Hé, er zit een chip in je broccoli!
De Artikel 29 Werkgroep in Brussel - de gezamenlijke Europese privacy-autoriteiten - heeft een werkdocument de wereld in gestuurd waarin zij een analyse geeft van de privacy-aspecten van Radio Frequency Identification ofwel RFID.
RFID-chips zijn computerchipjes ter grootte van een paar speldenknoppen die via radiosignalen een unieke code doorgeven aan leesapparaten in hun directe omgeving om op die manier personen of goederen te kunnen identificeren. Tot het einde van deze maand loopt een publieke consultatie waarin iedereen kan reageren op de conclusies van de Werkgroep. Op het rapport is namelijk wel degelijk het een en ander aan te merken.
Het rapport, mede door het gebruik van enkele onrealistische en futuristische scenario's, ademt de sfeer van een technologie waar burgers, consumenten en werknemers bang van moeten worden. 'Big Brother' zit straks in paspoort, je trui, je auto, je tandenborstel en je broccoli. Overal liggen piepkleine RFID-chips op de loer om jouw dagelijks leven minutieus in kaart te brengen en ongemerkt door te seinen naar leesapparaten die verstopt zitten in de omgeving, waardoor je privacy te grabbel wordt gegooid.
Goed, ik overdrijf een beetje.
Maar de verwachting is aan de andere kant toch juist dat RFID het dagelijks leven vooral zal veraangenamen. 'Ambient technology' - het verdwijnen van technologie in de achtergrond zodat mensen op een eenvoudige wijze kunnen communiceren om hun omgeving - is een speerpunt in de Europese strategie om in 2010 de meest vooruitstrevende kenniseconomie van de wereld te zijn. En RFID speelt een sleutelrol in de wereld van ambient technology.
Recent onderzoek van Cap Gemini (pdf) wijst uit dat de Europese consumenten die ooit wel eens van RFID gehoord hebben, grote voordelen verwachten van deze technologie. Men denkt vooral voordelen te zien op het gebied van de beveiliging van auto's (70 procent), het terugvinden van gestolen goederen (69 procent), de voorkoming van ongelukken met medicijnen (63 procent), de verbetering van de voedselveiligheid (58 procent), prijsvoordelen voor de consument (55 procent) en minder rijen voor de kassa (52 procent).
RFID is op zich niet nieuw. De technologie werd in de Tweede Wereldoorlog al gebruikt om bevriende vliegtuigen te onderscheiden van de vijandige (het bekende 'friend or foe'-systeem). Dagelijks gaan honderdduizenden mensen in Nederland naar hun werk met een RFID-chip op zak. U kent ze vast wel, die mensen die gewoon even hun tas of portemonnee tegen de lezer van het toegangspoortje aanhouden of - zoals ik - even met hun jaszak zwaaien. De chip zit in hun personeelspasje, dat contactloos communiceert met het leesapparaat. Een afstandje van 2 tot 5 cm is meestal al genoeg om contact te maken en het poortje te openen.
Ook zit RFID al in miljoenen autosleutels. Níet om de auto af te sluiten of te openen (dat is infrarood), maar om te voorkomen dat de auto kan worden gestart zonder de bijbehorende sleutel. En deze winter zijn we weer massaal aangeschoven in de rij voor de skilift waarvan de toegang was voorzien van een leesapparaat die de RFID-chip in de skipas uitlas.
De reden waarom RFID nu opeens zoveel aandacht krijgt, is omdat er in het bedrijfsleven vergevorderde plannen bestaan om de aloude barcode te gaan vervangen door RFID-technologie. De 'Electronic Product Code' of EPC zal een revolutie gaan veroorzaken in de wereldwijde goederenketen. Door RFID-chips toe te voegen aan containers, pallets, dozen en uiteindelijk ook aan individuele producten, zal het eenvoudig zijn om de logistieke keten van de fabriek tot de winkel te managen, zal het voor het winkelpersoneel niet langer nodig zijn om elk product of elke doos met de hand te scannen, zullen de schappen in de winkel nooit meer leeg zijn, doordat ieder magazijn en schap precies weet hoeveel producten er nog over zijn en het tekort automatisch bijbestellen, en kunnen we in de toekomst zó met ons winkelwagentje de winkel uitlopen zonder eerst in de rij voor de kassa te gaan staan. De inhoud van de winkelwagen wordt automatisch bij de uitgang gescand en zelfs de betaling kan via een vorm van RFID plaatsvinden.
Ook op andere plaatsen wordt al druk geëxperimenteerd met RFID. In ziekenhuizen kan RFID helpen ongelukken als gevolg van verkeerd medicijnengebruik terug te dringen of meehelpen te voorkomen dat bij patiënten hun been wordt afgezet in plaats van hun blindedarm verwijderd. De OV-chipkaart zal binnenkort de strippenkaart en het treinkaartje in het openbaar vervoer gaan vervangen, bij sommige benzinepompen kunnen we al betalen door te zwaaien met een sleutelhanger, en fabrikanten van huishoudelijke apparatuur onderzoeken de mogelijkheden van 'slimme apparaten' die door middel van RFID volautomatisch hun werk doen.
In de toekomst hebben we koelkasten die ons vertellen dat de melk op is en automatisch 'melk' toevoegen aan ons boodschappenlijstje (dat eventueel op zijn beurt weer automatisch door de koelkast naar de supermarkt wordt gestuurd, als je dat tenminste wilt), is onze keuken voorzien van magnetronovens die automatisch het kant-en-klaar-gerecht bereiden op de juiste temperatuur en tijd, en hebben we wasmachines die ons waarschuwen dat het geen goed idee is om een rode sok samen met ons witte overhemd te wassen. Dan kan een kind dus echt de was doen.
Inmiddels stellen steeds meer mensen zich de vraag hoe het zit met hun privacy. Het onderzoek van Cap Gemini wijst uit dat Europese consumenten wel degelijk zorgen hebben over hun privacy bij het gebruik van RFID-technologie. 59 procent van de consumenten zegt vooral bezorgd te zijn over het feit dat de gegevens in de RFID-chip wellicht door derden kunnen worden gebruikt zonder dat ze dat weten. En 55 procent denkt dat ze met de chip in hun kleding overal gevolgd kunnen worden.
Onwetendheid
Een groot deel van de bezorgdheid is te verklaren uit het feit dat consumenten geen idee hebben wat RFID precies inhoudt en welke invloed het daadwerkelijk zal hebben op hun leven. Het rapport van de Artikel 29 Werkgroep maakt het er ook al niet duidelijker op.
Het rapport maakt bijvoorbeeld geen duidelijk verschil tussen chips voor contactloze smartcards - die een hoge mate van beveiliging aan boord hebben, zoals sterke encryptie van gegevens en autorisatie van leesapparaten en slechts over een afstand van maximaal 10 cm hun werk kunnen doen - en chips voor smart labels met weinig tot geen beveiliging aan boord en - afhankelijk van het type en de gebruikte radiofrequentie - een bereik van 1 tot 4 meter.
Smartcards worden vooral gebruikt om personen te identificeren en hebben dus rechtstreeks invloed op de privacy van die personen en bieden daarom een scala aan beveiligingsmogelijkheden (denk o.a. aan het paspoort, de OV-chipkaart en de personeelspas), terwijl smart labels worden gebruikt om goederen te identificeren, waardoor er minder noodzaak is om de gegevens in de chip te beveiligen.
Sommige typen smart labels kunnen echter gedeactiveerd worden - deactivering is een standaardspecificatie van EPC-chips - terwijl andere typen een beperkte vorm van encryptie aan boord hebben, zoals de chip in de autosleutel.
Ongegronde bezorgdheid
De bezorgdheid van consumenten om door middel van de RFID continu te kunnen worden gevolgd, is vanwege de zeer korte afstanden die RFID-chips kunnen overbruggen, ongegrond. Wat dat betreft is RFID niet te vergelijken met Global Positioning System (GPS) in auto's of met de huidige mogelijkheden om iemand vrij nauwkeurig te lokaliseren met behulp van zijn mobiele telefoon - ja, zelfs als die in de stand-by stand staat.
'Tracking & tracing' van RFID-chips is alleen mogelijk in vooraf gedefinieerde omgevingen: het product staat in het magazijn, het product is in de vrachtwagen, het product staat op het schap, het product is verkocht. In het wilde weg volgen van RFID-chips is technisch niet mogelijk.
Voorlopig duurt het echter nog even voordat consumentenproducten daadwerkelijk allemaal van een chip voorzien zijn. De meeste proeven vinden nog op container-, pallet- en doosniveau plaats. Winkels die nu al op productniveau met RFID experimenteren, stoppen de chip meestal in het prijslabel, dat eenvoudig aan de kassa kan worden verwijderd.
Verwijdering van de chip is voor de consument geen probleem, want die slimme wasmachine en die slimme koelkast zijn er voorlopig toch nog niet. De deze maand gepubliceerde richtlijnen van de Internationale Kamer van Koophandel (ICC) voor het zorgvuldig gebruik van RFID-technologie schrijven bovendien voor dat consumenten geïnformeerd moeten worden over het feit dat er een RFID-label aan hun product zit en hoe ze dat kunnen (laten) verwijderen of deactiveren.
Wel meer onderzoek
In de tussentijd werkt het bedrijfsleven aan oplossingen om te garanderen dat niet-gedeactiveerde chips niet door onbevoegden kunnen worden uitgelezen. De Artikel 29 Werkgroep roept dan ook terecht op dat er meer onderzoek nodig is. De roep om wetgeving om het gebruik van RFID aan banden te leggen - zoals door sommige partijen met name in Duitsland en de VS al wordt geopperd - is vooralsnog voorbarig. Het duurt nog zeker een paar jaar voordat de slimme chip in ons dagelijks leven doordringt op een manier die ons zorgen kan baren. Dat geeft het bedrijfsleven en de overheid voldoende tijd om met afdoende oplossingen te komen.
Maar één ding weten we zeker: er groeien geen RFID-chips in de broccoli. Nu niet en nooit niet...
[Jeroen Terstegge, 11 maart 2005]
|