“Henk van Ess krijgt Google op de knieën”, schrijft Netkwesties; met een kritische noot van Peter Olsthoorn dat de ophef wat overtrokken is. Echter ook de kop van het artikel lijkt me wat te veel eer voor van Ess’ fraaie, tijdige artikel over een AI-knopje in Google Earth, dat net zo snel verdween als het wereldwijd verscheen.
“Ophef werkt”, schrijft Peter, maar handelde Google hier werkelijk zo onbezonnen? Ik waag het te betwijfelen, want Google lijkt me na twintig jaar doorontwikkelen van Google Earth als geen ander bewust van politieke gevoeligheden. Vooral OgleEarth , een weblog dat tussen 2005 en 2024 Google Earth hinderlijk volgde, wees altijd fijntjes op de gevoeligheden van het in kaart brengen van moeder aarde. En het traceren van ‘geheime’ militaire terreinen waren ook populair in de (oude) Google Earth Community.
In dat licht valt te betwijfelen of wie dan ook Google nu met zijn AI-toevoeging Nano Banana “op de knieën” kreeg.
Lekker hypen?
Greep Alphabet/Google misschien zijn kans om, na Open AI en Anthropic, gewoon even vol op het hype-orgel te gaan? Inte Gloerich schreef verhelderend over hypes creëren: “De blockchain presenteert zich, net als andere technologieën die gehyped worden, om economische redenen als een revolutionaire, radicale breuk met het verleden, in staat om dingen te doen die nooit eerder gedaan werden; als de oplossing voor de meest urgente mondiale problemen of zelfs als de verlosser van de mensheid” (Inte Gloerich, Imaginaries of Immutable Truth, 2026, p 202).
Dus hoe meer we schrijven over dit ‘incident’ . . . afijn u begrijpt me wel. En ook al omdat Van Ess niet in onze moerstaal schreef, bereikt de ophef u nu mogelijk via Netkwesties. Echter, op verzoek van de redactie, deel ik hieronder toch graag een eigen zorg over ‘AI-knopjes’ in Google Earth. Anders dan van Ess maak ik mij namelijk niet zozeer zorgen over allerlei narigheid met mediatechnologie, die in een hele lange traditie staat, maar juist over alle leukigheid, met of zonder onschuldig ogende namen als ‘Nano Banana’.
Ik begin met persoonlijke frustraties, want we spreken met Google Earth Pro over mijn favoriete software, waarover ik al op Netkwesties schreef in 2019 en in 2021. Dit is de derde keer. Want ik wacht al jaren tevergeefs op implementatie van standaard KML2.2 op Google Earth. Maar Google is voor ‘ouderwetse’ gebruikers die vanuit de gemeenschap redenen niet betrouwbaar meer, zoals Netkwesties recent schreef.
De standaard behelst toevoeging van zogenaamde 'tours', met geluidsspoor of als interactieve quiz. Een vorm daarvan heet nu 'projecten', maar die zijn volkomen 'enshittificated'. Ook zou het mooi zijn als er gigapixel afbeeldingen zouden komen waarop je heel ver kon inzoomen, een API waarmee je de interactieve aardbol, voorzien van eigen kaartlagen, kan inbouwen in andere websites.
Het lijkt er nu op dat precies die interessante features nu, met behulp van AI, definitief zullen worden omzeild. En dat is jammer want precies omdat die zoveel (leuk) werk waren, leerde je er nog wat van. Maar één ding is nu wel duidelijk: ook de virtuele wereld moet kapot aan gemak en lolligheid. Ik zal toelichten wat ik bedoel.
Bananenrepubliek
Zoals gesteld maak ik me naar aanleiding van Google’s banaan geen zorgen over ‘dood en verderf’, maar eerder over een bedrieglijke voorstelling van de wereld als lollig pretpark. De limiet van Google Earth, met een banaanknopje is immers een (heerlijke) wereld waarin zogenaamd alles kan. Maar in de praktijk is het helaas alleen voor rijke kosmopolieten, die nu al de hele dag lawaaiig heen vliegen over het armzalige deel van de mensheid dat maar moet zien te overleven in Sloterdijks 'Menschenpark'.
En in plaats van de 'science fiction'-fantasie 'brein in een vat', verdwijnt de hele aarde daar nu in: een door kleuters manipuleerbare 'point cloud', één grote 'uncanny valley'! Met ook Google dus nu als wit konijn, dat we nog kennen uit Lewis Carroll's sprookje 'Alice in Wonderland'.
Op kleinere schaal (die er juist zo toe doet!) is het jammer voor kinderen die onmogelijk nog een coherente mentale kaart van 'de wereld' zullen kunnen ontwikkelen, en daarmee een betekenisvolle band met hun directe omgeving. Software om wel zelf mee na te denken over gebiedsontwikkeling kennen we al jaren als ‘Minecraft’.
Rekening met seizoenen
De lancering van Google’s Nano Banana stelt ook bepaald niet gerust over de toekomst van staande kunsthistorische praktijk van nauwkeurige referentie van waarheidsgetrouwe historische topografische afbeeldingen. Plaatsbepaling is daar vast onderdeel van.
Omdat Google in Earth altijd zo moet ploeteren met het inpassen (‘stitchen’) van luchtfoto’s uit verschillende seizoenen – in sommige landen tonen afbeeldingen in dezelfde veelvuldig tegelijk zomer en winter – is het ook opmerkelijk dat de productmanager van Google Earth er kennelijk geen been in ziet aan te sporen tot het genereren van grappige anachronismen die gemakkelijk eeuwen overspannen.
Zoals “Genereer een hyperrealistisch beeld van hoe de ruïnes van Pompeï er in het jaar 78 n.c. uitzagen. De huidige ruïnes zullen onmiddellijk veranderen in een levendig, kleurrijk straatbeeld in de Romeinse tijd" (Google blog)
Vangrails voor AI
De ‘netkwestie’ die mij de laatste tijd het meest bezighoudt is die van voorgespiegelde, zogenaamde “vangrails” voor AI. Om deze voortaan niet meer ‘uit de bocht te laten vliegen’ luidt de voltooiing van de analogie. Maar metaforen en analogieën zijn helaas altijd glad ijs, schreef ik elders.
Laten we daarnaast ook nog eens goed nadenken over het geloof in solutionisme, oplossen van technische probleem oplossen met nog meer technologie. Beide zouden toepassing van bestaande wetten en internationale verdragen natuurlijk nooit in de weg mogen staan.
In plaats daarvan treedt, op de dag dat ik dit schrijf, de EU gedragscode voor zogenaamde transparantie omtrent AI in werking. Met voor de doorontwikkeling een AI Office ingesteld op grond van de AI-Act, en nationale toezichthouders, zoals we die ook in Nederland op tal van terreinen kennen, waar ze worden geleid door de AP.
De gevaarlijke situatie die nu ontstaat, met de vrijwillige, onzichtbare (uitsluitend ‘machine readable’) markeringen maakt Henk van Ess concreet met: “Het watermerk is van Google. De app waarmee je deze kan lezen is van Google. De zoekopdracht die het leest is van Google. Elke weg uit het probleem leidt tot het bedrijf dat het maakte.”
Want wat mag voortaan worden bewaard? En wat kan straks niet meer worden bedacht of gemaakt? Opgeteld bij de verplichte zichtbare labels voor AI-uitingen die de EU nu voorschrijft, wordt dit een heel belangrijk debat, ook al omdat het gevaar van zelfcensuur op de loer ligt.
De risico’s die Van Ess hier schetst zijn dan ook niet overdreven: “Sinds vanavond is het gevaar een kaart die iets toont wat er nooit was en dat we daar geen enkele procedure voor hebben”
Want met AI wordt afweging (van wat dan ook) verplaatst van soevereine, politieke machten naar big tech, en technisch systeemniveau waarbij, als we niets doen (verdere) homogenisering van technologie valt te vrezen.
En dat is funest, volgens Yuk Hui in Machine and Sovereignty, omdat we als mensheid de mogelijkheden die technologie biedt tot verandering juist zo veel mogelijk open moeten zien te houden.