Het is eenvoudig om terug te verwijzen naar het artikel van vorige week over de botsing tussen Ephimenco en Trouw. Dat doe ik ook want ik ken m’n christelijke klassieken van de vurige tongen van Pinksteren. Een deel van de conclusie:
“Ephimenco heeft in zijn column geen feitelijke onjuistheid geponeerd. De kop is tendentieus, maar die werd volgens Ephimenco gewijzigd door de opinieredactie. Verder wijst hij op de toename van bevolkingsgroei die nagenoeg geheel voor rekening komt van immigratie. Dat is volkomen juist. Dat is een belangrijke oorzaak van woningnood.
Dat hij in één adem de problemen met elektriciteits- en watervoorziening op conto van immigratie schuift, is niet onjuist maar (te) kort door de bocht. Die geestelijke luiheid gaat verder door het geweld in Loosdrecht te koppelen. Maar het is een democratisch feit dat de meerderheid van de bevolking asielimmigratie hoe dan ook wil minderen.”
Kritiek Ombudsman Trouw
‘Ephi’ zelf was behoorlijk aangedaan door de zaak, want een schrobbering door je eigen hoofdredactie gaat je, ook al claim je het gelijk, niet in de kouwe kleren zitten. Wendelmoet Boersema en Karel Smouter, de christelijke hoofdredactie, kreeg deze week bijval van de Ombudsman. Dat is geen externe persoon, zoals voorheen, maar Wybo Algra die 38 jaar deel uitmaakt van de redactie en de cultuur mede vorm gaf en draagt.
De regels van Trouw zelf, schrijft Wybo, geven hem weinig houvast voor een oordeel. Hij grijpt terug op de Leidraad voor de Journalistiek [waar ik ooit aan bijdroeg, maar niet op het volgende punt]: “Columnisten, cartoonisten en recensenten zijn vrij om hun mening te geven over gebeurtenissen en personen. Daarbij zijn stijlmiddelen als overdrijven en bewust eenzijdig belichten geoorloofd.”
En dan: “De bewuste column bevat echter geen spoor van satire of bewuste overdrijving. De auteur pretendeert op grond van feiten een sluitende bewijsvoering aan te dragen voor zijn vérgaande stellingname.”
Algra zegt vervolgens wat de feitelijke onjuistheid zou zijn, iets wat de hoofdredactie van Trouw in haar veroordeling naliet: “Dus waar zit de onwaarheid?’ In dit geval niet zozeer in – aanvechtbare – feiten die de columnist noemt, maar in al die oorzaken van de tekorten aan nutsvoorzieningen en huizen die hij weglaat. Een bij lange na niet volledige opsomming: klimaatverandering en droogte, de snelle elektrificatie van het stroomnet, de grote toename van een- en tweepersoonshuishoudens.”
Terug naar de column van Ephimenco van 1 mei 2026. Nadat hij de tekorten aan woningen, stroom en drinkwater heeft benoemd, zegt hij:
“Wat die drie T’s (tekort) met elkaar linkt is de bevolkingstoename…De bevolkingstoename in Nederland is de laatste jaren volledig op het conto van migratie te schrijven…Overigens zijn de totale aanvragen voor asiel maar een derde van dit totaal voor dezelfde periode.”
Dan gaat hij verder met de mening over Loosdrecht en dat driekwart van Nederland het gehad heeft met asielmigratie. Waar heel wat tegenin te brengen is, zoals ‘geestelijke luiheid’, is maar het is een mening en dus vrij. Als de feiten kloppen.
Duit van de hoogleraar
Ik vind dat Ephimenco met de weglating van andere oorzaken voor de drie tekorten niet over de schreef gaat, hooguit tendentieus is, en op de mening valt veel af te dingen. Andere columnisten, net als de rechtse Ephimenco zeker de linkse columnisten bij Trouw, doen niet anders dan feiten en nuance weglaten. Het is bijna de raison d’etre van columnisten om een deel van de werkelijkheid te belichten. Dat tekent hun populariteit bij lezers die nuance in de verslaggeving – die soms ook ver te zoeken is – maar saai vinden.
Om die reden vind ik de uiteenzetting van hoogleraar journalistiek Bart Brouwers die Algra citeert, stuitend:
“De vrijheid van meningsuiting is geen vrijbrief om de werkelijkheid te buigen totdat die past bij een vooropgezet verhaal. En dat is precies wat hier gebeurt. De grens van de vrijheid van de columnist ligt niet bij scherpe meningen, maar bij het willens en wetens negeren van relevante feiten om een zelf gecreëerd wereldbeeld te bevestigen.”
Echt, alle columnisten buigen de realiteit om in eigen voordeel, of ze nu links (Sheila Sitalsing in de Volkskrant) of rechts (Rob Hoogland in De Telegraaf) zijn, ze zijn ongenuanceerd en tendentieus. Bart Brouwers heeft, hoogleraar of niet, weinig van columnisme begrepen als hij de opvatting bezigt dat je alle feiten hebt te benoemen om nuances te prediken. Dat is aan de verslaggeving.
Op de spits gedreven
Epimenco schrijft dit weekend zijn laatste column voor Trouw:
“Ik heb de laatste tijd vaak het gevoel gekregen dat ik door een onzichtbare hand achter vijandige linies was gedropt. Dit is geen gevoel waarop je je medewerking onbezorgd kunt voortzetten. De laatste maanden, sinds een ontmoeting met de nieuwe hoofdredactie, is de situatie niet verbeterd.
Men vond het wonen in Italië en toch op pagina twee blijven problematisch. Ik zei dit niet problematisch te vinden maar wel de steeds grotere afstand tussen de nieuwe redactionele lijn en mij. De betreurenswaardige voorpaginafoto, dinsdag, waarin een gewapende Israëlische soldaat de vlag van Israël in een bord hummus plant, is daar een voorbeeld van. Wanneer verslaggeving ideologisch wordt of obsessionele vormen aanneemt, mijn woorden, is dit een probleem…
We waren overeengekomen dat ik na de zomer maar één column op de achterpagina zou schrijven. Maar na uitvoerige discussie met de hoofdredactie via mails bleken de condities voor mij op deze nieuwe plek zeer restrictief. Ik nam vol ongeloof kennis van de eisen van de hoofdredactie. Ik zou met deze nieuwe column weg moeten blijven van de actualiteit en de polemiek die daarbij hoort, na drie maanden een eerste evaluatie en na een jaar de beslissing of de column blijft bestaan. ‘Ongeloof’ is in deze zeer zacht uitgedrukt. Maar ik laat de lezers hierover oordelen.
Lieve lezers, ik ben dankbaar
Toen kwam de ophef rond mijn column over bevolkingstoename. Talrijke brieven, een hoofdredactionele brief, een giftige column. Overigens blijf ik achter mijn column staan. Twee weken geleden heb ik de hoofdredactie gemeld dat ik na de zomervakantie niet meer voor Trouw wens te schrijven. Deze beslissing werd door de hoofdredactie wel gerespecteerd maar ook niet betreurd.
Vrijdag kwam, twee weken na de heisa, ook nog de brief van de ombudsman. Het gevoel dat deze zaak ten onrechte wordt uitgemolken is een pijnlijke. Als antwoord heb ik de hoofdredactie gemeld dat ik zaterdag mijn laatste column ging schrijven.”
Alleen maar verliezers. Overigens is het opvallend dat Ephimenco zich stoort aan de redactionele berichtgeving en dat als argument noemt dat bijdraagt aan zijn vertrek. Hij had als columnist een zelfstandige positie