Johan Derksen, Rob Hoogland, Frits Wester, Arjen Noorlander, Tom-Jan Meeus, Sheila Sitalsing en Kustaw Bessems (uithangbord voor adviespraktijk) oefenen meer invloed uit op de democratie dan een gemiddeld hardwerkend Kamerlid. Tegenspraak is maar lastig en zelden bekennen ze ongelijk. NRC is invloedrijk met haar opvattingen hoe de wereld eruit moet zien, wat nogal arrogant kan overkomen.
Fraude correspondent
Dit stuk begint met de affaire Oumaima Abalhaj, door NRC aan de dijk gezet als correspondent Spanje-Portugal-Marokko wegens grootscheepse fraude met artikelen. Uniek is dit niet: Trouw (2014), Parool en AD (2011) de Volkskrant (1996 en 2015 en eerder) en zelfs New York Times (2003 en 2020) vielen ten prooi aan bedrog.
En NRC zelf: Oscar Garschagen moest in 2017 het veld ruimen als NRC-correspondent in China, na precies dezelfde journalistieke misdaad, het verzinnen van bronnen en citaten, en bovendien namen van woordvoerders.
Zoon Melle Garschagen staat als plaatsvervangend NRC-hoofdredacteur in het oog van de storm in de affaire-Abalhaj. Na een onthulling van GeenStijl over de fabulerende journaliste maakte hij de grove fout te ontkennen. Na nader onderzoek van GeenStijl, keurig verwoord, moest NRC op 20 september 2025 bekennen dat Abalhaj ernstig journalistiek bedrog pleegde met ten minste acht artikelen vanaf 2021, variërend van “het fingeren van bronnen of het fabriceren van citaten tot het weglaten van bronvermelding”.
Hoofdredacteur Patricia Veldhuis van NRC spitst de maatregelen toe op de kwestie zelf: “We trekken hier opnieuw [na pa Garschagen] lessen uit en zullen onze werkprocessen aanscherpen. U kunt daarbij denken aan intensievere begeleiding van onze correspondenten: zorgen dat zij zich ook vanaf grote afstand meer onderdeel voelen van de redactie en de ruimte voelen om aan de bel te trekken als een verhaal niet lukt.”
De vraag gaat volgens mij verder dan de fraude met de Chinese en de Spaans-Marokkaanse correspondent. Is de invloed daarvan op de informatievoorziening wel zo groot? Misschien erg om hardop te zeggen, maar ik denk niet dat NRC-lezers volkomen op het verkeerde been zijn gezet qua beeldvorming over deze landen. Schaamte speelt zwaar, zeker nu GeenStijl in koele bloede het vonnis velde.
Ik denk dat er veel grotere vraagstukken zijn voor de beeldvorming door media, in dit geval NRC. Dit behelst op de eerste plaats de selectie van onderwerpen: wat breng je wel en wat niet? Die vraag geldt voor onderwerpen, artikelen, alinea’s, zinnen en woorden. En groter: welk beeld zet de krant neer van de samenleving? Ik benoem dat als ‘cultuur’, hoe moeilijk ook te duiden.
Niet-onafhankelijke Ombudsman
Hoe openbaart zich die cultuur? Bijvoorbeeld met de NRC Ombudsman. Zo verwijst Veldhuis voor een oordeel over de affaire-Abalhaj naar de nieuwe ombudsman Herman Staal. Hij oordeelt binnen de lijntjes over deze affaire. Het lijkt hard, maar hij negeert de hamvraag: waarom is het eerste signaal van GeenStijl over de fraude tegengesproken door de hoofdredactie en welke consequentie heeft dit falen?
Veldhuis noemt de Ombudsman ‘onafhankelijk’. Ze keurde echter zelf zijn benoeming goed. Staal werkt al 31 jaar als kundig journalist voor NRC, ook in chef-functies, en staat er nog op de loonlijst van uitgever Mediahuis. Nimmer waren de NRC Ombudsmannen onafhankelijk en ze keerden veelal terug in de gelederen. De wekelijkse oordelen zijn veelal omslachtig, gaan over incidenten en bevatten zelden fundamentele kritiek op de cultuur, macht en invloed van NRC als geheel; noch gaat de Ombudsman met analyses in op invloedrijke opiniemakers. Tegenspraak van buiten is doorgaans beperkt tot incidentele foutjes aangestipt in ingezonden brieven.
De cultuur van NRC etaleert zich vooral in het aplomb van het presenteren van commentaar en opinie. Bas Heijne mocht, reizend tussen zijn habitats Amsterdam-Zuid en Parijs, jarenlang onweersproken vertellen hoe de samenleving en politiek eruit zien, en vooral, eruit zouden moeten zien. (Niets ten nadele van zijn mooie bijdragen zoals over Couperus). Idem dito voor Caroline de Gruyter die vanuit haar diplomatieke bubbel NRC-lezers mag vertellen hoe ze over de EU moeten denken; en Folkert Jensma die ongeveer in zijn eentje voor NRC de rechtsstaat bewaakt conform zijn eigen principes.
Hun opvattingen en vooral gebrek aan tegenspraak kleuren een elitaire cultuur. Die schurkt politiek aan tegen die van D66 en past het lezersvolk van NRC: ‘links lullen en rechts vullen’, blijkens bijvoorbeeld luxereclames in NRC Magazine en de dure reisaanbiedingen.
Niettemin is NRC tegelijkertijd een uitstekende, unieke en onmisbare, goed geschreven ‘kwaliteitskrant’ met veel mooi onderzoek. Maar een elementaire vraag, ook voor een Ombudsman: welk wereldbeeld presenteren wij op welke wijze met welke personen? Hoe voorkom je dat macht corrumpeert, zelfkritiek wegebt, de interne apenrots domineert en externe tegenspraak wordt gebagatelliseerd?
Dat is geen eenvoudige opgave voor hoofdredacteur Veldhuis, die zelf niet elitair en/of arrogant is. Daarbij komt voor haar wel de commerciële medeverantwoordelijkheid voor de abonnee-inkomsten en indirect de reclame- en webshop-omzet. De druk daarvan speelt altijd en sijpelt door naar alle geledingen. Dat houdt mede de cultuur in stand: lezers zien hun mening en houding weerspiegeld in Bas Heijne. De cultuur is ook commercieel gedragen.
Ervaringen met NRC Handelsblad
Wat persoonlijke ervaringen met de krant: als bezorger, nu 55 jaar geleden - voor 1 gulden per dag - had m’n veel te zware krantentas een serie titels die ik aanvankelijk niet uit elkaar kon houden. Dat bracht tranen. Bewoners van (Berkel en) Rodenrijs, doorgaans laag opgeleide agrariërs die niet zonder krant konden - hielpen me er doorheen.
Titels waren Rotterdams Nieuwsblad en Haagsche Courant (algemeen), De Rotterdammer (christelijk), De Tijd/Maasbode (katholiek) en Het Vrije Volk (socialistisch). NRC Handelsblad bleef, voor zover het onbetrouwbare geheugen me helpt, beperkt tot enkele exemplaren voor de villa’s. Zelf las ik heel jong De Tijd, en op m’n 18e bracht een krant rond met m’n eerste eigen nieuwsberichtjes. Pas als student geschiedenis ontdekte ik Volkskrant en NRC Handelsblad inhoudelijk.
Als correspondent Rotterdam voor vakblad de Journalist betrad ik begin jaren tachtig voor het eerst de redactie van NRC aan de Westblaak in Rotterdam-Centrum om redactrice Elsbeth Etty te interviewen. Ik voelde me heel klein. Dat werd benadrukt door een redacteur die me de weg versperde met de vraag wat ik er te zoeken had.
De man was Folkert Jensma, voor mij vanaf dat moment de vleesgeworden arrogantie van NRC. Hij gaat de geschiedenis in als de hoofdredacteur van NRC met het denigrerend commentaar over Pim Fortuyn (pdf) op de dag van de moord op hem, 6 mei 2002. Sneue samenloop, mede de oorzaak van een affaire Folkert en Volkert met een onjuiste oorzaak-gevolg beschuldiging. Probleem was ook dat Jensma volhardde in zijn gelijk. Recent nog, in een boeiend gesprek over kunst en muziekvoorkeuren op NPO Klassiek, gaf hij een onnavolgbare draai aan de kwestie om zichzelf vrij te pleiten. Jensma zet zich nu in als voorzitter van journalistenbond NVJ.
Schrijven voor NRC
Ik schreef jarenlang freelance voor NRC, niet frequent, maar had contact met een flink aantal redacteuren. Ze waren nagenoeg allemaal even toegewijd, hard werkend als vakkundig, soms zelfs vriendelijk. Goede samenwerking was heerlijk. Ik was echter geen makkelijke freelancer, had te veel kritiek en was gericht op inhoud; en stilistisch slordig wat de nodige eindredactie vergde en mede reden was voor einde oefening.
De angst die ik veertig jaar geleden ervoer vanwege de arrogantie van NRC verdween nooit helemaal. Redacteuren, inclusief leidinggevenden, kunnen individueel nog zulke prettige mensen zijn, als collectief in hun habitat vormen ze een macht van betekenis waar je aan ondergeschikt dient te maken. De cultuur van een organisatie is een eigenaardig fenomeen, en kan bij redacties genoeg nare kantjes met zich meedragen zoals arrogantie en machtsmisbruik.
M’n beste vriend, journalist, vertrok al na een half jaar bij NRC als vaste redacteur, juist vanwege die arrogante cultuur. Het valt niet eens mee om dat gevoel te duiden. Maar hij, bakkerszoon afkomstig uit hetzelfde boeren- en tuindersdorp als ik, kon evenmin wennen aan de NRC-cultuur waarvan Jensma een exponent was tussen overwegend aardige, kundige journalisten.
De macht deed zich recent nog gelden: ik bood een uitgebreide correctie op een eerdere publicatie over een onjuist benaderde geschiedeniskwestie in NRC. Een redacteur met historische achtergrond maakte zich sterk voor publicatie, maar betrokkenen wezen het af. Fundamentele tegenspraak ligt moeilijk bij NRC en andere media met macht. M’n weerlegging van het NRC-verhaal is elders gepubliceerd. Binnenkort heb ik weer zo’n kwestie, want vooral met interviews wordt door journalisten veel te weinig onderzocht.
Die cultuur van het ontwijken van fundamentele tegenspraak is volgens mij een belangrijk euvel van machtige media, ook van NRC. Dat is zeker niet louter de huidige hoofdredacteur Patricia Veldhuis aan te rekenen, zich drie slagen in de rondte werkend, bescheiden in de omgang en (nog) geen corrumperende macht etalerend. Bij de eerste vrouwelijke NRC-hoofdredacteur, Birgit Donker, speelde dat recent wel. Ze moest terugtreden als directeur van het Fotomuseum.
Over haar even markante als dominante opvolger, de begenadigde Belgische marketeer Peter Vandermeersch, schreef ik eerder. Pieter Kottman, ex-redacteur van NRC, publiceerde over Vandermeersch in HP de Tijd in juni 2023, en Daniela Hooghiemstra al in 2019. Teneur: machtsvorming in de NRC-cultuur met een gebrek aan zelfreinigend vermogen.
Over die cultuur van NRC (en evengoed van andere machtige media) zou het debat wellicht moeten gaan, zeker bij wat heet een ‘Ombudsman’. Natuurlijk is de affaire-Abalhaj een smet op het blazoen van de titel, maar op zichzelf niet het grootste probleem. De vraag zou kunnen luiden: hoe gaat NRC om met macht en hoe zouden we de cultuur die dit met zich meebrengt aan de orde kunnen stellen?