Regering moet af van focus op investering in harde infra

Ict-diensten belangrijker dan haven Rotterdam en Schiphol

De decennialange geslaagde lobby van de (lucht)havens moet worden gebroken. Ict is veel belangrijker dan harde infrastructuur. EZ moet er nog aan wennen.

Schiphol en de Rotterdamse haven zijn niet langer de groeimotoren van de Nederlandse economie. Hun bijdrage wordt in Den Haag overschat, reden voor te veel gehoor voor hun lobby’s. De nadruk hoeft niet langer op deze ‘mainports’ te liggen bij investeringen. “Het vestigingsklimaat in Nederland wordt door veel meer bepaald dan alleen maar Schiphol en de haven van Rotterdam.”

De 'economie van morgen' vraagt meer, zegt de Raad voor de Leefomgeving en Infrastructuur (RLI) in het regeringsadvies Mainports voorbij. Dat neemt in vrij harde bewoordingen afscheid van 30 jaar eenzijdig beleid gericht op versterking de havens en de verbindingen.

Niet zonder cynisme: “Hoewel ‘mainport’ geen bestaand Engels woord is, raakte het begrip in Nederland al snel ingeburgerd.” Laten we maar kappen met het centraal stellen van dit rare begrip, stelt de raad voor.

Terwijl het zo’n hoeksteen was voor de ministeries van Economische Zaken en Verkeer & Waterstaat (nu Infrastructuur & Milieu) . Het begon met het rapport van Poeth & Van Dongen in 1983 - en resulteerde onder meer in miljardeninvesteringen in de Tweede Maasvlakte, de Betuwelijn, en HSL-Zuid. (Overigens bracht dit rapport ook het grote belang van ‘telematica’ naar voren,  internet was nog niet in beeld. Maar telematicaprojecten mislukten vervolgens vaak.)

Beperkte waardetoevoeging

Bij Schiphol en de haven van Rotterdam vindt de IRL niet de bovengemiddelde waardetoevoeging die je van als motoren van de economie
mag verwachten. De toegevoegde waarde aan de economie van de haven van Rotterdam bedraagt grofweg 3,1 procent van het bruto product (bbp) en van Schiphol 1,4 procent.

Dat is overigens beperkt berekend; met aantallen arbeidsplaatsen. Voor Schiphol 94.000 fte, waarvan 39.000 indirect. Voor Rotterdam is dat 177.000 waarvan 83.000 indirect. De Rotterdamse bijdrage is relatief gehalveerd in 25 jaar, ondanks al die investeringen. En daalt nog steeds.

Ondertussen blijft Rotterdam cijfers spuwen over volumes. Maar die enorme hoeveelheden containers en bulk leveren veel minder toegevoegde waarde dan door de Rotterdamse lobby in Den Haag altijd  - met succes - over het voetlicht is gebracht.

Zo levert doorvoer van goederen, die de helft van de Nederlandse export vormt, maar 7 procent waarde per euro voor Nederland op. Bij zelf maken is dit 60 cent per euro. Bovendien zal milieupolitiek Rotterdam hard raken: bijna de helft van de overslag in Rotterdam bestaat uit fossiele grondstoffen.

Logistiek kan ook negatieve waarde met zich meebrengen, zegt de IRL. Neem een container die van een boot op een buitenlandse vrachtwagen naar Duitsland gaat.

Neemt fysiek vervoer ook danig af ondanks toenemende internationale handel? De IRL schetst zowel kans als bedreiging: gefragmenteerde productieketens leiden tot meer verplaatsingen van goederen en reizend personeel. Maar er is ook een tendens naar meer lokale economie.

Natuurlijk zijn de indirecte effecten groot, maar moeilijk te kwantificeren. Vooral Schiphol draagt bij aan groei van andere sectoren, vanwege de uitstekende verbindingen. Zelfs ict-bedrijven vinden dat heel belangrijk. Volgens de raad moet veel duidelijker worden wat dit indirecte belang van Schiphol en Rotterdam behelst, ook voor de andere Nederlandse regio’s en sectoren.

Ict moeilijk te becijferen

De ict-sector, en daarbinnen vooral de producten en diensten die van internet afhankelijk zijn, groeit veel harder: zo kende Brainport Regio Eindhoven een 50 procent hogere groei dan de nationale groei over de periode 2003-2013.

Echter, de IRL slaagt er nauwelijks in om te kwantificeren wat ict en internet opbrengen. In 2012 waren ict-bedrijven goed voor 5 procent van het  Nederlands bbp. Het aandeel ICT-bedrijven in het totaal groeide maar licht, tot 4,6 procent in 2014 en 4 procent van de werkende Nederlanders is ict’er. Niet eens zo heel veel meer dan de 3,3 procent in 1995.

Waarde zit ook steed meer in software en netwerkeffecten en in andere sectoren dan de ict-sector zelf.  Echter, de RLI kan er geen vinger achter krijgen, ook niet wat de Amsterdam Internet Exchange betekent voor de economie.

Noem de hele ‘datahub’ van Nederland maar geen ‘derde mainport’, adviseert de IRL: “Als de digitale infrastructuur wel benoemd wordt als mainport, ontstaat het gevaar dat de focus gelegd wordt op de locatiespecifieke kenmerken, en onvoldoende op het potentieel van deze infrastructuur als geheel.”

Je kunt beter kijken naar de dichtheid en kwaliteit van het netwerk als geheel en de benodigde randvoorwaarden voor hoogwaardige diensten. “De fysieke vestiging in Amsterdam faciliteert dat, niet andersom.”

Steeds meer fysieke, sociale en datanetwerken raken verbonden. Met als gevolg Internet of (living) things in gebouwen en productieketens, nieuwe mobiliteitssystemen, zorg- en onderwijstoepassingen.

Bedrijven die datagedreven innovatie (data-driven innovation, DDI) toepassen, zouden hun productiviteit met 5 à 10 procent meer zien toenemen dan concurrenten die dit niet doen. Toepassing in de hele economie kan de productiviteit fors doen toenemen, schrijft de RLI. Maar het mkb loopt te ver achter.

Zoek het verband uit

Economies of scale ging uit van efficiënte massaproductie en logistiek. De waardetoevoeging verlegt zich naar economies of scope. Of nog een stap verder: netwerken en connectiviteit maken het verschil: ‘economies of connection’.

Dus adviseert de RLI:

a) Verbind economische kerngebieden in een Strategie Vestigings-
klimaat 2040
• Onderzoek welke kritische massa van volumestromen nodig is voor Rotterdam en Schiphol om sterk te blijven
b)Beschouw de digitale infrastructuur als belangrijke basisvoorwaarde
voor het vestigingsklimaat
• Investeer in veiligheid en open toegang van digitale infrastructuur
• Stimuleer datagedreven innovatie en kennis
c)Verbind sectorale beleidsopgaven in een integrale Strategie
Vestigingsklimaat
• Werk de ingeslagen weg met Ruimtelijk Economische Ontwikkelstrategie (REOS) verder uit
• Ken een grotere waarde toe aan zachte vestigingsplaatsfactoren
• Benut Nederland als proeftuin
d) Initieer een breder debat over urgente beleidsvragen.

Weinig concrete handvatten

Klinkt aardig, maar wat moet je nu concreet doen als overheid? Dat blijft altijd moeilijk te beantwoorden. De RLI noemt investering in (levenslang) onderwijs noodzakelijk  vanwege meer benodigde goedopgeleide werknemers. Ook drempels wegnemen voor onderwijs door ‘derden’ en het ongelimiteerd kennis delen.

Ook moeten van de RLI de budgetten voor onderzoek en ontwikkeling (‘innovatie’) omhoog, want daar is te veel op beknibbeld. De ambitie van 2,5 procent van het bruto product aan onderzoek besteden (in 2020) moet zeker gehaald worden. Europees is die doelstelling 3 procent. Dit is geen nieuw pleidooi.

Ook moet Nederland meer proeftuinen stichten. De haven zelf kan (en wil) zo’n proeftuin worden voor internet of things, big data en bovenal 3D-printing. Ook Schiphol kan die ict- en ‘groene’ proeftuinen uitbouwen, eveneens met proeftuin nog meer verbinden aan kennis en big data-analyse en informatieplatformen en biokerosine.

Verder valt de concretie tegen. Zo bezigt de RLI een hoop wollige taal over ‘sectorale beleidsopgaven’ en ‘integrale strategie’ tot zelfs ‘ruimtelijk-economische betekenis van economische kerngebieden in hun onderling interactieve rol’.

Concreet zijn dataverbindingen belangrijker dan fysieke verbindingen. Wat de overheid met dit gegeven moet doen is nog niet duidelijk. Dat is ook knap lastig hard te maken. Zo rept de IRL van ‘intersectorale verbindingen tussen netwerken van bedrijven’.

Zachte factoren van vestigingsklimaat moeten meer aandacht krijgen dan harde factoren: bijvoorbeeld nadruk op kunst en cultuur. Hoe weeg je dat af? Bedoelt de raad dat 80 miljoen euro voor Marten en Oopjen in het Rijksmuseum belangrijker zijn dan zo’n bedrag voor innovatie in de binnenvaart?

Zo moet het ook gaan om ‘Adaptief vermogen, mede door behoud van diversiteit’. Wat is dit? Koesteren van vluchtelingen en transgenders in Nederland?

Hakken in het zand

Met kritiek moet je blij zijn. Zo niet de aangesprokenen bij dit advies. De directeur-generaal bereikbaarheid van Infrastructuur en Milieu, Mark Frequin, liet in zijn toespraak weinig heel van het RLI-advies om de mainports “…ten grave te dragen. U zegt eigenlijk dat Nederland moet overschakelen van voetbal op curling. Het buitenland lacht ons uit om deze visie. Die denken: ga je gang maar.”

 ‘In de analyse van het mainportbeleid kunnen we ons deels vinden, maar in de conclusies niet. Die zijn fundamenteel fout’, zegt Bas Janssen, directeur van de Rotterdamse ondernemersvereniging Deltalinqs in het FD. Hij pleit juist voor een nieuw mainportbeleid. ‘Noem het een mainport 2.0. Maar de centrale overheid moet een rol blijven spelen in de verdere ontwikkeling van de Rotterdamse haven.’

Ook Schiphol kan zich niet vinden in de conclusie van de RLI: “Met de sterke internationalisering van de samenleving zowel op economisch als sociaal vlak met bijbehorende behoefte aan internationale connectiviteit is het belang van de mainport Schiphol alleen maar toegenomen.”

Uiteraard zijn Schiphol en Rotterdam niet zo blij, al moet nog blijken of er ook minder Haags geld naar de haven en luchthaven zullen stromen. Tenslotte zijn de overheden aandeelhouders. Wat zal de invloed hiervan zijn? Bovendien is er in Nederland weinig (journalistiek) onderzoek naar de invloed van adviezen.

Graagkort en bondig. Kwetsende, discriminerende en/of commerciële uitlatingen worden verwijderd.
 

Nieuwsbrief ontvangen?

Ja, stuur mij de nieuwsbrief. We gaan zorgvuldig met je gegevens om. Je krijgt ook gelijk toegang tot alle plusartikelen.

Controleer nu je e-mail

Je ontvangt een bericht met instructies om je e-mailadres te bevestigen. Zonder deze bevestiging sturen we je geen nieuwsbrief, doe het dus gelijk even!

asdas sdf fs dfsdfsf sdffsd
Netkwesties © 1999/2017. Alle rechten voorbehouden. Privacyverklaring
Ehio Media content marketing
1
0
1