Leer liever geesteswetenschappen

Big data neemt het gezond verstand niet over

In ‘Filosofie in een tijd van big data’ breekt de Deense filosoof Christian Madsbjerg een lans voor het gezonde verstand. En bij voorkeur gestoeld op geesteswetenschappen. Een heerlijke dwarse visie, hoewel een beetje over de top gebracht.

Auteurs buitelen over elkaar heen met de boodschap dat maatschappelijke besluitvorming en vooruitgang hoofdzakelijk op big data analyse gestoeld worden, zoals zelfs de intelligente Maxim Februari. Maar is dat zo? Laten we onze menselijke geest straks willoos overwoekeren door data?

Convergentie door datamethodiek

Alfa, bèta- en gammawetenschappen komen dichter bij elkaar door big data. Of het nu gaat om het duiden van verschijnselen in fysica, biologie, economie, geschiedenis of antropologie, overal rukt de analyse van grote databestanden op als nieuwe en wellicht voorlopig belangrijkste bron van onderzoek. Dit betekent dat jonge onderzoekers in de alfa- en gammawetenschappen zich ook moeten bekwamen in meer bèta georiënteerde methoden.

Maar vermoedelijk zal ook in de wetenschap, net als in de marketing, de onderzoeker in de verleiding komen om van big data, veelal geanonimiseerd, dieper in de gaan op casussen. Deze staan vaak op naam. Specifieke gevallen als illustratie van ontdekte patronen vanuit data-analyse worden veelal ook pas interessant met ‘namen en rugnummers’. Dat brengt de grens van privacyschending dichterbij.

Filosoof en bedrijfsadviseur Christian Madsbjerg is allerminst uit op een vredelievende aanzet tot synthese van de verschillende wetenschappen. Het betoog van de Deen is een afrekening met het volgens hem doorgeschoten geloof in exacte wetenschappen waarin de informatica enorme hoeveelheden ‘harde’ data spuwt.

Leve de geesteswetenschappen

Zonder in staat te zijn daar op de meest intelligente wijze betekenis aan te geven. Want daar heb je, vindt Madsbjerg, dus echt een ondergrond in geesteswetenschappen voor nodig. Als bedrijfsadviseur brengt hij dit in praktijk met de eigen toko die uitgaat van probleemoplossing op basis van antropologie, filosofie en sociale psychologie.

Ook de voorbeelden ter onderbouwing van zijn theorie in Filosofie in een tijd van big data komen voornamelijk uit de adviespraktijk, zoals bij automaker Ford. Maar ook voert hij andere voorbeelden aan zoals van de grootste speculatiewinst ooit, van George Soros en trawanten die in september 1992 vanuit politieke geschiedenis redeneerden dat de waarde van de Duitse mark ten opzichte van het Britse Pond sterk in waarde moest gaan stijgen.

Ze zetten driemaal het totale kapitaal van hun hedgefonds van 5 miljard dollar op devaluatie van het Pond. Soros Fund Management maakte een miljard winst en Soros ging de geschiedenis in als de man die de Bank of England brak. Britse belastingbetalers verloren een kleine vier miljard pond in totaal en Soros besteedde zijn winst met investeringen in voornamelijk Oost-Europa voor herverdeling van welvaart.

Volgens Madsbjerg hebben de ervaringen met onzekere geschiedenis die Soros ervoer als Joodse jongen gedurende de Tweede Wereldoorlog in Hongarije, waar hij de oprukkende Russen in 1946 ontvluchtte, zijn beoordelingsvermogen gevormd. En Karl Popper, de wetenschapsfilosoof die vanuit z’n ervaringen met de veranderlijke en onzekere geschiedenis met The Logic of Social Sciences de basis legde voor sociale wetenschap: een theorie is juist tot die ontkracht wordt door nieuwe feiten.

Onderbuik ook

Madsbjerg onderscheidt vervolgens vier soorten kennis:
1. Objectieve, harde, feitelijke  kennis zoals in bètawetenschappen;
2. Subjectieve, betwistbare kennis c.q. meningen;
3. Gedeelde kennis, van gedeelde menselijke ervaringen, aangevoelde stemmingen;
4. Zintuigelijke kennis; fysieke signalen die duiden op een gevoel

Vanuit alle vier de soorten kennis gaven Soros cs. betekenis aan de signalen, dus ze werkten fundamenteel anders dan de banken en beleggingsmaatschappijen. Die proberen louter patronen te ontdekken met hun modellen op basis van harde data (1.), en beperken zich dus – zo luidt de boodschap – onnodig in hun beoordelingsvermogen.

En dan de kern van Madsbjerg: ‘Werken vanuit een paradox: de heersende opvatting is dat informatie niet wetenschappelijk genoeg kan zijn, maar wetenschap sluit juist heel veel informatie uit die op andere manieren tot je komt.’

Ook citeert Madsbjerg de schrijver van A History of Financial Crises, Charles Kindleberger, die zijn benadering vanuit ‘literaire economie’ plaatst tegenover wiskundige economie en econometrie. Een crisis verklaar je niet met bergen data maar met begrip van irrationeel menselijk handelen zoals blindheid voor het mogelijk keren van kansen in tijden van euforie.

Berlin en Aristoteles

En met Isaiah Berlin gelooft Madsbjerg dat de beste betekenisgeving patronen ontwaart op basis van niet enkel data en feiten, maar ook impressies, ervaringen, meningen en subjectieve observaties. En ook teruggrijpt op de phronesis – praktische wijsheid – van Aristoteles.

Madsbjerg is een fan van de filosoof Edmund Husserl als grondlegger van de fenomenologie, de leer van de verschijnselen en waarde van op zichzelf staande ervaringen. Madsbjerg acht die van groot belang voor ‘betekenisgeving’, evenals diens leerling Martin Heidegger. ‘De echte wereld’ moet je als uitgangspunt nemen en niet de verwerking ervan in wetenschap (en al helemaal niet in data).

Madsbjerg draaft vervolgens door met deze tegenstelling. Immers, die is niet zo scherp, want big data zijn vaak ook een weergave van heel veel verschillende ervaringen en keuzes van mensen. Ook de sociale context van talloze handelingen kun je in data vervatten. Die data vormen grondstof van kennis, en dat vereist volgens mij een interpretatie en wetenschap die niet enkel maar bèta is.

Natuurlijk zijn intuïtie en ‘menselijke kennis’ belangrijk voor een complete interpretatie. Die kun je vergroten vanuit geesteswetenschappen, bijvoorbeeld met kennis en interpretatie van romans, poëzie en geschiedenis.

Gesel over Silicon Valley

Madsbjerg zet zelfs de voordelen uiteen van kennis van het sterrenstelsel voor navigatie boven gps. En breekt vervolgens de staf over de creativiteit die Silicon Valley zo dwangmatig ‘afdwingt’ bij werknemers. De techreuzen moeten het hebben van opgelegde en afgedwongen creativiteit, die van volgens de Deense filosoof veel minder waarde is dan de ‘openbaringen’ die in ‘genade’ tot ons komen.

Bijna hatelijk wordt Madsbjerg als hij Silicon Valley beschrijft als één grote machine waarin mensen eenvormig in acteren en eraan bijdragen. Dit (bijna-)slotakkoord mag er zijn dezer dagen: ‘Techniek is wat ons bestaan zo flexibel maakt, maar het is ook wat het zo gemakkelijk maakt om de wereld te manipuleren en erover te beschikken. Dat is vooruitgang, toch?’

Het is verfrissend om, bijvoorbeeld, vraagtekens te plaatsen, bij het ongebreideld bejubelen en stimuleren van ‘innovatie’ als een panacee voor alle problemen en belangrijkste voorwaarde voor vooruitgang. Ik zoek naarstig naar m’n teiltje als een departement of regio of de gemeente KlukKlukkadeel met een Innovatienota komt. Ook zwijgen over het Innovatieplatform kan geen kwaad.

Empathie gezocht

We zien deze zwart-wit discussie overigens ook vaak in de marketing. Traditionele reclamemakers vinden dat een emotioneel tot de verbeelding van miljoenen tv-kijkers sprekende spot vele malen effectiever is dan analyse van enorme hoeveelheden data met ‘targeting’ van specifieke doelgroepen. Dat ze elkaar kunnen aanvullen, is niet overal duidelijk.

De grote problemen van de 21e eeuw, zo besluit Madsbjerg, zijn culturele problemen. Oplossingen vergen sociale intuïtie, actief luisteren, culturele interpretatie, analytische empathie en artistieke integriteit. En o ja, ook politieke vernieuwing. Mond vol termen die een tegenstelling lijkten te vormen met alles waar big data voor staat.

Opnieuw geloof ik – net als in marketing – dat het een het ander niet uitsluit. Ik denk dat het wel meevalt. Madsbjerg plaatst hele belangrijke kanttekeningen bij de overvloed aan optimistische big data verwachtingen, maar vergeet dat big data gewoon grondstof kunnen vormen voor je analyses die je vanuit geesteswetenschappelijke ondergrond benadert.

Robbert Dijkgraaf over bits en algoritmen

Even een uitstapje: de verschillende wetenschappen groeien naar elkaar toe. Zo legt eminent geleerde Robbert Dijkgraaf in zijn column in NRC van februari 2018 uit met een verwijzing naar de volgens hem regelmatig voorkomende ‘Fysicanijd… het onmogelijke verlangen alles op grond van elementaire bouwstenen te willen verklaren. Komt voor onder sociale en geesteswetenschappers. Leidt soms tot een minderwaardigheidscomplex. Symptomen zijn een onredelijk ontzag voor data en formules, zie ook cijferfetisjisme.’

Want natuurwetenschappen stoelen op een begrensde hoeveelheid fundamentele bouwstenen als deeltjes, atomen, moleculen, cellen, genen, bits, algoritmes en netwerken; een betrekkelijk eenvoudig uitgangspunt. Daar zet hij de geesteswetenschappen tegenover als een ‘een onontwarbare knoop van objecten en contexten. Iedereen en alles is uniek, dubbelzinnig en niet-reproduceerbaar. Voor reductionisme is weinig plaats.’

Zo ook in de gamma- of sociale wetenschappen waarin correlaties doorgaans zwak zijn en voorspelbaarheid beperkt is. Zo bezien is het verlangen van alfa- en gammawetenschappers naar de relatieve eenvoud van de bèta’s begrijpelijk, vindt Dijkgraaf. Die er voetstoots van uitgaat dat zijn niet-bèta collega’s daar grote behoefte aan hebben.

Maar afgunst is niet nodig, betoogt hij. Zo is in de exacte wetenschappen de context steeds bepalender voor de manier waarop de harde data zich manifesteren. Zo bezorgt de quantumtheorie de natuurkunde een ‘tegenintuïtief wereldbeeld’: het blijkt onmogelijk om objecten apart te beschouwen, omgeving en interpretatie zijn meer en meer bepalen. ‘Informatie wordt niet vastgelegd op één punt, maar is overal en nergens. Deze verstrengeling zorgt er ook voor dat het experiment en de observator niet strikt gescheiden kunnen worden.’

Ook in de biologie is de omgeving sterker bepalend dan aanvankelijk gedacht en ligt niet alle informatie in ons DNA: ‘Het genoom is niet zozeer een blauwdruk als een catalogus. Immers wat bepaalt welke genen wanneer worden geactiveerd?’ En zelfs informatica blijkt niet bepaald door bits maar door de aard van het gebruik van informatie en algoritmes; dat wordt bepaald door menselijke factoren zoals emoties.

 

Big data neemt het gezond verstand niet over
Big data neemt het gezond verstand niet over

Gepubliceerd

27 mei 2018
Graag kort en bondig. Kwetsende, discriminerende en/of commerciële uitlatingen worden verwijderd.
 

Registreren en de nieuwsbrief ontvangen?

We gaan zorgvuldig met je gegevens om. Je krijgt ook gelijk toegang tot alle plusartikelen en je kunt reageren op de artikelen.

Controleer nu je e-mail

Je ontvangt een bericht met instructies om je e-mailadres te bevestigen. Zonder deze bevestiging sturen we je geen nieuwsbrief, doe het dus gelijk even!

asdas sdf fs dfsdfsf sdffsd

Netkwesties © 1999/2018. Alle rechten voorbehouden. Privacyverklaring

Ehio Media content marketing
1
0
1