Het Net volgens Google

De moderne mens is steeds meer afhankelijk van zijn zoekmachine. Maar wie checkt de zoekers?

Wat hebben Microsoft en Google gemeen? De een is verreweg de grootste leverancier van de besturingssystemen van de pc's waarmee we internet opgaan. De andere is de grootste zoekmachine voor het world wide web. De twee giganten zijn verwikkeld in een strijd om de suprematie op het snelgroeiende internet van de gewone consument. Deze haalt zijn besturingssysteem van het vertrouwde adres. Voor het zoeken op het worldwide web is 'googelen' inmiddels een ingeburgerde term.

Deze routines maken de internetgebruiker - en daarmee de groeiende' informatiesamenleving' - kwetsbaar. De besturingssoftware van Microsoft is zo lek als een mandje gebleken. Hoewel er volgens kenners wel wat is verbeterd was er rond nieuwjaar toch weer groot alarm. Het betrof een gaatje in Windows dat al jaren bestond. Een belangrijke reden voor grootalarm was de afhankelijkheid van gebruikers. Windows heeft 95 procent van de markt. Zo'n machtspositie vormt op zichzelf een kwetsbaarheidsfactor van betekenis in de moderne informatiemaatschappij.

Bij de zoekmachines is het veld wat meer gespreid, maar Google is de onbetwiste koploper op weg naar dezelfde machtspositie als Microsoft bij de operating systems. Het miljardenbedrijf van Bill Gates heeft tenminste nog de Europese Commissie die naar zijn hielen hapt wegens monopolievorming. Hoe zit het met de machtspositie van Google en consorten?

In het katern Boeken van 13 januari 2006 betitelt Juurd Eijsvoogel een zoekmachine als 'onze virtuele dubbelganger'. Dat komt vooral door alle persoonlijke details die zij over ons verzamelen en vereeuwigen tot een 'digitale identiteit'.

Het is moeilijk daar als betrokkene iets tegen te beginnen, signaleerde medewerker R.C. Winkelhorst van het College Bescherming Persoonsgegevens, vorig jaar in Privacy & Informatie. De zoekmachines wijzen met de vinger naar de websites en omgekeerd en vaak is helemaal niet duidelijk wie verantwoordelijk is. Hij spreekt van puur Kafka.

Maar er staat meer dan privacy op het spel: internet vervult steeds meer een spilfunctie bij de verwerving van kennis. In zijn oratie Zoekmachines, over de plaats van zoekmachines in het recht, gaf de Amsterdamse hoogleraar media- en communicatierecht Nico van Eijk vorige zomer een interessante typering van het bussiness model van Google & Co. Dit draait om 'manipulatie van zoekresultaten': door aanbieders van informatiemaar ook door de zoekmachine zelf. Aanbieders van informatie stoppenallerlei verleidelijke termen in hun zoekprofiel, ook al heeft dat niets van doen met de eigen dienstverlening. Of gebruiken zelfs 'nep-sites'. Populaire sites worden gekopieerd zodat de nietsvermoedende gebruiker in plaats van de door hem beoogde site op een heel andere plaats belandt.

Ondanks tegenmaatregelen van de zoekmachines heeft het optimaliseren van zoekresultaten een hele industrie voortgebracht. Zelf gaat Google er prat op dat er geen direct verband bestaat tussen zoekresultaat en afgebeelde advertenties. Maar dat is volgens Van Eijk 'deels, zo niet goeddeels schone schijn'. *

En in China blokkeren Google & Co., zo is de klacht, bewust bepaalde informatie - met trefwoorden als 'democratie' en 'mensenrechten' - om geen moeilijkheden te krijgen met de autoriteiten. Op de pas begonnen wereldtop in Davos heeft Google dat openlijk verdedigd als het minste van twee kwaden.

Een complicatie bij het ontwikkelen van normen is dat zoekmachines zich bevinden in een 'juridisch vacuüm', zoals Van Eijk het noemt, want ze zijn 'boter noch vis'.

Het recht maakt onderscheid tussen het verzorgen van verbindingen (zonder bemoeienis met de inhoud) en het leveren van informatiediensten. Zoekmachines zijn een beetje van beide en dus moeilijk grijpbaar. Dat geldt helemaal als de inhoudelijke kant (het ontsluiten van informatie)aanknopingspunt voor regulering dient, want dan komt onmiddellijk het grondrecht van de informatievrijheid in geding. Het ontsluiten van informatie, wat een zoekmachine doet, is strikt genomen iets anders dan het kernrecht, het 'uiten van gedachten of gevoelens' zoals de Grondwet het zo mooi noemt. Maar die twee activiteiten zijn zo nauw met elkaar verbonden('connex') dat extra voorzichtigheid is geboden met Google & Co.

Het voorschrijven van 'objectieve zoekresultaten' is per definitie onmogelijk. Van Eijk houdt het bij 'een nader vorm te geven zorgverplichting'. Als ondergrens noemt hij 'het meer transparant maken van de werkwijze van zoekmachines'. Dat is al een hele opgave, want het raakt aan het geheim van de smid: de algoritmen, de instructies waarmee de zogeheten intelligent agents automatisch het Net afschuimen. Google &Co zullen niet graag een kijkje in die keuken gunnen. Toch is het mogelijk met name het verzamelen van persoonsinformatie wat anders in te richten, oppert Winkelhorst.

Minder blind de geautomatiseerde 'bot' en 'spiders' en 'crawlers' volgen die voor de zoekmachines het Net afstruinen en wat meer ruimte voor internetbronnen om af te schermen wat niet voor algemene verspreiding bestemd is.

Dit artikel verscheen op 21 januari 2006 in NRC Handelsblad
*Voor een kritische weerwoord op van Eijk, zie Informatie Professional weblog

Graagkort en bondig. Kwetsende, discriminerende en/of commerciële uitlatingen worden verwijderd.
 

Nieuwsbrief ontvangen?

Ja, stuur mij de nieuwsbrief. We gaan zorgvuldig met je gegevens om. Je krijgt ook gelijk toegang tot alle plusartikelen.

Controleer nu je e-mail

Je ontvangt een bericht met instructies om je e-mailadres te bevestigen. Zonder deze bevestiging sturen we je geen nieuwsbrief, doe het dus gelijk even!

asdas sdf fs dfsdfsf sdffsd
Netkwesties © 1999/2017. Alle rechten voorbehouden. Privacyverklaring
Ehio Media content marketing
1
0
1