Job Witteman, medeoprichter en directeur van Amsterdam Internet Exchange

‘Internationalisatie cruciaal voor welslagen Ams-Ix’

Nog steeds een pure vereniging zoals ze al twintig jaar functioneert slaat de Amsterdam Internet Exchange in de 21e eeuw de vleugels uit naar andere werelddelen. De balans tussen het behoud van het goede en innovatie en expansie waar mogelijk weet Job Witteman exact te schetsen.

C.V.
25 februari 1957geboren te Amsterdam
1978-1992 student Universiteit van Amsterdam
1992 afgestudeerd in Engels, Computational Linguistics
1992-1995 Medewerker EUnet
1995-1998 Marketing Manager Internet Global One
1998-2000 Product Group Manager IP UPC Broadband
2000-heden Algemeen directeur Amsterdam Internet Exchange (Ams-Ix)

Verder:
2001–2013 Mede oprichter en Bestuurslid Euro-IX (European Internet Exchange Association)
2010–2011 Lid Consortium Board van Dutch Media Hub
2011–heden Lid Amsterdam Economic Board, Cluster Logistics

 

Foto’s:  Frank Groeliken
Tekst: Peter Olsthoorn

Wanneer gebruikte je internet voor het eerst?

“Vóór 1990 op de Universiteit van Amsterdam, waar ik per e-mail communiceerde met mijn mentor. Ik ben 15 jaar student geweest, tot mijn 35e. Dat mocht toen nog, dus waarom zou je dat niet doen. Je kreeg een basisbeurs en met wat werk ernaast kon je daar van leven.”

‘Echte’ Amsterdammer?

“Ja, helemaal, geboren en getogen.  M’n wieg stond op de Leidsegracht. Nee, ik heb geen Amsterdams accent. Grachtengordelafkomst...”

Welgestelde ouders die het langjarig studeren ook ondersteunden? Welke betrekking hadden ze?

“Dat hielp wel. Ze zaten me niet zo achter m’n broek om af te studeren. M’n vader [Piet Witteman, oudere broer van tv-journalist Paul] begon als advocaat en klom op tot vicepresident van het Gerechtshof in Amsterdam en voorzitter van het Hof van Discipline.

M’n moeder studeerde op latere leeftijd af in rechten en is ook rechter geworden. Dat mocht niet in Amsterdam vanwege mijn vaders functie, dus ze ging naar Haarlem.”

Thuis teleurstelling dat je geen rechten studeerde, net als je ouders en je grootvader [ook ex-minister]?

“Ik ben wel begonnen aan een rechtenstudie. Ik wilde het mezelf makkelijk maken, maar ik vond rechten helemaal niet makkelijk. Toen ben ik overgestapt naar Europese Studies, daarna Frans , vervolgens Economie en op het laatst Engels. M’n afstudeerrichting was Computational Linguistics.”

Vanwaar die overstap naar computertaal?

“Ik werkte in een kroeg. M’n toenmalige vriendin - en huidige vrouw - zei: ‘waarom studeer je niet af’. Ik hoefde alleen nog maar een scriptie te schrijven en een keuze te maken. Ik had links en rechts studiepunten gehaald binnen de vrije studierichting Letteren. De keuze voor Computational Linguistics kwam via een studieadviseur. Het was een tijd dat ze iedereen graag hielpen afstuderen, geen probleem.”

Makkelijk een eerste baan gevonden?

 “Ik kreeg die baan op reis in Spanje, dankzij een toevallige ontmoeting met een Amerikaan. In een park in Madrid raakten we aan de praat. Hij vroeg wat ik deed en ik vertelde hem dat ik binnenkort zou afstuderen. Hij vroeg me hem te bellen.

Dat bleek Glenn Kowack te zijn, die was gevraagd om EUnet te komen leiden in Amsterdam. Puur toeval, maar dat kwam toen wel vaker voor in m’n leven. Ik was niet zo van het carrière uitstippelen en van hoge ambities.”

Je had geen ervaring met netwerken of automatisering, alleen die computertaal?

“Dat vond hij geen probleem. Hij zei iemand te zoeken die ‘smart’ was en afgestudeerd zijn aan de universiteit bewees dat. Iemand die de Amsterdamse regels en gewoonten kende en het kantoor praktisch kon opbouwen.

Ik zei nog: ‘Maar ik weet niets van internet’. Waarop hij reageerde: ‘Bijna niemand weet daar iets van, ik toevallig wel. Maar je leert dat snel’. Hij had gelijk, het was niet zo ingewikkeld. Dus dat werd m’n eerste baan. Elke dag op de fiets naar de Watergraafsmeer.”

Wat wilde Kowack precies?

“Zelf was hij heel idealistisch, maar ze hadden hem wel gevraagd om EUnet gereed te maken voor de zakelijke markt. De wetenschap maakte uitgebreid gebruik van internet en ook bedrijven rammelden aan de poort om toegelaten te worden. Die hadden er geld voor over.

Ik heb geholpen om van EUnet, als eerste pan-Europese internetprovider een volwaardig bedrijf te maken. EUnet groeide als kool en al spoedig moest er een aandelenruil worden geregeld met de nationale partijen die EUnet vormden. Uiteindelijk werd het verkocht aan het Amerikaanse Qwest en ging op in KPNQwest, de joint-venture met KPN.”

EUnet bestond toch al jaren, gevormd door partijen vanuit de Unix gebruikersgroepen, zoals NLnet bij het Centrum voor Wiskunde en Informatica, die internationaal verbonden waren?

“Er ontstonden naast die eerste netwerken in Europa eind jaren tachtig nieuwe formele netwerkorganisaties voor de wetenschap; Surfnet in Nederland, DEnet in Duitsland en Janet in Engeland.
De Europese gebruikersgroep EUUG werd EurOpen en gaf Kowack opdracht om een Europees netwerk op te zetten voor aansluiting van bedrijven op internet met een verbinding naar Amerika. Hij koos voor een kantoor in Amsterdam want het CWI beheerde het Europese knooppunt al en hij kende Rob Blokzijl van natuurkunde-instituut Nikhef goed.”

Maar er lag toch al een Europees datanetwerk sinds 1982?

“Dat had weinig structuur en was een Unix-netwerk. Geen internet. EUnet moest een echt pan-Europees TCP/IP netwerk worden waar verbindingen centraal werden ingekocht. Alle nationale deelnemers kochten verbindingen naar Amsterdam en vandaar kregen ze hun verbinding naar de Verenigde Staten. NLnet was één van de twaalf oorspronkelijke nationale netten.”

Hoe liep die overgang van non-profit naar een commercieel bedrijf financieel en bestuurlijk? Frances Brezier, toen bestuurslid van EurOpen, zegt dit uit het zicht te zijn verloren.

“EurOpen was leidend en fourneerde het benodigde startkapitaal. Er moest meer Europese eenheid komen. Ik was in het begin verantwoordelijk voor het bestellen van de trans-Atlantische verbinding en die te betalen uit de gelden van de nationale partijen. Betalingen bleven soms achter dus dat was niet eenvoudig.

Toen kwam er een Engelsman met het idee om het verder te commercialiseren via een aandelenruil tussen EUnet BV en de nationale netwerken. In Nederland was NLnet al commercieel bezig, net als sommige zusternetwerken in andere landen. De netwerken, die oorspronkelijk van Unix gebruikersgroepen waren, kwamen veelal in andere handen, van directeuren en investeerders.

Zo heeft Ted Lindgreen als eigenaar van NLnet aandelen in EUnet gekregen. En Axel Pawlik – nu directeur van Ripe NCC – die in 1992 EUnet Deutschland begon ruilde aandelen in het Duitse net voor aandelen in EUnet.”

Axel Pawlik begon met EUnet Deutschland als non-profit netwerk, maar hij schakelde naar een bestuursfunctie in het commerciële EUnet Ltd, jullie bedrijf in Ierland. Sommigen wisten er goed gebruik van de te maken, zoals Johan Helsingius die met de aandelenruil met zijn Finse netwerk grootaandeelhouder werd in EUnet. Hoe ging dat?

“Inderdaad, sommigen zagen het financiële voordeel en stapten er precies op tijd in. Hij en Pawlik en nog een paar anderen hebben er een graantje van meegepikt. Ted Lindgreen interesseerde zich niet voor geld, maar hield er een beetje aan over. Die mannen hebben dat niet allemaal in eigen zak gestoken - een deel wel - maar het verrekend met hun Unix gebruikersgroepen die mede aandeelhouder waren. In Nederland is Stichting NLnet opgericht als grootste aandeelhouder van NLnet.
Ik voelde me niet senang bij deze commercialisering, want EUnet was bedoeld om het internet over Europa te verspreiden. Meer en meer ging het over geld. Uiteindelijk werd daar de hele dag over gesproken.”

Had je ook aandelen gewild?

“Ik had geen aandelen EUnet. Ik had niet eens door dat ik misschien geld kon verdienen met aandelen. Glenn Kowack zat net zo in elkaar en is, net als ik, vertrokken bij EUnet toen het grote geld daar de belangrijkste drijfveer werd. Wij zijn netjes bedankt voor onze diensten. Er kwam een Nederlandse directeur met een meer commerciële inslag.”

 

De verkoop van EUnet aan Qwest en de overgang van het netwerk in KPNQwest heb je niet meer meegemaakt?

“Nee, alleen op afstand, want EUnet/Qwest en later KPNQwest werden concurrenten toen ik bij Global One werkte. KPNQwest kwam ik vanaf 1999 weer tegen als klant van de Amsterdam Internet Exchange.

Ik was officieel verantwoordelijk voor het afsluiten van internet van KPNQwest in 2002, wegens wanbetaling. De curator moest geld vrijmaken, beloofde dat ook te doen, maar betaalde de rekeningen niet. Het was voor ons een smak geld. Na goed overleg besloot ons bestuur om een eind te maken aan de verbinding van KPNQwest. Hun opstelling ging immers ten koste van de andere leden van de vereniging.”

Wel sneu, want die werknemers zaten er onbetaald. Een deel kwam nog van het oude EUnet en hoopte met de restanten door te kunnen gaan.

“Dat was ook de tragiek. KPNQwest was al bankroet en een aantal ex-medewerkers hield het netwerkcentrum nog zo lang mogelijk in de lucht. De baas was een grote boef en was hem al gevlogen.

Wij kregen de Zwarte Piet toegespeeld dat we een definitief einde maakten aan KPNQwest, waardoor een doorstart onmogelijk werd. Toen kreeg ik iedereen over me heen. Dat mocht dan zo zijn, maar formeel was KPNQwest een boevenbende geweest die zichzelf wilde verrijken met aandelen en opgeblazen resultaten.”

Had je contacten met de directie, of met KPN als aandeelhouder?

“Nee, KPN was en bleef een belangrijke partij bij de Ams-Ix, maarheeft nooit met Ams-Ix overlegd over KPNQwest. Ons bestuur, met onder andere Kees Neggers, stond achter het besluit. KPN zat niet in het bestuur.”

Meer bijzondere klanten?

“Euronet met directeur Simon Cavendish was een bijzonder geval. Hij was bestuurslid bij Ams-Ix en bleek later een duister verleden te hebben . Xs4all bestond uit kleurrijke types met technische inbreng. Ze wilden er ook wat aan verdienen, en hebben op tijd verkocht aan KPN. Cistron ook, allemaal technisch heel vaardige jongens die het internet heel goed begrepen. Dat verdienmodel van het snel vergroten van waarde van intenretproviders eindigde met World Online, maar dat was van een andere orde.”

Ook ervaringen met World Online gehad?

“Ik heb Nina Brink wel eens gesproken. Ze vertelde hoe ze de verhouding tussen Ams-Ix en World Online wenste. Niet als lid van de vereniging die netjes zou bijdragen zoals ieder ander.
Ze wilde gratis poorten bij Ams-Ix, omdat World Online veel waard zou zijn voor de andere partijen die ook bij ons aansloten. Daar had ik geen boodschap aan. Ams-Ix is een vereniging van gelijkwaardige leden die elkaar nodig hebben. Beurswaarden zijn niet bepalend.
Er waren wel meer partijen die niet wilden betalen, omdat Ams-Ix meer waard zou worden door hun deelname. Als je een kleine, beginnende exchange bent, wil je natuurlijk graag grote namen binnenhalen en hebt daar wat voor over. Amsterdam is zo groot dat wederzijdse belangen tellen, dus doen we er niet aan mee.”

Het grote geldspel was aan jou niet besteed. Juist degenen die mondiaal het internet dragen worden niet rijk. Belonen ze zichzelf met veel reizen en congressen in fraaie oorden?

“Ja, in het algemeen vinden die bijeenkomsten op aardige locaties plaats. Met name in de academische wereld is dat een hele belangrijke secundaire arbeidsvoorwaarde. Het moet voor degenen die ertoe doen in de internetwereld attractief zijn om te komen. Je kunt wel iets op Texel organiseren, maar dat werkt niet.
We moeten als dragers van het internet ook veel reizen omdat het wel zo efficiënt is als belangrijke personen elkaar op één plek kunnen treffen. Dat geldt ook voor het ontmoeten van klanten. Ik ben elke maand op reis, soms meerdere weken achter elkaar. Nu met de buitenlandse expansie helemaal. Het is noodzakelijk. Als je met reizen stopt, verlies je het contact met de achterban.”

Hoe kwam je bij Global One?

“Bij EUnet kocht ik verbindingen in. Ik had dus veel met KPN te maken enaan de Amerikaanse kant met partijen zoals Sprint. Toen Sprint een kantoor opzette in Nederland, met Paul van Doorn als directeur, wilden ze een internetaanbod voor de zakelijke markt opzetten. Dat vond ik wel spannend en ben overgestapt.
Even later ging Sprint een joint-venture aan met Deutsche Telekom en France Telecom in Global One. De telecommarkt ging open en KPN moest concurrenten toelaten tegen een vastgestelde prijs en zo konden we aan de slag. We gingen natuurlijk onder de prijs van KPN zitten en haalden klanten binnen.”

Naar buiten toe ontstond het beeld van moeizame samenwerking tussen Amerikanen, Duitsers en Fransen. Intern ook een probleem?

“De Duitsers bemoeiden zich er niet mee. In de praktijk was France Telecom dominant, dus onze orders kwamen voornamelijk uit Parijs. Bij France Telecom was de splitsing van belangen tussen het netwerk en de commerciële afdeling niet eenvoudig.
De Fransen begrepen ook niet veel van internet. M’n eerste internetadres besloeg ongeveer drie regels, geloof ik. Ik heb toen aangegeven het anders te willen doen. Er kwamen een paar goede France engineers en uiteindelijk is het best aardig gelukt.”

Inderdaad, want na het klappen van die joint-venture is de Nederlandse poot nog overgegaan in Orange Business Networks.

“Ja, we haalden grote klanten binnen, ook omdat het wat mocht kosten. We zaten er riant bij in Amstelveen en op Schiphol-Rijk met een mooi datacenter en investeerden veel. Heel Europa, buiten de thuislanden Frankrijk en Duitsland, mocht een miljoen euro per dag verbranden. Na een jaar was er 360 miljoen verstookt. Het was een leuke tijd met die opkomende concurrentie.”

Waarom ging je weg?

“France Telecom wilde de product marketing van de Benelux-kantoren ineens samenvoegen en wilde dat ik in Brussel ging werken. Daar voelde ik niets voor, dus dat was einde oefening.
In de tussentijd had ik namens Global One meegeholpen om Ams-Ix op te zetten, samen met Surfnet, KPN, AT&T en nog wat partijen. Vanaf 1998 koppelde Global One met andere aanbieders via Ams-Ix. De vereniging AMS-IX werd uiteindelijk eind 1997 opgericht en Surfnet nam het beheer op zich. Een paar jaar later is er professionalisering doorgevoerd en werd ik directeur.”

Maar eerst nog vijftien maanden UPC.

“Ze wilden me daar graag hebben vanwege m’n ervaring met aanbod van internet, waar kabelaars toen net mee begonnen. UPC heette toen nog A2000, de kabelprovider voor Amsterdam. Die timmerde flink aan de weg en begon met een zakelijk product: voor 800 gulden per maand een 2Mb/s verbinding. Het was een verrassend goed werkend product en liep dus ook aardig.
Probleem van UPC was toen al de helpdesk, die zeker voor de zakelijke markt zwaar onder de maat bleek. Er werkten mensen zonder kennis van internet. Dat was niet de reden voor mij om te vertrekken Ams-Ix leek me een leuk verhaal te worden.”

Kon je er direct terecht?

“Het toenmalige bestuur van Ams-Ix heeft nog even gedacht aan uitbesteding, bijvoorbeeld bij Getronics. Maar gelukkig werd besloten om Ams-Ix zelf als vereniging te blijven beheren en daaronder een bedrijf te stichten. Op 1 januari 2000 begon ik en in juni stond het op de rails. We mochten na onderhandelingen het banksaldo overnemen van Surfnet zonder afdracht aan de Belastingdienst, want Ams-Ix bleef non-profit. De techniek namen we over van Sara, de helpdesk van de universiteit Nijmegen waar Surfnet die had ondergebracht.”

EUnet bleek een melkkoe waar je niet van profiteerde. De internethype was volop aan de gang en Ams-Ix werd in 2000 toch non-profit opgezet in een hypercommerciële tijd. Tegen de stroom in?

“Dat was uniek. De leden waren weliswaar heel commercieel, maar ze hadden toch het vertrouwen samen de Ams-Ix te kunnen realiseren volgens het aloude internetprincipe van het onderling ruilen van verkeer. We hebben ook nooit een commerciële insteek voor ogen gehad.
Keith Mitchel, de directeur van ‘concurrent’ Linx, heeft nog geprobeerd het non-profit model van Linx om te buigen in een commercieel bedrijf. Hij is er in feite ingeluisd door investeerders, die geld roken, want ze kregen bij marktpartijen geen enkel gehoor. Het zou niet beter of goedkoper worden dan de voorziening die er al was.” Dat heeft hem zijn baan gekost.”

Is de neutraliteit het grote succes gebleken voor Internet Exchanges?

“Ja, het beste voorbeeld is de peering tussen France Telecom en Deutsche Telekom. Die doen dat niet op eigen grondgebied, dus niet in Parijs of Frankfurt. Maar juist wel in Amsterdam, want dat is voor beide partijen neutraal terrein. En de voertaal hier is Engels, voor veel klanten een voordeel.”

Is het huidige model ideaal?

“Het heeft ook zijn negatieve kanten. Op momenten dat je wilt innoveren met dienstverlening en stappen vooruit wilt zetten, kan die structuur wel een blok aan je been zijn. De besluitvorming met halfjaarlijkse bijeenkomsten van de leden is daarvoor niet ideaal. Leden vinden de status quo al snel goed.”

Zoals het plan voor een nationaal netwerk voor Ams-Ix dat ze in 2002 afschoten?

“Er waren veel regionale initiatieven voor Internet Exchanges, zoals in Twente, Eindhoven en Groningen. Deze partijen waren er wel voor in om een nationaal netwerk van onderling verbonden Exchanges op te zetten. Onze leden stemden dat af. Het was een interessante vergadering, zonder bonje.
Pas later ontstond er echte frictie met de ledenvergadering, toen wij Ams-Ix Services BV wilden oprichten om nieuwe klanten te helpen aansluiten met hun netwerk. Er klopten immers steeds meer onervaren partijen uit verschillende werelddelen en uit andere sectoren, zoals financiële instanties, bij Ams-Ix aan.
Het leek ons interessant om de dienstverlening uit te breiden in plaats van te verwijzen naar adviesbureaus. Dat heeft de vereniging ook tegengehouden. Dat vond ik jammer, want we wilden innoveren. De vereniging als aandeelhouder is op die momenten te conservatief.”

Maar jullie mochten wel de grens over?.

“We begonnen in Curaçao, dat was nog een natuurlijke, kleinschalige  uitbreiding. Hongkong was echt een stap naar expansie en Amerika natuurlijk helemaal. We willen ons unieke model, de naam Ams-Ix en de kennis die we hebben opgebouwd ook elders op de wereld gaan benutten. We willen ook dat de leden daarvan profiteren met lage tarieven voor steeds grotere volumes data die ze over de wereld transporteren. De groei in Nederland en in Europa is begrensd. Onze ambitie reikt verder.
Gezien de andere wetgeving in Amerika, bijvoorbeeld qua aansprakelijkheid, moesten we daar een nieuwe bedrijf opzetten. Anders dan met de uitbreidingen in Curaçao en Hongkong die we vanuit de BV in Amsterdam hebben opgezet. Statutair betekende dit dat we toestemming van de leden moesten vragen.”

Uitbreiding naar de VS is net aan niet weggestemd. Kantje boord?

“Het tij zat ook tegen met net die enge onthullingen van Snowden over de wereld van de spionage heden ten dage. Maar goed, ondanks het flinke verzet stemde een meerderheid vóór. We hebben immers 80 procent buitenlandse klanten. Bovendien heerst er onvrede over de Amerikaanse Internet Exchanges die juist wel op commerciële basis opereren.
Wij willen het Europese non-profit verenigingsmodel naar Amerika brengen en doen daar veel klanten een plezier mee. Wij kregen onze uitbreiding op een presenteerblaadje aangereikt. Los van de NSA-argumenten was het voor de vereniging ook geen moeilijke beslissing. Economisch is het gunstig want binnen een paar jaar ben je samen uit de kosten.
Het bespaart ook hier in Amsterdam kosten en vergroot de kwaliteit door de schaalvergroting en doordat je technici de klok rond kunt laten werken op verschillende continenten.”

Kwam het heftige debat als een verrassing?

“Ja, we waren er helemaal niet op bedacht. We reageerden te laat op kritische mails. Leden werden argwanend omdat ze geen goed antwoord kregen en de stemming sloeg om.
We hadden een heel goed doortimmerd plan en het bestuur van Ams-Ix en de leden die we vooraf raadpleegden waren enthousiast.”

Was je niet met opzet lankmoedig in de hoop dat de bezwaren tegen Amerikaanse uitbreiding zouden overwaaien?

“Het probleem was dat ik onderschatte hoe groot de invloed van één schreeuwend ontevreden Ams-Ix lid kon zijn. Erik Bais van A2B internet zat ineens in het NOS Journaal met zijn bezwaren tegen onze uitbreiding vanwege de NSA-spionage. Wij wilden de situatie niet in één minuut uitleggen, maar stuurden een schriftelijke verklaring waar niets mee is gedaan.
Direct stonden we onder verdenking geld te zullen aannemen van de NSA. Die volkomen uit de lucht gegrepen beschuldiging gaat m’n bevattingsvermogen ook nu nog te boven.”

Inschattingsfout, want zo werken hypes toch? Journalisten die met z’n allen achter Snowden-onthullingen aanhollen zonder maar iets van telecom te begrijpen, zonder de Nederlandse wet te kennen of maar een verslag of boek te hebben gelezen. U heeft journalisten in de familie zoals oom Paul Witteman?

“Maar dat je totaal de kans niet krijgt je te verdedigen! Dat je ineens in de hoek geduwd wordt van de NSA. Met het argument dat onze ontkenningen waardeloze argumenten zijn, omdat wij toch wettelijk niets mogen zeggen van taplasten door de geheime diensten. Tegen spoken kun je niet strijden.”

De algemene pers holt achter Snowden-onthullingen aan zonder veel van telecom en spionage, de geschiedenis en de Nederlandse wet te kennen. Zo staan alle KPN-data al jaren in de VS waar KPN onder de wet ressorteert. Niemand kraait daarnaar. De meeste van jullie klanten zijn in de VS actief of wisselen er data mee uit?

“Dat is ook zo’n punt. Een groot deel van de data, die via Ams-Ix worden uitgewisseld, komen of gaan al naar de Verenigde Staten. Ook als bedrijven of individuen zaken doen met Amerika, Microsoft of Gmail.
Al jaren is bekend dat de NSA linksom of rechtsom alle data wil verzamelen. Dan kun je ineens wel paranoia worden nadat onthuld is hoe dat dan precies gebeurt, maar het is volkomen zinloos ineens te speculeren over voor- en achterdeurtjes. Onze Amerikaanse Exchange heeft geen verbinding met Amsterdam, dus hoe zouden ze via onze Amerikaanse dochter hier moeten inbreken?”

Bij Ams-Ix passeert wel een interessante hoeveelheid data. Jullie zijn het grootste schakelpunt. Henk Steenman zei niet uit te kunnen sluiten dat de Foundry apparatuur van Ams-Ix achterdeurtjes heeft voor de NSA? Moeten jullie dat risico niet bekendmaken?

“We gebruiken ook apparatuur van Glimmerglas, waarvan bekend is dat die wel meewerkt aan het aftappen van verkeer in Amerika. Daar kunnen we weinig tegen doen, want er is geen alternatief dat gegarandeerd 100 procent veilig is.
Sommige leden zeiden: dan neem je maar Chinese apparatuur in je netwerk. Net of China ineens een volkomen betrouwbare staat is die zich van spionage onthoudt. Waar stond ook al weer The Great Firewall?”

Angst voor spionage is ineens wel een fact of life. Wil je criticasters de mond snoeren?

“Nee. We kunnen leden die uit de band springen wel royeren, maar dat zou ik een zwaktebod vinden. We kunnen er beter voor zorgen dat we de andere leden overtuigen met argumenten. Maar daar moeten we dan wel de kans voor krijgen.
Onze bestuursleden zijn niet dom. Het zijn doorgewinterde internationale netwerkexperts, die zich echt goed over onze plannen hebben gebogen voor ze die goedkeurden. Ga op z’n minst het debat aan op grond van feitelijk onderbouwde argumenten.
Spionage via telecommunicatie is staande praktijk sinds tientallen jaren en internet is natuurlijk een zegen voor inlichtingendiensten. Vóór Snowden kraaide er geen haan naar, behalve wat onderzoeksjournalisten in de VS die nauwelijks gehoor kregen. Voor jou is dat ook frustrerend.”

Onverdroten voort met Ams-Ix, ook naar de Westkust van de VS?

“Nee, eerst naar Chicago want dat lijkt een eenvoudiger markt. In Silicon Valley moet je een groot gebied bestrijken met redundante verbindingen, dus dat kost relatief veel. Bovendien telt Silicon Valley al veel datacenters en exchanges.
Chicago ligt gunstig, op een knooppunt van oost naar west en van noord naar zuid. Daar gaat heel veel verkeer langs, dus met een betrekkelijk klein oppervlak kun je daar veel data uitwisselen.
We zijn ook niet de enige Europese Exchange daar, want ook De-Cix en Linx wagen de oversteek. Die hadden geen interesse in Chicago. Met het bestuur van Ams-Ix hebben we afgesproken eerst te bewijzen dat New York en/of Chicago een succes kan worden alvorens verder uit te breiden.”

Spannende strijd met Linx en De-Cix?

“Zij zijn nog louter aan de Oostkust actief, Linx in Virginia en De-Cix net als wij in New York. Wie er succesvol zijn van ons drieën zal echt nog moeten blijken want we begonnen allen tegelijk met klantenwerving.”

Hanteren De-Cix en Linx en jullie hetzelfde verenigingsmodel in de VS?

“Nee, geen van drieën heeft een nieuwe vereniging opgericht. De Amerikaanse bedrijven vallen onder het bestuur in Europa. Bij Ams-Ix onder de vereniging, bij De-Cix onder het Duitse eigendom van een aantal leden actief in de holding Eco en Linx hanteert weer hetzelfde model als wij. Hun Amerikaanse klanten kunnen lid worden van hun Engelse vereniging.

Nationaal krijgen jullie steeds meer concurrentie van NL-Ix, een dochterbedrijf van KPN, dat heel hard groeit?

“NL-Ix groeit zeker hard, maar heeft een ander model en biedt ook andere diensten, zoals port-to-port verbindingen tussen twee partijen. Ze zijn geen pure Internet Exchange, maar concurreren wel steeds harder.”

Zuur, omdat KPN immers lid is van Ams-Ix?

“Ja, dat vinden we vervelend. We kunnen het niet tegenhouden, maar het is logisch dat ze voor hun eigen peering met derden NL-Ix kiezen in plaats van Ams-Ix. Dat is goedkoper voor KPN en voor de partijen die daar verkeer uitwisselen.”

Subsidieert KPN het aanbod van NL-Ix?

“Ze zijn altijd goedkoper dan wij geweest. Ik ken de kostenstructuur van NL-Ix niet. Ams-Ix heeft alles technisch dubbel uitgevoerd, zodat bij uitval van een verbinding of apparatuur de dienstverlening doorgaat. Dat verhoogt de kosten.
De discussie met de directie van NL-Ix en KPN hebben we achter de rug. We gaan goed met elkaar om, maar ze komen met het aantrekken van internationale klanten meer en meer in ons vaarwater.”

Hoe omschrijf je trouwens peering in het Nederlands; uitwisselen van verkeer?

“Ja, oorspronkelijk was het ruilen met gesloten beurzen, maar daar zijn langzamerhand andere vormen bijgekomen. Met betaling als één partij veel meer verkeer heeft dan de ander. Een transit-aanbieder kan via de exchange ook gewoon ‘upstream’ verkopen, zodat de koper gewoon Internet access krijgt. Dat gebeurt dan dus niet met gesloten beurzen.

Wat zijn bedreigingen voor jullie?

“Dat standaarden en technologie niet hard genoeg gaan. De 100 gigabit-standaard is door de markt goed opgepakt met productie van nieuwe apparatuur. Maar de 400 gigabit opvolger is nog niet klaar, laat staan de technologie waar we snel naar toe groeien.
Regelgeving is ook een bedreiging. Als de ACM – de opvolger van de Opta – ons wil reguleren, betekent dat een verlies aan speelruimte. Er wordt over ons gesproken, maar nog steeds niet met ons. Het hangt wel boven ons hoofd.”

Regelzucht van de ACM heeft wellicht ook een financiële reden, zodra jullie onder de regulering vallen moet je betalen aan ACM. Kun je geen geld overmaken?

“Ha, ha, dan is het sponsoring, vinden ze vast niet goed. Onbekend maakt angstig. We profileren ons steeds meer als datapoort voor Europa, dus we komen meer in beeld. Er wordt in de Tweede Kamer gevraagd welk ministerie er verantwoordelijk is voor ons toezicht.”

Waarom niet uitbreiden in Europa?

“In alle landen is wel iets van een Internet Exchange actief en we vinden het moeilijk om deze buitenlandse collega’s concurrentie aan te doen. Ook al vragen onze leden soms om te hulp te schieten in hun land. Alleen waar de peering faalt, is er wellicht een rol voor ons weggelegd.
Turkije zou een optie zijn, want daar is geen Internet Exchange. Een buitenlandse partij zou iets kunnen betekenen. Turk Telecom gaat waarschijnlijk dwarsliggen tegen peering, dus dan houdt het op. Dan ga ik liever naar Afrika omdat daar de komende jaren een enorme groei van internet wordt verwacht.”

Jullie rapport over de economische betekenis van Ams-Ix en de omgeving [persbericht en hele rapport] biedt een aardig beeld van de omliggende hostingmarkt in de regio Amsterdam. Groeit die nog hard genoeg?

“Er komen nog steeds nieuwe partijen op. Kleine aanbieders, maar ook afsplitsingen van grote partijen met nieuwe dienstverlening, zoals van Leaseweb.
We zien wel een concentratie van grote klanten van ons, zowel in hosting als in diensten zoals gaming-aanbieders die nu naar Amsterdam komen.”

Jullie worden vergeleken met luchthaven Schiphol en de havens van Rotterdam en Amsterdam. Maar jullie directe economische invloed is kleiner. Kunnen concurrenten dan veel eenvoudiger toeslaan?

“Ja, in die zin zijn we inderdaad kwetsbaarder dan de fysieke mainports. We moeten dus blijven groeien. De internationalisatie is cruciaal voor het welslagen in de toekomst. Als we niet doorgroeien dan missen we het meedoen met de grote jongens in Engeland en Duitsland. We vinden de expansie leuk, maar worden er ook toe gedwongen.”

De haven van Rotterdam was te traag met expansie in Azië, Schiphol was slagvaardiger. Dus een beter voorbeeld?

“Ja, Schiphol is heel actief in het buitenland op onder meer JFK Airport en ook in Australië, Hongkong, Aruba en Zweden. Wel een voorbeeld voor Ams-Ix.”

Nederland biedt een scala van vestigingsvoordelen. Vormen energiekosten en het fiscale klimaat de belangrijkste concurrentievoordelen?

“Voor de meeste klanten van Ams-Ix speelt het fiscale klimaat niet zo’n rol, wellicht wel voor multinationals. Energie is echt een belangrijke factor. Ten opzichte van Duitsland en Engeland is de stroomvoorziening hier beter en goedkoper. Energietekort kende de regio Amsterdam nooit, maar er heerste soms een distributieprobleem. Nu is dat uitstekend geregeld. Met de noodzaak om meer groene energie in te zetten, ontstaat er wel een opslagprobleem.”

 

Graagkort en bondig. Kwetsende, discriminerende en/of commerciële uitlatingen worden verwijderd.
 

Nieuwsbrief ontvangen?

Ja, stuur mij de nieuwsbrief. We gaan zorgvuldig met je gegevens om. Je krijgt ook gelijk toegang tot alle plusartikelen.

Controleer nu je e-mail

Je ontvangt een bericht met instructies om je e-mailadres te bevestigen. Zonder deze bevestiging sturen we je geen nieuwsbrief, doe het dus gelijk even!

asdas sdf fs dfsdfsf sdffsd
Netkwesties © 1999/2017. Alle rechten voorbehouden. Privacyverklaring
Ehio Media content marketing
1
0
1