“ChatGPT ontneemt ons het nadenken”, benadrukt Floor Rusman in haar NRC-column. Deze bewering is logischerwijze al discutabel: ChatGPT is geen actor, dat zijn wij zodra we de dienst gebruiken. Dat kan op talloze manieren. Dus ontneemt ChatGPT ons niet voetstoots het denken.
Rusman beaamt, zonder de bron te noemen, een open brief van veel Nederlandse wetenschappers, met als kern: “AI-gebruik verhindert aantoonbaar het leren van studenten en tast het vermogen tot kritisch denken aan.”
Cognitieve uitbesteding
Rusman citeert wel met instemming collega Frank Heinen in de Volkskrant die met verbijstering vernam dat AI een schrijfwedstrijd ‘won’ tussen erkende fantasy-auteurs. Hij vreest het verdwijnen van de ziel uit creaties. In die geest schreef Jan Postma in de Groene Amsterdammer een fraai essay over (foto)kunst en AI, onze verbeelding die stukslaat op “een hoop bullshit”. Stemt tot diep nadenken over unieke humane creativiteit.
Rusman benadrukt meer de aantasting van cognitie, verwijzend naar een voorpublicatie van hoogleraar Barbara Oakley die vreest dat AI het humane denkwerk fundamenteel zal aantasten. Dat is een volgende fase van de ‘cognitive offloading’, het overdragen van menselijke taken aan computers.
Echter, Rusman gaat compleet voorbij aan een eerdere fundamentele discussie over dommer worden door internet, vanaf 2011met Nicholas Carr na zijn beroemde essay Is Google Making Us Stupid? en boek The Shalllows (download). Patti Valkenburg bood tegenspraak in NRC en Jamais Cascio in The Atlantic. Pew Research stelde grote meningsverschillen vast onder experts. De enige Nederlandse deelnemer, Marcel Bullinga, stelde: Google maakt ons zowel slimmer als dommer. Netkwesties versloeg een debat met Carr in Amsterdam.
IQ steeg, en daalt nu
Maar anno 2025 moet er empirisch onderzoek zijn over deze 'hypothese' van het dommer worden. ChatGPT geeft me een genuanceerd antwoord op de ‘dommer-vraag’, maar te beknopt en zonder bronnen. AI-zoeker Perplexity komt na ‘diep’ onderzoek met een nuttig antwoord, met 57 bronnen, anders geformuleerd nog beter.
Maakt me dat dommer dan zelf zoeken naar wetenschappelijk onderzoek over al dan niet dommer worden door internet in Google Scholar? AI-bots bieden direct de informatie achter de hyperlinks, en dienen deze bovendien in logische tekst op. Het antwoord van ChatGPT zonder bronnen maakt me dommer. Het antwoord van Perplexity biedt de kans zelf bronnen te onderzoeken. Of je dat al dan niet doet, bepaalt of je ‘dommer’ wordt of niet. Met AI wordt het formuleren van vragen (‘prompten’) of programmeren van eigen (zoek)agenten een nieuwe vaardigheid. Dat is denkwerk.
Worden we intelligenter?
Dan het inhoudelijke antwoord op de vraag of die ‘cognitieve uitbesteding ons dommer maakt. Eerst algemeen: ons IQ steeg gedurende de hele 20e eeuw, het Flynn-effect. Noors onderzoek (2018) vond echter bij 750.000 personen sinds het jaar 1975 gemiddeld 7 IQ-punten daling per generatie. Mogelijke oorzaken volgens de onderzoekers (hypothese): dalende onderwijskwaliteit, veranderende blootstelling aan (online) media, slechtere voeding en gezondheid, en effecten van toegenomen immigratie.
Ook een overzicht van Harvard van onderzoek naar intelligente functies verschaft een diffuus beeld. Onderzoeken over dommer worden spreken elkaar flink tegen. Dat geldt veel minder voor onderzoek naar onze aandachtsspanne en focus bij gebruik van digitale apparaten, zo toont een overzicht van relevant onderzoek. Onze aandachtsspanne neemt inderdaad af, vooral door de constante online prikkelingen. De afhankelijkheid van digitale hulpmiddelen (zoals Google) leidt tot minder geheugengebruik voor details. Verslaving aan het scrollen met aldoor nieuwe stimuli en kort nieuws, geboden door platforms verdringen het zelfstandig kennis vergaren. Cognitie verandert, oftewel we krijgen een andere soort hersens.
Dan is er nog zoiets als het ‘democratiserend’ effect. Ik denk dat dit zoiets is als toen we van jagers landbouwers werden. Meer mensen konden in leven blijven, ook degenen die niet goed waren in jagen. Zo ging het ook met internet: niet langer kon louter de elite via kranten en radio/tv de opinievorming bepalen. Iedereen kan twittteren, facebooken en tiktokken. Dat effect heeft AI ook: mensen die niet goed kunnen formuleren en kennis vergaren kunnen dat met AI wel.
Heeft dat meer domheid in de hand gewerkt, zoals van complotdenkers? Zijn internet en vooral sociale media oorzaken van toenemende autocratie in de VS, Zuid-Amerika en China? Antwoorden zijn niet eenduidig. Goede geschiedschrijving duldt geen simplisme over oorzaken en gevolgen.
Slimmer door columnisten?
Dat geldt ook voor vragen over al dan niet dommer worden door eerst internet en vervolgens Google, sociale media en nu AI. En evenals voor de vraag of we slimmer of dommer worden door columnisten zoals Rusman, Meeus, De Gruyter, Sluimer en Youp in NRC, Sitalsing, Donkers en Bessems in de Volkskrant, Akyol en De Jong in AD, Ephimenco in Trouw en Hoogland in De Telegraaf?
Ook dat kun je niet voetstoots beoordelen. Belangrijk onderscheid is wel: columnisten die de wereld en kennis om zich heen als uitgangspunt nemen en degenen die voornamelijk hun binnenwereldje en eigen meninkjes debiteren. Gemakzucht en wentelen in eigen gelijk spelen veel columnisten parten. Rusman behoort tot de eerste categorie, een Volkskrant Magazine drijft op de kleinzielige variant.
Columnisten zouden sneller vervangen moeten worden, maar juist die herken- en voorspelbaarheid hebben grote marketingwaarde voor de uitgevers. Lezers zijn nieuwsgierig naar de meninkjes, ook zogenaamde intellectuelen. Zo werd na de openstelling van ‘zustersites’ door DPG Media de AD-column van Angela de Jong het populairst bij Volkskrant-lezers.
Iedereen kan zichzelf afvragen na iedere column: Werd mijn denken gestimuleerd met nieuwe inzichten? (En een dag later nog eens: wat herinner ik me ervan?) Of was het vooral amusement?
Ik vroeg AI-bots om een oordeel. De brief van de Nederlandse wetenschappers gericht tegen AI betitelden ze als krachtig maar volslagen ongenuanceerd. Die brief is wetenschap onwaardig, een schot uit de onderbuik.
Voor de column van Floor Rusman heeft de statistische LLM-tool ChatGPT geen drie minuten nodig, noch dagenlang zoals voor dit artikel, maar slechts 2 seconden. Dan is het oordeel opzienbarend gezien die snelheid, dus tijdwinst:
Samengevat: de column is scherp geschreven en zet een legitieme zorg neer over afhankelijkheid van AI, maar doet dat soms iets te zwart-wit. Het sterkste stuk is het slot: het pleidooi om AI niet als “kruk” maar als “cognitieve prothese” te gebruiken.”
3 minuten leestijd
Rusman stemt vaak tot nadenken in NRC, vandaar ook dit verhaal. Maar gebeurt dat ook? Online staat bij de column van Rusman: ‘3 minuten leestijd’. Dat volstaat niet voor wie haar beweringen goed wil overdenken, laat staan de argumentatie wil controleren op hyperlinks. Maar dat bepaalt iedere lezer zelf. Net als met AI: de bewering van Rusman dat ChatGPT ons het denken ontneemt, is eenzijdig.
Kortom, gebruik AI als hulpmiddel voor creativiteit en denkwerk, niet als vervanging. De bewering van Rusman dat AI ons denkwerk hoe dan ook ontneemt, is te stellig. We moeten ons inspannen om ons niet aan gemakzucht over te geven. Nog afgezien van de vraag wat denkwerk precies is en wat het oplevert. Barbara Oakley (foto), expert in leren, maakt fraai duidelijk hoe AI kan bijdragen aan beter denken en leren, en er afbreuk aan kan doen.
Juist deze zomer stuitte ik op Studying Philosophy Does Make People Better Thinkers, met een boeiende paragraaf hoe je zoiets meet. Maar de - eveneens nauwelijks te beantwoorden - vraag ontbreekt: in hoeverre maakt dat filosoferen, al dan niet met AI, de wereld beter? En hoe gaan we om met onze ondeugden, zoals gemakzucht?