De Staat van het Internet 2011 - deel 2

Internet bestuurd op grond van verdiensten

Erik Huizer is de Nederlander met internationaal de grootste verdiensten voor het internet. In een vraaggesprek legt hij uit hoe hij bouw en beheer van internet ervaart, met bijvoorbeeld het seksdomein xxx, netneutraliteit en invloed van overheden. *)

Professor Erik Huizer, algemeen directeur Informatiemaatschappij bij TNO, is een van de belangrijkste internetdeskundigen in Nederland met ruim 20 jaar internationale functies op het gebied van Internet. Van 1991 tot 1995 had Erik al een belangrijke functie in het bestuur van de Internet Engineering Task Force (IETF) en daarna bij de Internet Architecture Board (IAB). Van 1999 tot 2002 was hij voorzitter van de Internet Research Task Force (IRTF). Hij is betrokken bij de Internet Society Nederland, SIDN (Stichting Internet Domeinregistratie Nederland) en is voorzitter van Stichting NLnet. Daarnaast zit hij in de adviesraad van Bits of Freedom en is tevens verbonden aan Kennisnet. Hij werkte voor het NOB en Surfnet en is hoogleraar Internetapplicaties aan de Universiteit Utrecht.

Hoe wordt internet bestuurd en wie is de baas?

"Er is geen baas van het internet en dat is juist de kracht volgens mij. Onder een baas was het niet zo snel gegroeid en zo krachtig geworden. Internet is een verzameling van autonome netwerken die vrijwillig samenwerken op basis van internationaal overeengekomen standaarden. Iedereen heeft het recht daarvan af te wijken maar de consequentie is dat je dan niet meer kunt communiceren.

Dat is het raamwerk en daarbinnen moet je vooral coördineren. Daar zijn een heleboel lichamen voor, die niet zo zichtbaar en bekend zijn bij het publiek, maar wel de smeerolie voor het publieke domein internet vormen.

Er zit een zekere hiërarchie in, met bovenaan de Icann. Vaak wordt eenvoudig gezegd dat Icann de baas van internet is, maar dat is onjuist. Icann is een organisatie met velerlei inbreng van gelijkgerechtigde belanghebbenden als telecombedrijven, overheden, bedrijfsleven, providers, wetenschappers en natuurlijk eindgebruikers."

Is het democratisch?

"Ja, heel democratisch en bovendien super transparant. Alles is publiek, inclusief de reiskosten van de bestuursleden en de feestjes die ze bezoeken. Contacten, invloeden en discussies; alles is openbaar. De internetgemeenschap probeert daarmee onaangename verrassingen en even regelen in achterkamertjes te voorkomen."

Is die internetgemeenschap dan een bepaalde elite? Wie benoemt die? Wie hebben invloed binnen die Icann?

"Nou nee, dat was het vroeger wel. Elite klinkt bekakt, maar in het begin was er binnen de IETF een kleine groep dominant, met een man als Jon Postel die veel regelde. Hij bepaalde de regels voor domeinnamen bijvoorbeeld, dat heeft hij later afgestoten en daar is  Icann uit voortgekomen. Bij de oprichting van Icann waren al heel veel geledingen betrokken, ook overheden en bedrijven."

Maar het was al willekeurig wie de internetgemeenschap vormden, allemaal vrijwilligers uit voornamelijk de wetenschap. Konden overheden en bedrijven zich vrijwillig melden?

"Ja, dat was vrij willekeurig. We hebben overigens destijds, in 1998, nog een hele serieuze poging gedaan om het bij de Verenigde Naties onder te brengen. Ik ben nog mee geweest met die delegatie. Dat leek ons de beste oplossing voor een supranationale organisatie. Maar de VN had er geen oren naar."

De officiële internationale telecomorganisatie ITU in Geneve toch wel?

"Ja, later en als het een besloten ITU-feestje zou worden. De internetgemeenschap wilde zich daar niet aan onderwerpen en ook de meeste landen niet, omdat de ITU erg top-down georganiseerd was. Toen hebben we Icann als aparte organisatie doorgezet."

Nu ben je twintig jaar lang een van de belangrijkste internetdeskundigen in Nederland geweest, maar niemand heeft je gekozen of die rol verschaft. Dat is meer het gevolg van een meritocratie dan van een democratie toch?

"Ja eigenlijk wel,  toen ik die kaderfunctie kreeg bij de IETF kwam ik in een stuurgroep met verantwoording voor kwaliteit van standaarden die door vrijwilligers samen worden bepaald. Je moet met vrijwilligers dingen voor elkaar krijgen, je moet het wel verdienen."

Je was bijvoorbeeld betrokken bij het nieuwe internetadressysteem, IPv6, of versie 6 van het Internet Protocol. Hoe ging dat?

"Begin jaren negentig constateerde de IAB dat binnen afzienbare tijd de IP-adressen zouden opraken en dat een oplossing noodzakelijk was. Er werden toen binnen de IETF een aantal alternatieve oplossingen ontwikkeld. In 1992 al heeft de Internet Architecture Board (IAB)  geprobeerd een keuze te forceren tussen die alternatieven, maar ze vond de internetgemeenschap tegenover zich. Dat heeft geleid tot een totaal omgooien van de IETF-structuur om dat opleggen van bovenaf voortaan te voorkomen.
Voor elk belangrijke functie binnen de IETF is er een nominatiecommissie van vijf personen die willekeurig wordt geselecteerd uit de ca. 3.000 mensen die deelnemen in de IETF. Die commissie draagt deskundigen voor op dat terrein. Het zijn geen democratische verkiezingen maar je voorkomt er ook mee dat in een kleine kring steeds dezelfde mensen de macht verdelen."

Een meritocratie dus, bestuurder op grond van verdiensten en bijdragen aan de gemeenschap van internet?

"Ja, dat betekent dat je invloed verdeelt onder mensen met verdiensten die met hun kop boven het maaiveld uitsteken op grond van wat ze werkelijk hebben bereikt en niet op grond van macht of mooie praatjes."

Het werkt beter dan een democratie?

"In elk geval werkt het heel goed want de IETF is van dit model nooit meer afgestapt. Dat draait nu al bijna twintig jaar naar vrijwel ieders tevredenheid. Volgens genoemde methode ben ik twee periodes genomineerd voor de IAB en daarna nog als voorzitter van de Internet Research Task Force. Als je het verdient, kennelijk, kom je hoog."

Heb je wel moeten lobbyen?

"Dat zou je kunnen doen, maar niemand waagt zich daar ooit aan. Want dat werkt tegen je. Dat is niet de mentaliteit die daar heerst."

Waarom is het een succes? Doen personen het voor aanzien, voor invloed. Wat zijn de drijfveren?

"Je hebt de IETF voor de technische standaarden en de Icann voor het beleid voor domeinnamen en adressen. In de IETF is de grote drang de verdere verbetering van internet. Er zitten natuurlijk verschillen in opvatting. Zo zitten er ook personen voor belangen van bedrijven, maar de grote drijvende kracht is een gedeeld ideaal ten aanzien van de vooruitgang van internet.

Bij Icann is dat beslist niet de overheersende factor meer, slechts bij een deel. Daar zijn ook veel bevlogen mensen, maar ook vecht een aantal mensen voor hun brood. Die zien gouden bergen bij de introductie van een nieuw top level domeinen en vechten daar dus voor. Of dat nu goed is voor het internet of niet. Voor hen is geld verdienen een drijvende kracht."

Overheerst dat?

"Nog niet, maar we moeten er wel tegen vechten om dat te voorkomen. Er wordt nu eenmaal enorm veel geld verdiend aan die handel in domeinnamen. Ik ben voor de grap eens naar het Domeinnamenfeest geweest in Santa Monica, niets anders dan een grote markt. Goed om de vijand te leren kennen. Daar lopen alleen maar miljonairs in een entourage van champagne, kaviaar en wat daar zoal bij hoort. Fascinerend!

Een tafelgenoot vertelde me hoe simpel het werkt. Hij registreerde DMV.org. DMV staat in de Verenigde Staten voor Department of Motor Vehicles. Iedereen moet daar zijn voor zijn kenteken, rijbewijs en zo. Dat ministerie heeft een website onder DMV.gov, maar per jaar tikken abusievelijk 8 miljoen mensen op DMV.org.

Hij heeft die helemaal opgetuigd met reclame, laat die site langzaam lopen zodat ze het goed zien en tijd hebben om erop te klikken. Dat levert hem een half miljoen dollar per jaar op, zonder er iets voor te doen. Een klein voorbeeld, maar zo gaat het op grote schaal, domeinen nemen voor reclame en doorverkopen. Dus spelen er grote belangen bij het beleid in domeinnamen."

Spijt van, hadden jullie dat dan niet anders moeten doen met de Icann?

"Nee, dit was niet tegen te houden. Deze trend was er al vanaf het begin van de domeinnamen. Er is niets illegaals aan."

Je kunt toch maximum prijzen en handelsbeperkingen vaststellen?

"Zou misschien kunnen, maar dat omzeilen ze toch. Ik vind Icann verre van ideaal en het zou heel anders en beter moeten worden, maar door de belangen is het onmogelijk om dat tot stand te brengen. Gezien de noodzaak om alle belanghebbenden te laten meedenken en discussiëren zie ik geen andere mogelijkheid. Het is een beetje zoals Churchill ooit zei over democratie: verre van ideaal, maar het beste wat we hebben

Wat wil je eraan verbeteren?

"Een sterkere vertegenwoordiging van de overheden. Momenteel is de Government Advisory Committee (GAC) vanuit een land als Nederland en veel Noord-Europese en Noord-Amerikanen landen goed vertegenwoordigd. Maar heel veel landen sturen vertegenwoordigers die er weinig of niets van af weten, wat afbreuk doet aan het totale organisme en de besluitvorming. Dat moet je dus verbeteren.

Neem de discussie over .xxx voor sexsites. Nu is er een besluit, gelukkig maar. Wat je ook besloten zou hebben, goed was niet mogelijk. Maar de landen hadden een veel betere inbreng kunnen hebben. Nu kwam er een besluit dat veel te commercieel is. De commercie had de lobby goed voor elkaar en had dus een overwicht.

Het aardige is wel dat als reactie daarop de bewustwording snel toeneemt. Het comité van overheden is met andere geledingen om de tafel gaan zitten om zo'n gang van zaken als met het .xxx domein in het vervolg te voorkomen.

Een aantal Nederlanders, waaronder ikzelf, heeft actie ondernomen om dat comité een sterkere status te geven want ze kregen van Icann eenzijdige informatie.

Het secretariaat van de GAC is sinds maart in Nederland gevestigd, dat maakt het mogelijk de GAC vooraf beter te informeren bij belangrijke issues, waardoor ze meer invloed kunnen uitoefenen in Icann. EZ stond daar vierkant achter en heeft daaraan meegewerkt."

Wat is daarvoor betaald en wat is het voordeel voor Nederland?

"Een paar ton, behalve uit Den Haag ook door o.a. Noorwegen en Brazilië en die zijn het eens met de vestiging hier. Het is nu ondergebracht bij TNO maar zal op den duur wel een eigen onderkomen vinden. Het is aardig dat het in Nederland zit, want de lijnen van Nederland naar het Government Advisory Committee zijn nu kort. Dat heeft voordelen in de invloedstromen. Er is veel kennisuitwisseling. Maar alles wordt ook transparanter, andere landen doen net zo goed mee."

Is alles echt zo transparant in dat internetwereldje?

"Natuurlijk zijn er altijd gevoeligheden, zoals benoemingen. Vergaderingen van nominatiecommissies zijn achter gesloten deuren, om personen niet te schaden. Natuurlijk vindt er ook diplomatie tussen landen op de achtergrond plaats."

Zo was er een paar jaar terug, heb je verteld, dreiging van China om een soort eigen internet te vormen, wilde Saoedi-Arabië zich niet meer schikken naar Amerikaanse invloed binnen de Icann en gingen Brazilië en India morren?

"Bij China ging het om een eigen karakterset voor domeinnamen en die is ingevoerd.  Dat is een hoop druk en dreigen geweest en heeft effect gehad. Het was er toch wel gekomen, want het was een redelijke eis van China.

En de andere landen vroegen meer invloed. Als ze met goede argumenten komen, is daar altijd ruimte voor. Je kunt ook beter goed luisteren naar die landen want ze vertegenwoordigen snel groeiende groepen gebruikers. En in puur technische zin is er geen gevaar van dat soort invloeden."

Nee, want die IETF beslist toch op grond van redelijke argumenten?

"Er zijn wel behoorlijk zware discussies met tegenover elkaar staande argumenten."

Noem een zware discussie?

"Er waren, een hele tijd terug al, vijf verschillende voorstellen voor de nieuwe adressering van internet, IPv6. Die voorstellen verschilden als dag en nacht van elkaar, met elk hele goede ideeën maar een hele andere aanpak. Dat laat de IETF ook gebeuren om tot een goede discussie te komen. Dan komt er conclaaf en ontstaat consensus met uiteindelijk een besluit."

Waar een meerderheid achter staat want het is altijd de beste keuze?

"Nee, en in dit geval zeker niet. De keuze voor de volgende generatie adressering viel op het eenvoudigste voorstel, dat ook Simple Internet Protocol als werknaam droeg.

Het is gekozen onder grote druk van Internetproviders en telecombedrijven die weinig sores wensten en dus vroegen om zo min mogelijk vernieuwing. Nu roepen diezelfde telecombedrijven, 20 jaar later, dat ze niet willen investeren in IPv6 omdat het zo weinig nieuwe mogelijkheden biedt.

Dat is wel een les die ik heb geleerd: je moet technisch niet de weg van de minste weerstand kiezen. We hadden een veel efficiënter routering van internetverkeer kunnen krijgen. Nu zijn er weer hele discussies over de nieuwe http (world wide web verkeer) met gelijksoortige argumentatie over en weer."

Dan heb je nu als nieuwe belangrijke standaard voor webpagina's HTML-5. Hoe verhoudt zich dat daartoe?

"Dat komt weer van een ander orgaan, W3C. Ik leg het altijd zo uit: wat er aan internet binnen een computer plaatsvindt valt onder de W3C in Geneve, wat er tussen computers plaatsvindt onder de IETF, dus de uitwisseling van verkeer. We overleggen heel nauw in een goede relatie.

Dan heb je nog de Internet Society die dat coördineert en erop toeziet. Ze zijn een belangenbehartiger voor internet en geven voorlichting, ook aan overheden. Ze doen ongelooflijk veel aan opleidingen in ontwikkelingslanden. En de ISOC is de broodheer die geld geeft om de IETF te laten draaien en vergaderen, en sinds enige tijd ook aan de W3C."

Geld?

"Isoc werd voorheen louter door bedrijven betaald, maar vanaf 2002 heeft de Isoc een briljante beweging gemaakt, door de registratie van het .org topdomein te claimen. Die heeft de Isoc ook in handen, vanuit Nederland, met een charitatieve instelling die per jaar in de orde van 50 miljoen dollar ophaalt. Ik ben daar vice-voorzitter van.

Met dat geld innoveren we veel, bewaken de integriteit van het domein en kopen veel diensten in om de domeinen te registeren en verdelen. Daar resteert 26 miljoen van dat naar de Internet Society gaat. Het leuke is dat de internetgemeenschap zichzelf betaalt. Ik vind dat zelf een heel geslaagde manier."

Domeinen als .com en .net worden wel commercieel geëxploiteerd. Is dat door de Icann dan goed geregeld?

"Daar gaan honderden miljoen dollar in om, voor 6 dollar per jaar per domeinnaam. Verisign won de inschrijving en wordt er slapend rijk mee. Maar in 2013 loopt het contract af. Misschien komt er een lagere maximumprijs. In Nederland is de domeinuitgifte door SIDN keurig erkend als een not-for-profit en hebben we een van de laagste prijzen van de wereld. In sommige landen is het een extra commerciële of belastingopbrengst."

Je ziet dat ook een Apple en Facebook veel internetverkeer naar zich toetrekken en daaraan goed verdienen?

"Ik ben daar tot op heden neutraal over. Een paar jaar geleden groeide de macht van Cisco ineens enorm als leverancier van 80 procent van de routers van internet. Dat heeft de markt ook weten op te lossen met meer concurrentie. Eerder had je de macht van Microsoft. Je ziet dat toch wel weer verschuiven. Nu is er ook een aantal grote partijen, zoals Apple, Facebook, Google en nog steeds Microsoft, maar zonder dat er nog een bedreigende dominantie is. En juist aan de applicatiekant zie je dat één fout genoeg is om gebruikers weg te jagen. Zie MySpace, dat was miljarden waard, nu niets meer.

Facebook doet ook steeds meer dingen die gebruikers afschrikken. In hun macht en arrogantie kunnen ze ook een misstap maken waardoor hun gebruikers het op een lopen zetten. Dat kan zo gebeuren, makkelijker dan overstappen bij een aanbieder van internettoegang zoals in Nederland bij grote providers."

Inderdaad, Nederlandse internetters zitten vast aan KPN, Ziggo, UPC met een e-mailadres? Kunnen jullie daar niets aan doen?

"E-mail adressen meenemen tussen providers is moeilijk te realiseren. De makkelijke manier voor gebruikers om daar onderuit te komen is een eigen domeinnaam nemen. Dat kan ook in Nederland en daar zou je meer aandacht aan moeten besteden. Dan kun je ook makkelijker overstappen want je behoudt altijd je e-mailadres dat je eenvoudig koppelt aan de e-mail van een provider."

De commerciële invloed groeit op het internet en ook regeringen willen meer invloed. Neemt de macht van de gemeenschap af?

"Ja, die neemt inderdaad af. Maar dat is een logische ontwikkeling en ook niet verkeerd, al betreur ik het natuurlijk wel. Maar er moet een evenwicht zijn tussen invloeden. Je ziet uitwassen ontstaan door vooral meer commerciële invloed, maar het is ook een onvermijdelijk gevolg van de groei. Je gunt iedereen internet, dan wordt het breder en minder goed te bewaken. Ik hoop wel dat de academisch-technische rol altijd belangrijk zal blijven."

Is er nog een evenwicht in die driehoek, en hoe zal het verder gaan?

"Ja, er is wel een evenwicht maar ook een voortdurend steekspel tussen die drie invloeden. Vooral de overheden roeren zich meer via het Internet Governance Forum (IGF) waar uiteindelijk toch de Verenigde Naties zich op gestort heeft. Eens per jaar is er een mondiale conferentie over internetbeleid waarmee de overheidspositie in die driehoek is verbeterd. Nu werken commercie en gemeenschap daar ook aan mee, ze nemen overheden serieus.

Maar je hebt ook nog bijvoorbeeld zaken als de adresdistributie zoals met Ripe NCC in Amsterdam voor Europa en Noord-Afrika. Dat blijft een functie vanuit de gemeenschap. Dat willen we handhaven want dat is een belangrijke technische basis."

Het ontspoort niet?

"Nee, ik vind dat het wel goed gaat. Je ziet wel verkeerde sprongen zoals van de ITU die macht claimt met een arrogantie die we niet kennen in onze gemeenschap. Ze wil adressering gaan beheren maar kunnen dat niet opeisen."

Er is een opkomende drang tot criminaliteitsbestrijding op internet die wellicht jullie rol vermindert omdat overheden hun grip gaan vergroten?

"Nee, daar helpen wij aan mee. In landen komen nationale organen zoals in Nederland de nationale Coördinator Cybersecurity van het ministerie van Justitie en Veiligheid. Die kwam voort uit de Nationale Cyber Security Strategie waar wij ook adviezen voor gaven.

Internationaal komt ook bij een veiliger internet de techniek kijken, met invloed op standaarden. Daar zullen inderdaad verschillende meningen en krachtiger overheidsinvloeden op komen. Zo zullen de Chinezen goed censuur willen plegen en Westerse landen terrorisme bestrijden. Wij kunnen en willen dat niet allemaal faciliteren, op technische gronden."

Toch kan China heel eenvoudig censureren op dat mooie open internet. Hadden jullie dat niet moeten voorkomen?

"Konden we dat maar. Maar wij ontwikkelen de technische en operationele kant van het Internet, we bepalen geen wereld- of nationale politiek. Het internet is wel ontworpen om blokkades altijd te kunnen omzeilen met alternatieve routes, maar de Chinese overheid heeft daar een effectief antwoord op gegeven door al die omwegen af te sluiten. Ik zie niet in hoe we dat hadden kunnen voorkomen."

Kan Nederland dit dus ook doen?

"Ja, maar niet eenvoudig. Dan moeten er heel veel internationale en verspreide verbindingen worden bewaakt of de staat moet verplichten om al het verkeer langs één punt, bijvoorbeeld de Ams-IX, te laten lopen.

Je hebt in Nederland wel de aftapverplichting voor providers, en het verplicht bewaren van verkeersgegevens. Die moeten de serviceproviders uitvoeren."

Je zei wel eens: er is geen besef hoeveel vrijwilligers het internet in stand houden. Als die het bijltje erbij neergooien, is het dan over met internet, tenminste tijdelijk?

"Het zijn wel professionals bij universiteiten en bedrijven. Stoppen ze met hun vrijwillige taken, dan staat het internet niet stil maar de ontwikkeling wel. Mijn punt is dat de hele economie, in Nederland maar ook mondiaal, buitengewoon afhankelijk is geworden van het internet en ondertussen geen benul heeft van de manier waarop dat draait en welke non-profit deels vrijwillige organisaties voor het goed draaien noodzakelijk zijn

Het is ook grappig. Bijvoorbeeld banken regelen heel veilig internetbankieren, en terecht. Maar er is geen invloed van banken op het internet en ze oefenen daar ook nauwelijks invloed op uit. Ze conformeren zich niet alleen, maar nemen het ook voor lief dat de internetopbouw buiten hun invloedsferen om plaats vindt."

Iedereen gelijk dus, netneutraliteit?

"Dat is een groot goed, maar wettelijk regelen zoals Nederland ineens wilde doen vind ik niet noodzakelijk. Je moet voldoende concurrentie hebben in aanbod van internettoegang en aanbieders moeten altijd transparant en heel duidelijk zijn hoe het verkeer is geregeld. Dan kunnen er geen geheimzinnige dingen gebeuren en kun je altijd weggaan bij een provider die jou te veel beknot.

Nu besloot de Tweede Kamer dat je geen internetverkeer voorrang mag geven. Daarmee grijp je diep in de operationele zaken en marketing van bedrijven als Vodafone, T-Mobile en KPN. Die moeten wel voldoende inkomsten houden om te investeren in volgende generatie infrastructuur. Ze moeten dus de kans hebben om creatief te zijn met abonnementen.

Ik vind bijvoorbeeld dat ze een abonnementje van 4 euro per maand moeten kunnen bieden voor mobiel internet zonder video en Skype. Als dat transparant is en een concurrent kan daar tegenin gaan, is dat niet netneutraal, maar toch is er niets mis mee."

Heeft KPN met deep packet inspection een fout begaan?

"Absoluut, maar vooral omdat ze dat niet bekend gemaakt hadden. Voor zover ik heb kunnen lezen zijn er geen persoonlijke gegevens opgeslagen, dus is er in die zin niets fout gedaan. KPN had de hele heisa kunnen voorkomen door de specificaties van de apparatuur van Alcatel openbaar te maken.

Dit was weer het bewijs: transparantie blijft een heel groot goed op internet, daar kun je je niet zomaar aan onttrekken..."

*) In deze serie komt na een algemene inleiding een aantal belangrijke Nederlandse steunpilaren van het internet aan het woord. De serie is gesponsord door SIDN, de organisatie achter .nl. De selectie van geïnterviewden alsmede de inhoud van de artikelen zijn onafhankelijk tot stand gekomen.

Netkwesties
Netkwesties is een webuitgave over internet, ict, media en samenleving met achtergrondartikelen, beschouwingen, columns en commentaren van een panel van deskundigen.
Colofon Nieuwsbrief RSS Feed Twitter

Nieuwsbrief ontvangen?

De Netkwesties nieuwsbrief bevat boeiende achtergrondartikelen, beschouwingen, columns en commentaren van een panel van deskundigen o.g.v. internet, ict, media en samenleving.

De nieuwsbrief is gratis. We gaan zorgvuldig met je gegevens om, we sturen nooit spam.

Abonneren Preview bekijken?

Netkwesties © 1999/2024. Alle rechten voorbehouden. Privacyverklaring

1
0