Inlichtingendeskundige Bob de Graaff over Europese boterhoofden

‘Snowden leidt juist tot meer dataspionage’

De onthullingen van grootscheeps datagraaien door de NSA leiden vooralsnog niet tot minder spionage maar tot pogingen van Europese diensten om bevoegdheden uit te breiden. En ze openbaren te weinig.

De onthullingen van grootscheeps datagraaien door de NSA leiden vooralsnog niet tot minder spionage maar tot pogungen van Europese diensten om bevoegdheden uit te breiden. En ze openbaren te weinig.

Dit schrijft Bob de Graaff, hoogleraar Intelligence en Security Studies aan de Universiteit Utrecht, in een recent artikel in Atlantisch Perspectief, onder de titel ‘Herstel van de trans-Atlantische vertrouwensbreuk? - Internationale betrekkingen na de Snowdenonthullingen.

De Graaff bleek ook in de kakafonie van Snowden-onthullingen een baken van relativering, onder meer in NRC  en in de Correspondent. De bondige teneur: belangrijke onthullingen door Snowden, maar je moet ze wel in historisch perspectief plaatsen.

Dat plaatsen in historisch, en volgens ons ook technologische perspectief, is te weinig gebeurd rond Snowden. Vandaar deze reeks artikelen:

* Spionage in Nederland: de onderbuik en de feiten

* Greenwald-hype miskent de aard van spionage

* Waarom Edward Snowden een held is en Glenn Greenwald niet (Deel 1 en Deel 2)

Zogenaamd verontwaardigd

Onder het kopje ‘Boter op het Europese hoofd’ schrijft Bob de Graaff over de ambivalente opstelling van Europese staten: “Eigenlijk zouden ze graag hetzelfde willen als de Amerikanen en vloeit het boegeroep van regeringen deels voort uit de behoefte de eigen burgers tevreden te stellen, deels uit frustratie dat men niet hetzelfde kan als de Amerikanen.

Te midden van alle heisa die Snowden heeft veroorzaakt hebben Europese bewindslieden namelijk doodleuk voorgesteld om de mogelijkheden en bevoegdheden voor elektronische surveillancedoor hun eigen land uit te breiden en bespioneren zij zelf de VS en elkaar.”

Sterker nog, De Graaff suggereert geveinsde pijn van Europese staten en hun leiders. Hij spreekt over ‘ethisch zogenaamd verontwaardigde Europese staten’ die spionage via internet opvoeren, en uiteraard ook de staten die geen zichzelf niet mooier voordoen dan ze zijn. Dan denken we uiteraard eerst aan Rusland, De Graaff noemt het niet:

“Andere landen dan de VS spannen zich nu massaal in om zoveel mogelijk het Amerikaanse interceptie- en afluisterniveau te halen of gebruiken de vermeende Amerikaanse praktijken ter legitimering van eigen ingrepen via het internet. Terwijl de NSA op dit moment onder een vergrootglas ligt, maken diensten van andere landen dankbaar gebruik van het ‘You do it too’-argument dat Snowden hun verstrekte.”

De Graaff schreef dit nog vóór bekend werd dat Duitsland Clinton afluisterde. Hij ziet dat er een ‘renationalisatie’ dreigt met de wens om iets van een Europees internet – Kroes met haar Europese cloud - van de grond te krijgen.

De Graaff merkt terecht op dat die tendens al enige tijd waarneembaar is. Zo hebben ‘nieuwkomers’ in de internetregulering zoals China en Brazilië al enige jaren wensen om meer invloed uit te oefenen. Echter,. De vraag is of inlichtingendiensten die politieke wensen volgen.

De Graaff wijst op het ‘” enigszins hypocriete karakter van de Europese politieke verontwaardiging over de Amerikaanse praktijken”. Immers, NSA en Europese diensten lijken grif data uit te wisselen als dat zo uitkomt.

Ik sprak eerder over ‘cloudspionage’: data die ongeachte locatie worden verzameld door de dienst die het dichtst bij het vuur zit en worden opgeslagen waar die data het minst vatbaar zijn voor politieke invloed en  beschikbaar zijn voor verschillende Westerse staten.

Zie dat in rechtszaken, zoalks in Nederland aangespannen tegen de staat, maar eens boven tafel te krijgen. Immers, deze ‘cloudspionage’ ontwijkt op een handige manier beperkingen in nationale wetten, zoals de WIV in Nederland.

Hoe tot nieuw vertrouwen te komen?

De Graaff wijst op de publieke verontwaardiging in Europese landen over de NSA-datahonger die van invloed is op de verhoudingen met de Verenigde Staten. President Obama heeft inmiddels wel hervormingen van de NSA-activiteiten aangekondigd, maar Europese burgers hebben er weinig aan volgens hem.

De Graaff vindt dat Amerika en Europa moeten kijken wat hen bindt, ook voor internationale inlichtingensamenwerking, op een manier die het brede publiek steunt. Dat kan bijvoorbeeld in kwesties met Rusland en

het Midden-Oosten dwingen daartoe. De Graaff, realist, benoemt de uitgangspunten:
1. Dat ook in de toekomst vrienden elkaar blijven bespioneren. Vaak nog meer dan vijanden. Intelligence is namelijk een vorm van beleidsondersteuning. En gewoonlijk  is de beleidsruimte ten aanzien van een vriend groter dan ten aanzien van een vijand, en daarmee ook de behoefte aan intelligence.

2. Toegeven dat de activiteiten van de NSA deels steunden op Europese overheden en bedrijven. Inlichtingendiensten beschermen niet uitsluitend nationale soevereiniteit, maar doen daar ook afbreuk aan voor noodzakelijke internationale samenwerking.

3.Met ‘verwachtingenmanagement’ zal het publiek veel nauwer betrokken moeten worden, om steun te blijven ondervinden.

4. Andere spelregels omtrent het toezicht op de diensten, met een nieuwe vorm van transnationaal toezicht, gebaseerd op een internationale gedragscode.

5. Inlichtingendiensten moeten inzien dat de Amerikaanse grootschalige verzameling van inlichtingen niet noodzakelijkerwijs tot meer inzicht leidt. Immers, NSA c.s. blijken ook herhaaldelijk ernstig te falen. Dat bleek met terreuraanslagen, mar ook met ISIS (Islamitische Staat) en Rusland op de Krim.

De NSA heeft wellicht iets te eenvoudig de weg van de minste werstand gekozen, aldus Bob de Graaff: “De Amerikanen hebben gepoogd de problemen van inlichtingenanalyse technologisch op te lossen met behulp van big dataverzameling. Voor de relatieve buitenstaander is deze aanpak echter niet overtuigend geslaagd.”

De Amerikanen zien dat ook in want hebben al in 2012 fundamentele verschuiving ‘from a production to a discover bias’. Het is zinloos om de halve wereldbevolking in vangnetten te drijven, met zo’n gering effect.

Bovendien vinden burgers het verzamelen en bewaren van metadata een aantasting van de privacy. Het debat daarover moeten de diensten oppakken in plaats van uit de weg gaan.

De Graaff stelt tenslotte vast dat als gevolg van de Snowden-affaire de VS veel meer stukken van hun geheime diensten openbaar maakten dan hun Europese tegenhangers tot nu toe bereid zijn te doen. Dat dan weer wel! Opnieuw: boter op het hoofd…

‘Snowden leidt juist tot meer dataspionage’

Gepubliceerd

19 aug 2014
Graag kort en bondig. Kwetsende, discriminerende en/of commerciële uitlatingen worden verwijderd.
 

Nieuwsbrief ontvangen?

Ja, stuur mij de nieuwsbrief. We gaan zorgvuldig met je gegevens om. Je krijgt ook gelijk toegang tot alle plusartikelen.

Controleer nu je e-mail

Je ontvangt een bericht met instructies om je e-mailadres te bevestigen. Zonder deze bevestiging sturen we je geen nieuwsbrief, doe het dus gelijk even!

asdas sdf fs dfsdfsf sdffsd
Netkwesties © 1999/2017. Alle rechten voorbehouden. Privacyverklaring
Ehio Media content marketing
1
0
1