Foto’s en video van slachtoffers

Peter R., GeenStijl, journalistiek en onderlinge privacy

Met de publicatie van beelden van de moordaanslag op Peter R. de Vries maakte GeenStijl gebruik van de ‘persvrijheid’ van burgers. Die schenden immers massaal onderling privacy, niet gehinderd door wetgeving.

Een grote aanslag zaait onmiddellijk verontwaardiging, pijn en ook verwarring. De aanslag op Peter R. de Vries op 6 juli 2021 leidde bijvoorbeeld tot schakelen tussen de spanning over het vervolg en die van de voetbalwedstrijd Italië-Spanje, in het hoofd en met de afstandsbediening.

Lof viel ten deel aan De Vries’ heldendom als journalist, vooral met onderzoek dat zich uitstrekte tot hulp aan nabestaanden van moorden en tot het vrij krijgen van onterecht veroordeelden. Maar verbazingwekkend was de vaststelling van een ‘aanval op de persvrijheid en journalistiek’ zoals geuit door Mark Rutte, Ferd Grapperhaus en Willem Alexander van Oranje. Journalist Bert Huisjes (WNL) opperde dat De Vries de lijn van betrokkenheid bij zijn onderwerpen vaak overschreed, en ex-politiechef Joop van Riessen vond dit letterlijk journalistiek discutabel.

Aanslag op de rechtsstaat

De Vries koos recent partij voor bijstand van een dubieuze kroongetuige, van wie een broer en advocaat al vermoord waren. Zoveel moed wordt overmoed, wat de moordaanslag niet minder erg maakt.

En een aanval op de rechtsstaat? Tommy Wieringa in NRC over de aanslag: ‘Die schokt vooral de rechtsorde, erg genoeg, maar de rechtsstaat is niet onmiddellijk in het geding.’ Twee pagina’s verder volgens Folkert Jensma: ‘Een aanslag op de rechtsstaat dus, waarin De Vries meerdere rollen vervulde dan alleen journalistieke.’

Eric Jurgens in de Volkskrant: met de aanslag op Peter R. de Vries is de rechtsstaat niet meteen in het geding. Want de rechtsstaat is de noemer van de beginselen die in de Grondwet zijn vastgelegd. Dan gaat het om vrijheden en grondrechten. Deze beginselen zijn door de aanslagplegers niet aan het wankelen gebracht.  

Er waren aanslagen bij Panorama en De Telegraaf, Paul Vugts van Het Parool moest onderduiken, John van den Heuvel en Mick van Wely van De Telegraaf worden al jaren beveiligd. Hoofdredacteur Paul Jansen van De Telegraaf schrijft: ‘Het is de bizarre werkelijkheid voor een hoofdredacteur anno 2021. Niet het nieuws, maar de veiligheid van de brenger van het nieuws vraagt allereerst aandacht.’

Wereldschokkend versus dierbaren schokkend

Anders dan bij de moorden op Fortuyn en van Van Gogh publiceerden de kranten geen beeld van het neergeschoten, bloedende slachtoffer. In dezelfde verantwoording schrijft Jansen: ‘We besluiten de foto’s niet te publiceren. Bij de moord op Pim Fortuyn deden wij en veel andere media dat wel, maar De Vries vecht voor zijn leven en de tijdgeest lijkt veranderd. Het is moeilijk daar de vinger op te leggen, maar het sentiment leek te gaan kantelen rond de golf van islamitische terreuraanslagen in Europese steden.’

Eerstgenoemd criterium zegt: als het slachtoffer nog leeft, niet publiceren. Hoe consequent kun je dit handhaven? De veranderde tijdgeest duidt Jansen niet: bedoelt hij toegenomen gevoeligheid en wellicht de wens om niet mee te gaan in de poging van daders om verderf te zaaien.

Hoofdredacteur Pieter Klok van de Volkskrant heeft een hele andere motivatie: bij Fortuyn kwam de unieke foto van het ANP en bij De Vries maakten amateurs de beelden die bovendien al breed verspreid waren. ‘Bij Pim Fortuyn moesten we de vraag beantwoorden of we dit beeld met de lezers wilden delen. We besloten van wel. Bij een wereldschokkende gebeurtenis hoort een wereldschokkende foto. Inmiddels kunnen we ervan uitgaan dat iedereen die dat beeld wil zien, dat online allang heeft bekeken. De noodzaak om het beeld te publiceren is kleiner geworden.’

De logica van de redenering is moeilijk te volgen. Ze impliceert dat de Volkskrant wel vindt dat haar lezers recht hebben op een ‘wereldschokkende foto’, maar dat ze die zelf maar op internet moeten zoeken. Dat is een afweging.

Ook Trouw en NRC onthielden zich van publicatie van beeld van de neergeschoten De Vries. In de rubriek Dit zijn de indrukwekkendste foto’s van deze week toont NRC enkel als laatste plaatje de ‘bloemenzee’ voor De Vries. Plaatsvervangend hoofdredacteur Elske Schouten: ‘We zijn niet weekhartiger geworden, maar de omstandigheden zijn veranderd. De beelden staan nu heel snel online. Wij zijn gaan nadenken: willen wij dat familie of nabestaanden via ons horen wat hun naaste is overkomen? We wegen het journalistieke belang af tegen het belang van de persoon zelf en zijn naasten. In de praktijk komt dat erop neer dat we minder heftige beelden tonen.’

Het criterium ‘willen wij dat familie of nabestaanden via ons horen wat hun naaste is overkomen?’ is hier niet van toepassing en ook moeilijk altijd vol te houden. En geldt familie beschermen ook voor buitenlands beeld?

GeenStijl rauwe werkelijkheid

Kortom, het valt niet mee om rationeel consequente argumenten te hanteren om schokkende foto’s en video van burgers al dan niet in massamedia over te nemen. Krantensites bieden ook geen links naar de beelden. Zo publiceerde NRC wel een artikel over GeenStijl dat beeld van de neergeschoten De Vries publiceert, maar geen link zodat de lezer zelf kan oordelen.

Besluiten zijn vaak van sentimenten en context afhankelijk, en beleden principes zijn vaker volgend dan bepalend. Zo vinden we het normaal en noodzakelijk dat in de recent geroemde Inside The Capitol Riot van New York Times, waar veelvuldig naar is verwezen, het doden extra gemarkeerd wordt; net als in zoveel reportages dat open en bloot zichtbaar is. We kennen de familie niet.

GeenStijl publiceerde de beelden van de neergeschoten De Vries en de eisen van RTL en de politie om deze te verwijderen. Chef Bart Nijman heeft daar een hermetische verklaring voor: ‘Laat het maar zien hoor, wat er gebeurt in Dit Land. Niet abstract maken, gewoon in ieders gezicht gooien. Dit is wat bepaalde mensen in bepaalde métiers doen wanneer ze vinden dat je ze in de weg loopt. En als je niet tegen die beelden kunt, dan log je maar uit op Twitter en kom je lekker niet naar GeenStijl, dan ga je maar naar de NOS of naar RTL Klein of naar Mediahuis, die filteren de informatie precies tot op een niveau waarop ze denken dat hun publiek het aan kan.’

Google censuur?

In dat verhaal vertelt Google-woordvoerder Rachid Finge dat YouTube zoveel mogelijk beelden van De Vries op straat heeft verwijderd. ‘Het is altijd een dilemma, waarbij je probeert de vrijheid van meningsuiting in stand te houden. Binnen een bepaalde context, voor onderwijs, wetenschap of journalistieke doeleinden, maken we uitzonderingen.’

De beelden waren verboden volgens de richtlijnen, zegt Finge. Was dat zo? YouTube stelt over verboden beeld van geweld: ‘Gewelddadige of bloederige content die is bedoeld om kijkers te shockeren of afschuw op te wekken, is niet toegestaan op YouTube. Hetzelfde geldt voor content die anderen aanmoedigt om gewelddadige handelingen uit te voeren.’

Hier meent Google zich een criterium te permitteren over de intentie van de plaatsing, maar die kan Google, zonder uitdrukkelijke tekst over ‘shockeren’ of ‘afschuw opwekken’ niet weten. Vervolgens toont Google een rijtje ‘gewelddadige beelden’ die op YouTube verboden zijn.

Daar staat bij ‘lijken’, maar De Vries leefde nog. ‘Nasleep van terroristische aanslag’ was ook niet van toepassing, maar dit gaat in de richting van censuur. Dit zijn banale zinnen, om aan te geven: waar leg je de grens? Logischerwijs bepaalt Google de verboden in theorie zo zwaar mogelijk, om in de praktijk makkelijker uitingen te kunnen verwijderen. Bovenal is Google een privaat bedrijf dat zelf haar regels mag bepalen. Tenzij er een monopolie is. (Voorheen kon je naar LiveLeak voor beelden van de rauwe realiteit van het barre leven zoals voor onthoofdingen, maar de site stopte ermee in mei.)

Kun je wel linken naar verwerpelijke uitingen? Bij aanvang van Planet Internet in 1995 wisten we zeker dat we dat wel moesten doen, maar niet naar kinderporno. Dus er lag al een morele grens. Die is tot 2021 kennelijk aldoor opgeschoven. Op zoek naar buitenlandse krantensites die wel beeld van De Vries op straat publiceren stuitten we op The Sun dat geen slachtofferfoto maar wel namen van daders en hun foto’s publiceert. Echter, ook GeenStijl publiceert uitgebreid beeld en naam van de verdachte schutter. (Klikken hoeft niet.) Is dat niet erger voor de familie dan foto’s van het slachtoffer voor diens dierbaren?

Onderlinge privacy

Peter R. de Vries was, liggend op straat, niet door de datawet (AVG) beschermd. Hij is een publiek figuur en de aanslag is journalistiek relevant. De AVG voorziet niet in bescherming tegen de wellicht grootste privacyschending heden ten dage, door personen zelf en door vrienden dan wel volgers op Instagram, Facebook en Twitter: ‘Deze verordening is niet van toepassing op de verwerking van persoonsgegevens door een natuurlijke persoon in het kader van een louter persoonlijke of huishoudelijke activiteit…[zoals] …het sociaal netwerken en online-activiteiten in de context van dergelijke activiteiten.’

Wel kunnen deelnemers aan platforms deze partijen aanspreken voor verwijdering van gewraakte uitingen; en indien deze niet optreden een klacht indienen bij toezichthouder AP, of het andere individu voor de rechter slepen met een beroep op de onrechtmatige daad. Dus familie De Vries zou Google kunnen dagen indien het de video’s niet van YouTube verwijderd zou hebben. Google zou zich dan juridisch verdedigen, want het bedrijf staat doorgaans - voor zover bekend - in vergeetrechtzaken wel pal voor uitingsvrijheid.

Zo’n zaak over onderlinge privacy kwam recent tot een uitspraak voor de rechtbank Rotterdam, zo bericht De Telegraaf dit weekend. Gedupeerden van een failliet computerbedrijf scholden op Facebook de bestuurders de huid vol. Onder de beldigden was een interimmanager die notabene ook zelf door het faillissement rekeningen niet betaald kreeg.

Hij sprak Facebook aan op de teksten en bewerkte foto’s van hem, maar kreeg te horen dat die binnen de regels bleven. Ook de paginabeheerder gaf niet thuis en Google wilde de pagina niet uit de index halen. Dus kreeg de interimmer niet of nauwelijks nieuwe opdrachten. Jurist Nick Voorbach van verwijderingsverzoek.com deed met succes een beroep op de AVG in de rechtszaak. Facebook verdedigde dar tevergeefs de vrijheid van meningsuiting.

Jurist Christiaan Alberdingk Thijm zegt in De Telegraaf dat dit vonnis betekent dat de rechter het vergeetrecht uit de AVG toepast en moet aantonen dat een uiting rechtmatig is; in plaats van dat een gedupeerde moet bewijzen waarom een post onrechtmatig is en moet worden verwijderd. Volgens Voorbach moet Facebook nu zijn regels strakker gaan interpreteren bij verzoeken om posten te verwijderen.

Nieuwe wetgeving?

Het ontbreken van bescherming bij onderlinge privacyschending was in 2018 aanleiding voor VVD-kamerlid Sven Koopmans voor een Initiatiefnota Onderlinge privacy. Een jaar later kwam minister Dekker van Rechtsbescherming met een antwoord met beloften, variërend van meer geld voor online voorlichting (Privacywijzer.nl) tot onderzoeken naar een ‘snelloket’ voor het terstond laten verwijderen van schadelijke uitingen, strafbaarstelling van ‘wraakporno’ en van het filmen van (verkeers)slachtoffers.

Recent publiceerde Bart van der Sloot van de Universiteit Tilburg in wetenschappelijk tijdschrift Privacy & Informatie 2021 / 3 over mogelijkheden om de ‘horizontale privacy’, die tussen burgers onderling, wettelijk beter te regelen. Immers, burgers schenden steeds vaker elkaars privacy, met telefoons, drones, deurbellen met camera en ook stiekeme opnameapparatuur. ‘Een eenvoudige, maar radicale oplossing zou zijn om de huishoudelijke exceptie simpelweg te schrappen’, aldus Van der Sloot. Dus dan geldt de databescherming van de AVG niet enkel voor organisaties maar ook voor burgers onderling.

Handhaving blijft dan een probleem. Burgers kunnen op grond van de AVG wel naar toezichthouder AP of de civiele rechter stappen, maar de eerste heeft geen tijd en middelen en een rechtsgang is duur en bewerkelijk. Wellicht kan ‘mediation of conflictbeslechting door middel van een ombudsmanachtige persoon’ volgens Van der Sloot een effectiever middel vormen.

Civielrecht op grond van de onrechtmatige daad is nu goed mogelijk, maar de schadevergoeding weegt veelal niet op tegen de proceskosten. Schadevergoedingen moeten dus omhoog. Ook is door de Tweede Kamer geopperd om een snelle procedure via een kort geding in te voeren zodat lasterlijke uitingen terstond weggehaald moeten worden, zoals bijvoorbeeld wraakporno. Ook kan, zekere in internationale zaken, mediation leiden tot een snelle uitkomst.

Strafrecht of mediation

Binnen het strafrecht zijn volgens Van der Sloot tal van aanpassingen mogelijk om de onderlinge privacy beter beschermen, met stringentere regels gericht tegen wraakporno, drone-opnamen en filmen van ongelukken (en slachtoffers van aanslagen?). Maar moet je daarvoor niet blijven bouwen op maatschappelijk fatsoen? Te meer daar bij anoniem publiceren een strafzaak knap ingewikkeld kan worden, aldus Van der Sloot.

Ook zouden groepen burgers gezamenlijk, bijvoorbeeld via Bits of Freedom, strafzaken moeten kunnen beginnen tegen platforms die massaal privacy schenden door het uploaden van schadelijke video toe te staan. Ook een omkering van de bewijslast kan helpen, zodat een platform moet aantonen dat er toestemming was om te filmen en te verspreiden.

Kortom, het is nogal ingewikkeld om dit probleem wettelijk aan te pakken. Een veel makkelijker weg is die van enerzijds fatsoen en anderzijds de regels van platforms. Het laatste hielp in een rechtszaak tegen Facebook. Echter, als Google en Facebook vaker worden veroordeeld, loont het des te meer om uitingen bij klachten maar snel weg te halen. Dat betekent minder vrijheid van meningsuiting.

Het eerste criterium is discutabel. Dat blijkt uit de bovenbeschreven redenen die hoofdredacteuren opperen om geen foto’s van de neergeschoten De Vries te publiceren. Bovendien is er, conform GeenStijl, journalistiek veel voor te zeggen om de realiteit in al haar rauwheid te tonen.

Maar geldt die noodzaak ook voor wraakporno, gefilmde verkeersslachtoffers, vechtpartijen op schoolpleinen, geheim opgenomen gesprekken en andere onderlinge schendingen van privacy? Daar kun je de rechtspraak over laten oordelen, maar die heeft het al zo druk.

Juist in deze gevallen kan een laagdrempelige vorm van rechtspreken, bijvoorbeeld met snelle mediation, soelaas bieden. Openbaarheid van deze zaken en uitspraken helpt ook om normen en (vooral) waarden te creëren.

Registreren en de nieuwsbrief ontvangen?

We gaan zorgvuldig met je gegevens om. Je krijgt ook gelijk toegang tot alle plusartikelen en je kunt reageren op de artikelen.

asdas sdf fs dfsdfsf sdffsd

Netkwesties © 1999/2020. Alle rechten voorbehouden. Privacyverklaring

Ehio Media content marketing
1
0
1