Thomas Heerma van Voss verzorgde de Abraham Kuyper-lezing 2026 van de Vrije Universiteit, aangekondigd met: “Beelden, teksten en muziek komen steeds vaker tot stand zonder menselijke maker. Wat doet dit met ons gevoel van echtheid? En hoe verandert het onze manier van kijken, lezen en luisteren?”
Er verscheen een verkorte versie in Trouw. De lezing verschijnt in een uitgebreide versie in druk onder de titel Menselijke Moeite. Onderstaand de belangrijkste citaten. (Ik vraag me direct af: als de AI-bots de tekst van de lezing in hun databanken opnemen, kunnen anderen daar dan met hun stukken op parasiteren?)
AI Van Gogh Museum
Dit thema sluit aan op een belangrijk thema dat veelvuldig op Netkwesties terugkeert: gemakzucht. Zo werd de drempel van menselijk contact door voortschrijdende digitalisering steeds lager. Je hoeft geen trein of auto meer te nemen om ideeën uit te wisselen. Je bereikt de ander zo, en sommigen een publiek van duizenden of zelfs honderdduizenden zonder nog een zaal te hoeven reserveren voor een fysieke ontmoeting. Gemakzucht was een belangrijk thema voor De Macht van Facebook (2011), dat de menselijke deugden en ondeugden in tijdens van digitalisering als thema had
Google verlaagde de drempel om toegang te krijgen tot alle kennis in de wereld, en ik schreef er een kritisch maar, onder de streep, positief boek over. AI werkt de drempel weg om die kennis te verwerken en het denkwerk door machines te laten uitvoeren. Wat betekent dit voor de kunsten? Ik zeg vaker: stel dat we het Van Gogh Museum volhangen met werk dat door AI in zijn stijl is vervaardigd, hoeveel bezoekers zouden het verschil opmerken?
Nature publiceerde in 2024 boeiend onderzoek: lezers kregen door mensen en door AI vervaardigde poëzie voorgelegd, Ze waardeerden aanvankelijk AI-poëzie hoger maar naarmate ze meer wisten over de maker nam de waardering voor de menselijke poëzie toe. Van bedrog door AI naar zelfbedrog: menselijke poëzie vind ik beter, maar onderscheiden kunnen ze die niet (meer).
Echter, wel begrijpelijk, want het grootste probleem is voor mij tot nu toe met AI: dat ik bij elke creatieve uiting argwaan moet koesteren: in hoeverre is er een bijdrage van de machine. En hou me ten goede: machines verbeteren doorgaans mensenwerk. En maken gemakzuchtig. Maar niet voor niets schrijft m’n zwager - beste tekst-cabaretier van Nederland - zijn stukken op de typemachine. En brieven die ertoe doen schrijf ik met pen en papier (dat ze dan onleesbaar zijn, is wellicht een voordeel voor de ontvanger.)
Onderstaand verraadt Thomas Heerma van Voss niet of hij een pc gebruikt om te schrijven en in hoeverre de telefoon zijn aandachtsspanne bepaalt. Dat doet ertoe, vind ik. Daar begint het namelijk al mee, de woelige wereld.
De belangrijkste citaten van Thomas:
Nu mensen steeds eenvoudiger teksten van enorme omvang kunnen (laten) produceren, is de betekenis van taal drastisch aan het veranderen. Noties als ‘authenticiteit’ en ‘auteurschap’ krijgen een fundamenteel andere lading, het begrip ‘boek’ devalueert. We zijn beland in een tijd waarin de auteur niet alleen symbolisch doodverklaard kan worden, maar ook steeds vaker fysiek. De onvermijdelijke vraag is wat dat betekent voor de literatuur. En in het verlengde daarvan: waarom zou je, zou ik zelf nog blijven schrijven? Waarom zou je nog een boek van een schrijver lezen?...
Een overtuigend artikel schrijven heeft meer en meer weg van een goede prompt bedenken. Websites en tijdschriftenpagina’s stromen vol met aangelengde waarheden en overtuigend gebrachte verzinsels waar niemand helemaal verantwoordelijk voor is en die niemand voluit overziet….
Kunstmatige intelligentie is zo veelomvattend en wordt al zo massaal gebruikt, dat het alle taal potentieel verdacht maakt, want: kun je nog onomstotelijk bewijzen dat iets helemaal door een mens werd bedacht en geschreven, dat er geen technologie aan te pas kwam?
Zoals de meeste mensen niet hoeven te weten hoe de koe die ze ’s avonds opeten geslacht is, zo zijn velen niet bezig met hoe een tekst precies tot stand is gekomen, of die feitelijk helemaal correct is en wie eigenlijk welke formulering bedacht…
Als schrijver sus ik mezelf snel met de volgende gedachte: deze technologie richt zich primair op informatieoverdracht en heeft dus veel meer moeite met zaken als ironie of gelaagde literaire beeldspraak, omdat die juist draaien om een zekere onverwachtheid, om een levendigheid die schuilt in het scriptloze en tegendraadse.
Het punt is alleen: ik kan dit nu wel stellig beweren, maar als steeds meer mensen gewend raken aan AI en AI-taal, verandert dat ook alle opvattingen over stijl en tekst. En: veel mensen hebben geen behoefte aan lange discussies over de waarde van kunst of aan een correct wegen van bronnen. Veel mensen houden van verhalen die kloppen bij wat ze voelen, vinden het prima om bedrogen te worden…
Kunstmatige intelligentie ontneemt steeds meer mensen niet alleen het besef dat sommige dingen moeite kosten, maar ook dat die moeite op zichzelf al iets oplevert. Dat gaat niet zozeer om ijdelheid, het gaat vooral om de diepgewortelde behoefte om iets tastbaars te doen. Om de vreugde van na lang zoeken op een juist woord komen. Achterhalen wat je ergens bij denkt of voelt, door er in afzondering taal voor te zoeken. Iets schrijven – maken – waarvan je niet had verwacht dat je het zou kunnen. Iets uitrichten op een manier waarvan je zelf in elk geval eventjes kan denken: dit doet niemand anders zo, zonder mij hadden deze woorden hier nooit kunnen staan.