
Peter Vandermeersch was journalist van De Standaard (1988-1999), daar tot 2010 hoofdredacteur, daarop tot 2019 hoofdredacteur van NRC en van 2019-2025 uitgever van Mediahuis Ierland. Sinds kort had hij een vrij rol als ‘Fellow Journalism & Society’ om journalistieke vernieuwing te begeleiden. Mediahuis heeft Vandermeersch geschorst, een jammerlijk einde van een mooie loopbaan van een kleurrijke journalist.
Menno van den Bos, freelance journalist publiceert op zijn eigen Substack de bevindingen van de AI-onjuistheden van Vandermeersch na zijn diepgaande onderzoek. Dat begon hij na een tip van collega freelancer Aliëtte Jonkers. Hij vat zijn artikel in NRC – krant van vrijdag 20 maart 2026 - samen. Kort:
In 15 van de 53 blogposts van Vandermeersch staan citaten die niet staan in de genoemde bronnen.
Vandermeersch bekent schuld op zijn Nederlandstalige Steady-blog: “Ik trek het boetekleed aan.” En op zijn Engelstalige Substack-uitgave: “I am admitting my mistake” De kern:
“Al doende heb ik ten onrechte woorden in de mond gelegd van mensen, terwijl ik die als parafraseringen had moeten formuleren. In een aantal gevallen ging het om mijn interpretatie van hun woorden. Dat was niet enkel onzorgvuldig, het was fout.
Het is meer dan zuur dat ik de fout maakte die ik zelf uitentreuren beschrijf als ik collega’s waarschuw voor de gevaren van AI: de taalmodellen zijn zo goed dat ze onweerstaanbare citaten produceren die je als auteur bij wijze van spreken niet kunt laten liggen. Natuurlijk had ik die zaken moeten controleren. De broodnodige “human oversight”, waarvoor ikzelf voortdurend pleit, schoot tekort.”
In NRC en Irish Independent
Met doorplaatsing van een artikel verscheen één van de onjuiste AI-citaten in een artikel in NRC van 17 december 2025. (oorspronkelijke opinie in Internet Archive) Intro: “Alleen wie AI omarmt én investeert in eigen journalistiek onderzoek, houdt volgens Peter Vandermeersch grip op de werkelijkheid.” De volgende correctie is toegevoegd door NRC:
“Correctie (19-03-2026) In een eerdere versie van dit artikel stond een citaat van de Duitse ceo Mathias Döpfner van mediaconcern Axel Springer. Uit onderzoek van NRC blijkt dat deze uitspraak met AI is gegenereerd en om die reden is deze verwijderd.”
De originele opinie van VanderMeersch staat op de Nederlandstalige blogserie “Journalistiek onder Vuur”, met nog het citaat van Döpfner. “Wat als technische vanzelfsprekendheid werd gepresenteerd, klonk voor uitgevers als de erkenning van een praktijk die jarenlang buiten beeld was gebleven: we stelen jullie journalistiek. Mathias Döpfner, topman van de Duitse uitgeverij Axel Springer, formuleerde het treffend: “Kwaliteitsjournalistiek is het fundament waarop AI-bedrijven hun producten bouwen. Wie die fundering aantast, tast op den duur het hele bouwwerk aan.”
Het citaat wordt dus toegeschreven aan een artikel op vakuitgave voor uitgevers PressGazette. “Why Axel Springer CEO Mathias Dopfner made ‘pact with the devil’ on generative AI”. Het is een boeiend verhaal over de redenen voor de Springer-baas om een overeenkomst te sluiten met OpenAI voor gebruik van artikelen uit zijn kranten, tegen betaling.”
De gelijkluidende Engelstalige Substack-post Journalism is at a crossroads van 22 december 2025 kwam in The Irish Independent, maar daar staat nu: “Page not found - Sorry, looks like we couldn't find the page you were looking for.” De column staat nog wel in Archive.ph met als kop: “As the media grapples with AI, lawsuits and increasing distrust, we must commit to more — and better — journalism”
De onjuiste passage: “As Axel Springer CEO Mathias Dopfner put it: “Quality journalism is the foundation on which AI companies build their products. Undermine the foundation, and sooner or later the entire structure collapses.”
The Irish Independent bericht wel over de kwestie en de schorsing. Techredacteur Adrian Weckler wijdt er dit weekend een commentaar aan. Hangende een intern onderzoek zijn de ingezonden bijdragen van Vandermeersch verwijderd. In de Engelstalige pers bericht The Guardian over de zaak.
Villamedia ook
Vandermeersch schreef ook een opinie voor het Nieuwsblad op 31 oktober 2025, ook een Mediahuis-uitgave. (bij Noord-Hollands Dagblad en bij Mediahuis en in Archive.ph ): “Straffeloosheid voor misdrijven tegen journalisten is groeiend gevaar, ook bij ons/ook in Nederland.”
Hierin staan geen citaten, wel: “Wereldwijd werd 73 procent van de vrouwelijke journalisten online bedreigd, en één op de vier kreeg te maken met fysieke intimidatie.” Daar vind ik gelukkig een Unesco-bron van. (Overigens is het een enquête wat geen onderzoek is)
Vakuitgave over journalistiek Villamedia heeft één bijdrage van Vandermeersch doorgeplaatst, met drie citaten die hij toeschrijft aan een rapport van het Reuters Institute, maar door een AI-bot zelf zijn geformuleerd. “Dit bericht is door Villamedia van een correctie voorzien. De citaten zijn bovendien uit de bijdrage verwijderd”, schrijft hoofdredacteur Chris Helt.
De opinie, afkomstig van de Nederlandstalige substack Journalistiek onder vuur, heeft als titel: “Politici ondermijnen de pers: van Keijzer tot het Witte Huis.” Het blijkt te gaan om de volgende drie citaten:
Dat alle drie citaten worden toegeschreven aan het rapport van Reuters Institute, wat impliceert dat Vandermeersch dit rapport grondig heeft gelezen. Dat geldt ook voor het artikel in PressGazette. De vraag is nu, en die stelt Villamedia niet: als je opzettelijk doet voorkomen alsof je een rapport grondig leest, door drie citaten via AI verschaft te gebruiken, is dat onbenul of bedrog? Fraude is opzet en bedoeld om jezelf te bevoordelen en anderen te benadelen. Daarvan is hier geen sprake, het eigen voordeel is de tijdwinst door gemakzucht.
Humor
Maar die nare vraag knaagt wel. Gelukkig heeft de hele affaire een hoog gehalte aan humor. Immers, Vandermeersch beschouwt niet enkel de toepassing van AI in lessen voor zijn collega’s, maar voortdurend in relatie tot de kern van de journalistiek: hoe breng je de waarheid? En welke consequenties heeft dit voor de democratie? Ofschoon op de achtergrond speelt dat zijn uitgever Mediahuis met AI efficiënter wil gaan opereren.
Zo eindigt genoemde column over Mona Keijzer met: “Het normaliseren van wantrouwen jegens de vrije pers is misschien wel het grootste gevaar voor de democratie van onze tijd.” Deze hele kwestie heeft een hoog gehalte van ironie omdat Vandermeersch steeds predikt over AI-toepassing en het journalistiek vertrouwen versus de rol in de democratie.
En het is sneu voor Peter Vandermeersch dat hij hiervoor de praktijkleraar is geworden die hij niet wilde zijn. Maar zijn fouten vormen wellicht een belangrijker lespakket voor de volgers van de ex-hoofdredacteur dan de ruim vijftig blogs die hij als ‘fellow’ publiceerde.
Overigens is ook een belangrijke vraag: als gerenommeerde bronnen onwaarheden verspreiden en AI-bots nemen dit over, wie stopt dan de carrousel van missers die dreigt te ontstaan?
Twijfel aan NRC
Menno van den Bos citeert NRC zonder nader oordeel over de gepubliceerde opinie door NRC, het ging maar om één (geloofwaardig) citaat: “NRC heeft strenge richtlijnen voor AI. De technologie gebruiken om tekst te genereren is een absolute no-go”, zegt NRC-hoofdredacteur Patricia Veldhuis. „Onze opinieredactie is hierop bij ingezonden stukken zeer alert, maar in dit geval blijkt een auteur toch in de fout te zijn gegaan. Wij zullen een correctie aan het stuk toevoegen.””
Echter, journalist Maarten Reijnders schreef in zijn nieuwsbrief gisteren het vermoeden dat NRC juist deze week, op 20 maart 2026, een opinie over de verzorgingsstaat en immigratie van Ehsan Jami (Leefbaar Rotterdam en promovendus) publiceerde die met AI gemaakt is. Hij noemt de volgende twee zinnen:
En meent: “Bij het opinieartikel van Jami gaan bij mij alle alarmbellen af. En niet alleen vanwege de constructie in de hierboven geciteerde zinnen. Het hele stuk ademt GPT – en ik ben niet de enige die er zeker van is dat het stuk tot stand gekomen is met behulp van een prompt in ChatGPT.” (Jami werkt aan een proefschrift
Opnieuw is Aliëtte Jonkers degene die alarm slaat, net als bij Peter Vandermeersch: “Erger vind ik dat deze promovendus ervoor gekozen heeft om ChatGPT zijn stuk te laten schrijven. Het doet pijn aan mijn ogen.”
Ik vroeg om wederhoor bij de chef Opinie van NRC, Wouter van Noort, en Ehsan Jami zelf. Geen van beiden kon op korte termijn antwoorden. NRC geeft alle opinie-auteurs de AI-code mee. Het is niet eenvoudig om als AI-politie op te treden met opinies. We komen op het nare euvel van generatieve AI voor de cultuur: dat je voortdurend moet raden of een tekst, beeld om video met (overwegend) menselijk vernuft is gemaakt of dat de toegevoegde creativiteit van de AI-bot in feite de toon en daarmee deels ook inhoud bepaalt.
Reijnders noemt het gevaar van gelijkvormigheid of sleetsheid van opinies die het gevolg kan zijn van veelvuldig gebruik van AI voor opinievorming. Maar, denk ik, AI kan ook helpen bij het beter formuleren van op zich originele gedachten. Het kan democratiseren: mensen die niet kunnen schrijven, kunnen dankzij AI beter meedoen in het debat. Zo lang ze nog weten wat de betekenis is van wat ze beweren.
Vorig jaar ontdekte ik de eerste AI-fuck in de Volkskrant en in NRC met ingezonden brieven. Pieter Klok, hoofdredacteur van de Volkskrant, legde verantwoording af. NRC deed dat niet. De brieven van “Danny Schram, Den Haag” staan nog in het NRC-archief. Je kunt erom lachen dat een ‘gemiddelde Nederlander’ zo makkelijk herhaaldelijk kwaliteitskranten kon foppen. Was dit ook democratisering?
Vandermeersch als marketeer
Dat is een ander verhaal voor journalisten. Het brengen van waarheid is een voortdurende balanceer-act omdat Nederlandse journalistiek, anders dan gerenommeerde Amerikaanse kranten, wel beweert alles te checken, maar daar niet altijd aan toekomt. De term ‘dubbelchecken’ is vooral theorie oftewel illusie. Om nog niet te spreken van de selectie van onderwerpen en het weglaten van feiten, die deels persoonlijk en (dus) arbitrair zijn.
Zo doemt onontkoombaar de vraag op: waren stukken die Vandermeersch als journalist schreef, vooral die als correspondent in New York en in Parijs, steeds volkomen betrouwbaar? Het wordt zelden erkend, maar journalistiek is vaak wankel met weergeven, maar vooral weglaten van feiten en citaten. Net als in de (sociale) wetenschap experimenten niet herhaalbaar zijn, geldt dat ook voor journalistiek en het checken.
Vandermeersch is een vaardige spreker en marketeer, en werd in 2007 in België gekozen tot Marketeer van het Jaar, een unicum voor een journalist. Hij mocht veelvuldig promotie voor NRC maken bij kletsshow DWDD, bijvoorbeeld voor het onderzoek naar de Snowden-files. Dat dit uiteindelijk op een flop uitdraaide was uiteraard ooit nog een onderwerp voor NRC noch DWDD. De lijn tussen waarheid(svinding) en marketing - als vorm van mooier voordoen dan de werkelijkheid (bedrog?) is vaak dun.
De kwestie-Vandermeersch gaat niet over AI, maar over de eerlijke omgang door mensjes met de groter wordende AI-valkuilen. Ik heb er de afgelopen drie jaar tientallen keren voorgestaan, net als in het hele journalistieke leven met mensen die de zaken net iets te positief voor zichzelf schetsen.
Kaf en koren scheiden is de kern van het vak, en elke journalist die integer haar werk probeert te doen, wordt er soms zwetend van wakker: “Het zal toch niet waar zijn dat…?”
Eeuwige twijfel helpt ons meer dan zo zelfverzekerd zijn. Is dat de harde les van deze affaire?
Het is een ongemakkelijk moment voor de journalistiek. Juist nu technologie de sector opnieuw vormgeeft, blijkt hoe kwetsbaar het fundament kan zijn waarop zij rust: vertrouwen.
De tijdelijke schorsing van oud-NRC-hoofdredacteur Peter Vandermeersch maakt dat pijnlijk zichtbaar. In vijftien van zijn weblogs bleken citaten te staan die niet te herleiden waren tot een bron, sommige zelfs overgenomen in andere publicaties. Wat resteert is niet alleen een persoonlijke misstap, maar een spiegel voor een sector die zich midden in een technologische overgang bevindt.
Vandermeersch beschrijft zelf hoe het zover kon komen. Hij gebruikte AI-tools om rapporten samen te vatten en bouwde daarop voort, in het vertrouwen dat die samenvattingen correct waren. Dat vertrouwen bleek misplaatst. Gaandeweg vervaagde de grens tussen parafrase en citaat, tussen interpretatie en feit. Het is een subtiele verschuiving, maar wel een die raakt aan de kern van het vak.
Want AI levert inmiddels teksten die vloeiend zijn, overtuigend ogen en precies aansluiten bij wat de lezer verwacht. Wie ermee werkt, herkent het moment waarop een eerste versie ‘af’ voelt. De zinnen lopen, de argumentatie klopt ogenschijnlijk, de toon is vertrouwd. En juist op dat moment gebeurt er iets anders: de kritische reflex maakt plaats voor bevestiging. De dopaimine (ja inderdaad met ‘ai’…) doet zijn werk.
Het is precies daar waar het risico zit. Niet in de technologie zelf, maar in de menselijke neiging om het resultaat te accepteren voordat het volledig is gecontroleerd. De klassieke journalistieke discipline, verifiëren, herleiden, checken, komt onder druk te staan door snelheid, gemak en overtuigingskracht.
Tegelijkertijd start de Raad voor Cultuur een adviestraject naar de staat van de journalistieke vrijheid, ingegeven door zorgen over betrouwbaarheid, onafhankelijkheid en de invloed van technologie op het nieuws. Wat in beleidsstukken nog abstract klinkt, krijgt in deze casus een concrete invulling. Niet als theoretisch risico, maar als dagelijkse praktijk.
De spanning zit daarmee niet alleen in wat AI kan, maar in hoe wij ermee omgaan. Technologie versnelt, vereenvoudigt en verleidt — maar neemt de verantwoordelijkheid niet over. Die blijft liggen waar hij altijd lag: bij de journalist. Vrijheid zonder zorgvuldigheid verliest zijn legitimiteit. En zorgvuldigheid zonder bewustzijn van nieuwe risico’s blijkt onvoldoende. Juist daarom vraagt dit moment niet om afwijzing van AI, maar om herijking van het vak. Transparantie over gebruik, scherpte in bronvermelding en, bovenal, het herstellen van de reflex om te twijfelen waar alles lijkt te kloppen. Want dat is misschien wel de grootste verschuiving: niet dat fouten ontstaan, maar dat ze beter vermomd zijn en dat de dopaimine zijn werk effectief doet.
De journalistiek heeft altijd geleund op wantrouwen als methode. Op het vermogen om ook het meest overtuigende verhaal nog eens tegen het licht te houden. In het tijdperk van AI wordt dat geen vanzelfsprekendheid meer, maar een bewuste keuze. En misschien is dat precies waarom deze affaire meer is dan een incident. Het is een leerschool. Niet alleen voor de sector, maar ook voor de mensen die haar vormgeven. Want wie deze val heeft gezien, begrepen en doorleefd, weet waar de echte risico’s liggen.
In die zin is juist Peter Vandermeersch nu, na deze ervaring, wel de man op de juiste plek zowel als Fellow bij Mediahuis als lid van de commissie van de Raad voor Cultuur. Omdat hij dit alles van binnenuit heeft meegemaakt en begrepen, kan hij als geen ander zichtbaar maken waar het in het tijdperk van AI werkelijk misgaat… en wat er nodig is om het vertrouwen weer zorgvuldig op te bouwen.