Dommer of slimmer door internet? Nicholas Carr en zijn criticasters

De geweldige formulering van zijn bezwaren jegens de invloeden van veelvuldig internetgebruik bezorgt Nicholas Carr (1959) de goeroestatus. In Amsterdam kreeg hij mild tegengas van Marleen Stikker en Wolters Kluwer-bazin Nancy McKinstry. Andere criticasters als Clay Shirky zijn feller.

Dat prachtige internet brengt de mensheid structurele nadelen in denken, handelen en zelfs hersenontwikkeling, zo betoogt Carr (eigen site en op Wikipedia) in het geweldige boek The Shallows: How the Internet is Changing the Way We Think, Read and Remember, hier uitgebracht als Het ondiepe - Hoe onze hersenen omgaan met internet.

Het is in feite het vervolg op het essay Is Google Making Us Stupid? in The Atlantic dat is 2008 furore maakte: Carr betoogt nuchter maar indringend hoe het altijd kunnen (terug)vinden van informatie behalve onze geheugenfunctie ook het denken diepgaand beïnvloedt.

In zijn voordracht voor het John Adams Institute in de aula van de UvA nabij het Spui in Amsterdam op woensdag 2 maart 2011 vatte Carr zijn boek samen, met plaatjes. Beelden vormen niet zijn sterkste, al begon hij met een treffend beeld: een foto, ontvangen van een hem onbekende lezer vanaf Hawaï: een iPad met het omslag van het boek zichtbaar, een iPhone, iPad en toetsenbord.

"Zonder internet hadden we nooit contact kunnen hebben. Internet verbetert het leven ", zo begon Carr zo positief mogelijk, en ook op eind plaatste hij weer een nuancering: "Het net heeft vele voordelen gebracht zoals veel meer toegankelijke informatie, meer mogelijkheden voor expressie en uitwisseling, meer herkenning en geholpen om problemen op te lossen."

Maar daar staan hoge kosten, en gezien zijn boek en betoog 'te hoge kosten' tegenover: samengevat veroorzaakt veelvuldig internetgebruik vermindering van productiviteit, van diepgaand denken, ook van creativiteit en ideeën, van reflectie en bezinning, van persoonlijke kennisopbouw en culturele rijkdom. Kortom, een forse aantasting van de beschaving, al meed Carr dat woord.

Plato en Eliot reeds

"Het lijkt dat je je al moet schamen als je niet verbonden bent, want er wordt wel verwacht dat je direct antwoord geeft of je mening", zo mopperde Carr, die later overdreef met de opmerking dat Sergey Brin - mede-uitvinder en baas van Google - geen belang hecht aan diepgaand denkwerk; louter aan meer muisklikken ten behoeve van de omzet en winst van Google.

Anderzijds ook de nuancering als slot van het betoog, een oud citaat om aan te geven dat de zorgen niet nieuw zijn: "Waar is de wijsheid die we verloren zijn in kennis? Waar is de kennis die we verloren zijn in informatie?" Was getekend: T.S. Eliot, 1930.

Daar kun je aan toevoegen dat Plato zich al druk maakte om de teloorgang van ons brein, vooral het geheugen, als gevolg van het schrift. En dan Carr weer over 'vroeger' : reeds met de abstrahering van onze leefomgeving in kaarten, en vervolgens van de tijd in klokken is het denken, handelen en herinneren al enorm beïnvloed; positief en negatief.

Maar, zo luidt de kern van zijn betoog, het internet brengt een niet eerder vertoonde versnelling met zich mee van de verandering van ons denken. En die is fundamenteel: daar onze hersenen verbeteren om nieuwe taken beter aan te kunnen en 'verschrompelen' waar oude functies niet langer aanspraak maken op het vermogen, leidt internet tot het afsterven van hersendelen voor functies die we niet meer aanspraken. Dat wijst neurobiologie uit, wist Carr.

Carr plaatste in de discussie later nog een belangrijke opmerking : "Al zeker honderd jaar is er een verandering gaande waarbij het nuttigheidsprincipe meer en meer terrein wint. Problemen moeten er opgelost worden met informatie, en wel doelgericht. Het industrieel denken is aan een voortdurende opmars bezig."

Wolters Kluwers-bazin Nancy Mckinstry beaamde dit maar plaatste de kanttekening dat het hele leven jachtiger en doelgerichter is geworden: "Vroeger gingen we wandelen op zondag met de familie en praatte je rust samen."

Gamers als onderzoeksobject

Hoe vaak al is niet vernomen dat gamers geestelijk minder worden? Carr gebruikt ook gaming-onderzoek, zoals van Green & Baveliet: gamers kunnen sneller meer beeldindrukken verwerken en beantwoorden dan niet-gamers. Ze kunnen hun focus steeds veranderen en hun hersenen gaan daar ook meer 'om vragen'. Echter, voor langere tijd zich concentreren op één thema of taak valt hen moeilijker.

Onderzoek uit 2009 van Patricia Greenfield, gepubliceerd in Science, onderzocht het thema van Carr uitgebreid met analyse van 50 eerdere studies naar gebruik van 'schermmedia': visueel worden hersenen krachtiger, maar het diepgaand denken en analyseren, en ook de verbeelding en de reflectie, nemen af.

En ook: we kijken gemiddeld 21 seconden naar een webpagina, en naar de meeste ultrakort dat wil zeggen dan 10 seconden (wat een verlagende werking heeft op het gemiddelde). Uit ander onderzoek blijkt dat werkers 30 tot 40 keer per uur naar de inbox gaan, en erger nog: zelfbedrog heerst dat ze dat 'maar' vier tot vijf keer per uur doen. En nog een feit: Amerikaanse jongeren sturen/ontvangen gemiddeld 3.300 sms'jes per jaar.

En dat heeft vergaande gevolgen. Het centrale woord: 'distraction' ofwel 'afleiding'. Altijd en overal is informatie en amusement voorhanden die aantrekkelijker is of lijkt dan het onderwerp waar je je op dat moment op concentreert. En mensen stellen zich gewillig bloot aan al die afleidingen. "We leven in een interruptierijke omgeving, altijd verbonden, interactief, snelheid en multitasking vereisend."

Ze worden bovendien gedwongen tot aanhoudende communicatie, wat vooral met sociale media is toegenomen, ofschoon dit met sms onder jongeren reeds gemeengoed werd. Carr: "Informatieverwerking gaat van een paginaritme naar een aanhoudende stroom. Je moet meedoen om die voortdurend op gang te houden."

Boeken het slachtoffer

Carr bemerkte in 2007 dat het langdurig geconcentreerd lezen van boeken en lange artikelen moeilijker werd. Zijn concentratieboog nam af. Inmiddels verloste hij zich van zijn weblog en Facebook-pagina en negeert zijn e-mail vaak. Hij nam dus maatregelen, maar gelooft niet dat de mensheid daar collectief nog toe in staat is.

Carr plaatste dat tegenover het medium boek: "Daar wordt laatdunkend over gedaan: is dat alles? Saai! Maar een boek traint het brein ook in de diepte, in diepgaand denken en in diepere aandacht. Zet dat tegenover tekst op het scherm, met hyperlinks als voortdurende afleidingsmanoeuvre."

Maar het boek verliest het zienderogen met per Amerikaan gemiddeld 20 minuten aandacht voor drukwerk per dag en 8,5 uur voor het scherm; een factor 25 keer meer aandacht voor het beeldscherm. En dan moet het tablet zijn grote opmars nog maken. Carr: "Internet vervangt het boek als kenniscentrum."

Deze verandering heeft vergaande invloed: "We doen een voortdurend beroep op het werkgeheugen, het korte termijn geheugen. Dat vergt zo veel dat er geen gelegenheid meer is om ideeën, indrukken en informatie naar ons lange termijn geheugen over te dragen."

Als obesitas

We zijn gedoemd om alsmaar dommer te worden daar behalve dit aanspreken van het lange termijn geheugen ook het diepgaand denken een zeldzaamheid wordt. Ze hangen met elkaar samen: "Hoe meer taken tegelijkertijd van ons brein worden gevraagd, des te minder het in staat is informatie te evalueren."

Dat teistert niet alleen jongeren, integendeel. Het brein wordt niet enkel, en voorgoed, gevormd in de eerste decennia van ons leven, maar past zich gedurende een heel mensenleven aan veranderende vereisten aan. Niet langer noodzakelijke hersendelen raken we kwijt en krijgen die niet meer terug. "Het is obesitas. We hebben toch honger naar informatie ook als er geen internet verbinding meer is."

De barre conclusie van wat Carr bestempelt als 'intellectuele ethiek van het internetgebruik: "Niet langer zijn we de meester over de technologie, maar we zijn haar dienaar geworden. De technologie dwingt ons om onderdeel te worden van de stromen en die zelf aan te zwengelen en op gang te houden."

Zelfbedrog in Amsterdam

Zijn we er eerlijk over? In Amsterdam vroeg Carr aan het 500-koppige publiek in de aula van de UvA wie er vindt dat hij aan veel afleiding blootgesteld wordt. Er gingen een paar handen de lucht in. Voor een groot deel was dit zelfbedrog. Immers, zelfs bezoekers die ondertussen zaten te mailen en twitteren, staken hun hand niet op.

Aan de andere kant ontmoet Carr ook kritiek. Die kwam woensdag avond bijvoorbeeld van Marleen Stikker. Ze (h)erkende zeker een probleem met de 'afleiding' maar meent dat dit te ondervangen is met het ontwerp van software en diensten. Daarin zouden mogelijkheden tegen afleiding enerzijds en voor diepgang anderzijds ingebouwd kunnen worden, bijvoorbeeld door niet steeds zoveel keuzes te bieden. Voor onderwijsprogramma's op de computer is dat zeker belangrijk.

Maar de kern van haar kritiek op Carr is zijn eenzijdigheid: "Het net biedt ook de mogelijkheden om op hele nieuwe manieren met informatie om te gaan en die te bevatten en verrijken. Niet langer is de zender, de schrijver van het boek, daarin dominant, maar de gebruiker stelt zelf zijn palet samen en is actief narratief met informatie. Hij creëert zijn verhaal. Je verliest iets met internet, maar wint ook."

Ook McKinstry ervaart veel positieve effecten van de overgang van papieren naar elektronische distributie en consumptie van hoogwaardige kennis. Bijvoorbeeld dat er nu veel beter wordt samengewerkt tussen ontwerpers, softwareontwikkelaars en schrijvers van informatie, teneinde vorm en inhoud uniform aan te kunnen bieden.

En de klanten van Wolters Kluwer, zoals artsen en juristen, kunnen met dagelijkse extracten van belangrijk onderzoek dat ze kunnen selecteren op hun eigen terrein veel sneller dan in het papieren tijdperk relevante nieuwe kennis selecteren en tot zich nemen en daardoor beter werken.

Niet meedoen als privilege

En uit de zaal de vraag: "Houd je juist niet meer tijd over om diep na te denken, omdat je met internet zo snel je informatie kunt verzamelen en efficiënt werkt? Carr gelooft van niet: "De maatschappij past zich allerwegen aan de technologie aan: alles gaat sneller, en er is geen keuze om je te ontrekken. Je moet verbonden blijven om in je werk mee te doen. Sociale media kun je vaak niet negeren anders raak je sociaal geïsoleerd."

En, weet Carr, het denken in soundbites, de 160 of 140 tekens van sms en Twitter, vervangt de vaardigheden die op school worden gevraagd om kennis te vergaren en kritisch te leren nadenken. Dit heeft, vindt Carr, onmiskenbaar gevolgen voor onze kennis: "Belangrijke elementen gaan ontbreken."

Een culturele tegenbeweging is wel te verwachten maar de vraag is of die veel aanhangers krijgt. McKinstry: "Ook het roken en milieubescherming brachten gedragsveranderingen teweeg. Dat kan ook hiermee gebeuren als het bewustzijn van de nadelen van veelvuldig gebruik van elektronische media toeneemt."

Stikker: "Inderdaad word je nu vaak gedwongen om mee te doen, en meer en meer daar ook zorg en overheidsdiensten online komen. Niet meedoen en niet verbonden zijn kunnen een soort van privileges worden, die je ook economisch moet kunnen veroorloven."

Ongemakkelijke spiegel?

Grootste probleem met 'The Shallows' van Carr is wellicht dat het ongemakkelijk is. De vergelijking van McKinstry met roken is zo gek nog niet: we weten wel dat roken de gezondheid schaadt, maar het wordt pas erg als je eraan herinnerd wordt. De juiste reactie is wellicht eens te kijken naar het aantal tweets, e-mails en sms'jes en te berekenen hoeveel tijd ermee gemoeid was en wat het je nu eigenlijk aan plezier en nut bracht. Maar wie onderwerpt zijn leven aan dit soort analyses?

Anderzijds is de vergelijking van Carr nogal smal: want zoeken mensen altijd niet naar afleiding van wat ze moeten doen, is plichtontduiking niet een breder facet van het leven en zijn de nieuwe media welkome middelen om daarin te voorzien? En is het 'nieuwe denken' gevoed door elektronica altijd slechter dan het oude met papier als drager van inspiratie?

En dus beziet Carr het probleem wellicht te smal: je kunt met twitteren je laten afleiden van wezenlijke zaken maar ook door tv-programma's als DWDD waarvan je ook weet dat het je pseudokennis bijbrengt en vooral amusement. Beide zijn platforms voor persoonlijke promotie die bij deze tijd horen.

Boeken van kaft tot kaft lezen lukt nog wel, als ze maar boeien zoals sterke literatuur. Maar kennis ofwel need-to-know tussen twee kaften is bijna altijd te veel. En bij dit soort lange artikelen op Netkwesties moet je wel extra je best doen om te blijven boeien. Of er een filmpje bij doen wellicht:

'Carr vecht tegen technologie'

Naar de meningen over Carr en dommer worden door internet is boeiend onderzoek van Pew voorhanden. Het is van ruim een jaar geleden, gemaakt voordat het boek van Carr uitkwam, wel nadat zijn essay verscheen met de vraag of we dom worden door Google-gebruik.

Carr krijgt weinig bijval: van de deskundigen verwacht zo'n 80 procent dat de intelligentie toeneemt in het komende decennium en van het 'gewone volk' zo'n 75 procent. Carr ontkent dit in een gevraagde reactie niet, maar stelt dat het om 'andere intelligentie zal gaan: vluchtiger en industrieel vergaard, toch met minder diepgang.

Elders staat een andere uitkomst uit het Pew-onderzoek: tweederde denkt dat over tien jaar (in 2020) het internet heeft bijgedragen aan het beter lezen, schrijven en verwerken van informatie.

De bekende internetprofessor Clay Shirky, van de New York University: "Dit is een onderscheid zonder specificaties. Het verschilt per terrein. Ik denk dat op expressieve fictie in lange vormen eronder zal lijn (hoewel dit al gebeurt sinds de uitvinding van de radio), terwijl alle numerieke en grafische vormen van kennisverwerking, van de creatie en het gebruik van databases tot alle vormen van visuele weergave van informatie een gouden tijd tegemoet gaan."

In een uitgebreide blogpost uit Shirky nog meer kritiek: Carr is niet consistent in zijn diverse meningen over internet, maar draagt bovenal geen oplossingen aan. Carr, vindt Shirky, ontpopt zich 'Luddist', een man die zich verzet tegen onontkoombare technologische verandering.

De overgang van schaarste naar overvloed van informatie is hier nu eenmaal, zij vergt een andere menselijke instelling en andere modellen. Ook de boekdrukkunst leidde tot meer informatie dan een mens tot zich kon nemen en dus tot nieuwe methoden van kennisverwerking, zoals de opkomst van wetenschappelijke disciplines. In die zin sluiten de woorden van McKinstry met haar Wolters Kluwer-praktijk en die van Shirky op elkaar aan.

Domme mensen lezen troep

De Nederlander Marcel Bullinga in het Pew-onderzoek: "We verliezen en winnen. Vaardigheden van vroeger, zoals kaartlezen tijdens het autorijden, leren we af. Maar we kunnen nu de beste hypotheek kiezen voor ons in plaats van de beste hypotheek voor de bank. Alles bij elkaar denk ik dat de winsten de verliezen zullen overtreffen."

Andreas Kluth van Economist sluit zich aan: "Sommige taken, zoals geheugen, zullen we aan Google delegeren en er dus slechter in worden maar op terreinen als analyse winnen we aan kracht."

Peter Norvig, Google Research Director: Als er weinig informatie is over een onderwerp in een handvol essays of boeken, kun je beter met totale concentratie lezen. Maar heb je toegang tot duizenden artikelen, blogs, video's, alsmede mensen met expertise over het onderwerp, is de beste strategie om eerst een goed overzicht te krijgen. Afromen en concentreren kunnen en moeten naast elkaar bestaan."

Sandra Kelly,onderzoeker van 3M: "Slimme mensen gebruiken internet voor slimme dingen en domme mensen voor domme dingen net als slimme mensen literatuur lezen en domme mensen vooral troep. Toegang tot meer informatie maakt de mensheid als geheel echter slimmer."

David Ellis, York University in Toronto: "Je kunt Google gebruiken als een creatief instrument, maar ook het denken erdoor vervangen. Google maakt ons niet allemaal dommer, maar velen van ons intellectueel lui. Dit is inmiddels een groot probleem in de universitaire klaslokalen...Studenten zien het klikken op de eerste 10 of 15 hits van een zoekopdracht als een onderzoekstrategie."

Britse deskundigen

Een boeiend artikel in The Guardian is gebaseerd op vragen aan specialisten. Zijn zij het eens of oneens met Carr en waarom?

Wetenschapper Sarah Churchwell (deels eens): "In zekere zin is het internet analoog aan een fitnessmachine voor de hersenen, zoals gewichten om te trainen vergelijkbaar zijn met bibliotheken en boeken. Elke methode heeft zijn voordeel, maar goed gebruikt laat die je harder werken. Fitnessmachines zijn richtinggevend: ze laten je denken dat je hebt hard gewerkt, zonder noodzakelijkerwijs jezelf uit te dagen. Het internet kan hetzelfde zijn: het vaak vertelt ons wat we denken te weten, het verspreiden van desinformatie en onzin terwijl het in."

Schrijver Naomi Alderman (eens): "Natuurlijk verandert het internet de hersenen. Het is niet verwonderlijk dat we nu meer gewend zijn aan het lezen van korte stukjes, en volstaan met een Wikipedia samenvatting in plaats van het lezen van een heel boek. Echter, de bewering van Carr dat we nu minder goed denken is veel meer verdacht."

Psychiater Ed Bullmore (oneens): "De menselijke hersenen en het internet hebben heel veel met elkaar gemeen. Ze zijn beide non-random netwerken met een 'kleine wereld architectuur...Waarom zou dit zijn? Een mogelijkheid is dat de hersenen en het internet zich hebben ontwikkeld om aan dezelfde criteria te voldoen...zoals een hoge efficiëntie van de overdracht van informatie..."

Colin Blakemore, neurobioloog (oneens): "Het is merkwaardig dat sommige van de meest luidruchtige critici van het internet...de soort mensen zijn die het meest profiteren van deze prachtige, bevrijdende, organische uitbreiding van de menselijke geest....Ze onderschatten de capaciteit van de menselijke geest - of liever de hersenen die de geest maken - om te profiteren van nieuwe manieren voor het opslaan en overbrengen van informatie."

Schrijver Geoff Dyer (eens): "In die gezellige dagen vóór het internet was er aan je bureau niet veel om je af te leiden. Je kon zitten werken of je kon er gewoon zitten. Nu moet je gaan zitten en er is een wereld van mogelijkheden om je te verleiden."

Cognitieve neurowetenschapper Maryanne Wolf (vraagtekens): " Voor mij is de essentiële vraag geworden: hoe goed kunnen we de kritische capaciteit van de huidige deskundig lezende hersenen behouden bij de overgang naar het digitaal lezende brein van de volgende generatie?

Zullen jongeren hun capaciteit voor de diepste vormen van denken nieuw ontwikkelen tijdens het lezen of wordt het een cultuur van zeer verschillende lezers - met een aantal kinderen zo gewend aan een overdaad aan informatie dat zij noch de tijd noch de motivatie hebben om verder te gaan dan oppervlakkig scannen?"

 

Wat vinden de experts?

4 mrt 2011

Slecht voor mensen? Kom nou toch!

"De werking van het brein wordt aangetast door teveel internetten"? Daar schrik ik als online verslaafde toch wel even van!

Het spijt mij maar ik vindt het nogal academisch geneuzel. Maar ja ook teveel water drinken is slecht. Alles wat 'te' is, is fout zei mijn moeder altijd. Nu niet alleen de jeugd en de kenniswerkers massaal mobieltjes gebruiken en de hele dag internetten, wordt het opeens heel modieus om te waarschuwen voor de slechte effecten die het op allerhande menselijke functies heeft of zou kunnen hebben.

Oh je Oh je. Voer voor allerhande -gogen en gedragswetenschappers en ander zielknijpers die elkaar vervolgens gaan na-blaten.

Straks maakt het mannen nog impotent en vrouwen onvruchtbaar, zullen we wedden? Krijgen we allemaal nog langsgefietst. Elke dag heel lang in de file vastzitten of weer eens uren onderweg moeten zijn voor een normaal korte treinrit, dat zou nu toch eens als zeer schadelijk voor de werking van de hersenen moeten worden onthuld.

Jazeker het zeer intensief internetten verandert een heleboel dingen, en lang niet al die dingen zijn positief of zullen andere zaken positief beïnvloeden. Maar dat geldt voor bijna alle innovaties.

"Van teveel boeken lezen word je bijziend of zelfs blind" (omkering van oorzaak en gevolg) en ongehoorzaam (want je luister niet meer naar de verhalen van je ouders).

Dynamiet was indertijd door Alfred Nobel getemde nitroglycerine zodat het bij de aanleg van tunnels etc stukken rots kon opblazen. Heel nobel natuurlijk, totdat de militairen er ook iets nuttigs in zagen.

ICT en Internet heeft op bijna alles om ons heen vroeger of later een enorme impact. Toch zal het overal in doordringen, of er nu direct veel geld mee verdiend wordt of niet.

Ik vraag me al jaren af waarom mensen zoals Carr niet een gedegen studie en boek hebben geschreven over de catastrofale effecten van TV-kijken op kinderen en jonge mensen. Alleen wat verhalen af en toe over te veel sex en violence op de buis, wat kinderen agressief zou maken.

Dat ze dom, passief en verdoofd worden om ze te weerhouden hun tijd beter te gebruiken voor echt interessante dingen zoals ze dat op Internet kunnen doen en vinden, dat wordt niet breed verkondigd. Waarschijnlijk staan de zendbazen en adverteerders van de TV kanalen dat niet toe of durven de academen het niet aan?

Waarom zouden mensen nu meer tijd op internet doorbrengen dan voor de buis?

Omdat het zo slecht voor ze is? Kom nou!
 

14 mrt 2011

We kunnen het nog niet zien

Nicholas Carr heeft gelijk. We zijn slaaf geworden van de technologie.

Nu het internet het even doet wil ik bankoverboekingen doen maar mijn e-dentifier geeft een ‘card-error’. Even later niet meer. Dat zijn de ergste, de inconsequente fouten.

Ik wil op mijn iPad de NRC lezen maar het is een beroerde & betaalde (!) app. Ik wil telefonisch bereikbaar zijn maar mijn HTC- telefoon geeft aan dat er geen netwerken beschikbaar zijn. De telefoon liegt, mijn oude Nokia bakkie plukt met gemak drie providers uit de lucht. De DVD-speler accepteert de regio-code van de Italiaanse film niet. Gedoe.

Het goede nieuws is dat het internet er weer mee opgehouden is, net toen ik op Spotify luisterde naar het nieuwe album van het John Coltrane sextet. Opeens hield de muziek er mee op. Ik ga over op de elpees. Om de twintig minuten ga ik uit mijn stoel. Ooit vonden we een platenspeler het summum van de nieuwe technologie.

We zijn eendaagse paddenstoelen, Nicholas Carr incluis, in een technologielente die decennia zal duren, met heel veel haperingen, afleidingen en gewenningen.

Het zicht dat wij op deze jaren hebben is als een enkele klap met de handen in een applaus dat nog lang gaat duren. Net zo min als de paddenstoel de maan ooit ziet wassen of slinken zien wij nu welke veranderingen tijdelijk of blijvend zullen zijn, wat de kinderziektes zijn en wat de sociaal culturele aanpassingen in het gedrag van het species mens.

*) Dit is het laatste gedeelte uit een column, gepubliceerd in Het Financieele Dagblad en op Frankwatching.
 

14 jul 2011

Internetter pur sang, zonder verdomming

Waarschijnlijk doordat ik beelddenker ben, werkt mijn brein optimaal als ik mijn gedachten vliegensvlug in kan typen. Op de handelsschool heb ik nog op een mechanische typemachine blind leren typen. In de jaren tachtig maakte ik tot mijn grote geluk kennis met de computer. Wat een verademing om niet meer een nieuw vel papier in de typemachine te moeten draaien om hele teksten opnieuw te moeten typen bij fouten.

En dan het gebruik van internet:

Het snel vergaren van informatie op internet, even de schrijfwijze van een woord checken, of elke andere informatie opzoeken. Als IT-advocaat verdien ik er zelfs mijn inkomen mee. Via LinkedIn haal ik weer allemaal oude contacten op.

Toen ik tegen een beschikking van de Belastingdienst een bezwaarschrift wilde schrijven, zat ik met het probleem van een tekort aan inhoudelijke kennis; enkele accountants gaven mij nul kans van slagen. Ik moest het wiel helemaal zelf uitvinden. Via internet ben ik allerlei informatie en standpunten, rechtspraak en literatuur bij elkaar gaan sprokkelen. Naar aanleiding daarvan heb ik twee boeken besteld, uiterlijk per internet, en daarmee een bezwaarschrift van 8 A4-tjes geschreven. Het werd gehonoreerd en dit betekende dat ik ruim 10.000 euro aan reeds genoten aftrekposten niet hoefde terug te betalen.

Toen ik enkele jaren na mijn echtscheiding weer op zoek was naar een serieuze relatie, een vrijgezelle man lastig te vinden was binnen mijn - vooral beroepsmatige – netwerk, heb ik mijn huidige echtgenoot via Relatieplanet.nl gevonden. Doordat wij daar open over waren, hoorden wij van allerlei kanten dat het tegenwoordig gebruikelijk is om elkaar via het internet te leren kennen. Elkaar via internet zoeken heeft een groot voordeel: je weet van elkaar dat je zoekende bent en met het geplaatste profiel kun je direct kijken of de levensstijl bij elkaar past. Na een date weet je of er een klik is en of je verder wilt.

Reizen, hotels, parkeertickets, boeken, stoffen, patronen, donaties, acties tegen mensenrechten en dierenleed, etc.: alles wat via internet geregeld en gekocht kan worden, gaat tegenwoordig per internet. Pakketservice TNT, DHL, UPS vieren hoogtijdagen. Het gebruik van iDeal is een uitkomst. Niets zo lekker als onderuit liggen met een laptop op schoot en bestellingen via internet doen. En het scheelt heel veel tijd en energie.

Kortom: mijn intensieve gebruik van het internet heeft mij alleen maar alerter en socialer gemaakt. Van ‘verdomming’ kan geen sprake zijn, want de op internet gevonden informatie controleer ik indien de zorgvuldigheid dat vereist.

En ja, elke overdaad schaadt. Zelf heb ik daar geen last van. En als jongelui daar wel last van mochten hebben: van schoonschrift naar verantwoord gebruik van het internet, zou ik zo zeggen.

Conclusie: leve het internet!
 

Netkwesties forum

Netkwesties en de bezoekers stellen je mening op prijs. Deze wordt hier direct gepubliceerd.
Job Witteman
29 mrt 2011
Internet is een massamedium geworden, met als effect dat het IQ van de gemiddelde on-liner is gedaald ten opzichte van de tijd dat Internet nog voor de elite was. Daaruit de conclusie trekken dat Internet (Google) ons dom zou maken lijkt me wat kort door de bocht

Internet heeft meer dan enig ander medium mensen aan het schrijven gekregen die nooit eerder een woord op papier hadden gezet, als dat geen verrijking is!
Lucas Owl
8 mrt 2011
Ten eerste: wat is dit stuk slecht geschreven zeg! Er missen gewoon woorden midden in zinnen, en soms klopt de volgorde ook niet. Het lijkt wel vertaald door Google ofzo (of het gebrek van nalezen dan).

Ten tweede zeikpunt: Het lijkt alsof Jaap van Till niet tot staat was om inhoudelijk op Carr in te gaan, wat zijn openbaring als "online verslaafde" toch wel tot een pluspunt voor Carr lijkt te maken. Verder reageert hij ook angstvallig sterk in de verdediging met onbelangrijke anekdotes en scheve vergelijkingen.
Jaap, als je dan echt zo nodig in een komische column-stijl wilt schrijven, maak dan tenminste nog een punt bij de conclusie, ik heb nog honderden mails te lezen en dat maakte het lezen van een lap tekst zonder inhoud een vreselijke tijdsverspilling.

Ik ben het totaal eens met Carr over het effect van het internet, maar ik deel zijn angst niet dat dit moeilijk omkeerbaar is. Ik ben zelf opgegroeit met internet (20) en veel mensen van mijn generatie zijn overwerkt, sommigen raken zelf overspannen. De altijd maar stijgende lijn in informatie opname moet ergens ophouden en dan, als we instorten, zullen we vanzelf kritisch na gaan denken waar onze grens ligt en hoeveel tijd we nodig hebben om alles te verwerken wat we op hebben genomen
Justine Pardoen (hoofdredacteur Ouders Online)
4 mrt 2011
De bijdrage van Carr aan de discussie over de invloed van nieuwe technologie is belangrijk. Het zou dom zijn om alleen maar laaiend enthousiast te zijn en een hele generatie kinderen op te voeden vanuit blind enthousiasme. Tegengeluiden zijn dus waardevol.

De schrijvers van iBrain (Small and Vorgan) waarschuwden ook al en ook zij krijgen steun (zie iBrain: Surviving the Technological Alteration of the Modern Mind ). Lang niet allemaal zwartkijkers. Maar voor het gelijk, en het maken van juiste keuzes in het onderwijs bijvoorbeeld, is nuance en uiteraard gedegen onderzoek van groot belang.

Reacties als zou het allemaal onzinnige technofobie zijn, zijn dus niet zo waardevol.
a. ij. van den berg
4 mrt 2011
Ik reageerde al in 2008 op Carr, en vond zijn betoog te warrig, en te zeer opgehangen aan een anekdotisch bewijs.

citaat:
Nicholas Carr, om op hem terug te komen, doet goed beschouwd ook iets raars in zijn betoog. Hij stelt onder meer dat een actie waarin hij voortdurend de controle heeft — en wat is rondsurfen anders — het hem steeds moeilijker maakt om zich over te geven aan wat een ander dicteert — het lezen van een lange tekst.

Hij roept zelf dopaminestoten op door te handelen, en klaagt vervolgens dat de kicks uitblijven als hij zijn hersenen op een ander manier gebruiken moet.
Valk Beekman
4 mrt 2011
Ook ik herken deze effecten bij mezelf. Inderdaad: het is eerder begonnen, de afname van de spanningsboog, het "het moet op een a4-tje". Het internet is "slechts" een volgende stap, al kan dat dramatisch uitpakken. Het gaat om kennis versus inzicht. Het aantal publicerende "omgevallen boekenkasten" zal verder toenemen. Sommige internetvaardige lieden noem ik wel eens een "ministerie van nutteloze kennis".
Ward van beek
4 mrt 2011
Goed verhaal, en wat mij betreft niet te lang ;-) Ik herken wat Carr beschrijft heel duidelijk bij mijzelf. Vanavond spreekt hij in Wageningen, ik zal eens in Real Life gaan luisteren... bedankt voor een mooie samenvatting, Peter.
Graag kort en bondig. Kwetsende, discriminerende en/of commerciële uitlatingen worden verwijderd.
 

Nieuwsbrief ontvangen?

Ja, stuur mij de nieuwsbrief. We gaan zorgvuldig met je gegevens om. Je krijgt ook gelijk toegang tot alle plusartikelen.

Controleer nu je e-mail

Je ontvangt een bericht met instructies om je e-mailadres te bevestigen. Zonder deze bevestiging sturen we je geen nieuwsbrief, doe het dus gelijk even!

asdas sdf fs dfsdfsf sdffsd
Netkwesties © 1999/2017. Alle rechten voorbehouden. Privacyverklaring
Ehio Media content marketing
1
0
1