Perfect bij dit debat past de verrassende bijdrage van Francis Esfandiari in Trouw over gebruik van AI voor het schrijven van haar boek. We mochten dit publiceren op Netkwesties. Dat zet de onderstaande discussie wellicht in een iets ander perspectief. Net als de cartoon van vandaag van Matthias helpt bij het denken over AI-gebruik.
Guido van Nispen plaatste onze artikelenvan zondag 6 september 2026 over schrijven met AI bij kranten en de detectie daarvan op LinkedIn, en het kwam tot een levendig, relevant debat tussen voor- en tegenstanders.
De eersten waren in de meerderheid. Toch begin ik bij een opponent, Laurens Verhagen, gezien zijn status als expert in AI bij de Volkskrant. Uiteraard, zo stelt hij, doen redacteuren onderzoek met AI. Ik beschouw dat als een veredeld Googelen. Maar het gaat hier over schrijven met AI. Laurens meent, tegenover Guido:
Het daadwerkelijke schrijven is een ander verhaal. Ik weet dat jij er anders over denkt, maar bij de Volkskrant besteden we dat niet uit. Uit principe, maar ook omdat AI-teksten zich helemaal niet kunnen meten met menselijke. Het is clichématig, hol en op zijn best een goed gelukte imitatie. Bij korte nieuwsberichten kom je daar nog mee weg, bij analyses, essays, opinies echt niet. Het doet pijn aan de ogen, sorry. Maar ik weet dat het voor veel mensen, zeker hier op LinkedIn, helemaal geen probleem is.
Guido zelf daarop:
Over de kwaliteit van AI-teksten ben ik het deels met je eens. Een generieke AI-tekst is vaak voorspelbaar, clichématig en mist een eigen stem. Maar ik denk dat we ons op een overgangsmoment bevinden. De vraag is niet alleen of AI vandaag beter of slechter schrijft dan een goede journalist, maar hoe de samenwerking tussen journalist en AI zich ontwikkelt. Het eindresultaat wordt steeds vaker een combinatie van menselijk oordeel, journalistiek vakmanschap en AI-ondersteuning.
Lezers viel AI-gebruik niet op
“Pijn aan de ogen” vind ik een relevant criterium. Ik kan dat beamen, juist met enkele teksten van Guido die ik eerder mocht redigeren. Maar het is subjectief, wel of geen AI is geen hard gegeven. Immers, ik vroeg in het artikel over detectie vorige week al aan Volkskrant-hoofdredacteuren: Hebben redacteuren (met name van de opiniepagina) het AI-gebruik gezien en storend gevonden? En kreeg je klachten van lezers?
Op beide vragen was het antwoord van Pieter Klok negatief. Laurens Verhagen zelf had met het blote oog wel een aantal opinieartikelen gezien die met AI waren geschreven. Dat is niet enkel heel knap, maar wij journalisten staan daarin kennelijk alleen. Erwin Blom gaat wel deels met hem mee: “Maar dan is het dus een kwaliteits- en geen principekwestie. Dat lijkt me logisch. Als de output nu niet goed is, is het inderdaad wachten op betere versies!” [van AI-schrijvers]
Slecht schrijvende journalisten
Bovendien wil ik het cynische antwoord van Bert Kok op het ogenpijn-argument niet verzwijgen:
Als pijn aan je ogen een criterium wordt, vallen er in de journalistiek heel wat volstrekt menselijk geschreven teksten onmiddellijk door de mand. Ik krijg van heel wat teksten trouwens enorme pijn in mijn buik, maar dat is een ander verhaal. Hier zit voor mij precies het probleem met deze discussie. We maken van een esthetisch oordeel over schrijfstijl ineens een criterium voor journalistieke integriteit. Terwijl kennelijk noch de Volkskrant-redactie, noch veel lezers die vermeende AI-stijl herkenden voordat iemand er een detector op losliet.
Vervolgens komt Bert Kok met argumenten die Guido aanvoert: je moet het gehele proces onder ogen zien van publicatie: “Het gaat er wat mij betreft dus niet om of een tekst voldoende menselijk aandoet. Het doet ertoe hoe die tot stand is gekomen: welke rol speelde AI, heeft de auteur daadwerkelijk zelf gedacht en geoordeeld, en neemt de redactie verantwoordelijkheid voor wat ze publiceert? Dat AI onze taal en uiteindelijk waarschijnlijk ook ons denken beïnvloedt, lijkt me onvermijdelijk. Maar hetzelfde gold voor Google, social media, academische conventies, managementtaal en journalistieke formats.”
Dat laatste schreef Kok als reactie op mijn opmerking dat (helaas?) ons denken, ons wezen en ons intellect vervormd zal worden door AI-gebruik. Het volk gaat er gedwee in mee. Zoals onze sociale gedragingen (en relaties?) zijn vervormd (aangetast?) door de hele dag appen en twitteren. Er is geen weg terug. Originaliteit krijgt met gebruik van AI heel aandere schakeringen.
Bart Flos zet dit nog scherper neer: we voeden aldoor het monster dat daarmee gaandeweg sterker wordt om ons tenslotte te verslinden. De meesten zijn een stuk positiever en denken dat menselijke creativiteit de boventoon blijft voeren. Cor Hospes, bondig: “Het gaat niet om het schrijven, maar om wat daaraan voorafgaat. Een inzicht, een idee, een gedachte.”
Robot Jetten
Gelukkig is humor nooit ver weg. Het was juist de Volkskrant die met behulp van AI-detector Pangram – waarmee het vorige week zelf gekapitteld werd - ontdekte dat “Robot Jetten” AI veelvuldig inzet, ook voor emotionele boodschappen:
Maar deze empathische woorden zijn niet door Jetten zelf geschreven, en ook niet door een ander mens. Uit onderzoek van de Volkskrant blijkt dat zeker 232 berichten van de premier zelf (68 posts) én zijn partij D66 (164) op X, Instagram, Facebook en LinkedIn zijn gegenereerd door een AI-model zoals ChatGPT of Claude. De posts werden vaak op meerdere kanalen verspreid, in totaal 434 keer.
De Volkskrant begon het onderzoek (geciteerd bij EenVandaag) naar de socialemediaprofielen van Jetten en D66 vanwege het opvallend gekunstelde taalgebruik. De krant onderzocht daarop alle berichten op de persoonlijke accounts van Jetten en de partijaccounts van D66 op verschillende kanalen vanaf 2021, in totaal 1.812 unieke berichten.”
Verongelijkte AI-fans
Als ik bij m’n 80-jarige buurman en wetenschapper de term “AI” laat vallen, antwoordt hij steevast: “Garbage in, garbage out”. Een variant hierop, maar dan in positieve zin, oppert AI-expert Erwin Blom: “Mij valt iets anders op: we beginnen menselijke teksten te wantrouwen omdat ze klinken als AI. Taalmodellen zijn getraind op menselijke teksten. Dus ook op onze vaste formuleringen…Die zinnen hebben we zelf bedacht. Ze waren misschien al versleten voordat ChatGPT bestond. Maar nu AI ze veel gebruikt, gelden ze ineens als verdacht.”
Hij verwijst naar een post van Arjan Broere: “Mijn ouderwets zelf-geschreven ambachtelijke tekstje van vier alinea's bevat volgens Copilot maar liefst 14 AI'ismen. Soms is het eerder sleets taalgebruik dan AI'ismen, geloof ik. Maar even mijn leraar Nederlands-diploma's gaan inleveren.”
Martijn Aslander ervoer hetzelfde, overigens zonder het woord ‘sleets’ te gebruiken voor zijn eigen schrijfstijl:
Ik schrijf al een jaar intensief mét AI, voor redactiewerk, fact-checken en om te sparren over de inhoud. Dat is heel wat anders dan AI jouw teksten laten schrijven. Ik nam de proef op de som en haalde wat teksten door de populairste tracker: Pangram. Wat een ontzettend slechte tool is dit. Hij wees in mijn tests allemaal zinnen aan die 100% van mijn hand zijn. Zodra je een opsomming maakt van drie elementen wijst de tool die zinnen aan als zijnde van AI, terwijl ik dat regelmatig gebruik als stijlmiddel.
Conclusie
Je emoties door AI lasten formuleren blijft hoe dan ook een zwaktebod, maar is niet te voorkomen. AI-detectie van vermeend door mensen geschreven bijdragen met daartoe beschikbare software heeft allengs minder zin naarmate AI beter gaat formuleren en wordt vermengd met menselijk uiten. Het mooie is wel dat dit een debat opent over kwaliteit van uitingen. Guido van Nispen behandelt vooral de inhoud, in dit geval van journalistiek. Maar je kunt je ook afvragen, in journalistiek en overal elders waar mensen menen aandacht van anderen te mogen opeisen:
Is de stijl van de uiting aantrekkelijk? Zelf verlang ik in het enorme aanbod van voorspelbare, vaak slecht schrijvende columnisten en andere meninkjesverkondigers terug naar de satirische columns van Jan Blokker in de Volkskrant. Hij paarde inhoudelijk messcherpe observaties aan een heerlijke stijl en creatieve woordkeuze.
Kom er nog eens om. Onstaat er vroeg of laat een AI-agent die op grond van de stukken van Blokker in Delpher alle huidige columnisten zal verslaan? Daar helpt geen detectortje lief aan.
(Misschien durft de Volkskrant dat zelf aan, om eens op de troepen vooruit te gaan lopen.)