Dat stelt de grootste AI-publicatie in Nederland, AI-rapport, na een met AI uitgevoerde detectie via de dienst Pangram dat voor detectie wordt ingezet. De succesfactor daar is 80 procent naar zeggen, dus uitkomsten kunnen deels foutief zijn. AI Report telde apart de stukken die waarschijnlijk gedeeltelijk met AI zijn vervaardigd:
Sjoemelaars niet aangepakt
De auteurs zelf noemt AI Report niet. Ze zijn wel benaderd, maar niet duidelijk is hoeveel van hen. De onderzoekers waren niet bereikbaar. De auteurs ontkennen tegenover AI Report hun AI-inzet niet. “Hun reacties komen vrijwel allemaal neer op ‘het zijn mijn ideeën, ervaringen en argumenten, maar de zinnen zijn door een taalmodel gegaan om de tekst strakker, logischer of korter te maken”.
Wat niet ter discussie gesteld wordt: als auteurs qua vorm al sjoemelen, zijn ze dan inhoudelijk wel betrouwbaar? Wat zegt dit over de inhoudelijke kwaliteit van de opinies die de verschillende titels publiceren, als auteurs niet in staat zijn om hun gedachten zelf te formuleren.
De test, uitgevoerd door Alexander Klöpping, sluit aan op een eerdere test van hem waarbij hij met AI gemaakte ingezonden brieven wist te publiceren. De grootste detectie stond in de Volkskrant van 6 december 2024, nadat ik ontdekte dat een serie ingezonden brieven met AI was geschreven, door dezelfde persoon die eveneens veel stukken in NRC geplaatst kreeg. Netkwesties schreef er uitgebreid over.
Volkskrant te lankmoedig
De hoofdredacteur van de Volkskrant vatte in een commentaar op 7 december 2024 moed op: “Waarom de beste lezersbrieven nooit met AI zullen worden geschreven”. Dat was niet een toekomstvoorspelling waar experts, zoals Laurens Verhagen van diezelfde Volkskrant, een-twee-drie mee zouden instemmen.
Daarin stond: “De lezer moet ervan uit kunnen gaan dat alle brieven op de opiniepagina’s door echte mensen zijn geschreven. We zullen brievenschrijvers vanaf nu expliciet op het hart drukken om geen gebruik te maken van generatieve AI. We zullen er ook beter op letten bij de selectie van brieven en bij twijfel een softwareprogramma inzetten dat AI detecteert.”
Verhagen ontwaart in de eigen krant regelmatig met AI geschreven stukken, en krijgt vervolgens bewijs via Pangram. Echter, de krant is niet alert genoeg geweest. De Ombudsvrouw van de Volkskrant, Loes Reijmer, bevestigt dat de eigen regels niet goed gehandhaafd zijn.
Ik vroeg hoofdredacteur Pieter Klok.
1. In het commentaar op 7 december 2024 schreef u: “We zullen brievenschrijvers vanaf nu expliciet op het hart drukken om geen gebruik te maken van generatieve AI. We zullen er ook beter op letten bij de selectie van brieven en bij twijfel een softwareprogramma inzetten dat AI detecteert.” Waarom is die software niet ingezet?
Klok: “Die is wel ingezet maar die werkte veel minder goed dan pangram.”
2. Hebben lezers ooit geklaagd over AI in een opiniestuk? Zo nee, is het dan zo erg?
Klok: “Nee. Maar ja, dan is het net zo erg. De belofte is dat de auteur zelf aan het woord is met zijn of haar eigen stem. Die belofte kun je niet zomaar breken. Dan verlies je je geloofwaardigheid.”
3. Is er intern door AI-experts en - redacteuren niet gewaarschuwd bij sommige stukken?
Klok: “Een paar keer en daarna hebben we ook onderzoek gedaan, maar de bestaande ai detectie bood zoals gezegd geen uitsluitsel. We gaven auteurs daarop het voordeel van de twijfel.”
NRC handhaaft strenge regel
Op mijn onthulling destijds deed NRC net of de neus bloedt, maar werkte ondertussen wel aan een strategie. Die kwam in april 2026 naar buiten via chef Opinie Wouter van Noort: “Kort samengevat: elke zin in een artikel moet door de auteur zelf geschreven zijn. Bij het schrijven van teksten blijft de chatbot dus helemaal uit. AI is een nuttige tool voor research, brainstormen, en zelfs in toenemende mate het feedback geven op eerste versies van stukken. Maar deze feedback mag niet letterlijk gekopieerd in een tekst belanden, om te voorkomen dat er een te groot grijs gebied ontstaat tussen door mensen geschreven en door AI verbeterde tekst.”
Ik schreef er kritisch over, met de term “vinger in de dijk”. Niettemin blijkt uit de test van AI Report dat NRC haar principe wel goed bewaakt, en Volkskrant niet.
Lucas Brouwers, NRC vindt de uitkomst prettig. Dat artikelen wel soms deels met AI zijn geschreven vindt hij een minpunt, maar anderzijds kan AI mensen met minder taalbeheersing over een drempel helpen om in NRC te publiceren. Hij denkt aan moderatietechnieken van sommige techplatforms, zoals de rapporteerknop voor AI-slop bij LinkedIn en de Pangram-detectie die Substack lezers van nieuwsbrieven aanbiedt. Wellicht gaat NRC Pangram voor detectie standaard gebruiken.
Een mooie relativering: “Publicatie van een artikel is altijd gebaseerd op vertrouwen. Ook voor het AI-tijdperk gingen we er bijvoorbeeld van uit dat auteurs artikelen niet door een ander lieten schrijven en niet plagieerden.”
Is het zo erg?
De hoofdredacties reageerden op verzoek van AI Report op de bevindingen. Niet alle hoofdredacties tillen er zo zwaar aan. Opiniestukken kunnen beter worden met AI, zonder dat afbreuk aan de redeneringen wordt gedaan.
Karel Smouter, Trouw: “Sinds april dit jaar laten we auteurs standaard weten dat zij AI alleen voor tekstcorrecties en/of vertalingen dienen te gebruiken. Wie een artikel naar onze opinieredactie stuurt, geeft daarmee te kennen zélf de auteur te zijn van het artikel.
Bij de handhaving van dit beleid kiezen we er in principe voor inzenders te vertrouwen. Controle gebeurt steekproefsgewijs en/of op basis van het menselijk oog. Bij een vermoeden van overmatig AI-gebruik kan het zijn dat we een artikel terugsturen. Dat gebeurt geregeld.”
Jildou van der Bijl, Parool: “Kort gezegd: tekstcreatie is niet oké, tekstcontrole wél. Bij twijfel over het gebruik van AI, neemt een van onze coördinatoren opinie contact op met de auteur om na te vragen in hoeverre dat het geval is geweest. Van tools om AI in teksten te detecteren hebben we vooralsnog niet gebruikgemaakt, ook met het bovenstaande onderscheid in het achterhoofd, maar we staan natuurlijk altijd open voor suggesties.”
Perry Feenstra, Het Financieele Dagblad: “Het geeft een ongemakkelijk gevoel dat opinie-inzendingen veel AI-tekst bevatten. We zijn opgevoed met het idee dat je zelf schrijft, in eigen persoon, met je eigen woorden. Meer rationeel vind ik het toch niet zo’n probleem. De teksten komen op de redactie van het FD nog onder meerdere paren zeer deskundige ogen en de tekst wordt goed afgewogen. Wanneer zo’n tekst dan toch de eindstreep haalt, zijn we ervan overtuigd dat de inzending het waard is om door onze lezers gelezen te worden.
Bovendien: mensen met een waardevolle bijdrage aan het maatschappelijk debat, die de vaardigheid tot schrijven ontberen, staan wellicht niet langer per definitie aan de zijlijn.”
Minder AI-gebruik in de VS
AI Report werd voor de detectie geïnspireerd door gelijkluidend Amerikaans onderzoek van Semafor: 3 procent van de opiniebijdragen in Wall Street Journal, Washington Post en New York Times was volgens Pangram met AI gemaakt. Hoofdredacties hanteren een streng beleid.
De opvallendste ‘zondaar’ was miljardair Stanley Druckenmiller die schreef in Wall Street Journaal. Hij zei: ““Natuurlijk heb ik AI gebruikt. Er is een reden waarom ik ben overgestapt van de studierichting Engels naar economie. Ik schrijf nu alles met behulp van AI, om dezelfde reden dat ik een rekenmachine gebruik als ik wiskundige opgaven maak. Ik schaam me er niet voor.”
De chef van de opiniepagina Paul Gigot steunt hem. Bij WSJ werd bijna 20 procent van de opiniebijdragen met AI gemaakt. “De vraag voor ons is of wat we van bijdragers publiceren een weerspiegeling is van het oorspronkelijke standpunt van de auteur, en of de auteur de status en geloofwaardigheid heeft om dat standpunt te verdedigen.”