Donald Trumps dreiging Groenland in te nemen, de verkoop van DigiD’s cloudbedrijf Solvinity aan de Amerikanen, de overstap van de Belastingdienst naar Microsoft: iedereen heeft het over digitale autonomie, maar de praktijk zegt iets anders.
De kernvragen luiden: hoe worden we minder afhankelijk van Amerikaanse techbedrijven? Hoe creëren we meer ruimte voor Europese alternatieven?
Op deze vragen werd de afgelopen weken een waaier aan oplossingen gepresenteerd voor vermindering van onze digitale afhankelijkheid. De meeste voorstellen gaan vooral over wet- en regelgeving. Zo is er een voorstel om een Nederlandse cloud te bevoordelen of een rijkscloud te subsidiëren. Een ander voorstel richt zich op Amerikaanse techbedrijven die zich aan Europese soevereiniteitsregelgeving moeten houden.
Het verbaast ons dat de eenvoudigste, goedkoopste en effectiefste oplossing niet wordt genoemd: nudging, een bewezen instrument uit de gedragseconomie om gewenst gedrag te stimuleren. Denk aan het plaatsen van groente op ooghoogte in de supermarkt. Laten we nudging ook inzetten voor digitale groente.
Traag en complex
Het opstellen en het veranderen van regels en wetten lijken logische antwoorden, maar zijn in de praktijk traag, complex en geopolitiek risicovol. Totstandkoming van Europese Unie-wetgeving kost jaren en kan botsen met regels van de Wereldhandelsorganisatie over gelijke markttoegang. Bovendien liggen tegenmaatregelen vanuit de Verenigde Staten voor de hand. Recent werden bijvoorbeeld plannen voor een Europese big techbelasting geschrapt onder druk van het handelsakkoord met de VS.
Er is een eenvoudigere en direct toepasbare route: verlaag de overstapdrempels naar Europese alternatieven. Door informatie beter beschikbaar te maken, vergelijkingen te organiseren en verborgen kosten te openbaren.
Dit is een toepassing van de lessen uit de gedragseconomie: niet verbieden of afdwingen, geen overheidsinterventie via wetgeving, maar de keuzearchitectuur zo inrichten dat alternatieven praktisch en aantrekkelijk worden.
Eén vrijwilliger
Voor veel organisaties en bedrijven is het simpelweg te tijdrovend om zelf Europese alternatieven te zoeken en te vergelijken. Het gaat dan over het hoe, wat, waar en met wie. De veelgenoemde website European-alternatives.eu, op het oog dé pagina over digitale Europese alternatieven, wordt gerund door één vrijwilliger.
Bovendien, de bakker om de hoek of een gemeente heeft lang niet het volledige pakket van hyperscalers nodig. Een combinatie van gespecialiseerde Europese tools volstaat vaak prima. Maar dan moet je wel weten welke combinatie je nodig hebt in een snel veranderende markt. Denk aan platforms waar organisaties hun huidige software kunnen invoeren en direct Europese alternatieven krijgen voorgeschoteld, inclusief concrete vervolgstappen en hulplijnen.
Bij nudging is het heel belangrijk om de zogenaamde default, oftewel de standaardkeuze, goed te maken. Een bepaalde default wordt namelijk heel vaak ‘sticky’. De mens houdt niet van verandering en de mens houdt ook zeker niet van keuzestress. Kijk naar de discussie over voorgeïnstalleerde browsers, waarbij vroeger eerst jarenlange rechtszaken zijn geweest over het koppelen van Internet Explorer aan Windows en later van Google Chrome als standaardbrowser in Android op mobiel.
Het goede voorbeeld
Een logische consequentie daarvan is dat men voortaan de Europese alternatieven als default plaatst. Dus niet ‘Microsoft, tenzij’, maar een ‘Europees alternatief, tenzij’. Het Europese alternatief wordt de default en daarmee vergroot je ook de frictie voor het niet Europees alternatief, omdat er dan extra verantwoording afgelegd moet worden.
Sociale bewijslast, ook wel social proof genoemd, speelt evenzeer. De gemeente Amsterdam maakte bekend pas in 2035 digitaal autonoom te willen zijn. De Duitse deelstaat Sleeswijk-Holstein stapte echter recent al uit de Microsoft Cloud. Er zou een live dashboard opgetuigd kunnen worden onder een noemer zoals Overheden op Europese Cloud.
Wanneer een IT-manager ziet dat 60 procent van de buurgemeenten al een Europees alternatief gebruikt, verlaagt dit de drempel en angst voor het onbekende. Psychologisch onderzoek laat zien dat mensen eerder voor het juiste kiezen wanneer anderen hen voorgingen. Denk aan een bordje waarop staat dat 80 procent van de gasten handdoeken in een hotelkamer hergebruikt.
Onzichtbare kosten
Tot slot telt transparantie over onzichtbare kosten. Wie Amerikaanse en Europese techbedrijven tegen elkaar afzet qua prijs, moet de afhankelijkheid van de VS meerekenen.
Ons argument is dat de empirische literatuur over nudging gebruikt kan worden om Europese gebruikers en overheden met zachte hand in de richting van de Europese alternatieven te duwen.
Natuurlijk lost nudging niet alles op. Zo moeten we ook waarborgen dat Europese IT-groeibedrijven Europees blijven, bijvoorbeeld door steward ownership. Digitale autonomie ontstaat niet louter door wetgeving en strategie. Duwtjes in de goede richting kunnen een groot effect hebben. Door nu nudging toe te passen kunnen we de stap zetten van mooie woorden naar daadwerkelijke onafhankelijkheid.
*) Bernold Nieuwesteeg is rechtseconoom en Michael Faure emeritus-hoogleraar rechtseconomie. Een versie van dit artikel verscheen eerder in Het Financieele Dagblad
**) Photo by Diamond Rehab Thailand on Unsplash