Studenten hebben massaal de weg gevonden naar AI. Scripties lijken steeds vaker geheel of gedeeltelijk met behulp van ChatGPT tot stand te zijn gekomen. Tentamenuitslagen dreigen besmet te raken. Het is begrijpelijk dat universiteiten nerveus worden.
Een universitaire graad moet staan voor gedemonstreerde en geverifieerde kennis en vaardigheden. Als niet meer duidelijk is waartoe een afgestudeerde op eigen kracht in staat is, komt de maatschappelijke geloofwaardigheid van het stelsel onder druk te staan.
De bezorgdheid is dus volstrekt legitiem. Maar de discussie blijft te vaak hangen bij verbieden en bestraffen.
Geen enkele zin
Studenten worden veelal opgeleid voor functies waarin ze geacht zullen worden alle mogelijkheden van de AI handig en verstandig te benutten. Dus die vaardigheid zullen zij tijdens hun studie moeten aanleren. Het heeft dus geen enkele zin hen bij dit nieuwe, spectaculaire instrumentarium weg te houden – als dat al zou lukken.
Maar passieve verslaving aan de output van ChatGPT is natuurlijk voor een academicus onacceptabel. Juist in het AI-tijdperk is een heldere kern van eigen kennis en inzicht noodzakelijk. De vraag wat studenten zelf nog moeten kennen en kunnen is relevanter dan ooit, om de volgende redenen.
1. Substantiële feitenkennis
AI hallucineert. Feitenkennis is eerder belangrijker geworden met AI, dan minder relevant. Het is zeker niet gedaan met de rijtjes en de jaartallen uit het hoofd leren.
2. Bronnenonderzoek
Bestaan de aangehaalde publicaties werkelijk? Sluiten zij aan bij het betoog? Zijn zij correct geïnterpreteerd? Deze academische kernverantwoordelijkheid kan niet worden uitbesteed aan een taalmodel.
3. Logisch nadenken en redeneren
Studenten moeten argumenten kunnen ontleden, aannames expliciet maken, causale verbanden onderscheiden van correlaties, en inconsistenties herkennen. Dat is nodig om goede ‘prompts’ te maken, maar vooral om te controleren of AI stappen overslaat in de antwoorden of een conclusie trekt die niet volgt uit de premissen. Dit vermogen is de kern van academische vorming en kan niet worden uitbesteed.
4. AI-geletterdheid
Binnen elke studierichting zou tenminste één verplicht vak aan AI moeten worden gewijd, waarin de basis van de taal- en leermodellen wordt uitgelegd, waar de beschikbare tools worden behandeld inclusief hun actuele sterktes en zwaktes en waar de ethische en juridische regels worden uitgelegd.
Dus moet de universiteit studenten ruim toegang bieden tot de beste en krachtigste technologieën. Wie deze vier elementen beheerst, is geen passieve gebruiker van AI, maar een competente eigentijdse professional.
Rol docent verandert
De spanning zit in de toetsing. Hoe stellen we vast wat studenten zelfstandig beheersen, zonder een systeem te creëren dat onbetaalbaar of onuitvoerbaar wordt? Bij tentamens ligt een groot deel van de oplossing in het herwaarderen van inhoudelijke, schriftelijke toetsen in een hulpmiddelvrije omgeving. Geen multiple choice, maar redeneren en formuleren. Daarmee wordt de kunst van het zorgvuldig opschrijven in ere hersteld, en wordt goed zichtbaar wat een student zonder steun van AI kan.
De paradox is dat AI vervolgens uitstekend kan helpen bij de correctie. Uit wetenschappelijk onderzoek is gebleken dat AI inhoudelijke terugkoppeling kan genereren die niet onder doet bij de feedback die docenten zouden geven. Docenten blijven natuurlijk eindverantwoordelijk, maar hun tijdsinzet verschuift van routinematig nakijken naar kwaliteitsbewaking en inhoudelijke verdieping.
Dat is efficiënter en werkt in vele gevallen ook kwaliteitsverhogend, vooral bij grote groepen studenten waar de feedback van de docent vanwege werkdruk nu vaak zeer summier is.
Bij scripties kan AI tijdens het proces royaal worden toegestaan – zoals dat ook in de latere beroepspraktijk het geval zal zijn. De controle verschuift naar het einde: een presentatie en een mondeling gesprek in een AI-vrije setting.
Mondelinge vaardigheid verbetert
Daar moet blijken of de student zijn eigen betoog werkelijk begrijpt. De student moet het eindgesprek laten voorafgaan door een videopresentatie die in een hulpmiddelvrije omgeving tot stand is gekomen.
Zo wordt de mondelinge presentatie, altijd al een zwak punt bij Nederlandse studenten, nog eens extra geoefend – en het is een goede voorbereiding op het steeds populairder video-solliciteren. Deze combinatie – vrijheid in het leerproces, strikte verificatie op beslissende momenten – maakt het systeem beheersbaar.
De angst van universiteiten is begrijpelijk. De waarde van het diploma moet behouden blijven. Maar angst leidt gemakkelijk tot controlemechanismen die kostbaar zijn en het onderwijs bureaucratiseren. De betere route is herontwerp: scherp definiëren wat zelfstandige kennisbeheersing betekent en de toetsing daarop richten, met slimme inzet van AI waar deze de efficiëntie en consistentie verhoogt.
AI ondermijnt het universitaire onderwijs niet. Zij dwingt de universiteit om helderheid te verschaffen over de inrichting van deze kerntaak – en om die taak efficiënt vorm te geven.
*) Alexander Rinnooy Kan was onder meer rector magnificus van Erasmus, voorzitter van ING en de SER en D66-senator. Marc Salomon is voorzitter van de business school van de UvA en hoogleraar Decision Science. Een versie van dit opinie-artikel verscheen eerder bij de Volkskrant
*) Beeld: Nationaal Archief, Bart Molendijk / Anefo, bezetting Vrije Universiteit, 1987