Ontsluiting informatie via zoekmachines dwingt tot opnieuw nadenken over houdbaarheidsdatum data

Google maakt het middel erger dan de kwaal door te melden dat er iets is verwijderd

De wet verplicht Google niet om waarschuwingen te geven aan partijen van wie pagina’s uit de index zijn verwijderd. Dat Google die toch verschaft, kan niet anders worden gezien dan als het opzettelijk onderuit halen van het recht om vergeten te worden.

Google lijkt braaf het recht om vergeten te worden in te voeren. Prompt na het baanbrekende arrest van het Europese Hof lanceerde de zoekgigant een dienst waarmee Europeanen via een online formulier een verzoek kunnen indienen om links naar bepaalde pagina’s met persoonsgegevens te verwijderen.

De verwijderingsverzoeken stroomden binnen — de teller staat inmiddels op 328.000 URL’s — en Google verwijderde vlot de eerste links. Schijn bedriegt. De eerste verzoeken die Google honoreerde, betroffen links naar webpublicaties van vooraanstaande Engelse journalisten.

Google stuurde de betrokken journalisten een waarschuwing dat hun artikelen waren verwijderd. Ook vermeldt het bij de zoekresultaten dat een link is verwijderd. Hiermee is het middel erger dan de kwaal. De verwijderde berichten werden uitgebreid besproken in de pers. En als bij zoekresultaten staat vermeld dat iets is verwijderd, is de verdenking al gauw dat dit wel iets heel ergs was.

De wet verplicht Google niet om deze waarschuwingen te geven. Deze kunnen niet anders worden gezien dan als het opzettelijk onderuit halen van het recht om vergeten te worden. En precies dat gebeurde. Direct na het versturen van de eerste waarschuwingen kwamen in Engeland journalisten in het geweer voor de vrijheid van pers en meningsuiting. Het recht om vergeten te worden onderdrukt legitieme journalistiek, leidt tot een recht van de sterkste om het verleden te ‘airbrushen’ en komt neer op onaanvaardbare private censuur, aldus de Britse politicus Dominic Raab in de Financial Times.

De Daily Mail citeerde tegenstanders van de maatregel die het verwijderen van links het equivalent vinden van het binnen gaan van een bibliotheek en het vernietigen van boeken. Met deze publicitaire wind in de rug voelde Google zich gelegitimeerd. Daags na verwijdering werden de meeste links weer hersteld.

Zonder enige verantwoording en zonder dat de journalisten specifiek een klacht hadden ingediend. Vervolgens stelde Google een commissie van wijzen in die advies gaat geven. Dat gaat even duren en de adviezen zijn ook niet bindend (stel je voor). Kortom, zand in de machine en intussen zit de Europese privacywaakhond alweer achter Google aan. Google verwijdert alleen links vanaf zijn Europese sites, via google.com blijft alles beschikbaar.

Het verweer van Google is dat de zoekmachine slechts een ontsluiter van informatie is. Als informatie ergens beschikbaar is, moet deze ook via Google beschikbaar zijn, anders is de vrijheid van informatie in het geding. Het klinkt zo logisch, maar is het ook echt zo?

Bij invoering van elke nieuwe technologie lopen de maatschappelijke regels achter. Het duurt altijd even voordat de oude sociale normen zich aanpassen aan de nieuwe situatie. Handvat daarbij is de ‘First Law of Technology’ van historicus Melvin Kranzberg: ‘Technologie is niet goed of slecht, maar ook niet neutraal’. Technologie kan worden gebruikt voor het publieke goed, maar kan ook leiden tot onaanvaardbare consequenties voor het individu. De maatschappij moet hier telkens weer een nieuwe balans vinden. Worden we een maatschappij waar niets wordt vergeten en vergeven, of vinden we een nieuwe manier om te zorgen dat mensen met een schone lei kunnen beginnen, zodat de tijd nog steeds wonden heelt?

Het Europese Hof oordeelt dat door Google informatie breder en makkelijker wordt ontsloten. Dit betreft een zelfstandige verwerking van persoonsgegevens die op haar eigen merites moet worden beoordeeld. Google is hier niet neutraal, het bedrijf verdient veel geld via advertentieverkoop. Daarom rust op Google de verplichting om links naar overmatige of niet langer relevante informatie te verwijderen. Dit zou niet verrassend moeten zijn voor de journalisten. Toen de uitgevers hun archieven online beschikbaar maakten, ontstond een nieuwe inkomstenbron.

De journalisten protesteerden dat de bredere digitale ontsluiting van hun artikelen een nieuwe publicatie betrof die hun het recht gaf op een additionele vergoeding. Niets vrijheid van pers en meningsuiting waarbij alles via alle mogelijke kanalen beschikbaar moet zijn.

De journalisten kregen keer op keer gelijk. Ook bij het wissen van links door Google is de vrijheid van meningsuiting niet in het geding. De publicaties zelf blijven op de krantenwebsites en in de krantenarchieven beschikbaar.

De bredere ontsluiting van informatie via zoekmachines maakt dat we opnieuw na moeten denken over de houdbaarheidsdatum van informatie. Onze kinderen hebben straks een meedogenloos permanent digitaal archief. Jonge mensen hebben de ruimte nodig om veilig te experimenteren, zonder daarna achtervolgd te worden door hun vergissingen.

Dat was tot nu toe ook zo. Er is in Nederland een centraal strafregister, maar een Verklaring Omtrent het Gedrag wordt alleen gebaseerd op informatie van de laatste vier jaar en voor jongeren tot 23 van de laatste twee jaar (zedendelicten blijven echter staan).

Het strafregister is niet toegankelijk voor media, maar uitsluitend voor bepaalde overheidsfunctionarissen. Als we dit goede regels vinden, waarom zouden dan de persberichten uit de periode dat het strafbare feit werd begaan wel onbeperkt via Google beschikbaar moeten zijn? Dit is ook een bekend gegeven in de VS. Google verschuilt zich ten onrechte achter de wetgeving van zijn hoofdkantoor. Daar bestaat een centraal register met kredietinformatie, maar ook dat rapporteert uitsluitend negatieve informatie over de laatste zeven jaar en faillissementen over de laatste tien jaar. Verder verbieden wetten werkgevers op hun sollicitatieformulieren een vraag op te nemen of de sollicitant in de gevangenis heeft gezeten, omdat anders miljoenen jongeren buiten de arbeidsmarkt zouden vallen.

Net als deze centrale registers ontsluit Google centraal informatie die voorheen misschien wel beschikbaar was, maar her en der moest worden verzameld.

In plaats van dit het probleem van individuele burgers te laten zijn, is het beter wettelijk te bepalen wat de houdbaarheidsdatum van bepaalde informatie is voor ontsluiting via zoekmachines. Dit moeten we niet aan Google overlaten. We zullen een nieuwe manier moeten vinden om mensen de mogelijkheid te geven hun leven te beteren.

We hebben die zelf gekregen, ik gun het mijn kinderen ook.

Vinden we een manier om te zorgen dat mensen met een schone lei kunnen beginnen, zodat de tijd nog steeds wonden heelt?

*) Lokke Moerel is hoogleraar Global ICT Law aan Tilburg University, partner bij De Brauw Blackstone Westbroek, en co-chair van het jaarlijkse  Cambridge Privacy Forum. Dit artikel verscheen op zaterdag 30 augustus 2014 in Het Financieele Dagblad

 

Gepubliceerd

2 sep 2014

Wat vinden de experts?

Nico van Eijk
4 sep 2014
Nico van Eijk
Hof negeert uitingsvrijheid

De Google/Spain zaak roept veel (juridische) vragen op. Vragen die niet altijd met een eenvoudig ja of nee te beantwoorden zijn, maar een zorgvuldige belangenafweging vragen.

De kritiek dat het hof een 'grote stappen, snel thuis' oordeel heeft geveld, deel ik. Vooral voor wat betreft de belangenafweging ten aanzien van de vrijheid van meningsuiting. Die mist nuancering (wat een eufemisme is: het Hof gaat er grotendeels aan voorbij).

De uitingsvrijheid omvat 'de vrijheid en mening te koesteren en de vrijheid om inlichtingen of denkbeelden te ontvangen of te verstrekken, zonder inmenging van enig openbaar gezag en ongeacht grenzen', zoals we in artikel 10 van Europese Conventie voor de Rechten van de Mens hebben vastgelegd.

Het gaat dus niet alleen om de uiting zelf, maar ook om de mogelijkheid die te kunnen ontvangen. In de moderne informatiesamenleving zijn zoekmachines daarvoor onmisbaar geworden.

We moeten uiterst voorzichtig zijn om de toegang tot rechtmatige informatie te beperken. Al was het maar om een tweedeling te voorkomen tussen zij die zich wel kunnen veroorloven om naar de oorspronkelijke bron te gaan om daar de informatie in te zien en zij die dat niet kunnen.

Een en ander laat onverlet dat geen vrijheid onbegrensd is. De uitspraak dwingt om deze grenzen te verkennen. Dat moeten we wel zorgvuldig doen.

Zo maakt het bijvoorbeeld nogal wat uit of het gaat om informatie die de overheid over ons heeft (strafbladen) of om informatie die rechtmatig in de media is verschenen.
In een wettelijke houdbaarheidsdatum zie ik niet veel. Onderzoek geeft
aan dat bij voedsel de uiterste houdbaarheidsdatum leidt tot het weggooien van grote hoeveelheden nog goed eetbaar voedsel. Dat moeten we bij ons geestelijk gedachtegoed proberen te vermijden.

Maarten Roelofs
4 sep 2014
Maarten Roelofs
Middelvinger
Het is zo duidelijk een middelvinger van Google naar de rechters van het Europese Hof.
Netkwesties
Netkwesties is een webuitgave over internet, ict, media en samenleving met achtergrondartikelen, beschouwingen, columns en commentaren van een panel van deskundigen.
Colofon Nieuwsbrief RSS Feed Twitter

Nieuwsbrief ontvangen?

De Netkwesties nieuwsbrief bevat boeiende achtergrondartikelen, beschouwingen, columns en commentaren van een panel van deskundigen o.g.v. internet, ict, media en samenleving.

De nieuwsbrief is gratis. We gaan zorgvuldig met je gegevens om, we sturen nooit spam.

Abonneren Preview bekijken?

Netkwesties © 1999/2024. Alle rechten voorbehouden. Privacyverklaring

1
0