Jan Haasbroek (82), van 1966-1996 maker, hoofdredacteur en directeur bij de VPRO, het langst bij de radio, schreef “Waar gaat het eigenlijk over? 100 jaar VPRO”. Hij verbaast zich dat niemand anders op het idee voor een jubileumboek kwam. Rubinstein geeft het uit, waar andere uitgevers terughoudend waren, een kloek boek met vele aardige foto’s.
Maar eerst iets over de bijeenkomst over het boek in de kelder van journalistenbond NVJ in Amsterdam Oud-Zuid op 11 juni 2026, bezocht door zo’n 25 (hoog)bejaarde journalisten, vrouwen en mannen. Die volop genoten, want alles kon ‘ouderwets’ gewoon gezegd worden zonder angst voor identiteitsgedoe; de dagen van Koot en Bie en Archie Bunker zeg maar.
*) Grijze glorie in de NVJ-kelder
Haasbroek zelf is de grootste pleitbezorger van die vrije meningsuiting. Zelfs toen interviewer Hans Simonse (net door de VPRO na 45 jaar moois maken met pensioen gestuurd) hem op een naderende dood attendeerde, kon Haasbroek daar om lachen. Dat is de barre realiteit: de meeste van de aanwezigen liggen over tien jaar onder de zoden. Ze laten het VPRO-boek na, want iedereen schafte het aan.
Simonse staat bekend om zijn scherpte en goed luisteren, maar Haasbroek heeft anekdotes bij de vleet:
“Wij maakten graag programma's met luisterdichtheid 0,0. We zeiden dan: “U luistert naar het programma zonder luisteraars.” Als u denkt dat het niet zo is, moet u ons nu bellen. De telefoon stond meteen roodgloeiend met verontwaardigde mensen, die in de uitzending kwamen. Wij gingen dan lekker zagen: “Sorry, u moet niet doen alsof u het beter weet dan kijk- en luisteronderzoek.
Lage luistercijfers werden niet gemeten. Wij vonden het geen misbruik van een landelijk massamedium om 10.000 mensen of minder op de kast te jagen. Dat waren er meer dan die in Paradiso konden.”
Dat gebruikt Haasbroek als illustratie van “het centrale dilemma van de VPRO… Hoe klein mocht je subcultuur zijn? Hoe ver mocht je op het grote publiek vooruitlopen? Zocht je goede verstaanders of bleef het bij preken voor eigen parochie? Bereik of relevantie?”
Geen ontslagen
Hiërarchie speelde nauwelijks bij de VPRO, de makers waren de baas. “Hans van Beers wou mijn baas worden, die had dus mijn steun nodig en die zei: “Je mag met het Rotterdams Philharmonisch mee naar Rusland.” Dat heet corruptie. Toen heb ik er een dienstreis van gemaakt, met verslaggeving. Van Beers ging mee, vanwege de kosten moesten we in één bed slapen.” Ik zeg: “Louter in een grand lit, want ik wil niet lepeltje-lepeltje.
Toen het gelukt was om de baas te worden wilde hij me ontslaan. Dat is een beetje gek voor iemand met wie je in een bed hebt gelegen. Hij zei: “Zoals jij leidinggeeft, dat slaat helemaal nergens op. Je hebt nog nooit iemand ontslagen.” Ik zei: “Het is veel leuker om te zorgen dat niemand zijn baan verliest. Dat doe je door zwakkere makers te ontzien en de sterken hun gang laat gaan.”
Hij weer: “Je bent alleen een goede manager als je regelmatig de tent leeg veegt, dus ik moet je wel ontslaan. Toen wees ik hem op onze prijzenkast, stond helemaal vol. En zei: We produceren 80 uur radio per week en ik ben 36 uur in dienst, dus ik kan het niet eens allemaal beoordelen. Ik heb geen flauw idee wat ze in de nacht allemaal uitspoken op die zenders. Nou, nooit meer iets van gehoord. Verder heb ik enorm gelachen met Hans van Beers.”
Dominees eruit
Simonse: “Waarom moesten die dominees er eigenlijk uit bij de VPRO in 1968, want ze waren zo vrijzinnig als de pest? Idiote waaghalzen zoals jij en je broer [Nico] kregen alle ruimte van die dominees om te doen en te laten wat ze wilden, toch?”
Haasbroek: “Ja, maar hun winkels, de Remonstranten en Doopsgezinden, vrijzinnige kerken, liepen leeg. De groep Frans Smit van opstandige leden organiseerde zich heel effectief, met Hans Gruyters, Han Lammers, Hedy d’Ancona en Jan Kassies, tot aan de Provo’s, alles wat homo was, wat sociale wetenschappen studeerde, kunstenaars.”
Volgens Haasbroek was er wel degelijk een concrete aanleiding. “Hoepla werd na twee afleveringen verboden, Arie Kleijwegt is drie keer ontslagen door de dominees. Er kwamen nieuwe statuten om die machten te scheiden. Ik was de eerste voorzitter van het district Amsterdam, stond met mijn 25 jaar tegen de beroemde dominee H.J. Kater die net Beatrix en Claus getrouwd had. Ik had mijn haar tot op mijn kont hangen en spijkerpakken aan en zo, maar de leden wilden de jeugd voorrang geven.”
Maar bijltjesdag werd het niet: “Ik heb de dominee nog vijf jaar lang zijn dagopening laten doen want ik wilde dat niet direct afbreken, net als de bijdrage van dominee Maria de Groot. Die dominees waren ook blij en verstandig. De familie Spelberg, die eerder zelfs in een VPRO-villa woonde, was erg sportief en gaf ons groot gelijk.”
Populisme gevoed?
Simonse: “Jij schrijft dat je de VPRO in de afgelopen eeuw tot leven probeert te wekken in een tijd die revanche lijkt te nemen op de mijne. Dat mag je even uitleggen.”
Haasbroek: “Onder het populisme is alles wat progressief of wetenschappelijk is verdacht geworden. Wij zijn een elite die niet deugt. Dat klopt deels. We zijn een elite die zichzelf viert. Wij doen tegenover mensen in de provincie alsof wij het beter weten. Als VPRO zijn we een knetter-elitaire omroep. Avant-gardistisch zijn was leuk in de jaren ’60 en ’70, maar de VPRO heeft het nu veel moeilijker dan in mijn tijd. Steeds ook die bezuinigingen.”
Haasbroek betreurt het zeer, zoals: “Dat het kritisch ondervragen van de politiek het onderspit delft en dat vind ik erg zorgwekkend. Nu hebben we talkshows met sidekicks en politici die weten hoe ze amusement moeten brengen. Het format is belangrijker dan de inhoud, gericht op hoge kijkcijfers. Het wordt gemaakt door heel jonge mensen die een heleboel dingen niet weten maar moeten scoren.”
Ongehoord Nederland
Overleeft het bestel? Haasbroek: “Het huis wordt afgebroken en er is geen enkele beweging zichtbaar dat de redding nabij is. Het gaat heel hard de verkeerde kant op met de verscheidenheid en creativiteit. En ik heb slecht nieuws. Als je alle stemmen en identiteiten wilt laten horen in een publiek bestel, dan ben ik voor Ongehoord Nederland. Het zijn rechtse ratten, maar wees niet bang.”
Het opgaan van VPRO en EO in één Omroephuis vindt Haasbroek niet zo slim: “Dat klopt niet. Je moet verwante groepen bij elkaar zetten.” Mijn vraag: hoort dan de VPRO als anti-establishment misschien beter bij Ongehoord Nederland? Haasbroek: “Beide omroepen willen zich niets aantrekken van de regeltjes. Ja, in die zin kan zo'n Ongehoord bij de VPRO.”
Haasbroek maakt zich zorgen om media en democratie, en steunt Joop van den Ende die campagne voert voor een sterke NPO. En ook: “Lineair TV kijken is niet dood, daarin sloeg ik door. Die serie van Ruben Terlou over de Zuid-Chinese Zee trok met een eerste aflevering 1.1 miljoen kijkers. Maar lineaire TV trekt vooral 50-plussers. De bioscoop loopt nog prima, de papieren krant valt nog op de mat. Maar je kunt er niet omheen dat mensen de keuze hebben uit 5.000 kanalen, daar gaan jongeren heen. Wie wil je dan bereiken als VPRO, en hoe?”
Volkskrant past artikel aan
Wilma de Rek interviewde Haasbroek over zijn boek, wat een curieus gevolg had. In de gedrukte krant van 26 mei 2026 staat de volgende aanhef:
Haasbroek: “Maar de hoofdredacteur van de Volkskrant [Pieter Klok] zegt: “Dat gaat eruit, want het is nonsens. Wie het ook gezegd heeft of hoe het ook ontstaan is, ik wil geen nonsens in mijn krant.” Dus hij vond de VPRO als veroorzaker van populisme nonsens.”
In de Volkskrant online heeft de hoofdredacteur Pieter Klok volgens Haasbroek hoogstpersoonlijk die aanhef als volgt laten aanpassen.
In het Mediaforum van NPOradio 1 van 26 mei 2026 zegt Klok behalve deze aanhef ook een eerste kop in de online versie van dit vraaggesprek te hebben aangepast. Daar stond: “Oud radiodirecteur Jan Haasbroek: “De arrogantie van onder meer de VPRO heeft het populisme veroorzaakt”.
Vervolgens bekent Klok dat hij het niet eens is met het noemen van de arrogantie van links, waaronder Volkskrant en VPRO, als oorzaak van het populisme. “Gemiddeld genomen was links ook altijd heel juist anarchistisch en niet zo betweterig.” Dus de persoonlijke opvatting van Klok was reden voor aanpassing. Hoofdredacteur Sarah Sybling van de VPRO stemt ermee in, in dezelfde Mediaforum-uitzending.
Wilma de Rek stelt in wederhoor dat online er bij de Volkskrant online voortdurend aanpassingen plaatsvinden, maar om eindredactionele redenen. Dit betrof bijstelling van het presentatie van het artikel omdat de hoofdredacteur het er niet mee eens is.
Wilma de Rek zelf deed er niet aan mee: “Mijn interview met Haasbroek is precies zo in de krant gekomen als ik het had aangeleverd, er is geen letter aan veranderd. De enige die vlak voor het inleveren iets heeft veranderd ben ikzelf, toen ik op Jans vriendelijke verzoek een opmerking van hem over de VPRO-directeur verwijderde.”
Wilma de Rek ging in op het verzoek van Haasbroek om een directeur niet te beledigen. Haasbroek bevestigt dit. En hij was ook blij met het persoonlijk ingrijpen in de weergave van het artikel door Pieter Klok: “Dus ik heb hem een bedankberichtje geschreven.”
De Rek oppert in het artikel dat de ‘drie V’s’, linkse media VN, Volkskrant en VPRO “een tomeloze arrogantie” toonden. Haasbroek bevestigt dit en vult aan: “En die arrogantie heeft ook het populisme veroorzaakt, daar ben ik van overtuigd.”
Het is Klok die het er niet mee eens is, en deze hem onwelgevallige informatie uit kop en aanhef laat aanpassen zodat het niet meer zo opvalt, wat voor de Volkskrant zelf eveneens positiever uitpakt. Is dat een volkomen terecht ingrijpen of censuur?
(Grappig is wel weer dat Van Kooten en De Bie als eersten, en ongeëvenaard, met De Tegenpartij bij de VPRO het rechts-populisme kleur gaven, met doodschieten beëindigd omdat, aldus Haasbroek, omdat hun creatie al te veel serieuze navolging kreeg.)
VPRO-censuur
Simonse na de conversatie over het Volkskrant-ingrijpen: “Overigens heeft het lezen van het boek van Jan mij geleerd dat er ook bij de VPRO soms censuur werd gepleegd. Zo heeft Jan Blokker in 1972 verboden dat Fred Haché God zou interviewen.”
Haasbroek over die creatie van Wim Theodoor Schippers (die inmiddels overleed): “Ja, hij was bang dat het leden zou kosten. Daar had Blokker wellicht gelijk in. Koningin Juliana spruitjes laten pellen, dat kon nog net. Maar ik was het niet eens, en heb een heel boos gesprek met hem gehad. Ik zei: “Luister Jan: of God bestaat en dan ga je er helemaal niet over want die is almachtig want dan bepaalt God zelf wel aan wie hij een interview geeft. Of hij bestaat niet en dan is er niks aan de hand.”
Daarop mijn vraag: “Moet de VPRO nu dan niet een interview met Allah maken en op televisie uitzenden?” Zou er stampei komen en wellicht zelfcensuur van de VPRO? Haasbroek kan er wel om grinniken, als principieel pleitbezorger van de vrije meningsuiting zou hij zo’n experiment wel aandurven.
Behalve het God-interview censureerden de dominees ook verdere uitzendingen van Hoepla, en Jan Blokker en Arie Kleijwegt verzetten zich tevergeefs. Die uitzendingen van Hoepla zouden in de Schatkamer alsnog gepubliceerd moeten worden, als ze er nog zijn. Gedurende het onderhoud met Haasbroek was iedereen het erover eens dat toepassing van censuur op openbare archieven vanwege hedendaagse gevoeligheden stom is. Haasbroek: “Als het gaat om bescherming van kinderen over wier misbruik bericht is, begrijp ik dat wel. Maar het schrappen van programma’s vanwege taal zoals het N-woord vind ik een achterlijke vorm van geschiedvervalsing.”
Maar bijna alles staat online in De Schatkamer van Beeld en Geluid met alle schatten van de VPRO, zoals Het Gat van Nederland en God zij met ons. De VPRO is nu zelf heel voorzichtig met identiteiten, Haasbroek spreekt in zijn boek ook netjes over ‘hen’ bij een non-binaire medewerker.
Over minder durf bij de VPRO zegt Simonse: “Dit boek deed me realiseren dat vroeger alle leidinggevenden zelf met hun voeten in de modder hadden gestaan als makers. Terwijl er nu steeds meer managers achter de bureaus zetelen. David Kleijwegt zei me: Ook bij ziekenhuizen zijn er steeds meer managers aan de macht, maar die snappen tenminste dat je niet zelf aan de operatietafel moet staan. Maar bij de omroep bepalen managers steeds meer de selecties en nemen inhoudelijke beslissingen.”
Ontslagen en toekomst
Simonse vertelde tijdens de bijeenkomst al over ontslagen bij de VPRO die pas dagen later wereldkundig werden: 58 van de bijna 400 VPRO-banen weg. “Collega's die zich dag in, dag uit met hart en ziel inzetten om het Nederlandse publiek verhalen te brengen”, aldus directeur Zakia Guernina, en “een zwarte dag in de honderdjarige geschiedenis van de VPRO”.
Dat kwam (gelukkig) te laat voor het boek, maar het slothoofdstuk over de toekomst ademt geen sprankelend optimisme uit, maar Haasbroek vlucht in droogstoppeltaal als “Bindt ze de strijd aan met ongewenste ontwikkelingen of legt ze zich erbij neer, omdat ze kortetermijnbelangen laat prevaleren boven wat beter is als je de horizon verder legt.”
Haasbroek vestigt de hoop op jonge makers Nicolaas Veul en vooral Abel Enklaar, baas van VPRO Medialab die volgens Haasbroek een sleutelrol moet krijgen in de nieuwe omroep. Een ‘hybride VPRO’ moet zowel leidend worden als digitale omroep als fysiek de samenleving intrekken om samen met openbare instellingen (theaters, scholen, biebs) op te trekken. Het bloedserieuze Tegenlicht dient als voorbeeld. (Zodat mijnheer Sonnenberg “u afvraagt: Waar is de gulle lach op heden gebleven?”)
Haastwerk
Schrijftijd schoot tekort, wat Haasbroek probeerde te compenseren met ruim dertig interviews, vaak schriftelijk met mensen die hem herinneringen stuurden. Haasbroek in het gesprek: “Ik wist zeker dat ik niet in zeven maanden een goed boek over 100 jaar VPRO kon schrijven. Dus ik was genoodzaakt om panisch rond te gaan bellen naar mensen: “Ik heb geen tijd meer gehad om dit programma te bekijken. Vertel mij wat er des VPRO's aan is.” En of schrijf er een stukje over et cetera.”
Haasbroek zegt dat zijn stijl verschillende ‘tonen’ kent: informatief, humoristisch, activistisch en persoonlijk. “Vind je het caleidoscopisch? Ja, dat is het, van alle kanten belicht. Je mag het ook een ratjetoe noemen hoor.”
De persoonlijke inkleuring van Haasbroek maakt het boek enkel beter, hij waarschuwt zelf “onmogelijk objectief of volledig” te kunnen schrijven. Zijn missie: “proberen te verklaren waar de omroep voor staat, of nog liever, wat haar geheim is…hoe kon een kleine religieuze radiogemeente in de laatste decennia van de vorige eeuw uitgroeien tot een grote publieke omroep? Met direct een waardeoordeel toegevoegd: “zonder zijn verkennende missie te loochenen of een laffe knieval te maken voor de waan van de dag?”
Waarop een serie vragen volgt die in feite al een antwoord vormen: de vrijzinnige cultuur vanaf de oprichting; de vrijmoedigheid vanaf 1969 met de VPRO-bloeiperiode tot 1999; het culturele klimaat; de inventiviteit van de makers.
En daar hoort gebrekkige bescheidenheid bij: “Wij jonge makers bedachten deze adembenemende nieuwe radiovorm…” over de inderdaad legendarische VPRO-vrijdag, later Het Gebouw. Waarin een ratjetoe aan creatieve vormen plaats kreeg, eindigend met Welingelichte Kringen.
Of pedant: “Waarin rellen en schandalen geen uitglijers zijn, maar plicht.” Haasbroek somt er negen op, Van 1 april-achtige grappen tot politieke invloeden. Mooie zin: “Gezapigheid was een grotere vijand dan grensoverschrijding.” En over het publiek, volgens mij wat minder waarachtig: “een avontuurlijke aanhang die niet in de watten wil worden gelegd, maar uitgedaagd.”
Haasbroek had ook een prachtige persoonlijke invloed op de VPRO in de glorietijd, die hijzelf reduceert tot ‘talenten alle ruimte bieden’. Maar hij begon zelf met het radioprogramma “voor onvolwassenen” HEE (ook in de Schatkamer). Met broer Nico kreeg hij in Vrij Nederland in 1970 met stank als dank een snoeihard portret van Martin van Amerongen:
Stop de Verloedering
Haasbroek doet wel z’n best om er iets van een geschiedenisboek van te maken, maar mist het nodige. De leuke details volstaan, zoals over vooroorlogse schorsing van de VPRO op aandrang van KRO en NCRV. En het aanvankelijke missen van de TV-innovatie in 1952 vanwege twijfel over de ‘verheffing’ door het beeldmedium versus de radio.
Het VPRO-verleden biedt Haasbroek nog talloze vrolijke anekdotes. Zoals over die geweldige campagne “Stop de verloedering” die de omroep plotseling de A-status bracht en veel meer zendtijd. Bedenker van die campagne was de briljante gekkie Boudewijn Paans. Juist het opvoeren van deze paradijsvogels als ook Wim Schippers, Peter Flik, Wim Noordhoek, Paul Haenen, Ischa Meijer, Arjan Ederveen, Marjan Luif, Djoeke Veeninga, Roel van Broekhoven, Cherry Duyns, Cor Galis en natuurlijk de snotapen van Jiskefet en de keizers Van Kooten en De Bie maken dit jubileumboek zo aanstekelijk. Dat is de sfeer van een avondje in de kroeg met Haasbroek als rasverteller die het zelf van nabij heeft meegemaakt. Opvallend veel mannen trouwens.
Zo treffen we een eigen passage van Bruno Felix. Hij vertelde eerder in Netkwesties over VPRO Digitaal. Hoogtepunt vormen de herinneringen van Emile Fallaux wiens ontrukken aan de vergetelheid door Haasbroek een genot op zich vormt. Net als de later groots geworden Abram de Swaan als piepjonge programmamaker voor de VPRO in de VS.
*) Pré-AI: Emile Fallaux had geschilderde achtergronden voor de Amerika-reportages
Dat staat tegenover het herhaaldelijk plichtmatig meezingen van Haasbroek in het huilie-huilie koor over “Big Tech op het kussen van Trump”. Verder uit hij weinig kritiek, maar wel op Matthijs van Nieuwkerk die met zijn kletsshow-succes in feite, volgens Haasbroek, een prachtige interview-traditie van de publieke omroep om zeep heeft geholpen. (Eerder op deze site vastgesteld.)
Zelfkritiek is daarentegen schaars. Zelfs de VPRO-actie om een vrijdag lang een sirene op de radio te laten horen in plaats van uitzendingen, als protest tegen kruisraketten in Nederland, vindt Haasbroek nu nog geslaagd. “Een passend saluut aan miljoenen Nederlanders” vindt de man van luistercijfer 0,0.
Het verrast me; gelukkig nog een meningsverschil met de begenadigde creatieveling Haasbroek aan wie we zoveel moois te danken hebben. Nu zelfs dit boek nog...
*) Foto Jonge Haasbroek: Joost Evers / Anefo - Nationaal Archief
**) Foto NVJ-bijeenkomst: Peter Olsthoorn
***) Overige foto’s: VPRO, uit het boek