Willemijn Aerdts, staatssecretaris voor Digitale Economie en Soevereiniteit, laat de Tweede Kamer weten dat een overname van Solvinity “mogelijk een risico vormt voor het publieke belang” en het Bureau Toetsing Investeringen daarom een “volledig verbod” adviseert. Dat gebeurt op grond van de Wet ongewenste zeggenschap telecommunicatie (WOZT).
Die is ooit ingevoerd ter bescherming van nationale bedrijven als KPN, maar de criteria kunnen nu mooi op Solvinity worden toegepast. Ineens is de WOTZ geen dode letter meer. De formulering is in dit licht ineens niet meer zo gortdroog. Bovendien is zichtbaar dat voor een minister met enige politieke sensibiliteit dit een eenvoudig wapen is. Ofschoon BTI officieel onafhankelijk is:
“Indien bestaande of aanstaande overwegende zeggenschap in een telecommunicatiepartij door een bepaalde partij naar het oordeel van Onze Minister kan leiden tot een bedreiging van het publiek belang legt Onze Minister hem een verbod, dan wel een verbod onder opschortende voorwaarden op het houden respectievelijk verkrijgen van overwegende zeggenschap in deze telecommunicatiepartij op…
2. Van een bedreiging van het publiek belang kan slechts sprake zijn als de overwegende zeggenschap leidt tot relevante invloed in de telecommunicatiesector als bedoeld in het derde lid, en:
Van relevante invloed in de telecommunicatiesector is sprake indien misbruik of opzettelijke uitval van de telecommunicatiepartij, bedoeld in het eerste lid, en eventuele andere telecommunicatiepartijen waarin de houder of verkrijger of de groep waarvan de houder of verkrijger deel uitmaakt overwegende zeggenschap houdt of verkrijgt, kan leiden tot:
Kyndryl niet zo blij
De huidige Amerikaanse regering wordt bestempeld als risico voor de dienstverlening van Kyndryl, ofschoon het bedrijf tot nu toe - voor zover bekend - nooit aan vorderingen inzake de Cloud Act heeft voldaan.
Kyndryl schrijft in een reactie: “We zijn zeer teleurgesteld over het besluit van de Nederlandse regering om de overname van Solvinity door Kyndryl te verbieden. Sinds de aankondiging van de voorgenomen transactie heeft Kyndryl zich te allen tijde te goeder trouw ingezet in de dialoog met relevante belanghebbenden binnen de Nederlandse overheid. Ondanks deze inspanningen en onze jarenlange ervaring met het beheer van bedrijfskritische activiteiten in Nederland, heeft de politisering van dit proces de duidelijke en belangrijke voordelen overschaduwd die deze transactie voor de klanten van Solvinity en de Nederlandse burgers zou hebben opgeleverd.”
Dat teleurstelling wordt uitgesproken over politisering is enerzijds geestig: big tech schurkt uit eigen beweging tegen regime-Trump aan. Weliswaar doen Kyndryl, en het voormalige moederbedrijf IBM daar niet aan mee (onder het mom dat ze wel de Amerikaanse overheden bedienen als klant maar “niet aan politiek doen”) maar ze worden toch als kwetsbaar beschouwd. Dat is een technocratische opstelling, maar technocratie is diep geïnfiltreerd in de democratie.
Dus heeft big tech aan deze kant van de oceaan met het ondersteunen van Trump een vruchtbare bodem gecreëerd voor de roep om meer ‘soevereiniteit’ oftewel minder afhankelijkheid van platforms in de Verenigde Staten.
DigiD hosting in Britse handen
Solvinity blijft voor het merendeel in Britse handen, van investeerder Vitruvian. Zoals IT-ondernemer Ronald Scherpenisse schreef op LinkedIn: “In 2020 werd de digitale ruggengraat van de Nederlandse overheid voor de middellange termijn vastgelegd via een grote Europese aanbesteding. Logius, de dienst digitale overheid, had daarvoor een aanbesteding in de markt gezet voor de vernieuwing en het beheer van de infrastructuur (GDI - Generieke Digitale Infrastructuur). Dit omvatte onder andere de hosting van DigiD, MijnOverheid en Digipoort.
Op 10 augustus 2020 werden de contracten getekend. Echter, de "Nederlandse" status was een juridische huls: Solvinity was in 2020 statutair Nederlands, maar economisch en strategisch Brits. De claim "Nederlands bedrijf" was feitelijk onvolledig en creëerde een vals gevoel van soevereiniteit bij publiek en politiek.”
Per augustus 2026 moest het contract worden verlengd, met een opzegtermijn van drie maanden. Die liet de regering begin mei lopen en er werd een nieuw contract getekend. Daar ontstond heisa over, maar daarmee was duidelijk dat Solvinity niet naar Kyndryl zou gaan. Tegenover zo veel verzet vanuit de Tweede Kamer en de maatschappij was het van een regering die al onder maximale druk staat niet te verwachten dat ze de emoties zou negeren."
Openheid volgt alsnog
Dat marktwaakhond ACM wel met de overname akkoord ging was een gevolg van de maatstaven die de ACM hanteert. De Nederlandse marktmacht van Kyndryl met Solvinity relatief klein blijven. We schreven dat Kyndryl aanzienlijke Nederlandse partijen host, zoals de banken Triodos en ASN waarvan de hosting van de applicaties formeel onder Amerikaanse wetgeving valt.
De maatschappelijke ketelmuziek was deels goed onderbouwd, zoals door Bert Hubert, maar leidde ook tot manipulatie van de publieke opinie door een een-tweetje van actiegroep The Firewall en de Volkskrant. Er volgde een kort geding voor openheid van zaken door BTI, waarvan maandag 1 juni de uitkomst volgt. The Firewall vond het onverkwikkelijk dat de beoordeling van de beoogde overname in ‘achterkamertjes’ plaatsgreep.
Staatssecretaris Aerdts publiceert het besluit van BTI nog niet en geeft de Tweede Kamer daarmee de ruimte om die openbaarmaking alsnog te eisen. Zeker als de rechter in het voordeel van The Firewall vonnist, ligt openbaarmaking van de beoordeling voor de hand. Bedrijfskritische informatie wordt dan weggelakt, wat doorgaans veel is.