Onder hobbyisten

Of serieuze weblogs en e-zines nu journalistiek zijn of niet, ze worden meestal gemaakt door vrijwilligers, terwijl traditionele media met betaalde krachten werken. Hoe kunnen deze sites uit de hobbysfeer komen? En willen ze het wel professioneler aanpakken? Netkwesties sprak met een dozijn ervaringsdeskundigen.

Dit artikel maakt onderdeel uit van een onderzoek naar online uitgeven en journalistiek dat steun krijgt van het Bedrijfsfonds voor de Pers.

Slechts ruim een jaar hield Z Magazine - een van de eerste Nederlandse internettijdschriften - het vol, midden jaren 90. Voor Z Magazine werkten professionals uit de mediasector: een paar redacteuren van computerbladen, medewerkers van de Volkskrant en freelance fotografen. "Iedereen deed het pro deo en vond het leuk om op internet zijn stokpaardje te berijden", vertelt Z Magazine-oprichter en ICT-journalist Dick Simonis. In het internetarchief van Archive.org zijn nog resten van de site vinden.

"We beloofden medewerkers te gaan betalen zodra de site iets zou opleveren. Maar zover is het nooit gekomen. Het vergde slechts geld. Je kunt geen redactie aan de gang houden zonder inkomsten. Dan bloedt het dood. Behalve een bijdrage van provider Xs4all voor webruimte kwam er geen cent binnen. Betaalde toegang voor lezers kwam nog niet van de grond, vooral door gebrek aan internetbetaalmiddelen met voldoende acceptatie", vertelt Simonis.

Bijna tien jaar later kampen hobby-uitgaven op internet nog altijd met veel van de problemen die Simonis voor Z Magazine schetst. Weblogs en e-zines worden meestal nog gemaakt in de vrije uren. Maar het zijn allang niet meer alleen mensen uit het mediavak, zoals bij Z Magazine. 'Iedereen' heeft tegenwoordig een eigen weblog. Toch zijn de meest succesvolle sites die van een vaste groep samenwerkende internetters. Ook onveranderd: het gebrek aan inkomsten. Want het internetpubliek mag dan in tien jaar tijd enorm zijn gegroeid, het is nauwelijks bereid om te betalen.

Dat is soms fnuikend voor de continuïteit. Vrijwilligheid en ook nog geld moeten meebrengen werken een sfeer van vrijblijvendheid in de hand. Dat ongeremde heeft zo zijn charme, want het stimuleert de creativiteit, maar tegelijkertijd valt te betwijfelen of het de kwaliteit van een site op de lange termijn ten goede komt. Zijn er manieren waarop weblogs en e-zines de zweem van hobbyisme achter zich kunnen laten? Hoe kunnen deze webuitgaven meer geld verdienen? En zouden die inkomsten dan ook leiden tot een meer professionele aanpak en daarmee tot een kwalitatief betere site?

Kenmerken van weblogs

Voor internetters met een persoonlijk weblog zijn dit meestal geen kwesties: hun lezersgroep is te beperkt. Maar voor twee groepen websites zijn deze vraagstukken wel aan de orde van de dag, of zelfs bepalend voor het voortbestaan. Dat zijn enerzijds de meest populaire 'groepslogs', anderzijds de grootste e-zines die meer dan tienduizend bezoekers per dag trekken. Netkwesties sprak met makers van deze bekende 'groepslogs', zoals Geenstijl.nl, Retecool.com, Flabber.nl en Fok.nl.

Op deze weblogs staan vooral korte berichten, die vaak inhaken op berichten uit andere media, waarnaar ze linken. Geregeld komt er eigen kopij - vaak opiniërend, soms eigen ontdekkingen met nieuwswaarde, meestal op het gebied van internet. De groepslogs danken hun populariteit aan een stabiele stroom dagelijkse bijdragen, met telkens een hoge actualiteitswaarde én een duidelijk eigen 'invalshoek' of zelfs signatuur.

Een tweede verklaring van hun succes is de grote interactiviteit: onder sommige berichten plaatsen de bezoekers honderden reacties.

Maar hoe meer bezoekers deze weblogs weten te trekken, hoe meer de makers gedwongen worden na te denken over het vergaren van inkomsten. Al was het maar om de hoge kosten voor de hosting van de site te kunnen betalen.

 

Kenmerken van e-zines

Werken weblogs met een dagboekstructuur - het jongste bericht staat bovenaan - e-zines hebben meer een homepagestructuur met eigen ordening van artikelen, soms met edities. Maar de werkwijze is vaak even hobbyistisch als van de weblogs.

E-zines ontstonden vaak als e-mailnieuwsbrieven, maar tegenwoordig zijn het allemaal 'gewone' websites. Hun sterkste punt is dat ze in tegenstelling tot de korte berichten op weblogs meer variëteit bieden: interviews, recensies, commentaren, columns, foto's, strips, animaties, achtergrondverhalen, lijstjes. E-zines lijken dan ook meer op papieren tijdschriften of kranten, ook al omdat ze vaker met een echte redactiestructuur werken en een vaste verschijningsfrequentie proberen te hanteren. Omdat de updatefrequentie veel lager is, is de organisatie iets strakker.

E-zines hebben meestal minder te maken met torenhoge bezoekersaantallen zoals de populaire logs, maar ze trekken wel een hondstrouw publiek, dat veel tijd besteedt aan langdurig lezen vanaf het beeldscherm.

Terwijl weblogs de afgelopen jaren de meeste aandacht trokken, sloot een aantal e-zines de deuren. Maar er ontstonden ook nieuwe internettijdschriften. Een aantal e-zines houdt het verbazingwekkend lang vol, soms zelfs negen jaar. Dat komt omdat het niet zelden specialistische websites zijn zoals over muziek, cultuur, sport. Sommige e-zines hebben zelfs een heldere doelgroep: 55-plussers of dertigers of jongeren.

In Nederland zijn er nog altijd een enkele tientallen van dit soort internettijdschriftjes. Qua bezoekersaantallen halen ze het niet bij de eerder genoemde grote weblogs, maar hun variatie is groot. Netkwesties sprak met de makers van een aantal bekende Nederlandse e-zines: KindaMuzik.net, NuWijWeer.nl, Qure.nl, Fotocentraal.nl, Smallzine.nl, 8weekly.nl, Cut-Up.com, Spunk.nl en Writersblock.net. Bij elkaar goed voor zo'n veertig jaar ervaring met internetpubliceren.

Weblog 1: GeenStijl.nl

Maar eerst terug naar de weblogs. De meest bekende groepsweblog van Nederland is op dit moment GeenStijl.nl. Aan de site, die in 2003 werd opgericht, werkt een aantal journalisten mee - sommigen met een baan elders, anderen niet. Al herhaaldelijk scoorde GeenStijl.nl primeurs.

De makers claimen inmiddels ongeveer 30 miljoen pageviews per maand en half miljoen unieke bezoekers per maand. Dat kost geld en daarom staan er sinds vorig jaar advertenties op de site. Maar volgens GeenStijl-redactielid Ambroos Wiegers is het nog niet zo dat de webloggers van GeenStijl er hun hele boterham ermee kunnen verdienen. Maar dat is uiteindelijk wel de bedoeling. "Twee mensen werven nu advertenties voor ons. Daarvoor komt er eentje van de STER", zegt Wiegers. "Ook praten we met verschillende partijen over andere commerciële ideeën."

Op GeenStijl staan al maanden advertenties van de tweedehandssite van De Telegraaf, Speurders.nl. Die advertenties linken direct naar spullen die op de concurrent van Marktplaats.nl worden aangeboden. Maarten Roelofs, marketingmanager van Speurders.nl, zegt erg tevreden te zijn over de samenwerking met GeenStijl. Er komen ongeveer drieduizend bezoekers per dag via dit weblog naar zijn site. "En adverteren op GeenStijl is veel goedkoper dan op andere sites." Roelofs liet de advertenties door de redactie van GeenStijl zelf schrijven, zodat ze beter passen bij de 'doelgroep'. Ook dat is een stijlbreuk met traditionele journalistiek die zich verre houdt van de advertentieafdeling.

Volgens Wiegers sterft adverteren op oude media als tv en krant een langzame dood. "Jongeren zappen toch meteen weg als ze reclame zien. En op internet filteren ze het er gewoon uit. Televisie is dood. Die 'sjonnies' zitten de hele dag sms'jes te sturen en zitten tegelijkertijd ook te chatten op MSN. Jongeren hebben geen affiniteit met kranten. Alleen een paar studentjes koopt nog de krant. Waarom zouden ze ook, ze hebben toch al internet?"

Wiegers ziet niks in weblogs voor traditionele media. "De weblogs die kranten nu op hun sites hebben staan zijn echt een lachertje. Geen hond leest die! Het gaat ook nooit werken als je kijkt naar 90 procent van de krantenredacteuren. Dat zijn mannen van rond de veertig. Die kunnen wel een rapportje van een ministerie boven water krijgen, maar weten echt niet wat er op internet speelt."

Wiegers ziet de weblogs ook als een kweekvijver. "Er worden dagelijks duizenden weblogs opgericht, maar tussen al dat gepeupel stijgt vanzelf wel wat talent omhoog. De webloggers die het beste zijn kunnen zichzelf uiteindelijk bedruipen. Als je maar talent hebt. Bij de krant kijken ze alleen of iemand een HBO-diploma Journalistiek heeft, dat is zo'n onzin."

De redactie van GeenStijl noemt de site zelf geen journalistiek. "Ik wil helemaal geen journalist meer genoemd worden. Journalistiek is zo saai. Daar wil ik niet mee vergeleken worden. Op één krant na hebben ze allemaal negatief over ons geschreven. Nu weet ik pas echt hoe gemakzuchtig journalisten eigenlijk te werk gaan en wat voor troep ze afleveren. En dat ze niet onafhankelijk zijn, maar links georiënteerd. Ook daarom is GeenStijl een verademing voor de lezers."

De weblogbezoeker zal het worst wezen of er nu wel of geen journalisten achter de site zitten, zegt hij. "Dat interesseert onze lezers ook echt niet. Negenennegentig procent boeit het echt niet wie we zijn. Ze willen gewoon vermaakt worden."

GeenStijl dankt zijn succes volgens Wiegers aan twee dingen: de techniek achter de site en de reacties en tips van bezoekers. "Wij hebben technisch het mooiste netwerk dankzij een aantal goede techneuten. Bovendien weten maar weinig andere journalisten meer van internet dan wij."

Maar ook anders dan bij traditionele journalisten, die vooral contacten koesteren in het establishment, is het netwerk van webloggers Wiegers: "Dankzij GeenStijl heb ik tien keer zoveel contacten opgedaan dan voorheen. Wij zorgen ervoor dat de binding met de lezer groot is. Dat krijgen kranten op internet maar niet voor elkaar. Mij maakt het ook niet uit of mensen anoniem met een nieuwstip komen. Ik wil hun naam niet eens weten, dan hoef ik mijn bron ook niet prijs te geven."

 

Weblog 2: Fok.nl

Ook bij de jongerensite Fok.nl stikt het van de reacties. De statistieken zijn overweldigend: 1,6 miljoen pageviews per dag. De site is niet alleen een weblog, maar ook een echte community. Er zijn 130.000 leden, waarvan honderdduizend bezoekers elke maand minimaal één reactie plaatsten.

Oprichter Danny Roodbol: "Kom je eenmaal op Fok, dan blijf je hangen. Zeg maar een soort Hotel California." Elke dag komen er 40.000 tot 60.000 reacties binnen op de site. Een groot team van wel 200 vrijwilligers probeert alles in goede banen te leiden.

Originaliteit mag er zijn in reacties, niet in eigen kopij. Heel vaak schrijft Fok platweg berichten over uit andere media. "Maar we doen wel altijd aan bronvermelding. En er staan ook eigen stukken op de site. En we hebben mensen die columns en recensies schrijven. Dat is toch ook eigen content", aldus Roodbol.

Hij vraagt zich nog steeds af hoe geld te verdienen met Fok.nl. "Voor mij blijft dit een leuke hobby. Ik heb er nog altijd een fulltime baan naast. De winst die we soms maken, gaat meteen weer terug in de site. Van ons gespaarde geld hebben we in december nieuwe servers gekocht. Het dataverkeer alleen al kost 10.000 euro per jaar. Het zijn vele tientallen gigabytes. Gelukkig hebben we daarvoor een sponsor."

Advertenties heeft Fok.nl ook. "We hebben banners die deel uitmaken van een advertentienetwerk, maar dat levert te weinig op. Daarom hebben we laatste een pr-team opgericht van drie mensen. Zij gaan prijsvragen en recensie-exemplaren regelen, maar ook adverteerders actief benaderen. We willen dat de advertenties ook echt specifiek bij Fok passen. En dingen als gesponsorde polls."

Als er veel geld binnenkomt zal Roodbol de redactieleden niet gaan betalen. "Het geeft scheve ogen als een paar mensen wel betaald krijgen en de rest van de tweehonderd niet. Er hoeft echt niet een miljoen binnen te komen met de site."

Het verloop van de vrijwilligers bij Fok is groot. "Een aantal studenten journalistiek werkt mee aan de site, maar die stoppen meestal als ze een baan krijgen. Veel scholieren helpen modereren. Ze verkijken zich er vaak op hoeveel tijd het kost. Het verloop is erg jammer, maar er melden zich altijd wel weer anderen. In denk dat er in zes jaar tijd ongeveer 1300 mensen aan de site hebben meegewerkt. Zo'n vijftig man zit er nu al meer dan twee jaar bij."

Aanbiedingen van commerciële partijen om de site over te nemen zou Roodbol juist afwijzen vanwege zijn vrijwilligersleger. "Die zullen vast massaal deserteren als Fok in andere handen komt. Een subsidie voor onze site zou eigenlijk ideaal zijn."

De site kent wel een eindredactie. "Iedereen is verantwoordelijk voor zijn eigen dingetje. We ontslaan ook wel eens vrijwilligers als ze zich niet aan afspraken houden. Maar we zijn geen journalisten, hoor. Fok.nl is niet bedoeld als een soort Nu.nl. Het is meer een luchtige nieuwscommunity." Roodbol heeft trouwens al jaren geen abonnementen op kranten of tijdschriften meer. "Ik kan alles wat ik wil wel op internet lezen."

 

Weblog 3: Flabber

Eveneens duizenden bezoekers trekt de groepsweblog Flabber.nl. Flabber haalt gemiddeld zo'n 250 duizend pageviews per dag.

Wat maakt Flabber zo succesvol? Het gebrek aan geschreven tekst. De site bestaat voornamelijk uit links naar 'online entertainment': van bizarre, ranzige filmpjes tot verslavende spelletjes. De berichtjes waarin die worden aangekondigd bestaan meestal maar uit 1 of 2 regeltjes. "Maar we hebben wel een eindredactie. We kijken alles eerst na voordat het op de site gaat. Er zit geen spelfout in, want ik ben een taalpurist", aldus Gert-Jan Lasterie, een van de twee studenten die de site bedachten.

Vijfendertig mensen werken er aan de hele site, die ook een discussieforum, profielenafdeling en moppenhoek bevat. Flabber.nl is een uit de hand gelopen project van twee studenten. Lasterie: "Ik geef dagelijks leiding aan het spul. Ongeveer 40 procent van ons bezoek komt van buiten Nederland, maar dat willen we terugdringen. We zijn immers een Nederlandse site. We hebben vijf servers in gebruikt en die kosten een heleboel geld. Om het verkeer te betalen hebben we een aantal advertentieplekken op de site."

Met zoveel bezoekers begint het twee jaar oude weblog een serieuze zaak te worden. Lasterie is er drie tot vier uur per dag aan kwijt. "Ik studeer binnenkort af en wil me daarna volledig op de site gaan storten. Ik heb samen met Paulo [de andere Flabber-oprichter, red.] een strategische route voor groei uitgestippeld.

Daaruit vloeit ook een nieuwe advertentievorm voort: tussen de berichtjes door verschijnen nu weblogpostjes die advertenties zijn. Daar staat wel als kopje 'Advertentie' boven. Soms verwijst het naar porno. Lasterie: "Dat heb ik liever ook niet, maar we moeten nu eenmaal ergens geld vandaan halen om uit de kosten te komen."

Flabber drijft volledig op de content van anderen op internet. Volgens Lasterie kunnen traditionele media van het succes van de site leren dat korte berichtjes met links het beste werken op internet. "Bovendien updaten we gestaag de hele dag door. Zo houden we de aandacht vast."

Mochten de Flabber-bazen serieus geld gaan verdienen met de site, dan dient zich een probleem aan. "We kunnen die 35 mensen niet gaan betalen. We kunnen dan ook geen dingen van ze gaan eisen. We hopen dat ze de eer van hun werk krijgen. Er is animo genoeg om mee te werken aan de site."

 

Endemol-interesse

Grote mediabedrijven kijken met interesse naar de bezoekcijfers van sites als Flabber en GeenStijl. Onlangs hielden redactieleden van beide sites zelfs spreekbeurten bij het tv-concern Endemol, zegt Lasterie. Wiegers van GeenStijl vermoedt dat Endemol iets met filmpjes op weblogs wil doen. "Weblogs kunnen een goedkope manier zijn om internetkijkers te trekken. Maar ik kan niet in hun hoofd kijken."

 

Weblog 4: Retecool.com

Net als bij GeenStijl en Fok.nl heeft ook het populaire weblog Retecool.com banners. In dit geval van de site Voordeeljager.nl. De opbrengsten daarvan gaan naar de oprichter Hubert Roth. Verder werkt nog een kleine groep webloggers mee aan Retecool, dat dagelijks gemiddeld meer dan tienduizend bezoekers trekt, samen goed voor 35.000 pageviews.

Opmerkelijk is dat een van de webloggers bij Retecool zijn bijdragen aan de site combineert met professionele journalistiek. Jacco de Boer, die op Retecool onder meer veel cd-recensies schrijft, werkt overdag als radio- en tv-verslaggever voor Omroep Fryslan. "Ik wil het liefst werken met het beste van beide werelden", zegt De Boer. "Deze week ging met de zware sneeuw hier de site van Omrop Fryslân plat. Maar mijn eigen sneeuwfoto's zette ik gewoon op een fotosite die ik linkte op Retecool."

Op internet heeft een journalist meer vrijheid en dat kan bevrijdend werken. "Voor mijn vorige werkgever Planet Internet kon ik niet zomaar een cd afkraken, want daar kon je nog wel eens problemen mee krijgen met de platenmaatschappij. Die moest dan ook nog een interview met een van hun andere bands voor je regelen. Op internet is het 'vrijheid blijheid'. Dat maakt het wel geloofwaardiger. Je krijgt autoriteit om wat je schrijft en niet voor wie je schrijft." Ook hier is het tijdgebrek vanwege het werk en probleem. "Soms heb ik er even geen zin in en dan ligt het webloggen wekenlang stil."

De verslaggever heeft wel kritiek op zijn medewebloggers. "We gaan voor het weblog nooit de boer op om iets boven tafel te krijgen. Dat zou ik graag wel willen doen: alles over een onderwerp samenvoegen. Alles zelf maken: audio, video, foto's en tekst. Maar zulke allroundjournalisten zijn er nergens. Weblogs moeten ook meer van hun kont komen. Er is bijvoorbeeld veel te weinig zelfgemaakte audio op internet."

E-zine 1: Spunk

Onder de e-zines is Spunk een geval apart. Dit internettijdschrift voor jongeren werd vier jaar geleden opgericht door communicatieadviseur Frank Bierens. Inmiddels schrijven de Spunk-redactieleden ook voor NRC Handelsblad en worden hun vlotte schrijfsels gebundeld in boeken van uitgeverij Vassallucci.

De faam van sommige Spunkers reikt zelfs tot over de landsgrenzen: de sekscolumns van Spunk-redactielid Renske de Greef verschenen ook in de Belgische krant De Morgen. Zo wordt meewerken aan een website ineens een opstapje naar een mediacarrière. Het aantal pageviews van Spunk bedraagt inmiddels, naar eigen zeggen, 150.000 per maand.

Het geheim van Spunk zit 'm in de professionele begeleiding die de jongeren krijgen, zegt internetjournalist Erwin van der Zande, jarenlang hoofdredacteur van Spunk. "Spunk wil boven de gemiddelde schoolkrant uitstijgen. Dat gebeurt deels door professionele begeleiding van de amateurs door Frank Bierens en mijzelf. Het was bijna een masterclass 'blaadje maken'."

En er vindt betaling plaats, zes eurocent per woord. "Want wij willen ook dingen van ze kunnen verwachten. Dat deadlines worden gehaald. Als je met vrijwilligers werkt, dan houdt niemand zich daaraan, dan wordt het liefdewerk oud papier. Daar hebben al die e-zines mee te kampen", weet Van der Zande.

Het verschil met die andere jongerensite, Fok.nl, is groot. Bij Spunk worden stukken vaak afgekeurd of herschreven, terwijl Fok.nl een lopende band aan korte gekopieerde berichtjes is. Van der Zande: "Fok heeft niet de randvoorwaarden om het op een professioneel niveau te krijgen. Maar dat is niet erg, want dat is juist de charme van de site."

Volgens Van der Zande - in 1994 als jonge hond maker van het eerste e-zine in Nederland, E-Wave - scouten kranten en tijdschriften te weinig jong talent. "Ze zijn lui." Van der Zande zou nog graag zien dat de site minder een soort tijdschrift op internet was. "Spunk moet visueler worden, meer met video en audio doen."

De commercie heeft ook toegeslagen bij Spunk: tijdens seminars leggen Spunk-lezers aan reclamebureaus uit wat er onder jongeren leeft en Heineken sponsort het Spunk-café.

 

E-zine 2: Nu Wij Weer

Ook het e-zine Nu Wij Weer, gericht op dertigers met een brede interesse, wil zichzelf professionaliseren. "We zijn druk bezig met een papieren versie van de site", vertelt hoofdredacteur Leendert Douma. "We spiegelen ons aan buitenlandse tijdschriften als The Believer en McSweenies. Die hebben net als wij een positieve grondtoon."

Tijdelijk is de site zelfs uit de lucht, omdat er gewerkt wordt aan een nieuwe vormgeving. "Als die er eenmaal is, gaan we werken naar het eerste nummer van het Nu Wij Weer-tijdschrift." Volgens Douma is het blad geen doel op zich, maar een nevenactiviteit zoals Nu Wij Weer ook bijeenkomsten organiseert.

Dit levert inkomsten op. Ook ontving Nu Wij Weer in 2004 10.000 euro subsidie van de Digitale Pioniersregeling voor de bouw van een nieuw redactiesysteem voor de site. "We hebben niet zoveel adverteerders. Dat levert niks op. Daardoor is een papieren blad voor ons nog altijd interessant."

Volgens Douma heeft de 'positieve uitstraling' van Nu Wij Weer een ook gevolgen voor de werving: "Juist omdat wij niemand betalen. Wij zoeken ook naar nieuw talent die een platform zoeken. We hoeven maar te wachten of ze komen naar ons toe. Daarmee geven wij de boodschap af aan de media: kijk eens wat er nog meer voor talent rondloopt."

De internetsites van kranten vindt Douma niks. "Die stellen niet veel voor. Traditionele media willen ook modieus meedoen en beginnen op een achterafhoekje een weblog. Maar dat is niet serieus. Het is voor kranten gewoon een bijproductje. Ze zouden een echte digitale editie moeten beginnen."

Websites zijn nog altijd te veel op tekst gericht, vindt Douma. "Dat was een van de redenen om NWW te beginnen. We hadden al snel een stel vormgevers, cartoonisten en fotografen. We zijn de site niet begonnen als een journalistiek medium, maar om te laten zien hoe het ook kan. We proberen cartoons en illustraties steeds meer te integreren. Ook schrijven we semi-literaire verhalen. Die lenen zich voor nieuwe invalshoeken."

Zo'n nieuwe invalshoek is bijvoorbeeld het 'faction-genre': verzonnen, maar op basis van de actualiteit. Douma: "Dat zouden kranten ook kunnen doen. Laatst schreef een redacteur naar aanleiding van de kwajongens die vanaf viaducten stenen op auto's gooien over de laatste gedachten van een vrouw die daardoor in coma was geraakt. Of ze het die jongens moet kwalijk nemen. Nu Wij Weer wil mediahypes doorprikken. En hoewel stukken vaak subjectief zijn, willen we niet te veel columns. Daar hebben andere media al te veel van."

 

E-zine 3: KindaMuzik

Het Nederlandse e-zine met de meeste namen in het colofon is online muziekblad KindaMuzik.net: na zes jaar zijn er 70 medewerkers, te weten 45 schrijvers, 20 fotografen en vijf vaste redacteuren. De laatste hoopt hoofdredacteur Niels van der Tang uiteindelijk te kunnen betalen, want dat is hard nodig:

"Een blad als Oor kan ook alleen maar door een vaste redactie een bepaalde schrijfstijl en kwaliteit vasthouden. We werken met vrijwilligers en dus is het heel erg moeilijk daar uniformiteit in te krijgen. Er verschijnen 300 artikelen per maand op KindaMuzik. De eindredactie wordt steeds tijdrovender."

De rest blijft vrijwilliger. "We hebben verschillende groepen schrijvers: fanatiekelingen die stiekem broodschrijver willen zijn, mensen die graag gratis recensie-cd's krijgen, mensen die graag gratis naar een concert willen en studenten journalistiek", zegt hij.

Volgens Van der Tang professionaliseerde KindaMuzik in 2004. "De redactiestructuur is verbeterd. De werkdruk is beter verdeeld en we zijn een stichting geworden met concrete doelstellingen. We willen over drie jaar nog bestaan en een platform vormen voor de ontwikkeling van journalisten en fotografen. We willen een aantal jonge schrijvers beter gaan begeleiden en periodiek evalueren."

KindaMuzik is pas sinds kort bezig naar het zoeken van inkomsten. Van der Tang: "Liever niet eerst advertenties, want die zouden de verhoudingen met platenmaatschappijen kunnen veranderen. Liever subsidies of donaties, anders blijf je voortmodderen. We willen niet afhankelijk zijn van schrijvers voor een gratis promo-cd'tje. En we willen ook meer concertavonden en feesten gaan organiseren en ook actief werven op grote festivals."

 

E-zine 4: Breekpunt

Een andere oudgediende onder de e-zines is Breekpunt.nl, een website voor computerliefhebbers. Oprichter Wil Coumans krijgt naar eigen zeggen honderd mails per dag. "We bestaan sinds 1997, maar sinds 1 januari is Breekpunt van Pulse Publicaties. Dat is een kleine uitgeverij waar ik ook werk. Zij hebben nu advertentiebureaus gezet op het werven van banners. De inkomsten zijn voor de makers, een vast team van zeven man en dan nog zo'n tien losse medewerkers."

De site trekt meer dan een miljoen bezoekers per maand. "Dan vind ik dat je verplicht bent het professioneler te maken. Het mag geen huis-, tuin- en keukengedoe blijven. Met mensen die willen meewerken maken we van tevoren goede afspraken. Vaak neemt het enthousiasme na drie à vier weken al af, want ze verkijken zich op de hoeveelheid tijd dat het kost."

Coumans zegt met de site te duiken in het gat dat de computerbladen op internet laten liggen. "Wij zitten tussen de ComputerIdee en de PC Magazine in. Op de site van computerbladen komt geen hond, want daar staan alleen wat nieuwtjes. Ze maken toch een moeilijke spagaat. Het papieren blad gaat voor, want betalen op internet voor artikelen werkt niet."

 

E-zine 5: Cut-Up

Sommige e-zines klagen over het gebrek aan mensen die structureel bijdragen, zoals het cultuurzine Cut-Up.com. Hoofdredacteur en muziekjournalist Theo Ploeg op zijn weblog: "Waar haal je immers goede én enthousiaste én initiatiefrijke schrijvers vandaan die voor niets willen bijdragen? (..) Hier zijn mensen nu eenmaal niet zo gemakkelijk te porren om gratis aan de slag te gaan. Sterker nog: het idee dat je ook professioneel bezig kunt zijn zónder dat geld een rol speelt is in Nederland volstrekt onbekend. Jammer, want dat wordt extra hard zoeken naar vers talent."

Ploeg was voorheen hoofdredacteur van het eerder genoemde KindaMuzik. Bij zijn vertrek bij die site zei hij tegen Netkwesties: "Bij wanprestaties moet je nu eenmaal ingrijpen. De meeste redacteuren vonden het ontslaan van vrijwilligers niet kunnen, maar ik heb dat wel enkele malen gedaan. (..) We willen zo graag bij de grote jongens horen, maar dat moet je eerst je identiteit uitwerken. We hebben geen doelgroep die ons voor ogen staat. Het lukt maar niet, ook na al die jaren, om greep te krijgen op wat we wel en niet moeten doen."

Waarom niet? "Waarschijnlijk omdat iedereen het nu als hobby doet. Dat betekent ook vrijblijvendheid, al was het maar vanwege een gebrek aan tijd. Maar je moet een keer een keuze maken: professioneel worden of niet. Een grote groep medewerkers is bang dat ze in zo'n situatie niet mee kunnen komen, dat ze niet aan de eisen zullen voldoen. En dat is misschien ook wel terecht."

 

E-zine 6: Writersblock

Het e-zine dat het het langst volhoudt is Writersblock.net. Dit maandblad over politiek en cultuur zag al in het voorjaar van 1996 het levenslicht. Het abonneebestand van de mailinglijst telt 20.000 adressen. Medeoprichter Emile Proper was student Nederlands toen hij de site begon, maar werkt inmiddels als journalist voor het tijdschrift Men's Health. Dat leverde een probleem op: "Ik kan niet 's avonds ook nog een keer als hobby stukjes gaan schrijven. Ik doe alleen nog de eindredactie."

Writersblock heeft geen grote groep vrijwilligers op de been weten te brengen: de vaste redactie bestaat uit vijf man. "Ik ben de enige met een journalistieke achtergrond. De rest werkt voor de overheid of universiteiten", zegt Proper. Hoewel dat groepje stabiel is, weet Proper niet wat de toekomst brengen zal voor Writersblock.

Met het werven van advertenties of het nadenken over inkomstenbronnen, zijn ze in ieder geval niet bezig. "Ik ga ook geen poging doen om geld te verdienen met de site. Daar moet je ook weer tijd in stoppen en het werven van fondsen is natuurlijk niet het leukste werk, dus dat schiet er bij in."

Er ontstaat na tien jaar een soort moeheid. "Misschien wil ik op termijn de boel overdragen. We zeggen altijd tegen elkaar: nog een jaar, daarna zien we wel weer. Je weet wel, zo van: Als we dan nog bestaan... Dat we het zolang hebben volgehouden verbaast mij ook."

 

E-zine 7: Smallzine

Een e-zine dat wel na acht jaar trouwe dienst de handdoek in de ring wierp is Smallzine. De makers van de site, Koen Vrancken en Maarten Reijnders, in het dagelijks leven redacteur bij internetnieuwssite Webwereld, hadden er geen zin meer in. Vrancken: "Smallzine trok niet een heel groot publiek, maar dat was ook nooit het doel: op het laatst nog 20.000 pageviews per week van 32.000 e-mailabonnees. De advertenties leverden bijna niks op, terwijl we wel onze columnist Franciso van Jole en de serverkosten moesten betalen. De server voor de mailinglist kostte ons destijds 3000 euro. Gelukkig hadden we een sponsor, een soort suikeroompje."

De naam blijft onbekend. Smallzine werkte al die jaren met een kleine groep van dezelfde redacteuren. Gastbijdragen waren niet welkom en dat gebeurt niet vaak bij e-zines. "Het is moeilijk om met vrijwilligers te werken. De kwaliteit liet vaak te wensen over."

Volgens Vrancken onderschatten webloggers dat mediaconsumenten lui zijn en het liefst alles hapklaar voorgeschoteld willen krijgen. "Daarom is Nu.nl zo'n succes. 95 procent van de mensen gaat echt niet al die weblogs doorpluizen. En die maakt het niks uit of RTL Boulevard een nieuwtje van GeenStijl afhaalt. Dat mensen zelf hun nieuws zoeken is zwaar overschat. Google kan een gevaar vormen voor de betaalde journalistiek."

 

E-zine 8: Qure

Een opmerkelijk model hanteert het e-zine Qure.nl, over ICT in de gezondheidszorg. Bezoekers kunnen de artikelen alleen tegen betaling van 80 euro abonnementsgeld per jaar lezen. De site, met ongeveer 2000 pageviews per dag, wordt gemaakt door Ton Smit, die al zestien jaar over ICT in de zorg schreef voor vakbladen als Automatisering Gids.

"Er zijn maar weinig mensen die deze materie en deze markt zo goed kennen als ik", zegt Smit. "Ik ben honderd procent onafhankelijk. De zorgsector is een soort Sovjet-Unie en kent allerlei Pravdaatjes. Sommige bladen schrijven nooit kritisch over het ministerie van VWS. Daar wilde ik niet meer mee te maken hebben, dus ben ik voor mij zelf begonnen."

De site bestaat een jaar. "Er zit een mooie gestage groei ik. Als het goed is bereik ik later dit jaar het break-even punt. We hebben ook advertenties maar daar heb ik eigenlijk te weinig tijd voor om die meer te werven. Want al mijn tijd gaat zitten in het schrijven. Zo leuk vind ik dit werk." Smit verkoopt niet alleen individuele abonnementen op Qure.nl, ziekenhuizen kunnen ook op IP-adres een abonnement voor de hele organisatie nemen.

Volgens Smit helpen nichesites, zoals de zijne, de bureaucratie tegengaan. "Het gekonkel van ambtenaren en koepelorganisaties wordt hierdoor aan banden gelegd. Maar ik ben geen missionaris of actievoerder. Als journalist begin ik geen politieke beweging. Ik wil met Qure ook gewoon mijn boterham verdienen."

De krant heeft Smit inmiddels maar opgezegd. "Ik las de NRC steeds minder. Heerlijk, nooit meer stapels ongelezen papier." Smit snapt niet waarom andere journalisten niet zelf een betaalde niche-site beginnen. "Het kan prima, maar alleen voor heel specialistische informatie. Je kan bijvoorbeeld denken aan een nieuwsdienst over de varkenssector."

Het model van Qure, waarbij de lezers de journalist direct betalen, doet denken aan die van Christopher Allbritton, een voormalige journalist voor Associated Press en de New York Daily News. In 2002 verzamelde hij via zijn site genoeg donaties van lezers om af te reizen naar Irak om daar verslag te doen van de oorlog. Het experiment leverde Allbritton veel naamsbekendheid op, want momenteel zit hij opnieuw in Irak, maar dit keer voor media als Time.

 

E-zine 9: Fotocentraal

Meer journalisten nemen het risico zich fulltime op de redactie van een site te storten. Dat doet sinds kort ook Dick Simonis. Inderdaad, in 1996 de man achter Z Magazine. Na jarenlang schrijfwerk voor ICT- en fotografiebladen begon hij een nieuwe website met artikelen over digitale fotografie: Fotocentraal.nl. Volgens Simonis is dat het enige echte onafhankelijke internettijdschrift over dit onderwerp.

"Alles draait om onze eigen testen. Ik verdien in eerste instantie niks. Ik leef van een buffer die ik heb opgebouwd. Binnen een jaar moet de site met voldoende geld opleveren. We werken met een paar mensen die vrijwillig tests van camera's doen." Een advertentieblokje van Google is een van de inkomstenbronnen waarin Simonis toekomst ziet. "Daarnaast is de andere persoon met wie ik de site ben begonnen, bezig met het marketingdeel. Hij moet adverteerders gaan werven."

Bij voldoende inkomsten profiteren ook de vrijwillige medewerkers van Fotocentraal. Zij krijgen dan een redelijke vergoeding. Daar zijn wel methodes voor te vinden." Ook Simonis' eigen archief als freelancer gaat benut worden. "Mensen willen vast ook van hun oude camera's nog de tests van destijds lezen. En met Fotocentraal kunnen we veel sneller inspringen dan de fotografiebladen die maar eens per maand uitkomen. We willen vollediger en onafhankelijker zijn dan de tijdschriften. Ik probeer het gewoon weer opnieuw. Maar nu moet het lukken."

Conclusie

Groepsweblogs en e-zines verbeteren hun kwaliteit en zoeken nieuwe mogelijkheden om hun sites te verrijken en eventueel commercieel aantrekkelijk te maken. Het voortbestaan van hun site staat of valt echter met de medewerking van mensen die motivatie putten uit werk dat ze leuk vinden, uit hun 'eigen ding'. Voor grote sites als Fok.nl, Flabber.nl en Kindamuzik.net lijkt de continuïteit, ook op eventueel commerciële basis, geen probleem: vrijwilligers staan in de rij.

Veel bezochte weblogs zoals GeenStijl.nl en Retecool.com, die door een vaste kern worden gemaakt, zoeken naar een steviger commerciële onderbouwing, zoals de zelf geschreven Speurders-advertenties en merchandising bij GeenStijl. De makers willen er op termijn ook hun boterham mee kunnen verdienen.

Bij de bekendere e-zines staat de commercialisering in de kinderschoenen. Bezoekersaantallen liggen lager en medewerkers in dienst nemen is onmogelijk. Spunk, waarachter een commercieel bedrijf en NRC Handelsblad schuilgaan, is een uitzondering. Jonge medewerkers krijgen wat betaald en kunnen zich eventueel tot beroepsjournalisten ontwikkelen.

Er is ook een kip-ei situstie: e-zines hebbben meer geld nodig om de kwaliteit van de sites te verbeteren, maar geldschieters of wellicht een uitgever komt af op commercieel levensvatbare projecten. Zo bezien zijn de e-zines kritischer op hun huidige inhoud dan weblogs. De makers hebben vaak allerlei plannen voor verbeteringen en uitbreidingen, bijvoorbeeld met nieuwe mogelijkheden op het gebied van audio, video en animatie, die ze nu niet kunnen doorvoeren. Titels als Kindamuzik en NuWijWeer hebben de potentie om bestaande tijdschrifttitels te beconcurreren.

Smallzine en Writersblock tonen hoe moeilijk het is een site te laten groeien als hij gemaakt wordt door slechts een kleine groep mensen op basis van enthousiasme. Daarom probeert ook een site als Breekpunt het nu iets professioneler aan te pakken. Stilstand is immers achteruitgang.

Ook individuele journalisten zouden hun broodwinning kunnen maken van een specialistische website. Mits ze voldoende bezoekers trekken zou dat kunnen met Google-advertenties of zelfs door bezoekers een abonnement te laten betalen, zoals bij de niche-site Qure. Onafhankelijkheid staat overal hoog in het vaandel, ook bij deze kleine sites.

De krenten uit de internetpap zullen bewijzen of ze bestaansrecht hebben. De grote groepsweblogs maken de meeste kans. E-zines zijn inhoudelijk ambitieuzer, maar langere artikelen trekken op internet minder publiek. Het zijn wel trouwe lezers die wellicht bereid zijn te betalen. Maar dat zal niet voldoende zijn. Subsidies, sponsors, merchandising en extra evenementen bieden eventueel extra inkomsten.

Wat node ontbreekt bij alle genoemde titels is een aparte uitgeeffunctie. De makers nemen die taak zelf op zich, maar ze zijn altijd meer gericht op de inhoud van hun publicatie. Een partij die de moed heeft om online exploitaties vorm te geven zou voor deze titels een welkome handreiking vormen. Dan ontstaat er wellicht een spanningsveld tussen de eigen behoeften van de makers en het vinden van een doelgroep door uitgevers. Beide partijen staan dan voor de taak om een modus vivendi te vinden.

Gepubliceerd

1 mei 2005
Netkwesties
Netkwesties is een webuitgave over internet, ict, media en samenleving met achtergrondartikelen, beschouwingen, columns en commentaren van een panel van deskundigen.
Colofon Nieuwsbrief RSS Feed Twitter

Nieuwsbrief ontvangen?

De Netkwesties nieuwsbrief bevat boeiende achtergrondartikelen, beschouwingen, columns en commentaren van een panel van deskundigen o.g.v. internet, ict, media en samenleving.

De nieuwsbrief is gratis. We gaan zorgvuldig met je gegevens om, we sturen nooit spam.

Abonneren Preview bekijken?

Netkwesties © 1999/2024. Alle rechten voorbehouden. Privacyverklaring

1
0