via internet personeel, goederen en diensten te vinden.
RSS-speurders
Snelheid, gerichtheid van informatie en interactiviteit zijn drie elementen die de gespecialiseerde websites onderscheiden van traditionele media. Bovendien hoeven de sitebeheerders slechts betrekkelijk kleine investeringen te doen in techniek om de uitgeefprocessen te automatiseren. RSS wordt daarbij gebruikt als pushtechnologie richting belangstellende lezers, maar ook als pulltechnologie om een uitgave met de kopij van externe partijen te verrijken.
Een klein maar groeiend aantal internetters volgt de berichten op zijn favoriete websites via RSS-feeds. Een bedrijf als Wonders Internet Publishers uit Kortenhoef speelt daar op in met webdiensten als Bloglog.nl en Newslog.nl. De sites 'lezen' de RSS-feeds van respectievelijk 220 Nederlandse weblogs en 70 nieuwssites in en tonen de koppen en leads in chronologische volgorde - de meest recente artikelen bovenaan - en maken de RSS-feeds doorzoekbaar. Dagelijks maken enkele duizenden Nederlandse internetters gebruik van beide diensten.
Maker Erik Keegstra: "Webloggers en nieuwssites stellen onze dienst op prijs. Het levert ze extra verkeer op." MSN.nl, het consumentenportaal van Microsoft Nederland, brengt ook met links extra verkeer aan bij nieuws- en vermaaksites. MSN Nederland sloot contracten met ondermeer De Telegraaf op het gebied van algemeen nieuws, met eBay/Marktplaats op het gebied van advertenties en met Voetbal International en F1Racing.nl voor voetbal- en autoracenieuws.
Op Bloglog.nl is het sinds kort mogelijk om 'abonnementen' te nemen op de weblogs die men het meest leest. Dan worden de koppen van berichten uit de relevant geachte bronnen verzameld op een persoonlijke pagina. "Zo zien we ook welke weblogs het populairst zijn. Die kunnen we vervolgens weer een plaats op de homepage geven als ze er nog niet tussen staan."
Keegstra: "In de regel krijg je de hele dag door een ware informatiebrei over je uitgestort. Via RSS kun je zelf een selectie maken in welke berichten je wel en niet wilt lezen. RSS is echter niet compleet, maar het wordt beter. Je kunt er nu ook andere media aan toevoegen, zoals audio en afbeeldingen."
Andere technici ondersteunen Keegstra's stelling dat RSS als techniek niet volmaakt is - vooral niet daar een onderscheidend mechanisme van aparte berichten ontbreekt. Dat moet in de toekomst op enigerlei weijze worden verfijnd.
Persoonlijke leesmappen
Ilse Media, onderdeel van de Finse uitgever Sanoma, ontwikkelt op Paginanieuws.nl een nieuwsportaal waar men zelf kan bepalen uit welke bronnen men het nieuws wil zien. Ook hier is RSS de vergaartechniek. Paginanieuws.nl put voor zijn bronnen uit de Ilse-nieuwsdienst Nu.nl en de RSS-feeds van Nederlandse landelijke en regionale krantensites en omroepen. Daarnaast kan de gebruiker zijn nieuws aanvullen met de koppen van weblogs naar keuze, daarbij onder meer puttend uit de ruim 100.000 weblogs waaraan Ilse Media onderdak biedt via dochterbedrijf Web-log.nl, een site waar iedereen gratis een weblog kan beginnen. Paginanieuws.nl ging zonder dat er rumoer aan werd gegeven eind 2004 van start en heeft dagelijks zo'n 7.000 gebruikers.
Ook Ilse Media gebruikt (RSS-)bronnen van derden om te personaliseren portaalsite te maken die, in theorie, geen onderhoud vergt. De gebruiker selecteert immers zelf de RSS-feeds die hij wil lezen (zonder dat dat zo genoemd wordt) en stelt zodoende een gepersonaliseerde actuele leesmap samen. Ilse faciliteert mediaconsumptiegedrag, zonder ook maar iets in redacteuren te hoeven investeren.
Podcasting of de persoonlijke jukebox
RSS wordt ook steeds vaker gebruikt om audiobestanden naar de eindgebruiker te transporteren. Immers, de XML-toepassing is niets meer dan een vehikel van meta-informatie. RSS vertelt aan computersystemen of -programma's welke nieuwe onderwerpen er op andere computers zijn verschenen. Dit is een automatisch attenderingsproces.
Nederlandse en buitenlandse omroepen ontdekken dit, voor teksten maar meer en meer ook voor nieuw verschenen audiobestanden. Dat laatste wordt populair ook wel 'podcasten' genoemd. Podcasten is echter, in tegenstelling tot het 'traditionele radio maken' niet iets dat voorbehouden is aan professionele radiomakers. Het zijn juist de amateurradiomakers, gewone internetgebruikers, die in de kortste keren de aandacht van 'echte' radiomakers trokken met hun via RSS beschikbare audioproducties.
Een computer met een microfoon, breedbandverbinding en toegang tot een webserver zijn voldoende om een podcast te maken. Men neemt de audiobestanden op in MP3-formaat, omdat dat het veelgebruikt en platformonafhankelijk is. Na de bestanden op een server beschikbaar te hebben gesteld op internet kan men met zijn weblogsysteem via RSS een seintje de wereld insturen dat derden op de hoogte stelt van het verschijnen van de nieuwe mp3-uitzending annex podcast.
De luisteraar op zijn beurt dient, om deze geluidsbestanden automatisch te ontvangen, een podcastontvanger te hebben. Aan dat computerprogramma vertelt hij de RSS-feed, dus de lokatie en attenderingsdienst, van de zendende partij. Zodra een geluidsbestand beschikbaar is, wordt het gedownload en eventueel gekopieerd naar een draagbare MP3-speler. Gangbare podcastontvangers zijn onder meer DopplerRadio.net en Nimiq.nl.
BBC en Tros
De Engelse publieke omroep BBC begon eind vorig jaar zijn eerste podcast en breidde het aantal als mp3 downloadbare radioprogramma's al snel uit naar drie. In vier maanden tijd werden de drie programma's 270.000 keer gedownload. BBC meent via de internetdownloads een publiek te bereiken dat anders nooit naar de betreffende programma's zou hebben geluisterd. In april 2005 besloot de omroep het aantal podcasts te verzevenvoudigen tot 20.
Een podcastuitzending vraagt minimale investeringen in personeel en techniek. Tros-radioprogramma Radio Online verschijnt sinds half mei 2005 ook als podcast, dus via RSS automatisch downloadbaar formaat. De regisseur van het programma plugt aan het begin van de uitzending zijn persoonlijke draagbare mp3-speler annex -recorder in op het mengpaneel van de Tros-radiofaciliteiten. Aan het einde van de uitzending heeft hij, zonder er omkijken naar te hebben, een kant en klaar mp3-bestand. Vervolgens dient het programma via FTP op een server te worden gezet en het RSS-bestand te worden geactualiseerd, voor zover dat niet automatisch gebeurt.
Het verschil tussen audiostreams (direct online af te luisteren bestanden) en audiodownloads is, dat men gedownloade bestanden overal kan gebruiken waar een draagbare mp3-speler naartoe kan. Om audiostreams te beluisteren dient men altijd in de buurt van een internetverbinding en computer te zijn.
William Valkenburg, contentmanager van omroepportaalsite Omroep.nl, schat dat er momenteel een half dozijn podcasts worden gemaakt bij Nederlandse publieke omroepen.
Valkenburg: "BNN was een van de eersten die materiaal van radio-uitzendingen via Podcast aanbood, vrij snel gevolgd door de RVU. Inmiddels zie ik ook bij de NCRV podcasts starten. Het is in dit stadium allemaal handwerk van enthousiastelingen. Maar eigenlijk starten bijna alle ontwikkelingen zo: eerst handmatig 'sleutelen' en als we het gevoel hebben dat het zin heeft, dan wordt het naar een professioneler niveau getild. Dus we onderzoeken momenteel de mogelijkheden van een centrale podcastfaciliteit. Het moet makkelijker worden voor omroepen om podcastst te maken en de verschillende podcasts zouden via een centrale Omroep.nl-pagina beter ontsloten kunnen worden."
Podcasten bestaat pas sinds de zomer van 2004. Omroepen omarmen de nieuwe ontwikkeling betrekkelijk snel, mede omdat het in termen van productieprocessen weinig investeringen vergt. Mp3's uploaden kan al sinds de vorige eeuw, maar het nieuwe aan podcasten is de distributie via RSS, waardoor een internetter via een speciaal programma geattendeerd wordt op nieuwe uitzendingen en deze automatisch gedownload krijgt.
Enthousiasme en techniek
Terugkijkend naar sites als Tweevoeter.nl, Vaart.nl en Paginanieuws.nl blijkt dat aan de journalistieke werkwijze weinig verandert. Men schrijft journalistieke teksten en zet deze online. Het feit dat ze behalve in HTML- ook RSS-formaat worden verspreid, zorgt voor de vernieuwing. Bestaande informatie kan in een nieuwe context worden geplaatst. Maar de grote kracht van nieuwe publicaties is juist het gebruik van de eenvoudige technologie samen met enthousiaste menselijke inspanning.
Martin Nisenholtz, de baas van New York Times Digital, omschreef RSS in mei 2005 tijdens de Syndicate Conference in New York als het snelst groeiende vehikel om New York Times-kopij op internet te verspreiden. Waar de krant in 2003 nog een half miljoen pageviews per maand realiseerde via RSS zijn dat er nu zeven miljoen. Dat is echter nog maar tussen de 1 en 2 procent van het totaal. Ook stelt hij dat vijf van de vijftien meest gebruikte RSS-feeds op MyYahoo feeds van de NY Times zijn. Nisenholtz verwacht dat mede door deze ontwikkeling het aantal internetters dat een artikel via de homepage NYTimes.com vindt van 85 procent zal dalen tot 60 procent.
De Engelse publieke omroep BBC begon onlangs het project Backstage. BBC geeft een deel van de webkopij van BBC UK weg aan externe ontwikkelaars met het verzoek nieuwe en innovatieve diensten te maken. Dat leidde onder meer tot de integratie van Wikipedia met BBC News, niet officieel beschikbaar maar via de site van de programmeur. Nieuwsartikelen worden via Wikproxy gekoppeld met de internetencyclopedie Wikipedia.
Ontvanger aan de knoppen
Namen van bekende personen, geografische locaties of bijvoorbeeld materialen krijgen in de BBC-verhalen via de proxy automatisch een hyperlink naar Wikipedia. Die links staan er normaalgesproken niet. In de rubriek Prototypes staan op BBC Backstage tal van nieuwe nieuwsproducten die BBC mogelijk introduceert.
Een ander voorbeeld van de veranderende omgeving waarin uitgevers opereren is het internetsurfprogramma Firefox. Gebruikers van dat programma zijn met de plug-in GreaseMonkey in staat in webpagina's zodanig aan te passen dat storende elementen verwijderd worden. Het kan advertenties betreffen maar men kan bijvoorbeeld ook een filter bouwen voor te vermijden auteurs. Dit zijn slechts twee voorbeelden van groeiende mogelijkheden waarbij de internetter zelf bepaalt wat hij wel en wat niet wenst te zien.
"Een platform is zo goed als de metadata die het publiceert en aan derden beschikbaar maakt." Dat waren de woorden van John McKinley toen hij tijdens de conferentie Web 2.0 in het najaar van 2004 gevraagd werd naar de kracht van een internetplatform. McKinley is technisch directeur bij AOL Technologies, de technologieafdeling van AOL, onderdeel van Time Warner.
McKinley acht het onzinnig dat internetuitgevers hun kopij en diensten voor de buitenwereld afschermen. Hoe meer partijen toegang hebben tot AOL's webbronnen, hoe meer men er gebruik van maakt. Vertaald naar de Nederlandse situatie: De Telegraaf is de enige krant die op Telegraaf.nl een doorlopend stroom van nieuws brengt gedurende de dag. Dat geeft webloggers en andere sitebeheerders de mogelijkheid te linken naar Telegraaf-artikelen, daarmee lezers aanbrengend die de andere krantensites links laten liggen. Ergo: de uitgever als dienstverlener.
Conclusie
De gebruiker begint zelf te bepalen wat hij wel en niet wil zien. Hetzelfde geldt voor nieuwe uitgevers. Die zoeken de informatie bij elkaar die ze zelf nodig hebben en plaatsen dat in nieuwe relevante contexten.
Traditionele media kunnen in dit model dienen als grondstof voor derden. Je kunt het faciliteren of niet. De Telegraaf biedt als enige veel nieuws aan via internet. Daar maken tal van weblogs dankbaar gebruik van. Andere kranten zijn sinds reorganisaties/klappen van de zeepbel archieven dicht gaan gooien. Daar valt dus niet naar te linken, dus trekken de krantensites ook amper verkeer.
[Erwin Boogert, 19 mei 2005]
|