Speurwerk AIVD met DNA overschrijdt kritische grenzen

Sleepwet zet 25 jaar DNA-strafwetgeving bij oud vuil

De nieuwe Wiv trekt de beschermde DNA-database van het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) in het domein van de inlichtingendiensten AIVD en MIVD.

Over de nieuwe wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten (Wiv), ook wel sleepwet genoemd, is reeds veel gezegd en geschreven. Wat minder bekend is, is dat deze wet het gebruik van DNA-onderzoek en het aanleggen van een DNA-databank door de AIVD mogelijk maakt.

Nederland voorloper

Dit DNA-onderzoek is bedoeld voor het identificeren en het verifiëren van identiteiten van personen die bij de AIVD als ‘target’ te boek staan. In de praktijk zal hierbij gebruik worden gemaakt van voorzieningen bij het NFI, in het bijzonder bij het vergelijken van een DNA-profiel van een ‘target’ met de Nederlandse DNA-databank voor strafzaken die het NFI beheert. De DNA-databank wordt zo ingezet voor kwesties waar deze niet voor bedoeld is.

In 1994 was Nederland internationaal gezien het eerste land dat de mogelijkheid om DNA-onderzoek in te zetten bij strafzaken wettelijk regelde. Andere landen hadden daar geen speciale wetgeving voor ontwikkeld. In 2001 werd het via een wetswijziging mogelijk om een DNA-databank aan te leggen.

De DNA-databank is niet alleen privacygevoelig, de daarin opgeslagen informatie is verkregen via een wettelijk bekrachtigde inbreuk op de rechten van burgers, burgers waarvan het profiel in de databank is opgenomen nadat ze een strafbaar feit hebben begaan, en is daarom zeer zorgvuldig afgeschermd voor derden. De DNA-databank valt onder de verantwoordelijkheid van de minister van Justitie en Veiligheid, maar het NFI beheert de databank en is gehouden aan wettelijke voorschriften.

Internationaal uitwisselen

 De nieuwe wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten ondergraaft de waarborgen voor de DNA-databank. De AIVD kan aan de hand van gevonden voorwerpen een DNA-profiel opstellen. Met dit DNA-profiel heb je nog geen identiteit. Hiervoor is een vergelijking in een DNA-databank cruciaal.

Hoewel het zeker niet gezegd is dat de ‘target’-persoon van de AIVD verdacht is, laat staan een strafblad heeft, biedt een vergelijking met de DNA-databank altijd een kleine kans op een match. In geval van een match moet het NFI de gegevens van die persoon (naam en toenaam en het DNA-profiel) met de AIVD delen.

Hoewel de minister van Binnenlandse Zaken verantwoordelijk is voor het DNA-onderzoek van de AIVD is de minister van Justitie en Veiligheid verantwoordelijk voor de vergelijking met de DNA-databank. De AIVD gaat een eigen DNA-databank inrichten op basis van de DNA-profielen die ze verzameld heeft en de persoonsgegevens die ze van het NFI heeft gekregen.

De AIVD mag ook DNA-profielen uitwisselen met buitenlandse diensten zoals Interpol. Dit betekent tevens dat Interpol bij de AIVD de persoonsgegevens van hun ‘target’ kunnen opvragen die de AIVD op haar beurt via het NFI heeft gekregen en dit alles zonder tussenkomst van de verantwoordelijke minister van Justitie en Veiligheid. Hiermee wordt er een achterdeur in de ‘strafrechtelijke’ DNA-databank opengezet. De proportionaliteit van het middel, DNA dat onder dwang is afgenomen van een verdachte, staat weer ter discussie.

Eigen medewerkers AIVD?

Het probleem is nog complexer wanneer het NFI niet alleen informatie verstrekt bij een match, maar ook bij een ‘bijna match’. Een ‘bijna match’ betekent dat het DNA niet afkomstig is van de persoon in de databank, maar dat er een kans bestaat dat het van een verwant persoon afkomstig is. Op die wijze komt de familie van die persoon in het vizier van de AIVD.

En, het wordt nog erger. De door het NFI beheerde DNA-databank bevat ook DNA-profielen van haar eigen medewerkers, medewerkers van andere forensische DNA-laboratoria en politiemedewerkers: de zogenaamde eliminatiedatabank. Deze databank is cruciaal om besmetting van sporenmateriaal met DNA van betrokken medewerkers vroegtijdig te detecteren.

In de ‘sleepwet’ wordt gesproken van een eliminatiedatabank van AIVD-medewerkers, en er wordt nadrukkelijk op gewezen dat opname in deze databank vrijwillig is. Echter, nergens wordt in detail ingegaan op het al dan niet vergelijken van AIVD-sporenmateriaal met de NFI-eliminatiedatabank.

Uitholling dreigt

De nieuwe wetgeving ondergraaft de zorgvuldig opgebouwde infrastructuur van het Nederlands DNA-bewijs niet alleen waar het gaat om de DNA-databank, maar ook op het niveau van good practice. Onze huidige DNA-wetgeving biedt een zeer brede mogelijkheid voor DNA-onderzoek in strafzaken, zelfs voor toepassing die in de ons omringende landen als controversieel te boek staan. Denk aan de mogelijkheid voor DNA-verwantschapsonderzoek. In de afgelopen 25 jaar is er veel geleerd over samenwerkingen tussen actoren, van het verzamelen van sporen en het rapporteren erover tot en met het communiceren met de samenleving en relevante gemeenschappen, denk aan de recente Milica van Doorn-zaak. De praktijk die dat heeft opgeleverd geldt internationaal als voorbeeld .

Bij een ongewijzigde uitvoering van de ‘sleepwet’ wordt het NFI (en de DNA-database) in het net van de AIVD getrokken en dreigt er een oncontroleerbare uitholling van het forensisch DNA-bewijs. Vijfentwintig jaar DNA-strafwetgeving wordt bij het oud vuil neergezet.

*) Dit artikel verscheen eerst op 20 maart 2018 in NRC Handelsblad

 

Gepubliceerd

26 mrt 2018
Netkwesties
Netkwesties is een webuitgave over internet, ict, media en samenleving met achtergrondartikelen, beschouwingen, columns en commentaren van een panel van deskundigen.
Colofon Nieuwsbrief RSS Feed Twitter

Nieuwsbrief ontvangen?

De Netkwesties nieuwsbrief bevat boeiende achtergrondartikelen, beschouwingen, columns en commentaren van een panel van deskundigen o.g.v. internet, ict, media en samenleving.

De nieuwsbrief is gratis. We gaan zorgvuldig met je gegevens om, we sturen nooit spam.

Abonneren Preview bekijken?

Netkwesties © 1999/2024. Alle rechten voorbehouden. Privacyverklaring

1
0