Anonieme bronnen: "ze zeggen dat..."

Webloggers in de VS, België en Nederland willen hun anonieme bronnen geheim kunnen houden, net als journalisten. Over de wankele basis van journalistiek. "Ik heb gehoord dat..."
"Over het verschoningsrecht is al een heel lang lopende discussie, ook binnen de Nederlandse Vereniging van Journalisten. Eigenlijk loopt die al 150 jaar in Nederland - sinds Thorbecke en de onafhankelijkheid van de dagbladen rond 1850."
Hans Verploeg, als scheidend NVJ-secretaris de jonge eminence grise van de Nederlandse journalistieke rechten, frist ons geheugen wat op. De waan van de dag van de meeste weblogs verhoudt zich immers slecht tot historisch besef.
In 1993 diende Tweede-Kamerlid Erik Jurgens (PvdA) een wetsontwerp om journalisten verschoningsrecht - bronbescherming - te bieden. Daar bleef het bij. Inmiddels is de urgentie door uitspraken van de Hoge Raad en het Europese Hof vervallen. Dat staat in een dossier over gijzelingen van journalisten die de Nederlandse rechter in de afgelopen eeuw liet vastzetten, omdat ze geen bronnen wensten prijs te geven.
Apple versus webloggers
In de Verenigde Staten dreigt een veroordeling van webloggers die noviteiten van Apple onthulden nog voor het bedrijf deze zelf zou openbaren. Rechter James Kleinberg weigert de webloggers onder de bescherming te plaatsen die journalisten wettelijk genieten in de Verenigde Staten onder de United States Constitution en in hun staat op grond van de California Shield Law.
Apple wil weten welk bronnen ThinkSecret en Apple Insider, PowerPage hebben getipt. Volgens Apple gaat het om onrechtmatig gelekte bedrijfsgeheimen. Apple beweert - in eerste instantie met succes - dat het niet gaat om journalisten.
Burgerrechtenclub Electronic Frontier Foundation, die een dossier over de zaak publiceert inclusief vonnissen, verzet zich tegen de vordering van Apple. De webloggers pleegden journalistiek, weet de EFF zeker. Ze onthullen en dus zijn de aangeklaagde webloggers journalisten.
Ondertussen in België
De Belgische regering vindt van niet. In een wetsvoorstel (pdf) over de 'bescherming van de informatiebronnen van de journalist' - zie ook de hele behandeling - is de bescherming beperkt tot degenen die hun brood verdienen met journalistiek. Anders zou die voor iedereen gelden.
Ook freelance journalisten, correspondenten en fotografen kunnen zich op bronbescherming beroepen. "Maar dan moeten ze van hun journalistiek kunnen leven, en dat voor een periode van twee jaar. Een erkenningscommissie bepaalt of iemand beroepsmatig journalist is. Zo ja, dan is de bescherming ook ruim", aldus de woordvoerder van de Raad voor de Journalistiek te Brussel.
Het bronnengeheim zal moeten wijken bij gevaar voor "de fysieke integriteit van personen, indien de gevraagde informatie cruciaal is en op geen enkele andere manier kan verkregen worden", zo luidt een voorbehoud van het wetsvoorstel.
Weblogger Luc van Braekel verzet zich tegen het onderscheid tussen beroepsmatig en niet-erkende publicerende nieuwsvorsers. In een artikel in New York Times zeggen deskundigen dat het onderscheid kunstmatig is en binnen een aantal jaren niet relevant zal blijken te zijn.
De Belgen effectueren jurisprudentie van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens die vrij vergaande uitspraken deed over bronbescherming. Dat was juist reden voor de NVJ om in Nederland een aanvankelijk pleidooi voor een wettelijke regeling te laten vallen, aldus Verploeg: "Ik heb ook lange tijd gedacht dat we dat verschoningsrecht wettelijk moesten vastleggen, zoals in de Verenigde Staten en in Duitsland. Een NVJ-commissie adviseerde dat niet te doen. De jurisprudentie in Nederland en met name van het Europese Hof bood meer bescherming dan een eventuele wettelijke regeling."
Een wettelijke regeling, zoals in België, vindt Verploeg te beperkt: "Erik Jurgens, PvdA-politicus, vond rond 1990 dat iedereen die publiceert een beroep zou moeten kunnen doen op dat wettelijk verschoningsrecht waar de NVJ zich destijds voor inzette. Niet het karakter van het vak maar het feit dat je publiceert geeft je het recht op verschoning."
Verploeg trekt zijn principe door naar internet. Geen hek om de journalistiek, iedereen die publiceert en onthult moet zich erop kunnen beroepen? "Ja, ik vind van wel. Een wettelijke registratie van wie echt journalist is keert zich tegen het vak. Dat zie je ook in landen met gelimiteerde persvrijheid. Ik vind dat een weblogger bij een belangwekkende onthulling een beroep moet kunnen doen op het verschoningsrecht."
Dat daarmee wellicht een mère a boire aan flagrante onzin openbaar wordt is volgens Verploeg geen reden om het recht te beperken. "Dan moet het slechtoffer maar naar de Raad voor de Journalistiek of de rechter om na te gaan wie er gelijk heeft."
Maatschappelijk belang
Egbert Dommering, ervaren media-advocaat en columnist van Netkwesties, is het niet met Verploeg eens: "Je kunt erover twisten wat precies een journalist is, een eeuwige discussie. Terecht gaan die Amerikaanse webloggers niet vrijuit, want ze publiceren niet in een erkend medium en de vraag is of ze een maatschappelijk belang hebben."
Met 'maatschappelijk belang' introduceert Dommering een tweede criterium naast de vraag of een publicist al dan niet journalistiek bezig is en onthult. Bij het Apple/webloggers-geval plaatst Dommering vraagtekens: "De Amerikaanse rechter lijkt me gelijk hebben, het is onrechtmatig om vertrouwelijke informatie te publiceren. Behalve als journalisten dit doen en een voldoende zwaar belang hebben om dit openbaar te maken. Als het een journalist zou zijn geweest en een publicatie in een krant, die vervolgens op het web komt, en er zou een zwaarwegende maatschappelijke reden of groot nieuwsbelang zijn om die geheimen te publiceren, dan ligt het anders."
Bronbescherming is geen absoluut recht, benadrukt Dommering. Die laatste uitspraak billijkt Verploeg van de NVJ: "Ik heb het niet over verschoningsrecht voor een of andere flauwekulpublicatie, maar voor een journalistieke boodschap, nieuws of feiten. Het blootleggen van belangwekkende zaken moet onder bronbescherming kunnen plaatsvinden."
Verploeg vindt dat dit ook moet gelden voor degenen die opinies schrijven in kranten en geen journalist zijn. Die lijn trekt hij door naar webpublicisten. Maar hij maakt een voorbehoud: "Bij een krant heb je nog een hoofdredactie die wikt en weegt, bij een weblog ontbreekt dat filter."
Maar op een weblog zijn er de 'reageerders' die publicaties kunnen nuanceren. Verploeg twijfelt nog: "Misschien dat ik internet te veel eer geef, hoor. Een debat is nuttig en nodig. We dubben voortdurend over alle aspecten van vrijheid van meningsuiting. Hoe absoluut stel je die?"
Ook de plichten
De discussie is opgepakt door GeenStijl, waar de huisjurist onder de kop Weblogs: journalisten of hobbyisten? wijst op een uitspraak van de Raad voor de Journalistiek - zie ook een artikel op Planet. De jurist concludeert dat GeenStijl zelf als weblog zich op bronbescherming kan beroepen.
De huisjurist gaat met zijn pleidooi voor het 'weblog' per ongeluk in tegen de opstelling van GeenStijl zelf: "Veel mensen noemen GeenStijl voor het gemak een weblog. Dat dekt de lading niet, maar goed."
De jurist neemt de vorm weblog als uitgangspunt, maar het gaat om de inhoud en hoe die tot stand komt. De redactie zelf daarover: "Op GeenStijl wisselen nieuwsfeiten, schandelijke onthullingen en journalistiek onderzoek elkaar af met luchtige onderwerpen en prettig gestoorde onzin... brengt ongenuanceerd de nuance van het nieuws." De jurist schrijft dat de publicatie tips moet kunnen onderzoeken.
Moeilijker ligt het in het schemergebied van de tien- of honderdduizenden hobbyisten die online schrijven en beweren op grond van anonieme bronnen dat de buurman (ook SGP-raadslid in de gemeente) het met zijn hond doet en de schoonzus (penningmeester van de lokale huisvrouwenvereniging) privé grote schulden maakt. Dat komt simpelweg in de sfeer van: "Ze zeggen dat...", ofwel kroegpraat.
In deze discussie wordt eenvoudig voorbijgegaan aan het feit dat rechten doorgaans een evenwicht vormen met plichten. Journalistiek kent weinig regels, en die worden niet zelden aan de laars gelapt. Maar er bestaat wel zo iets als een Gedragscode voor Nederlandse journalisten. Die is al uitgangspunt van de Raad voor de Journalistiek.
Deskundigen komen er in de Verenigde Staten en Nederland - in België wel - niet uit wie nu precies zich journalist kan noemen. Als internet dan iedereen tot publicisten maakt, die zich willen beroepen op bronnengeheim, dan staan er aan de andere kant plichten tegenover, zoiets als een gedragscode.
En dan is het de vraag of een Nederlandse rechter in een gelijksoortig geval als in Santa Clara alle drie de betrokken weblogs a priori over één kam zou scheren en niet zou kijken of er journalistieke uitgangspunten zijn en een maatschappelijk belang van de onthulling.
[Peter Olsthoorn, 11 maart 2005]
|