NETKWESTIES magazine over maatschappij en internet kleine letters normale letters grote letters
25-03-2005 bepaal de lettergrootte
ACTUEEL COLUMNS COLOFON ABONNEER

De ruggengraat van de blogosfeer

Er zijn twee manieren om een strijd te verliezen. De eerste is: dusdanig in de pan gehakt worden dat doorvechten niet meer mogelijk is. Vroegtijdig de moed opgeven, is een tweede mogelijkheid.

Twee weken geleden publiceerde Netkwesties over enkele Amerikaanse bloggers die door Apple waren gedaagd. De bloggers hadden nog vertrouwelijke informatie over het computerbedrijf gepubliceerd. De rechter oordeelde dat de bloggers hun bronnen moesten prijsgeven.

Schande, riep het journaille wereldwijd in een Pavlov-reactie, waarbij het schuimbekkend geproduceerde speeksel nog net niet uit de alinea's sijpelde. En het was natuurlijk schande, om redenen die toelichting verdienen en verderop ook krijgen. Maar ook de bloggers zelf zijn niet zonder verantwoordelijkheid. Zij hebben nu de kans weblogs als serieus medium op de Amerikaanse kaart te zetten, of die mogelijkheid juist voor jaren te verkwanselen.

De discussie draait om het fenomeen 'verschoningsrecht'. Dit is een vorm van klokkenluiderbescherming binnen de journalistiek. Verschoningsrecht houdt in dat de journalist ook voor de rechter mag zwijgen over zijn anonieme bronnen. In zo'n situatie erkent een samenleving, of de rechter, dat enige geheimzinnigheid soms nodig is voor het goed functioneren van een democratie.

Door anonieme bronnen bescherming te geven, wordt de drempel lager om met misstanden naar een journalist te stappen. Voor een verslaggever wordt het bovendien makkelijker om zich aan een belofte tot vertrouwelijkheid te houden. Iemand die in Nederland weigert op bevel van de rechter informatie te verschaffen, kan bijvoorbeeld worden 'gegijzeld', oftewel net zo lang worden vastgehouden tot hij wil praten.

Een groot probleem met verschoningsrecht is dat het zo makkelijk is te misbruiken. Geef je iedereen die zich journalist noemt het verschoningsrecht, dan staat het roddelbladen vrij week na week vuige laster op te schrijven zonder dit ooit te hoeven onderbouwen. Ze kunnen zich immers, ook als het verhaal volledig verzonnen is, beroepen op een verschoningsrecht. Wie zijn bron niet hoeft prijs te geven, hoeft zelfs niet prijs te geven dat hij helemaal geen bron heeft.

Een vaak gesuggereerde schijnoplossing is het invoeren van een onderscheid tussen 'legitieme' en 'niet-legitieme' media. Dit argument voerde de Amerikaanse rechter aan. Hij oordeelde dat de bloggers daarom niet konden rekenen op bescherming volgens het Californische verschoningsrecht, de zogeheten California Shield Law. Ook Netkwesties-columnist Egbert Dommering sloot zich bij de Amerikaanse redenering aan: "Terecht gaan die Amerikaanse webloggers niet vrijuit, want ze publiceren niet in een erkend medium."

Helaas loopt deze oplossing uiteindelijk stuk op de vraag wie dan gaat bepalen wat erkende media zijn. Kranten die al 25 jaar bestaan? Tijdschriften die minstens 10.000 lezers hebben? Radiozenders die niet negatief berichten over de regering? Een website als GeenStijl niet, maar Nu.nl wel? In een dergelijk moeras moet de rechter zich niet willen begeven.

Net zomin als journalisten moeten willen streven naar gedragscodes om te bepalen wat ze wel of niet mogen doen. Zo'n code is er al. Die heet 'de wet'. De 'vierde macht', ofwel de journalistiek, moet worden gecontroleerd door de 'derde macht', oftewel de rechtspraak, en niet door een particuliere standsorganisatie die er op termijn alleen maar toe kan leiden dat de journalistiek zich in zichzelf opsluit. Dat zou een uiterst ongewenste ontwikkeling zijn voor een beroepsgroep die juist in alles transparantie moet nastreven.

Wat de Amerikaanse rechter ook had kunnen doen, is de meer fundamentele vrijheden en rechten van de betrokken partijen tegen elkaar af te wegen. Zoals het recht van de bloggers om te publiceren tegenover het recht van Apple om controle uit te oefenen op haar eigen vertrouwelijke informatie.

De ware test in deze zaak betreft echter niet de rechter, maar de webloggers. Ook als ze hun hoger beroep verliezen, hoeft de strijd nog niet voorbij te zijn. Sp!ts-journalist Koen Voskuil liet zich in 2000 opsluiten nadat het gerechtshof hem wilde dwingen informatie vrij te geven over de zaak rondom crimineel Mink K.

Zouden de bloggers in de VS gedwee gehoor geven aan een eventueel ongunstig vonnis, dan bekrachtigen ze daarmee impliciet het oordeel van de rechter. Of, in de woorden van hun inmiddels overleden landgenoot Thomas Paine: "Those who expect to reap the blessings of freedom must, like men, undergo the fatigue of supporting it."

Democratische rechten komen niet vanzelf. Die moeten worden afgedwongen - en vaak in crises zoals deze. Zo verging het ook het Nederlandse parlement in de 19de eeuw, en zo vergaat het de europarlementariėrs in Brussel nog dagelijks. Wie rechten wil, zal daarvoor moeten vechten.

Deze zaak is de eerste ware test van de blogosfeer.

[Arjan Dasselaar, 25 maart 2005]

columnist COLUMN
Arjan Dasselaar

Verder in editie 123



Netkwesties zoekt steun

En u kunt helpen! Lees verder »