Twee boeken over de mooie kanten van internet

Wikipedia kunnen we volledig vertrouwen, Google niet meer

Wikipedia en Google zijn onderwerp van positieve boeken over internet. Jimmy Wales schrijft aanstekelijk over vertrouwen als basis van Wikipedia. Bij het boek over de wereldwijde zoekvragen aan Google slipt dat vertrouwen weg.

Voor mijn boek De macht van Google ontdekte ik via Google Trends, de openbare data van Google over zoekopdrachten, dat voor de Tweede Kamerverkiezingen van 2010 de PVV van Geert Wilders aan een veel grotere opmars bezig was dan uit de peilingen bleek.

Dit is precies wat de data van Google zo waardevol maakt: ze geven inzicht in onze werkelijke intenties, niet in wat we zeggen over onze bedoelingen. Zelfbedrog, een belangrijke motor van het barre leven dat we leiden, kan met de zoekopdrachten die we aan Google verstrekken, genadeloos worden blootgelegd. Inmiddels zijn we de schaamte voor radicaal-rechts voorbij, maar in 2010 nog niet.

Mijn vriend is depressief, ik niet hoor

Deze herinnering maakte me heel nieuwsgierig naar “Wat we Google vragen” van Simon Rogers, een analyse van de gebundelde kennis van onze zoekopdrachten. Rogers is een gewaardeerde data-editor van Google, voorheen bij Twitter en was tot 2013 journalist bij The Guardian.

Het boek kreeg als ondertitel “een verrassend hoopvolle geschiedenis van de mens”. Die hoop put Rogers uit de grote hoeveelheid vragen aan Google over hoe we kunnen helpen: andere mensen, dieren, de natuur en aarde etcetera.

De teneur: wat is de mensheid toch goed en wat is het mooi dat Google deze goedheid verwerkt tot bijdragen aan een betere wereld. Het maakt me argwanend: niet enkel ontbreken cijfers om dit te ondersteunen. Maar ook: “Mijn vriendin is depressief. Hoe kan ik helpen?” Juist omdat we donders goed weten dat Google alles opslaat, vraag je natuurlijk niet: “Ik ben depressief, wat kan ik doen?” Of erger: “Wat te doen tegen gonorroe?” Nee: “Mijn vriend heeft gonorroe, wat te doen?”

Samengevoegde zoekdata van 20 jaar Google vormen een ‘collectief brein’, dat je wereldwijd, regionaal, naar leeftijd, geslacht of periode kunt indelen. Uiteraard komt er dan een lijstje met meest gestelde vragen. Daar kan ieder zelf al over oordelen:

Koning onbenul

1. Wat is mijn IP-adres
2. Wat is er op tv?
3. Hoe laat is het?
4. Hoe strik je een stropdas
5. Hoeveel ounce in een cup?
6. Waar ben ik?
7. Hoeveel ounce in een pound?
8. Wat is liefde?
9. Hoe zoen ik?
10. Hoe teken ik?

De eerste drie maken je al dieptreurig over de ‘slimme’ mensheid (geen wonder dat AI in zo’n grote behoefte voorziet), maar 8 en 9 intrigeren wel. Dus maar ingetikt: Hoe zoen ik? Daar komt geen antwoord: “Ik weet niet hoe jij zoent”, wat logischerwijs juist zou zijn. Maar er volgen de nodige instructies, want dat is de eigenlijke vraag.

Onzekerheid over liefde

Aan vragen over liefde gesteld aan Google, is een heel hoofdstuk van het boek gewijd.  Dat is wel aardig. Nooit eerder is de vraag “Hoe word je minder eenzaam” zo vaak gesteld als nu. Maar ook: “Hoe lang duurt het om verliefd te worden?” en “Hoe zorg je dat iemand verliefd op je wordt?” Rogers voegt een boeiende opmerking toe over onze illusie van liefde en romantiek. Je leert breder denken, ook geografisch: in oorlogsland Jemen worden de meeste vragen over liefde gesteld.

En we stellen veel vragen over de grens tussen vriendschap en relaties, “situationship” (situatie-relatie?) Ook (treurig) populair: “Wat is een vriend?”, of (geestig): “Wie betaalt de bruiloft?”. Aanhoudend populair (en seksistisch): “Waarom gaan mannen vreemd?” En in opkomst: “Is het goed een pauze in de relatie in te lassen?”

Rouwen in Israël

Dit hoofdstuk vond ik leuker dan de andere, over kinderen, gezondheid, koken, wetenschap en huisdieren. Het hoofdstuk over rouwen en dood biedt ook aardige inkijkjes. De dood krijgt in de VS meer zoekvragen dan films en honkbal, in Engeland sinds kort meer dan naar voetbal. Bovenaan de lijst met landen waar het meest naar rouw wordt gezocht staat Israël, maar Rogers waagt zich niet aan een toevoeging of dit de getergde Palestijnen betreft of Israëliërs.

En daar treedt precies mijn bezwaar tegen dit boek naar voren, al eerder aangestipt: waar zijn de zwarte kanten van de mensheid, die Google als geen ander kent? Zo nemen rond schietpartijen in de VS de zoekopdrachten over rouw enorm toe, maar we willen natuurlijk weten hoe het zit met het zoekgedrag van de schutters. Collectieve nieuwsgierigheid bij Google leren we grotendeels van de zonnige kant kennen. En bovendien nauwelijks iets van de buitenissige zoekopdrachten.

In 2006 lekten zoekopdrachten bij internetaanbieder AOL. Helaas niet op naam maar uit patronen – en het zoeken op de eigen naam – waren die reeksen zoekopdrachten soms wel aan namen te koppelen. Dat is tenminste onthullend.

Als Google-verslaafde zou ik niet willen dat m’n zoekopdrachten ooit openbaar worden. Niet enkel moet ik voor het werk heel veel verdenkingen checken, maar het vorsen van menselijk gedrag, ook individueel, levert geen al te fraai beeld op van mijn nieuwsgierigheid. Nu hoeft Rogers geen individueel zoekgedrag bloot te leggen, maar hij kleurt te veel binnen de lijntjes van zijn goed betalende werkgever om geloofwaardig afzender te zijn van een compleet beeld van het mondiale zoekgedrag.

Wat natuurlijk ook node ontbreekt is een uitleg hoe Google ons profileert aan de hand van zoekopdrachten. Wel gaat Rogers in op de overgang naar AI-antwoorden door Google met Gemini, maar vermijdt een kritische invalshoek.

De mooiste delen in dit boek vind ik juist die over het persoonlijke leven van Simon Rogers, over zijn (internationale) ouders,  grootouders en kinderen.

Jimmy Wales

Na dit Google-boek was ik argwanend over “De 7 regels voor vertrouwen” van Wikipedia oprichter Jimmy Wales en Dan Gardner. Kregen we een WC-Eend verhaal over de goedheid van Wikipedia? Ja, een beetje wel, maar Jimmy Wales schrijft behalve aanstekelijk over de goede kanten van de samenwerking die ons de geweldige Wikipedia heeft gebracht, ook over de schaduwzijden. Het is geen “Meeste mensen deugen” van Bregman, maar een op feiten gebaseerde handleiding wat er vereist is voor goed vertrouwen. En ook: wanneer wordt dat beschaamd?

En waar ging het fout met Wikipedia? Daarover schreven we al diverse keren in ons Wikipedia-dossier. Maar daaruit blijkt ook een positieve houding over, wat mij betreft, het mooiste dat internet ons heeft gebracht. Wikipedia kun je bijna in één adem noemen met Google, maar juist bovenstaand boek toont hoe de commerciële kracht van Google de transparantie van Wikipedia overheerst (400 miljard omzet met 30 procent winst).

Wat vroeger gold voor Google, Don’t be evil, geldt zeker nog voor Wikipedia. Hoe het financieel zit met Wikipedia doet Wales in dit boek niet uit de doeken, maar dat kun je online vinden. Net als van alles en nog wat aan kritische debatten tussen makers en chefs, inclusief heftige uitingen.

Beleefdheid

Maar, zo maakt Wales in één van zijn hoofdstukken afdoende duidelijk; de bijdragers hebben een cultuur opgebouwd van kritiek op de inhoud en niet op personen: op de bal spelen en niet op de man. Dat lukt lang niet altijd, al verzacht het gebruik van pseudoniemen wel de ontvangst van de kritiek.

De zeven regels van Wales voor vertrouwen, voor opbouw van duurzame gemeenschappen en kennissystemen luiden: maak het persoonlijk, creëer een duidelijk doel, en wees positief over mensen, vertrouwensvol, beleefd, onafhankelijk en transparant.

Wales’ ‘privilege’, zoals dat tegenwoordig heet, is het welslagen van Wikipedia in een vroege periode van internet met welwillende, hoogopgeleide lieden en vrouwen met een “zonnige, pro-sociale kijk op de menselijke natuur” die “geneigd zijn om (terug) te geven”.

Zeurpieten voor de goede zaak

Aanvankelijk zag het er in beginjaar 2001 donker uit, juist vanwege cynisme over een online encyclopedie die iedereen mag vullen en bewerken Hopeloos naïef, vonden behalve uitgevers ook tv-komieken die hij gretig citeert. Omdat ze ongelijk kregen en na een paar jaar alom bewondering klonk

Hij impliceert vanuit deze ervaring een aanzet te kunnen geven tot herstel van vertrouwen in de samenleving, zoals die op de tocht staat, vooral door complotdenken, dat werd versterkt door de Covid-pandemie ofschoon hij ziet dat juist de sociale media die na Wikipedia kwamen de boel verpest hebben. Ze voeden wantrouwen. Daartegenover “beleefdheid en respect” stellen, klinkt even bedaagd als terecht.

Wales deelt interessante anekdotes over de nauwgezetheid (of kommaneuken) van Wikipedianen. Een redactionele discussie over interpunctie en hoofdlettergebruik in de titel van een Star Trek-film leidde tot een uitwisseling van 40.000 woorden.

Doe wat je belooft

In de VS vertrouwt nog 16 procent de overheid, 32 procent de nieuwsmedia en zo’n 64 procent Wikipedia. Voor vertrouwen vragen mensen zich volgens Wales af: "Ben je eerlijk tegen me? Geef je om me? Kun je je beloftes nakomen? Dit zijn oeroude vragen. Ze kunnen allemaal worden samengevat in één korte, overkoepelende vraag: 'Kan ik op je rekenen?'" In die zin is vertrouwen een praktische kwestie van of iemand kan leveren wat verwacht of beloofd is. 

Soms heeft dat tijd nodig, zoals met de entree van automatische liften ooit, waarbij mensen anderen met positieve berichten vertrouwden. Zo werkt het ook vaak met vertrouwen in wetenschappelijke experts: zelf kun je immers niet alles inhoudelijk beoordelen, hebt vaak geen benul, en moet afgaan op degenen die dat wel kunnen.

Vertrouwen in de mensen om ons heen is zo alomtegenwoordig dat we ons er niet eens van bewust zijn. Wales: "Het kenmerk van een uitstekende nutsvoorziening – elektriciteit, drinkwater, sanitair en riolering – is dat mensen er voortdurend gebruik van maken, maar er niet bij stilstaan."

Diversiteit helpt

Dus moeten experts, ook als het niet om Wikipedia gaat, zich volgens Wales niet uiten over onderwerpen buiten hun expertise, want dat draagt bij aan wantrouwen. De vertrouwenscrisis is beperkt, maar lastig. Veelal is het eenvoudig oftewel “kleuterschoolethiek”. Nette omgang helpt bij het uiten en het accepteren van tegenspraak. Ik moest ook denken aan de vier niveaus van waarheid van Simon Truwant.

Zijn pleidooi voor diversiteit in alle geledingen is rationeel, want "politiek diverse groepen redacteuren produceren artikelen van hogere kwaliteit dan politiek homogene teams... [omdat ze] constructievere, competitievere en taalkundig diverse debatten voeren."

Als feiten niet vaststaan dan moet Wikipedia de standpunten neutraal noemen. Wikipedia maakt zelf de nodige fouten, maar verwelkomt iedere criticaster: juiste correctie is belangrijker dan het publiekelijk gezichtsverlies voorkomen. Wales’ inzichten vinden we grotendeels weerspiegeld in de Cudos-normen voor wetenschap: gemeenschap, onpersoonlijke oordelen, eigenbelang ondergeschikt maken en ‘georganiseerde scepsis’.

AI-dreiging voor Reddit en Wikipedia

Dat is ook van toepassing op Reddit, dat Wales ook hoog prijst. Echter, voor beide gemeenschappen van kennis dreigt AI aan twee kanten, en Wales stipt dat niet krachtig genoeg aan. Hij is op de eerste plaats positief dat Wikipedia juiste feiten brengt en veel AI-bots niet. En hij vreest dat AI-bots soms foutieve Wikipedia-feiten meenemen als hun bots op momenten langskomen dat iets niet gecorrigeerd of geactualiseerd is. Wales valt terug op de ‘vertrouwensdriehoek’, het raamwerk van Frances Frei: authenticiteit, empathie en logica.

Ik vrees voor een tweezijdig AI-zwaard: met invloed op de inhoud doordat deelnemers van AI gebruikmaken, en – wellicht meer nog – het grootschalig gebruik van Wikipedia-kennis door de bots zonder bronvermelding. Of tenminste dat zoekers direct de Wikipedia-antwoorden krijgen zonder nog naar Wikipedia te gaan.

Zo werd in 2025 al een teruggang in bezoek gemeld van 8 procent. Het cijfer van −23% dat vaak in de pers wordt genoemd, is een ander cijfer. Echter, Similarweb stelde dat Wikipedia nog ongeveer 165 miljoen dagelijkse gebruikers had in 2022 en 128 miljoen in 2025, een teruggang met 23 procent. Dat scheelt miljarden bezoeken.

De AI-bedrijven halen enorme waarderingen mede door te parasiteren op al die noeste Wikipedianen. Daarin schuilt ook een gevaar dat ze de handdoek in de ring gooien. Als de wereld eerlijk zou zijn, dan zouden de AI-bedrijven de Wikipedianen aandelen geven. Maar eerlijk is die wereld niet, en dat is de grootste bedreiging voor het vertrouwen.

*) Gelezen:

Simon Rogers, Wat we Google vragen, 2026, (bij Uitgeverij Ten Have), ook bij Goodreads

Jimmy Wales en Dan Gardner, De 7 regels van vertrouwen, 2026 (bij Maven Publishing), ook bij Goodreads

 

Gepubliceerd

12 jul 2026
Netkwesties
Netkwesties is een webuitgave over internet, ict, media en samenleving met achtergrondartikelen, beschouwingen, columns en commentaren van een panel van deskundigen.
Colofon Nieuwsbrief RSS Feed Twitter

Nieuwsbrief ontvangen?

De Netkwesties nieuwsbrief bevat boeiende achtergrondartikelen, beschouwingen, columns en commentaren van een panel van deskundigen o.g.v. internet, ict, media en samenleving.

De nieuwsbrief is gratis. We gaan zorgvuldig met je gegevens om, we sturen nooit spam.

Abonneren Preview bekijken?

Netkwesties © 1999/2026. Alle rechten voorbehouden. Privacyverklaring

1
0