Deze boodschap gaf Sander Klous woensdag 8 april 2026 mee in zijn oratie aan de Universiteit van Amsterdam onder de titel ‘De Architectuur van een Werkbare Symbiose tussen Wetenschap, Bedrijfsleven en Overheid in de Wereld van AI’. De opname van de hele oratie is op video vastgelegd.
Hij kwam in de oratie uitgebreid terug op de poging voor een ‘zero person company’ waarover Netkwesties schreef en dat de Volkskrant inspireerde tot een artikel met interview met Klous op 9 april. Dit initiatief van de universiteit en KPMG, waarvoor Klous ook werkt, monddde uit in het bedrijf Cyberdune Agents.
Netkwesties stuitte op de onwil van de Universiteit van Amsterdam en van het bedrijf Cyberdune om opening van zaken te geven over de commercialisering van een wetenschappelijk onderzoek naar AI. Dat verloopt via bureau IXA van de universiteit, dat afspraken maakt met startups die gebaseerd zijn op wetenschap. Immers, resultaten behaald met publiek geld worden meegenomen om geld mee te verdienen.
Klous woensdag in zijn oratie over het experiment, de oprichting van het bedrijf en de gevolgen:
“Daarna begonnen we aan een gedurfd experiment. Het idee kwam voort uit een weddenschap die Sam Altman, de CEO van OpenAI, had gesloten met een paar vrienden: binnen een jaar zou er een miljardenbedrijf zijn met slechts één mens erin. Dat was zo'n vreemde en provocerende gedachte dat het moeilijk was om er niet mee te spelen.
In het begin voelde het echt als spelen. We hebben een managementteam van AI-agenten opgericht en vroegen hen om managementtaken uit te voeren. En tot onze verbazing werkte het een tijdlang best goed.
Maar toen begonnen de problemen zich op te stapelen. De agenten hallucineerden, dreven af buiten de voorgeschreven rollen met ongewenst gedrag. Op dat moment had het geheel gemakkelijk een vermakelijke demonstratie kunnen blijven.
Wat alles veranderde, was dat onze Complex Cyber Infrastructures-groep van de Universiteit van Amsterdam het experiment oppikte om deze uitdagingen aan te pakken. Niet simpelweg door te wachten op betere modellen, maar door de architectuur te veranderen.
We zijn afgestapt van een antropomorfe manier van agenten bouwen naar een implementatie van bedrijfsprocessen. We begonnen generatieve AI te combineren met process-mining technieken en kleine, zeer specifieke micro-agenten.
Dit veranderde de aard van het systeem. De workflow van het bedrijf in opbouw werd traceerbaar, verklaarbaar, reproduceerbaar. En dat is enorm belangrijk als je wilt dat processen zonder constante menselijke tussenkomst kunnen draaien.
Ik herinner me nog mijn reactie toen ik die combinatie zag werken: hoe krijgen we dit nu in bedrijf? Want we zaten op het spoor van iets veel groters dan weer een impactvolle onderzoekslijn voor onze onderzoeksgroep.
Dit bracht ons veel dichter bij kortetermijn waarde dan alles wat we eerder hadden gedaan. We zouden naar organisaties kunnen gaan en het gesprek voeren dat het verschil maakt. Niet: zou je misschien bereid zijn ons te helpen met ons onderzoek? Maar: welk urgent probleem heeft u dat we nu voor u kunnen helpen oplossen?
Het verlaagt de barrière tussen wetenschap en echte operationele waarde…Dat is wat het bedrijf Cyberdune Agents toevoegde. Een bedrijf met als doel de waarde van autonome AI-workflows in praktijk te brengen. Een bedrijf dat nauw samenwerkt met de universiteit en de brug organiseert.”
Waarschuwingen door commercie
“Het geeft de oplossing ruimte om snel genoeg te rijpen terwijl het dicht genoeg bij de wetenschap blijft. En het geeft het werk vaart. Maar dat maakte het verhaal niet plotseling makkelijk.
Op het moment dat de brug commerciële vorm kreeg, verschenen er waarschuwingssignalen van alle kanten. De universiteit werd voorzichtig. Cyberdune werd voorzichtig. KPMG werd voorzichtig. En terecht, want de inzet nam alleen maar toe. Juridisch en qua bestuur
De vragen werden scherper. IP-vragen [intellectueel eigendom, de commercialisering van uitvindingen red.] werden scherper. De media- en publieke perceptie werden delicater. Dit was dus geen doorbraak met een plotseling magisch antwoord, maar het was wel een doorbraak die ons veel dichter bij een oplossing bracht.
Een van de meest uitdagende dingen was de discussie over intellectueel eigendom. Een tijdlang kan IP droog klinken. Ik vind het droog klinken. Het werd pas interessant voor mij toen het werk concreet werd. Wie bouwt welk deel? Welk deel is herbruikbaar? Welk onderdeel is specifiek voor één klant?
Wie kan het blijven ontwikkelen? Wat gebeurt er als één partij verdwijnt? Hoe houd je de regeling zo eerlijk dat organisaties blijven investeren? Die vragen zijn geen bijzaken, maar vormen het hart van de samenwerking.
In het begin dacht ik dat dit deel eenvoudig zou zijn. Universiteiten doen dit vaker, dacht ik. Open Source leek een duidelijke basis. Wat een universiteit produceert, hoort in het publieke domein, daar zal ik nooit van afwijken.
De brug vereist natuurlijk wel een commerciële goedkeuring. Hoe anders kunnen ze een duurzaam bedrijf opbouwen? Er zou hier vast een standaardroute voor zijn bij de universiteit. Die was er niet. Het werd langdurig overleg tussen Cyberdune-mensen en IXA, de UvA-afdeling voor kennisoverdracht.
Rond de tafel zaten een bedrijfsontwikkelaar en juridisch expert van IXA met de financieel directeur van Cyberdune Agents, en ikzelf. Ik verwachtte dat we een bestaand sjabloon zouden nemen, een paar details zouden aanpassen en verder zouden gaan.
In plaats daarvan werd het al snel duidelijk dat geen van de standaardsjablonen echt paste, en dat elke oplossing een nieuw probleem veroorzaakte. De kern van het probleem was dit: de lus van wetenschap naar zakelijke invloed – en weer terug – maakte de IP-structuur veel specifieker dan normaal.
Data en kennis stromen in alle richtingen. Het is niet eens een tweepartijenprobleem. De Open-Source-beperking brengt automatisch een veel-naar-veel perspectief met zich mee. De manier waarop IP wordt afgehandeld, blijkt een zeer concrete impact te hebben op het ontwerp van de samenwerking.
Dit is niet zomaar een standaard probleem dat opgelost kan worden door te kiezen tussen een paar bekende licenties. Als we willen dat de lus werkt, moeten we de regels vanaf de grond af ontwerpen. En dat moet onder enorme tijdsdruk gebeuren, want de wereld om ons heen wacht niet, en de realiteit verandert terwijl de onderhandelingen gaande zijn.”
Gemeente Amsterdam
“Dit verhaal kent een gelukkig einde. Op het moment dat al ons harde werk vruchten begon af te werpen, kwam een project met de stad Amsterdam in beeld. We hadden al een zeer goede relatie met de CTO van de stad Amsterdam, die ik goed kende van eerder werk. We brainstormden over een nieuwe vraag: waar kunnen deze autonome AI-workflows directe waarde toevoegen aan de stad? Dat bracht ons bij de Engineering Department en één proces viel snel op: de Basic Integrity Check.”
[Die technische baas van Amsterdam is Ger Baron. De bouw van een t4eoapssing is bedacht voor het Ingenieursbureau van de Gemeente Amsterdam. Dat bouwt met Cyberdune een autonome AI workflow die de basale integriteitstoets uitvoert. Dat is een check die wordt gedaan voordat een partij wordt geaccepteerd als leverancier van Gemeente Amsterdam.]
“Op het eerste gezicht lijkt dit vooral bureaucratie. Heel veel documenten. Veel cheques. Een workflow die informatie uit veel verschillende bronnen haalt om een gestructureerd rapport te produceren over de vraag of een leverancier aan alle voorwaarden voldoet om aan een project deel te nemen.
Wat het moeilijk maakt, is de combinatie van informatie, controle en consequenties. De output mag niet rommelig zijn; Het moet gestructureerd, transparant en verdedigbaar zijn. Elke stap moet traceerbaar zijn.
Dit project was waar de "Institutional Rub" uiteindelijk zijn gelijke vond. Jarenlang had ik gezien hoe het vierkante blok van academische ideeën worstelde om in het ronde gat van institutionele realiteit te passen.
Bij de bouw van deze integriteitscheck voor de gemeente Amsterdam viel het eindelijk op zijn plek. We hebben het niet opgelost door de wetenschap eenvoudiger te maken; we losten het op door de oplossing het experiment zelf te maken. We hebben de brug gebouwd tussen wetenschap en praktijktoepassing.
Toen ik zag dat de ingenieurs op de afdeling Engineering enthousiast raakten (niet over de onderliggende wiskunde, maar over de manier waarop het hun inspanningen om de controles uit te voeren verminderde en de workflow verdedigbaar en duidelijk maakte) wist ik dat we goud hadden gevonden.
Die menselijke impact is de ultieme zakelijke impact. Het bewijst dat de oplossing niet slechts een uitkomst is; het is de brandstof voor de volgende fase van wetenschappelijk begrip. De opwinding van degenen die dit uitvoeren is het ware teken van succes.
Door sterke process-mining-technieken te combineren met micro-agenten die taken op een verklaarbare manier uitvoeren, hebben we iets gebouwd dat inspeelt op de daadwerkelijke behoeften van een operationeel proces. Geen speelgoedwerk. Een workflow die goed moet worden uitgevoerd.”