



DigiD en MijnOverheid en justitie-IT lopen grote risico’s bij overname van Solvinity door Kyndryl, zo menen actievoerders, gevolgd door de Tweede Kamer. We vergeten dat we DigiD gebruiken onder Windows, Android en iOS, en op veel Chinese telefoons. Maar je moet ergens beginnen in de poging onafhankelijk te worden van Big Tech. In de veronderstelling dat we in Europa net zo goed beveiligen. (Odido)
Een opvallend artikel in de krant van NRC van vrijdag 13 januari 2026 van Juurd Eijsvoogel onder de fraaie kop: “Trump mag machtig zijn, maar Microsoft is dat ook – en gaat de confrontatie aan”. In het artikel (cadeaulink):
Microsoft neemt openlijk stelling tegen president Donald Trump en minister van Defensie Pete Hegseth. De laatste deed Anthropic in de ban toen het bedrijf weigerde om onvoorwaardelijk de AI-technologie voor Defensie beschikbaar te stellen. “Het gevolg is dat bedrijven die nog zaken willen doen met het Pentagon voortaan geen producten van Anthropic meer mogen gebruiken. Trump schreef zelfs op sociale media dat de héle overheid moet breken met Anthropic – volgens zijn woordvoerder een „radicaal-links woke bedrijf”.
Anthropic stapt naar de rechter en Microsoft steunt het bedrijf omdat de strafmaatregel tegen Anthropic “ernstige economische gevolgen hebben die niet in het openbare belang zijn”. Microsoft onderschrijft ook de argumenten van Anthropic dat AI niet gebruikt moet worden voor massasurveillance en oorlogsvoering zonder menselijke controle.
Dit postte ik op LinkedIn met als aanbeveling: “Voor de fanatici in #soevereiniteit die menen dat Microsoft al je Word- en Excel-bestanden van Office365 op verzoek overmorgen zal doorsluizen naar regime-Trump.”
Brenno en Steltman
Ik vroeg Brenno de Winter om commentaar. Hij stelt: “Wat mij betreft is het punt niet dat een bedrijf het goede doet of niet, want directeuren veranderen en worden vervangen. Het punt is: ben je zelf in controle over je data, je systemen en je processen? Dat is waar soevereiniteit over gaat.
En wat jij nu beschrijft, lijkt er toch sterk op dat Microsoft dan beslist en jij zelf niet. En dat is dus niet soeverein. Het is wel interessant als bedrijven gaan dicteren wat landen kunnen doen.”
Michiel Steltman daarop: “In de online wereld ben je nooit zelf in controle over je data. Die definitie van soevereiniteit betekent digitale autarkie en dat sluit het gebruik van internet per definitie uit. Onrealistisch dus.
En dus komt het, zolang niet iedereen zijn eigen internet heeft, neer op hoe je de betrouwbaarheid van partijen en hun technologie in de lange en diepe online ketens beoordeelt. Waar moet je per vandaag weg, en waar kan je nog even tijd kopen?
Wat hier blijkt is, wat ik ook steeds heb beweerd, dat het allemaal niet zo zwart wit is als stellig wordt beweerd: "Trump piept en de knop gaat hier om " Blijkbaar ziet ook Microsoft dat "Amerikaans recht" steeds vaker krom is. Dat niet alles wat er wordt gevraagd lawful is, maar soms heel duidelijk lawfare- wat je dus hoort te negeren.
Positief is dat die bedrijven blijkbaar sterk genoeg zijn om druk te weerstaan, Keerzijde is dan weer dat ze dus zo machtig zijn dat "de wet" niet altijd wordt gevolgd, maar de EU-regelgeving dus mogelijk ook niet.”
De relativerende toon van Steltman kan Brenno waarderen. De twee vlogen ekaar eerder in de haren over soevereiniteit, dus dat is de eerste winst. Vervolgens gaat de discussie over de vraag in hoeverre het huidige autocratische regime-Trump Europese data kan vorderen en dat ook zal doen. Deze discussie vormt de kern, want bepaalt hoe fanatiek je moet zijn in het weren van Amerikaanse leveranciers in de keten. Zo lijkt het nagenoeg onmogelijk om op korte termijn van Office 365 in de Microsoft-cloud en van Windows af te komen.
Dat geldt zowel voor Amerikaanse bedrijven, wat Microsoft belangrijke macht verschaft tegenover Trump als die Microsoft dreigt met strafmaatregelen. En dat is dan weer een wapen in Europa als Microsoft kan aantonen zich te verweren tegen vorderingen voor het delen van data en zich voor Europa ‘soeverein’ toont.
De olifanten in de kamer zijn natuurlijk de inlichtingendiensten, maar niet enkel de Amerikaanse, ook de Europese diensten en Rusland en China die blijven hacken zoals de AIVD/MIVD berichtte.
We vragen experts van Netkwesties naar hun mening over soevereiniteit met de vraag of de regering de verkoop van Solvinity met apps als DigiD en MijnOverheid moet tegenhouden:
“Een heet hangijzer is momenteel de vraag of de verkoop van het Nederlandse bedrijf Solvinity aan het Amerikaanse Kyndryl verboden moet worden door de minister van EZ, vanwege gevaren voor Amerikaanse vordering van data of het beëindigen van de dienst door regime-Trump of een lagere drempel voor de geheime diensten in de VS tot met name DigiD en applicaties van Justitie. Bureau BTI van EZ onderzoekt de overname. De Tweede Kamer wil de verkoop tegenhouden.
Wat vindt u, al dan niet verkopen, of onder bepaalde voorwaarden? En waarom? Hoe concreet zijn de risico's?”
Ik ben niet tegen de verkoop van Solvinity, maar zou DigID daar wel met gezwinde spoed weghalen, dan een tweede partij parallel ernaast inschakelen. Sowieso iets om over na te denken en uit te werken: een "hot standby dual vendor strategie" voor dit soort existentiële diensten. Dus technisch/organisatorische redundantie naast juridisch/rechtstatelijke waarborgen. Natuurwetten zijn immers sterker dan de menselijke...
De reden is dat ik, op basis van jarenlange ervaring, met zekerheid kan voorspellen dat áls er opdrachten vanuit de VS overheid richting VS leveranciers komen, ze die zullen opvolgen. Misschien met wat diplomatiek en juridisch tijdrekken op de achtergrond maar dat is het dan wel. De VS is simpelweg machtiger en relevanter voor Amerikaanse leveranciers en hun directies. Óf een dergelijke opdracht ooit komt is giswerk. Met Trump (en opvolgers) is dat waarschijnlijker dan ooit tevoren.
Een alternatief op hot standby hebben is dan geen luxe. Overigens zou ik het inschakelen van een andere partij beperken tot tenminste één volledig Nederlandse partij die niet verkocht kan worden. Zoals KPN. Dus ook vrij van potentiële Franse, Duitse en andere druk. Want vergis je niet in de loyaliteiten en machtswellust in die landen. Dat de Europese Unie als vredesproject overleeft, is immers niet 100 procent zeker...
Voor werkelijk existentiële digitale zaken is autonomie niet voldoende, digitale autarkie moet daar de norm zijn.
De discussie over de mogelijke verkoop van Solvinity aan het Amerikaanse Kyndryl laat zien hoe snel het debat over digitale soevereiniteit omslaat in digitale angst. Natuurlijk moet de overheid uiterst scherp zijn wanneer vitale infrastructuur, justitiedata en systemen als DigiD in het geding zijn. Maar dat betekent nog niet dat elke overname door een Amerikaanse partij per definitie onaanvaardbaar is.
De angst voor onze traditionele partners is sterk aangezet en dat zet onze economie en maatschappij onder veel te grote druk. In een verbonden wereld is het verstandiger om te zorgen voor sterke relaties én voor goede waarborgen binnen die relaties. Soevereiniteit betekent immers dat je voorwaarden kunt stellen, toezicht kunt organiseren en een exit kunt afdwingen als dat nodig is. Het betekent niet dat je alles zelf moet bezitten of nationaal moet organiseren.
Juist hier loopt het debat vaak vast. Er is een groot verschil tussen soevereiniteit en autarkie. Soms krijg ik de indruk dat angstaanjagers vooral dat laatste voor ogen hebben: een Nederland dat zich zo veel mogelijk losmaakt van buitenlandse (lees Amerikaanse) afhankelijkheid. Dat is een utopie. We leven in een economie waarin rollen internationaal verdeeld zijn en schaal mede een kwaliteitsnorm is geworden.
De vraag zou daarom niet moeten zijn: Amerikaans of niet? De vraag is: levert blokkeren, overstappen of opsplitsen aantoonbaar de beste uitkomst op in kwaliteit en kosten? Alleen dan is ingrijpen verstandig. Niet uit reflex, maar uit nuchtere afweging.”
Natuurlijk dient DigID authenticatie hier in Nederland te worden afgehandeld. Maar dit is niet het punt. Waar het om gaat is de decennia lange verwijdering van ‘public spaces’ achtige civil society initiatieven en de hardcore ICT-taken van de overheid zelf. Die laatsten zijn al heel lang door externe consultants ingeschaald als ’te complex’ om zelf af te handelen. Alleen grote Amerikaanse spelers kunnen omgaan met data van miljoenen burgers, zo is het verhaal.
Het recente Odido privacydrama helpt niet echt om dit beeld te weerleggen. Wat gebroken dient te worden is de macht van de IT-consultancy klasse. We moeten de uitgeklede overheidsdiensten opnieuw optuigen met een nieuwe generatie die gelooft in publieke IT-infrastructuur waar ook vitale diensten kunnen worden ondergebracht.
Hoofdlijn
Een absoluut verbod op de verkoop ligt niet voor de hand, maar een onvoorwaardelijke goedkeuring evenmin. De meest verdedigbare positie is het toestaan onder strikte en afdwingbare voorwaarden. Dat past bij een open digitale economie en een innovatieve bestuurscultuur, zonder de risico's voor nationale veiligheid te bagatelliseren. Juist voor dit soort situaties bestaat de Nederlandse investeringstoets: economische openheid combineren met bescherming van vitale digitale infrastructuur.
Risico's in perspectief
De risico's rond Amerikaanse datavorderingen en toegang door veiligheidsdiensten zijn reëel, maar vaak abstracter dan het debat suggereert. Tegelijk blijft het principiële punt overeind: een Amerikaans moederbedrijf valt binnen een Amerikaanse rechtsorde. Daarnaast speelt een tweede risico, namelijk geopolitieke druk of politieke escalatie die kan leiden tot dienstverlening die onder druk komt te staan. De kans daarop is mogelijk beperkt, maar de impact bij vitale overheidsdiensten is groot genoeg om duidelijke mitigatie-eisen te stellen.
Voorwaarden voor een verantwoorde verkoop
Een verkoop kan verdedigbaar zijn als de meest gevoelige overheidstoepassingen – zoals ketens rond DigiD of justitie – ofwel geheel buiten de transactie blijven of in een strikt afgescheiden Nederlandse entiteit worden geplaatst. Dat vraagt om Nederlandse sleutelcontrole, auditrechten, dataportabiliteit, duidelijke exit- of step-in-mechanismen voor de Staat en écht lokale hosting bij een puur Nederlandse cloudprovider.
De randvoorwaarde is dus het behoud van de digitale autonomie van de Nederlandse overheid. Maar het gaat in het discours mijns inziens te weinig over de kans die de overname biedt. Deze zit in de schaal en daarmee in de investeringskracht en innovatiecapaciteit van een grotere internationale speler, waar men de vruchten van kan plukken.
De logische lijn is dus: niet ideologisch blokkeren, maar conditioneel toestaan met harde waarborgen voor digitale soevereiniteit.
Brexit in 2016 maakte een einde aan nagenoeg alle voordelen die Londen als (back-up) IT- hub had voor Nederlandse en andere EU-organisaties. Lang niet iedereen had een draaiboek paraat voor dit scenario. Waar zijn nu de draaiboeken voor soevereiniteit tegenover de VS?
Mocht Kyndryl Solvinity mogen overnemen van EZ, mag je hopen dat onze overheid koortsachtig aan een scenario heeft gewerkt om de mogelijk nadelige gevolgen te pareren. Zulks is me niet gebleken uit de vele bijeenkomsten van de Tweede Kamer over deze voorgenomen transactie. Het kan natuurlijk zijn dat ik me vergis en dat zonder publiek en camera’s de Kamerleden informatie ontvangen over de noodplannen.
Mochten die plannen er niet zijn of de uitvoering daarvan langer duren, dan is dat voor mij een valide reden om te pleiten om de verkoop op grond van nationale belangen op te schorten.