Publieke waarden hebben ook marktaandeel nodig

AI-advies van de Raad voor Cultuur mist een economische visie

Goed dat de gevolgen van de snelle opkomst van AI voor de Nederlandse cultuursector op een rij worden gezet. Maar je kunt niet enkel zorgelijk verdedigen.

Zeven jaar nadat de Raad voor Cultuur met Zicht op zo veel meer  (ik was de commissievoorzitter) waarschuwde voor de groeiende macht van internationale mediaplatforms, ligt er opnieuw een fundamenteel advies over de invloed van digitale technologie op de Nederlandse samenleving. Waar het rapport uit 2018 draaide om de opkomst van partijen als Google, Facebook en Netflix, staat in Kunstzinnig boven kunstmatig generatieve kunstmatige intelligentie (gen-AI) centraal.

Dat lijkt een andere discussie, maar beide adviezen tonen vooral continuïteit: hoe verhouden de waarden van Nederlandse en Europese cultuur, journalistiek zich in een digitale infrastructuur die grotendeels niet Europees is? Steeds weer moeten cultuur, democratie en de inrichting van de publieke ruimte zich verhouden tot nieuwe technologie.

Van distributie naar interpretatie

Het open internet zette de distributiemodellen op scherp. Zoekmachines werden machtig met ordening, sociale media met aanbevelingsalgoritmen. Nederlandse makers en hun producenten zijn meer en meer aan deze machten onderhevig

Generatieve AI kalft de macht verder af door zelf uit bronnen tekst en beeld te formeren. Originele makers dreigen te worden gereduceerd tot naamloze toelevenanciers, want de AI-bots bepalen hoe die informatie wordt samengebracht, gewogen en uiteindelijk geïnterpreteerd. De stap van zoekresultaat naar AI verschuift de maatschappelijke vraag van “Welke informatie krijg ik te zien? naar “Welke werkelijkheid krijg ik uitgelegd?” De volgende fase met AI gaat dus over verandering van betekenis. Dar moet het dus over gaan.

Je moet wel verkopen

Dus pleit het advies van de Raad voor Cultuur overtuigend voor publieke AI-infrastructuur, Europese samenwerking en bescherming van makers. Toch blijft één fundamentele spanning grotendeels buiten beeld: onze publieke waarden redden het nauwelijks in een markt die wordt gedomineerd door de grote economische krachten van buiten. We moeten concurrentievermogen kweken.

Die spanning treedt op met bijvoorbeeld GPT-NL, het Nederlandse taalmodel dat zich keurig auteursrechten en publieke waarden verankert. Dat sluit aan bij de Europese traditie waarin grondrechten en zorgvuldigheid centraal staan.

Paul Keller van Open Future plaatst daarbij echter twee interessante kanttekeningen:

  1. Technisch: GPT-NL benut onvoldoende de ruimte die het Europese auteursrecht via de uitzondering voor tekst- en datamining juist biedt voor innovatie binnen Europa. De eerste benchmarks suggereren dat modellen die wel van die ruimte gebruikmaken beter presteren.  
  2. Zijn tweede observatie is fundamenteler: zelfs wanneer een model volledig voldoet aan alle juridische en ethische uitgangspunten, betekent dat nog niet dat makers daarvan profiteren. Een model zonder gebruikers creëert immers nauwelijks economische waarde.

Niet alleen de uitgangspunten tellen, ook de exploitatie. Dat is een cruciale aanvulling op het debat. Europa heeft de mond vol van digitale soevereiniteit, maar behandelt economische schaal en publieke waarden onterecht als losstaand. In werkelijkheid zijn zij nauw met elkaar verbonden. Europese normen hanteren heeft louter zin als er geld mee verdiend wordt. Zonder gebruikers blijft soevereiniteit vooral een streven om de eigen ziel te verkwikken.

Transparantie is niet voldoende

Die spanning zien we terug in de Europese AI-regelgeving. Vanaf augustus 2026 moeten professionele gebruikers van AI in verschillende situaties kenbaar maken dat teksten, beeld en/of geluid met behulp van AI gemaakt zijn. Europa hoopt te voorkomen dat burgers kunstmatig gegenereerde content aanzien voor authentiek beeldmateriaal of menselijke creaties.  

Die verplichting is begrijpelijk en waarschijnlijk onvermijdelijk. Naarmate AI realistischer wordt, groeit het belang van transparantie. Toch adresseert deze maatregel slechts een deel van het vraagstuk. Zij maakt zichtbaar dat AI is gebruikt, maar zegt vrijwel niets over hoe een AI-systeem tot zijn antwoord is gekomen.

Juist dat proces wordt steeds bepalender voor de kwaliteit van de publieke informatievoorziening. Welke bronnen worden meegenomen? Welke perspectieven worden gecombineerd? Welke historische context verdwijnt onderweg? Welke minderheidsstemmen raken ondervertegenwoordigd omdat zij statistisch minder voorkomen in trainingsdata? Een label onder een AI-afbeelding geeft op geen van die vragen antwoord.

De maatschappelijke uitdaging verschuift langzaam van transparantie naar kennisvorming. Niet alleen de authenticiteit van content staat ter discussie, maar ook de manier waarop AI werkelijkheid reconstrueert.

De volgende stap

Daarmee verschuift de beleidsvraag voor de Raad voor Cultuur en onze creatieve sector. Eigen taalmodellen en het beschermen van makers volstaan niet. Minstens zo belangrijk wordt de inrichting van de publieke informatie-infrastructuur. Hoe worden uitingen verzameld, verwerkt en welke betekenis komt eruit voort? Dat is niet enkel cultuur en democratie, maar ook economie.

*) Foto Micha Wertheim (trekt volle zalen met onder meer intelligente analyse van AI); doorPieter Pennings

AI-advies van de Raad voor Cultuur mist een economische visie

Gepubliceerd

2 jul 2026
Netkwesties
Netkwesties is een webuitgave over internet, ict, media en samenleving met achtergrondartikelen, beschouwingen, columns en commentaren van een panel van deskundigen.
Colofon Nieuwsbrief RSS Feed Twitter

Nieuwsbrief ontvangen?

De Netkwesties nieuwsbrief bevat boeiende achtergrondartikelen, beschouwingen, columns en commentaren van een panel van deskundigen o.g.v. internet, ict, media en samenleving.

De nieuwsbrief is gratis. We gaan zorgvuldig met je gegevens om, we sturen nooit spam.

Abonneren Preview bekijken?

Netkwesties © 1999/2026. Alle rechten voorbehouden. Privacyverklaring

1
0