Waarom mensen denken dat computers denken

Misschien bent u het vergeten, maar rond deze tijd dragen wij vrijwillig de macht over aan buitengewoon intelligente computers. Die zijn zo slim geworden dat ze onze denkkracht min of meer overbodig hebben gemaakt. Twintig á dertig jaar geleden beloofden niet de minste wetenschappers dat over dertig jaar dit scenario reëel zou worden.

De computer zou ons overtreffen door zijn botte rekenkracht en zijn subtiele vermogen om te leren. In 1982 schreef de Amerikaanse robotbouwer en filosoof Marvin Minsky dat de machines 'insight' zouden krijgen en 'new ideas' zouden genereren die ons denken ingrijpend gingen veranderen. Ook toen al klonken waarschuwingen voor al te overspannen verwachtingen.

Minsky reageerde op deze waarschuwingen met het artikel Why people think computers can't. De mens is nu wel slimmer dan de machine, betoogde hij daarin, maar dat hoeft niet per definitie zo te blijven. Dat de machine meer rationele denkkracht zou ontwikkelen dan de mens waar hij zo op leek, was slechts een kwestie van tijd.

Ondanks decennia geknutsel van geleerde geesten is de computer nog steeds niet in staat om een gemiddelde straat over te steken zonder daarbij zijn bedrading aan de spatlappen van voorbijkomende automobielen te verliezen.

Mijn zoon van twee kan het trouwens ook nog niet, maar hij weet dat tenminste nog van zichzelf en blijft wachten tot iemand zijn handje pakt. Over een jaartje of twee zal hij, als het een beetje meezit, op zijn fietsje door de stad rijden.

De computer zal dan daar niet toe in staat zijn. De straat is te complex voor zijn siliconenbreintje. Onverwachte verkeerssituaties laten zich niet goed in definities vangen en daarom kan de computer er niet mee overweg.

Het heeft misschien iets met opvoeding te maken. We leren onze kinderen te denken, terwijl we computers leren om problemen op te lossen. Als het probleem maar helder is, dan is de oplossing nabij, onderwijzen wij het ding. En daarmee hebben we de computer gelijk zijn beperking meegegeven. Want als onduidelijker wordt wat het probleem is, dan verliest de computer onherroepelijk de strijd. Zelfs de meest elementaire zaken - aanvallen met virussen en wormen, vollopende schijven, uitvallende programma's - kan de computer niet goed oplossen omdat hij wacht op een heldere definitie van het probleem.

Mensen zouden dat anders aanpakken. Die handelen al voordat ze hebben begrepen wat er precies aan de hand is. Hun denken is iets anders is dan het definiëren en oplossen van problemen. Vraag me niet wat denken dan wel precies is. Ook hier ontbreekt weer een heldere definitie. We herkennen domheid gelijk, maar kunnen wijsheid niet volledig definiëren. We weten dat er wat elementaire denkregels zijn - beetje consequent blijven, jezelf niet tegenspreken, zo eenvoudig mogelijke verklaringen opstellen, enzovoorts - maar het denken is verder zo complex dat we het niet vatten.

Pogingen om grip te krijgen op het wezen van het denken hebben vooral tot bloemrijke vergelijkingen geleid. In de tijd van de stoommachine werden de denkende hersenen vergeleken met een hogedrukketel die af en toe stoom moest afblazen. In de begintijd van de elektriciteit bestond het brein uit spanningen. In tijden van de fotografie waren de hersenen een glasplaat waar indrukken op werden vastgelegd. En nu hebben we dan de metafoor van de computer.

In ons hoofd zouden nu ontelbaar veel schakelaartjes zitten die bits en bytes op een digitale wijze verwerken. Marvin Minsky houdt tot op de dag van vandaag vol dat de metafoor klopt en ons brein daadwerkelijk bestaat uit digitale schakelingen van 'units of information' met wat geheugen.

In 1972 publiceerde Richard Dreyfus een polemisch boek met de veelzeggende titel What computers can't do. Het boek is onlangs heruitgegeven onder de veelzeggende titel What computers still can't do. Dreyfus gelooft niet in de metafoor van computer. Hij ziet verder weinig vooruitgang in het denken van de computer en stelt dat het ding ook nooit zal kunnen denken. Omdat mens en computer nu eenmaal verschillen.

Dat komt onder meer omdat ons brein geen digitale maar een analoge machine is. De neuronen in ons brein worden niet alleen geturfd, maar ook gemeten en gewogen. Ze hebben een intensiteit en een bandbreedte die door de ontvangende synaps worden beoordeeld. Dat is een analoog proces dat wezenlijk afwijkt van het ja/nee-karakter van schakelingen in onze computers.

Nu doet dit alles vermoeden dat de computer nooit zal denken als een mens en die straat nooit heelhuids zal oversteken. Toch hoeft dat niet zo te zijn. Minsky's lerende computer zou een heel eind kunnen komen als hij analoge kwaliteiten (en een semi-menselijk lichaam) toebemeten zou krijgen. Misschien is dat technisch wel mogelijk. De nieuwe biochips maken al gebruik van een combinatie van ouderwets elektronische en nieuwe biologische schakelingen. Wellicht dat daar analoge eigenschappen aan kunnen worden meegegeven. Dan zullen we nog eens zien wie hier de slimste is.

Blijft natuurlijk de vraag of het niet eenvoudiger is om een kind op de wereld te zetten als je zo graag menselijke denkcapaciteit wilt kweken.

Gepubliceerd

20 dec 2003
Netkwesties
Netkwesties is een webuitgave over internet, ict, media en samenleving met achtergrondartikelen, beschouwingen, columns en commentaren van een panel van deskundigen.
Colofon Nieuwsbrief RSS Feed Twitter

Nieuwsbrief ontvangen?

De Netkwesties nieuwsbrief bevat boeiende achtergrondartikelen, beschouwingen, columns en commentaren van een panel van deskundigen o.g.v. internet, ict, media en samenleving.

De nieuwsbrief is gratis. We gaan zorgvuldig met je gegevens om, we sturen nooit spam.

Abonneren Preview bekijken?

Netkwesties © 1999/2024. Alle rechten voorbehouden. Privacyverklaring

1
0