Het rapport beoordeelt:
De monitor vormt ook een bouwsteen te zijn voor Europees mediabeleid, verwoord in onder meer de European Media Freedom Act (EMFA) van 2024, die journalistiek beoogt te beschermen, vooral tegen de macht van platforms. Maar lukt dat zo wel? En is dat het allerbelangrijkste voor de democratie?
Immers, de Monitor wordt alsmaar breder. De editie van 2026 neemt de inhoudelijke en economische afhankelijkheid van platforms, contentmoderatie, Digital Services Act, generatieve AI, auteursrecht, taalmodellen (GPT-NL) erbij.
Juist daardoor denk ik: Als de informatieomgeving zo ingrijpend verandert, is de manier waarop we haar beoordelen dan ook fundamenteel mee veranderd?
Immers, drie crises blijken uiteindelijk één crisis te zijn:
Deze tendensen worden meestal als drie afzonderlijke problemen gezien, waarvoor we dus drie verschillende oplossingen moeten vinden. In werkelijkheid zijn het drie verschijningsvormen van dezelfde structurele ontwikkeling: in een wereld waarin het informatieaanbod overvloedig is geworden, verliest de afzonderlijke pagina haar economische waarde.
Paradox
Kern van de analyse is nog steeds de mate van verscheidenheid van media, immers een fundament van de democratie. Echter, dat is niet langer hetzelfde als de informatieomgeving waarin burgers dagelijks hun oordeel vormen.
Daarmee ontstaat een paradox aan zowel de vraag- als aanbodzijde. De Monitor benadrukt pluriforme consumptie van de mediamarkt. Dit werd voorheen bepaald door een aanbod van verschillende kranten en radio- en tv-zenders met elk de eigen perspectieven. Maar burgers baseren zich meer op zoekmachines, sociale platforms en AI-assistenten die informatie uit meerdere bronnen combineren en samenvatten.
Echter, de Monitor benadrukt noodzakelijke economische en juridische kracht van nieuwsmedia, terwijl online platforms inmiddels een centrale toegangspoort tot nieuws geworden voor velen.
Terecht bespreekt de Monitor uitvoerig de transparantie van platformmoderatie en de rol van de Digital Services Act. De kern nu: wie bepaalt er welke informatie burgers zien, uit welke bronnen? Welke perspectieven ontbreken? Welke verschillen verdwijnen in een samenvatting? Antwoorden komen niet vanzelf uit de analyse van de mediasector.
Nederland eenzijdig beoordeeld
Het hoofdstuk over Nederland laat dit goed zien. We behoren opnieuw tot de best scorende landen. Fundamentele rechten, politieke onafhankelijkheid van media en de sociale inclusiviteit worden als relatief sterk beoordeeld. Maar aanbod concentreert zich bij minder partijen na de overname van RTL Nederland door DPG Media. Van vijf naar vier grote spelers: NPO, DPG Media, Mediahuis en Talpa Network. Ook transparantie van media-eigendom is onvoldoende.
Tegelijkertijd informeren Nederlanders zich via podcasts, nieuwsbrieven, YouTube-kanalen, Substack-publicaties, sociale media en AI-assistenten die deels buiten deze aanbieders om gemaakt worden. De Monitor erkent dat wel, maar beoordeelt dit grotendeels vanuit de gevolgen voor nieuwsorganisaties. Maar hoe deze nieuwe schakels gezamenlijk de informatieomgeving van burgers verbeteren, blijft grotendeels buiten beeld.
Neem AI. De Monitor bespreekt uitgebreid de onderhandelingen tussen Nederlandse uitgevers en big tech over auteursrechten en keuze voor GPT-NL, een transparant Nederlands taalmodel. Dat is zonder twijfel relevant, maar de nadruk ligt te veel op de positie van uitgevers.
Maar wat betekent AI?
Veel minder aandacht krijgt de vraag wat AI doet. Welke bronnen worden samengebracht? Welke verschillen tussen redacties blijven zichtbaar? Welke perspectieven verdwijnen uit beeld wanneer een AI-assistent tientallen artikelen terugbrengt tot één antwoord? Dat zijn vragen die direct raken aan de kwaliteit van de democratische informatievoorziening, maar die zich moeilijk laten beantwoorden met indicatoren die primair de mediasector beschrijven.
Daarmee ontstaat misschien wel een volgende paradox. Naarmate AI machtiger wordt met het verzamelen en ophoesten van informatie, bepaalt dit de zogenoemde pluriformiteit. Twee AI-systemen kunnen immers dezelfde nieuwsbronnen gebruiken en toch een fundamenteel verschillend beeld van de werkelijkheid presenteren, afhankelijk van hun selectie, weging en synthese.
Dat betekent niet dat de Media Pluralism Monitor tekortschiet. Integendeel. Juist de kwaliteit van het rapport maakt zichtbaar waar de volgende stap zou kunnen liggen. De onderzoekers hebben hun blik de afgelopen jaren verbreed naar platforms, digitale markten en AI. De volgende fase vraagt niet om nóg meer indicatoren over de mediasector, maar om een aanvullende manier van kijken: voorbij journalistiek, meer naar de vraagkant: naar informatie voor burgers in een AI-wereld.
Welke informatie bereikt mensen daadwerkelijk? Met welke perspectieven? Bieden de hapklare antwoorden nog voldoende zicht op de verschillen tussen bronnen, interpretaties en belangen? Dat is niet eenvoudig te meten, integendeel, maar die koe moeten we bij de horens vatten.