Foto boven: familie Espinoza komt aan in Amsterdam: moeder met Bento, Rebecca en Miriam
Onze Spinoza
De laatste jaren groeide de belangstelling voor Baruch ‘Bento’ Spinoza (1632-1677), behalve vanwege zijn populairder wordende ideeën ook vanuit nationalisme; het is ‘onze Spinoza’, oranje trots. Oranje als belangrijkste kleur van de kostuums in deze musical berust, ondanks dat nationalisme en samenvallende voetbal-WK, uiteraard op toeval. Net als het element ‘epidemie’ (de pest) net nu de Tweede Kamer Coronaverhoren houdt.
In de podcast ter voorbereiding op de voorstelling wordt direct de disclaimer geuit dat het theaterstuk losjes op de echte geschiedenis gebaseerd is. Het is naar eigen zeggen een “Mokum musical, een historische fanfiction van het leven van de grote filosoof”. De elementen vluchtelingengezin, verzet tegen heersende macht en dwingende religie, plus verbanning vanwege zijn verspreide ideeën doen het sowieso goed. Persoonlijke elementen als familieruzies en vooral Spinoza’s homoseksualiteit – hij was vrijgezel – berusten op fictie.
Vader Spinoza, koopman in zuidvruchten, komt in het verhaal niet voor, evenmin als Baruchs twee broers. Rebecca en Miriam nemen als zussen een grote plaats in het stuk in, maar waren oudere halfzussen. Beide moeders overleden ‘in het echt’ jong, de geest van ‘de moeder’ blijft de hele voorstelling aanwezig om de kinderen te herinneren aan haar opdracht: “Cauto”, wees voorzichtig, en zorg voor elkaar.
Waar Bento zich totaal niet aan houdt, wat hem vooral met Rebecca in conflict brengt, die in de musical getrouwd is met een rabbijn die in 1656 mede de banvloek over Baruch Spinoza uitspreekt. In werkelijkheid was Rebecca’s echtgenoot Samuel de Caceres een koopman en dichter. Zij trouwde hem toen hij weduwnaar werd van haar oudere zus Miriam, conform de toenmalige Joods-Portugese plicht. In de musical is het andersom, trouwt Miriam met Samuel na Rebecca’s dood; in weerwil van het verzet van Bento tegen deze religieuze idiotie.
Homo, een beetje hypocriet
Ene Simon wordt opgevoerd als Bento’s geheime liefde. Het gaat om Simon Joosten de Vries, Amsterdamse doopsgezinde koopman en een van zijn beste vrienden die hem bij overlijden geld uit de erfenis naliet voor studie. Joosten de Vries was vrijgezel, vandaar. In de voorstelling kan hij niet op tegen het workaholisme van de filosoof die met rede en ratio zijn eigen gevoel veelal opzijzet, al zien we ook een heftige zoenscène.
Het is moedig van de makers dat ze belangrijke filosofie in een musical willen brengen, maar heeft soms wat moeilijke en/of moralistische moraaltekst tot gevolg: “Bestaat er een methode voor een samenleving die voor elk lid daarvan optimaal werkt, waarin mensen bereid zijn een deel van zichzelf weg te cijferen voor een ander?”
Maar de treffendste les, zo vond m’n Amsterdamse jonge dochter die me vergezelde, is het aanstippen van hypocrisie tussen Bento’s fraaie leerstukken versus zijn persoonlijk leven: “Dus jij denkt nog steeds dat een boek de wereld kan redden. Dat oorlog stopt als jij de waarheid hebt gesproken. Luister, kom op. Jij vindt het nog steeds heel lastig om zonder ruzie samen te zijn met je familie. Als jij het al niet kan, hoe moet het dan met de rest van de mensheid?”
Bento’s toentertijd radicale ideeën over religie als een fantasie om de mensen koest te houden en troost te bieden, zijn ontkenning van God als bovennatuurlijk wezen, en de nadruk op vrijheid, rede en natuur, zetten hoe dan ook de familiebanden onder druk. Wat gebeurt er als overtuiging belangrijker wordt dan nabijheid? Was de rationalist met zijn eeuwige vragen ook niet een eigenwijze lastpost voor anderen? (Hoe herkenbaar trouwens persoonlijk).
Zen in het bos
Vond ik het eerste deel niet altijd even boeiend, na de pauze barst het stuk in volle glorie los met schitterende, hopelijk onvergetelijke duetten. Dat het dan donker wordt brengt het toneel dichter bij de toeschouwers. De moord op de gebroeders De Witt door het intolerante Defend Netherlands-achtig gepeupel vind ik een theatraal hoogtepunt, door Spinoza betiteld als “ultieme barbarij”. Aansluitend fraai: de onderdrukkende dictator op uitschuifbenen als symbool van de autoritaire ‘mannetjes’ die Spinoza bestreed, met een oranje kop verwijzend naar het heden.
Ofschoon ik de mooiste buitenscène direct bij het begin ervoer. De overleden moeder Spinoza wordt in een wit laken gewikkeld onder schitterend vioolspel, begeleid door tjilpende en zingende vogels in ruisende bomen. Je verzint het niet als theatermaker, maar dit voelde ik als weldadige harmonie.
Recenseren is sowieso een discutabele bezigheid, geen waarheid, maar één ervaring. Olaf Ait Tami viel voor mij gaandeweg samen met de recalcitrante en later meer twijfelende persoonlijkheid Spinoza. Met grote indruk van Malou Gorter van wie ik de prachtige zangstem niet kende. Ik viel voor de zuiverheid van Nimuë Walraven als de lieflijke Miriam, het geweldige bereik en dictie van Sarah Janneh als Rebecca en Joes Brauers als Simon. Natuurlijk, wat zou het stuk zijn zonder de oudere NITE-leden als de Vlaamse Bien de Moor en Adam Kissequel?
Hoe geweldig is de dans van choreograaf Roni Haver, met Jésula Toussaint Visser als stralend middelpunt, op fantastische gevarieerde muziek van David Dramm en Pink Oculus, – van klassiek tot rock tot klezmer – op een bijzonder scala van instrumenten vertolkt.
Kortom, ga naar het bos, dat kan zelfs direct met een bus vanuit Groningen.
*) Gezien: Spinoza – de Mokum musical van Nite en Club Guy & Roni, in samenwerking met muzikanten van Hiiit en Het Muziek, première 5 juni in het Amsterdamse Bostheater. Daar nog te zien tot 11 juli. Hier de korte trailer.
**) Foto’s: Gergely Ofner voor NITE. Dit artikel verscheen eerst op cultuursite VersTwee
***) Het gezelschap biedt een boeiende podcast van 50 minuten over de betekenis van Spinoza als voorbereiding. Voor degenen die podcasts te lang vinden duren, hier een transcript van NoteGPT. E-boeken over Spinoza bij de bieb, zoals van Mirjam van Reijen of eenvoudiger van Jan Knol, of de fictie Spinoza in het Torentje.