Dit is maar één voorbeeld hoe technologie een rol speelt in ons leven van alledag, hoe het onze verhouding tot de omgeving verandert en vooral ook hoe we omgaan met elkaar. De vraag is welke invloed dit heeft op de ontwikkeling van jonge kinderen?
Menselijke ontwikkeling is vooral een sociale kwestie. Van jongs af aan zijn we deelnemers in steeds wisselende omgevingen. We leren van onze ervaringen, vooral van onbekende situaties en culturele ontmoetingen, daarin begeleid door mensen met meer kennis en ervaring
Volwassenen delen opvattingen in de omgang met kinderen en creëren nieuwe kennis. We duiden de wereld om ons heen, in al haar verscheidenheid, complexiteit en schoonheid. Kinderen leren ervan en volwassenen proberen de wereld door de ogen van een kind te zien. Interactie tussen jonge kinderen en volwassenen is bijzonder zoals het tot stand komt met behulp van taal, gelaatsuitdrukkingen, gebaren (zoals wijzen) en bewegingen.
Vijftig jaar onderzoek toont aan hoezeer de menselijke ontwikkeling afhankelijk is van details in deze dagelijkse sociale communicatie. Voor baby's en jonge kinderen is communicatie abstract noch conceptueel, maar gebaseerd op de kleine, routinematig gedeelde momenten; van even stoppen om een trage slak op weg naar school te observeren tot samen een boek lezen aan tafel. Zo worden we mensen.
In de eerste levensjaren zijn patronen van interactie met anderen qua timing van blikken, bewegingen, stemgeluid en taal cruciaal: de tijd die je naar elkaar kijkt, beurtelings aan het woord te zijn, oogcontact en elkaar wijzen op een interessant fenomeen. Deze patronen leren ons hoe we met elkaar omgaan als we samen iets ondernemen. Er is momenteel geen vervanging voor dit soort leren.
Post-digitale mensen worden
Digitale apparaten en media vormen nu een integraal onderdeel van het gezinsleven. Twee derde van de kinderen van 2 tot 5 jaar gebruikt meer dan een uur per dag schermen, en de gemiddelde leeftijd waarop kinderen voor het eerst een scherm gebruiken, daalt heel snel. Onderzoekers toonden hoe digitale technologie de omgang van kinderen met alledaagse taken en activiteiten veranderen, van spelen en opletten tot het onthouden en slapen.
Dagelijkse blootstelling aan digitale apparaten wordt in verband gebracht met moeilijkheden bij het maken van huiswerk, taken volbrengen en omgaan met problemen in het gezin. Ook de nachtrust lijkt negatief te worden beïnvloed door schermgebruik, vooral vlak voor het slapengaan.
Zelfs een tv die op de achtergrond aanstaat, kan een negatieve invloed hebben op de speeltijd van zeer jonge kinderen, waardoor de kwaliteit van hun geconcentreerde aandacht wordt verstoord en hun speeltijd verkort.
Hoewel de neurowetenschap ons vertelt dat herhaalde blootstelling aan deze technologie al nieuwe paden uitslijt in het menselijk brein, is dat niet uitsluitend negatief. Hoogwaardige media-inhoud, bijvoorbeeld in de vorm van tekenfilms of educatieve apps, kan kinderen helpen beter om te gaan met hun emoties en hun taalvaardigheid verbeteren.
Evolueren we dus naar techno-hybride superintelligente wezens? Worden kinderen slimmer als we ze hun gang laten gaan op Sesamstraat op onze smartphones? Of worden we alsmaar dommer terwijl opvoeding slechter wordt?
Misschien is het niet uitsluitend negatief, zoals schrijvers en academici als Jeannette Winterson en Katherine Hayles suggereren. Volgens hen is het ‘post-menselijk’ worden de volgende stap in de natuurlijke evolutie van de mens naar aanpassing en transformatie naar iets anders – niet beter, niet slechter.
Hoewel technologie kinderen op sommige gebieden slimmer kan maken, kan het evenzeer hun aandacht, spel en slaap verstoren. Wat we niet weten, is hoe dit precies van invloed is op de relatie tussen kinderen en ouders. Onze groep SITE bij het Robotic Lab van de Universiteit van Lund onderzoekt momenteel hoe kinderen technologie begrijpen en hoe digitale praktijken de interacties de vroege schooljaren en het gezin beïnvloeden.
Geen magisch recept
Een eeuw geleden stelde Maria Montessori dat aandacht het mooiste cadeau is dat een volwassene een kind kan geven. Aandacht was volgens haar het vermogen om de wereld door de ogen van een kind te zien en vanuit dat perspectief samen de wereld te verkennen.
Als de aandacht van een volwassene en een kind op iets anders gericht is dan de omgeving, zoals bij het bekijken van een video terwijl je in het park zit, kun je een kans missen om samen met aandacht te ontdekken en leren in momenten.
Bij het aandachtig samen leren en ontdekken testen kinderen hun invloed en leren ze omgaan met anderen. Nu de technologie sneller dan ooit vooruit gaat, moeten we nagaan in hoeverre technologie dit essentiële contact verandert.
Westerse ouders maken zich in toenemende mate zorgen over de schermtijd van hun kinderen en voor de meesten is het een worsteling om afspraken te maken. In plaats van hen de schuld te geven, moeten we ouders helpen begrijpen dat er geen magisch recept is. Het belangrijkste is om uit te zoeken welke gedeelde momenten het beste aan technologische apparaten kunnen worden (uit)besteed en welke zonder technologie beter af zijn.
Dit is onze suggestie: elk moment van de dag dat samen zonder schermen wordt doorgebracht, is kostbaar, zelfs de momenten die onbelangrijk lijken. Een boek lezen voor het slapengaan, verzonnen verhalen vertellen tijdens het autorijden, kastanjes rapen op straat of domweg samen vervelen zijn allemaal cruciaal.
Behoud die momenten en kies bewust de momenten waarop de afleiding door een scherm welkom is, bijvoorbeeld wanneer je als volwassene gewoon te weinig energie hebt om iets beters te bieden. Er is geen standaardoplossing die voor iedereen geschikt is – zoek gewoon wat voor je eigen gezin werkt.
Over een paar jaar zullen we misschien zien dat ons langzame leerproces met en door anderen ingrijpend is veranderd. Hoewel technologie op zich niet als volledig slecht of goed moet worden beschouwd, is het nodig om meer inzicht te krijgen in hoe kinderen kijken, spelen en actief zijn met digitale hulpmiddelen.
*) Valentina Fantasia is Associate Professor in Cognitieve Wetenschap aan de Lund University. Joanna Raczaszek-Leonardi is hoogleraar Psychology aan de Universiteit van Warschau. De Engelstalige versie van dit artikel verscheen bij The Conversation
**) Beeld: Peter Olsthoorn, augustus 2010